Opinie

Waarom concurreren op kwaliteit (vooralsnog) een illusie is

Het klinkt zo mooi: accountantsorganisaties moeten gaan concurreren op kwaliteit. Dat is wat de werkgroep Toekomst Accountantsberoep zegt in haar rapport In het Publiek Belang. Ook de AFM hamert daarop.

Oob-kantoren zijn hard aan de slag met de implementatie van de maatregelen uit het rapport. Een aparte werkgroep heeft de maatregelen aangepast voor de niet-oob-kantoren. Ook zij gaan de maatregelen implementeren.

Ik ben blij dat de accountancysector de handschoen heeft opgepakt en er breed in de kantoren aandacht is voor kwaliteit. Met maatregelen op het terrein van governance, belonings- en verdienmodel en cultuur is veel te bereiken. Maar niet wat nodig is: concurrentie op kwaliteit.

Waarom niet? Omdat binnen de accountantscontrole niet duidelijk is wat kwaliteit is. En als dat niet helder is en niet objectief is vast te stellen, dan kun je ook niet concurreren op kwaliteit.

De controle levert een product op: de controleverklaring. De accountant verklaart met een hoge mate van zekerheid dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Gebruikers van de controleverklaring kunnen niet zelfstandig vaststellen of dit ook het geval is. Zij moeten de accountant vertrouwen op zijn woord. Maar ook de accountant weet het niet zeker. Het is zijn professionele oordeel. Pas achteraf, als een onderneming in de problemen raakt of wordt overgenomen, kan blijken dat de controleverklaring onterecht is afgegeven.

 

De kwaliteit van de controleverklaring is dus niet te ontlenen aan de controleverklaring zelf. Is die dan wel te ontlenen aan het proces dat de accountant volgt om tot die verklaring te komen? Zou je kunnen redeneren dat als je de juiste werkzaamheden hebt gedaan, ook de verklaring terecht is afgegeven? Helaas gaat die vlieger ook niet op. Want wat zijn de juiste werkzaamheden? De HRA-bundel waarin alle regels voor accountants staan telt 1.334 bladzijden, maar geeft geen concreet antwoord op die vraag.

De controlestandaarden (COS) stellen dat er drie 'knoppen' zijn waaraan je als accountant kunt draaien om de hoeveelheid van je werkzaamheden te bepalen.

De eerste 'knop' is de materialiteit: de nauwkeurigheid waarmee je door de cijfers gaat. Je hoeft niet alle fouten te ontdekken, alleen die fouten die materieel zijn. Een fout is materieel als deze van invloed zou kunnen zijn op de economische beslissingen van een gebruiker van de jaarrekening. De accountant bepaalt in principe zelf hoe hoog dit bedrag is. Grofweg: hoe hoger de materialiteit hoe minder werkzaamheden nodig zijn.

De tweede 'knop'is de risico-inschatting. Simpel gezegd: de accountant richt zijn controlewerkzaamheden op die posten waarvan hij inschat dat er een risico op een materiële fout is. Aan de door hem niet als risicovol onderkende posten mag de accountant (veel) minder of geen aandacht besteden. Hoe minder risico’s de accountant ziet of hoe minder risico-avers hij is, hoe minder werkzaamheden hij hoeft te doen om de verklaring af te geven.

De laatste 'knop' is die van het steunen op de interne controle van de cliënt. Als je vaststelt dat dat kan, dan hoef je zelf minder controlewerkzaamheden te doen.

'De markt als geheel tendeert naar 'minder werkzaamheden' doen.'

En hoe werkt 'het draaien aan deze knoppen' in de praktijk? De accountant die uitgaat van een hogere materialiteit, minder risico’s en meer steunen op de interne controle heeft minder werkzaamheden nodig dan zijn concurrent die meer beren op de weg ziet en zich pas comfortabel voelt als hij zelf met de stofkam door de cijfers is gegaan. Diegene die denkt het minste werk te hoeven doen is in staat om voor een lager bedrag te offreren dan zijn collega en krijgt de opdracht. De markt als geheel tendeert dus naar 'minder werkzaamheden' doen. En dat is niet erg. Het is zelfs goed, mits de inschattingen van de accountant goed zijn. Maar is dat zo? Zijn het niet vaak doelredeneringen, niet of nauwelijks onderbouwd met feiten?

Openbare accountants worstelen hiermee dagelijks. Wanneer doe je te veel en wanneer te weinig? Hoe weet je of je die hoge mate van zekerheid hebt bereikt? Niemand die daar een antwoord op heeft. Concurreren op kwaliteit is dus een illusie, zolang dit probleem niet is opgelost.

'Waarom standaardiseren we de controlewerkzaamheden niet?'

Terwijl het in mijn ogen toch redelijk simpel is. Waarom standaardiseren we de controlewerkzaamheden niet? Waarom spreken we niet af (uiteraard in overleg met de gebruikers van verklaringen en toezichthouders) welke werkzaamheden we heel concreet en met welke nauwkeurigheid verrichten om tot een oordeel te komen?

En waarom onderbouwen we dat oordeel niet gedetailleerd met de uitkomsten van de verschillende uitgevoerde werkzaamheden? Naar analogie van een rapport van feitelijke bevindingen? Kwaliteit leveren is dan het volgen van de standaard. Helder voor de accountant en transparant voor de buitenwereld.

'Het assurance-model zoals dat in de COS vorm krijgt is een achterhaald concept.'

Het assurance-model zoals dat in de COS vorm krijgt en waarvan de professionele oordeelsvorming de kern is, is een (al lang) achterhaald concept. Het past niet meer bij deze tijd van transparantie en verantwoording. Ook past het niet bij de controlemogelijkheden die de al maar toenemende digitalisering biedt.

Wat dus nodig is, is een fundamentele discussie over de grondvesten van het vak en de vraag wat kwaliteit zou moeten inhouden. Het accountantsberoep opnieuw uitvinden om te kunnen overleven in een veranderende wereld, daar gaat het om en niets minder. Pakt het beroep ook deze handschoen op?

Wat vindt u van deze opinie?

Reacties 117 28 Spelregels debat

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.