Opinie

Low balling. Erg?

Baker Tilly Berk maakt zich kennelijk wat zorgen over low balling. In Nederland zou het zijn teruggedrongen door het toezicht van de AFM. Nou, mooi, denk je dan. Maar waar hebben we het eigenlijk over?

Dat gevaarlijke low balling, is dat inschrijven onder de integrale kostprijs, inschrijven onder de variabele kostprijs, of inschrijven ver onder het offertebedrag van degene die het ‘low balling' noemt?

Als je uit gaat van het klassieke maatschapsmodel, of de varianten die daar op bedacht zijn, dan bestaat de totale kostprijs van een accountantskantoor voornamelijk, zo niet voor 99%, uit vaste kosten die via een systeem van interne tarieven aan ‘directe uren' worden toegerekend.

In dat tarief zit ook de winst van de partners. Wil je serieus over kostprijs van controle praten, dan zal het volledige partnerinkomen, voor zover dat ligt boven dat van een externe accountant in loondienst, uit de tarieven gehaald moeten worden. Blijft er dan nog veel echt ‘low balling' over? Ik vraag het me serieus af.

Als een kantoor stelselmatig echt aan low balling zou doen, dan is sprake van prijsbederf. En dat kan geen enkele onderneming volhouden, tenzij sprake is van interne subsidiëring of van verlaging van de werkelijke kostprijs door verlaging van de kwaliteit.

Dat laatste wordt inderdaad, als het goed is, mede door extern toezicht tegengegaan.

Dat eerste is op zichzelf niet verkeerd. Waarom zouden fiscalisten niet bereid zijn de controlepraktijk te subsidiëren, vanuit de verwachting dat een kwalitatief goede, gezonde controlepraktijk bijdraagt aan de winstgevendheid van het gehele kantoor?

Tijdelijk, of bij specifieke opdrachten, onder de kostprijs zakken is, als ik me de bedrijfseconomische theorie goed herinner, nooit een principieel probleem. Het kan zinvol zijn om tenminste nog wat dekking van je vaste kosten mee te pakken. Zolang je maar niet onder de variabele kosten duikt. En die heb je nu juist niet of nauwelijks in de controlepraktijk. Kortom, je kan een opdracht vrijwel gratis doen, en nog steeds bedrijfseconomisch verantwoord werken. Alweer geen bezwaar tegen low balling dus.

Er zit ook een praktische kant aan. Als producent A een product kan maken tegen kostprijs 100, en producent B kan exact hetzelfde product maken tegen kostprijs 90, is dan sprake van low balling bij een verkoopprijs van 95?

A zal zeggen van wel, maar het is simpelweg niet waar voor B. Wat A eigenlijk zegt is dat ze minder efficiënt is dan B, en dat dat B op de een of andere manier verweten moet worden. Voor accountants, die gewend zijn aan een nogal beschermde markt, is dat misschien een logisch klinkend verhaal, maar in alle eerlijkheid is het gewoon onzin.

Toen de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) werd geschreven is precies deze discussie gevoerd. Moeten we low balling verbieden, of niet? Vanuit het accountantsberoep werd daar indringend om gevraagd. Met name door kantoren die meenden offertes te verliezen van de big four wegens low balling. Het gehanteerde argument was: daarvoor kunnen ze geen kwaliteit leveren!

Gelukkig kwam de wetgever, mede op basis van de hiervoor genoemde argumenten, tot enkele conclusies:

  1. Een dergelijk verbod is oncontroleerbaar en dus zinloos.
  2. Een dergelijk verbod neemt de prikkel tot efficiënt werken weg.
  3. Alleen als 'low balling' gepaard gaat met kwaliteitsverlies, is het bezwaarlijk voor het maatschappelijk verkeer, en op die kwaliteit gaan we nu juist toezicht houden.

De wetgever moet regelen wat de markt niet kan regelen, maar moet daarbij oppassen de markt niet te verhinderen dat te regelen wat de markt prima zelf kan regelen.

Wat vindt u van deze opinie?

Reacties 0 0 Spelregels debat

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.