Opinie

Big Brother, please watch me!

Soms gaat individueel gedrag op paradoxale wijze samen met tegengestelde ontwikkelingen op collectief niveau. Zo lijkt het dat naarmate mensen meer vrijheid hebben en nemen om hun eigen levens in te richten, de acceptatie van risico´s juist afneemt. Als er iets misgaat, gaat de blik volautomatisch naar de overheid.

Rond privacy is iets dergelijks te zien. Terwijl de collectieve aandacht voor bescherming van persoonlijke gegevens (wetgeving, beveiliging) toeneemt, gaan op individueel niveau alle remmen los en publiceren miljoenen mensen hun complete privéleven op digitale platforms.

Zelf ben ik op privacy-gebied allesbehalve overgevoelig. De na 1971 vanwege privacy-bezwaren afgeschafte volkstelling mag van mij zo weer worden ingevoerd, de overheid mag van mij alle officiële bestanden koppelen en tegen een nationale dna-databank heb ik geen grote bezwaren. Dat telecom- en vervoerdiensten mijn gangen kunnen nagaan en dat internetproviders, Google en geheime diensten kunnen meekijken naar mijn e-mail en surfgedrag vind ik al vervelender, maar ook daar lig ik niet echt wakker van. Dat de foto bij deze column tot in de eeuwigheid blijft rondzweven, vooruit. Maar er is wel een grens.

Ik ben een uitzondering, want de ooit dreigend bedoelde kreet 'Big Brother is watching you!' lijkt alom vervangen door ‘Big Brother, please, please watch me!'. Het besef dat wat je op internet zet in beginsel eeuwig blijft bestaan, legt het af tegen de drift om allerlei privézaken te delen met honderden anderen (het begrip ‘vriend' is aan inflatie onderhevig) en vaak (indirect) de ganse wereldbevolking. Miljoenen doorgaans weldenkende mensen dumpen hun foto's, aankopen, luistergedrag, realtime verplaatsingen en andere privécapriolen op sociale netwerken. Sommigen laten het aan honderden anderen weten als ze een slager, supermarkt, kapper of slijterij binnengaan. Desgevraagd stellen ze, meewarig hoofdschuddend over zoveel onbegrip, deze vrijwillige daad graag voor als onontkoombare ontwikkeling: "Wen er maar aan, dit is de toekomst!"

In het licht van zoveel particulier exhibitionisme is het paradoxaal dat tegelijkertijd op politiek niveau wordt gewerkt aan een 'recht op vergetelheid' waarbij iedereen zijn digitale sporen - inclusief de vrijwillig wereldkundig gemaakte zaken - moet kunnen wissen. Daar zit bovendien een opvallende kant aan, want wie zijn privézaken uit de doeken doet in een krant of boek kan daarna ook niet meer terug. Zoals iemand ooit schreef: "Wie op straat loopt met een T-shirt met naam en adresgegevens, moet niet verbaasd zijn als mensen dat opschrijven."

Natuurlijk zijn mensen zich best bewust wat ze wel en niet digitaal prijsgeven. Niet voor niets tonen veel particuliere Facebook-pagina's een schijnwereld met uitsluitend blije mensen en dolgelukkige modelgezinnetjes. Maar binnen die randvoorwaarde gaan alle remmen los. En anders is er altijd wel iemand anders die bepaalde privézaken en -foto's ongevraagd voor je wereldkundig maakt ('Kijk, voor het eerst op het potje!').

Terug naar het pre-digitale tijdperk gaan we natuurlijk niet meer en mensen zijn verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Maar dat er na deze radicale deprivatisering ooit een golfje terug zal komen, durf ik wel te voorspellen.

Deze bijdrage is ook als column geplaatst in het aprilnummer van Accountant.

Wat vindt u van deze opinie?

Reacties 0 0 Spelregels debat

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.