Opinie

'Jip en Janneke' gaan op wereldreis

Het verhaal gaat dat toen de Belgische minister verantwoordelijk voor het accountantsdossier werd geconfronteerd met de controlestandaarden van de IAASB, hij aangaf dat dit niet kon voor kleine controles. Het was ook veel te uitgebreid voor kleine kantoren. Een sympathiek gebaar, of toch niet?

Niet elke organisatie is hetzelfde. Organisaties doen verschillende dingen, hebben een verschillende omvang en zijn verschillend georganiseerd. Er kan dus ook geen one size fits all-controleaanpak zijn. Nee, controleren is maatwerk en de controlestandaarden moeten dat maatwerk mogelijk maken. Dat erkent de IAASB ook; zij geeft aan dat haar standaarden schaalbaar zijn, zodat ze proportioneel kunnen worden toegepast.

Maar dat schalen van standaarden valt in de praktijk niet mee. Iedere accountant snapt dat in een kleine organisatie de interne beheersing vaak informeler kan zijn dan in een grote organisatie. Oogtoezicht door de algemeen directeur werkt bij Philips niet, maar oogtoezicht door een dga kan in een kleinere organisatie heel effectief zijn. Maar wat betekent dat voor het testen van internebeheersingsmaatregelen? Hoe schaal je de controlestandaarden hiervoor? Dat is vaak minder duidelijk in de standaarden. Het blijft professionele oordeelsvorming om dit in te passen in de controle.

Overigens betekent een kleine organisatie niet per definitie een eenvoudige controle. Er zijn kleine organisaties die een heel complex (te controleren) proces hebben. Zeker met de business via internet kun je met een paar personen heel moeilijke en moeilijk te controleren dingen doen. Denk bijvoorbeeld aan het beschikbaar stellen van software waarbij de facturering plaatsvindt op basis van gebruik. Terwijl andere zaken in een dergelijke organisatie dan weer veel minder complex kunnen zijn.

Eén simpele, afzonderlijke standaard voor kleine of minder complexe organisaties lijkt dan ook niet zo simpel. Bovendien ontstaat er in dat geval één controleproduct, met mogelijk twee niveaus van kwaliteit. Het is de vraag of dit door de markt wordt begrepen en geaccepteerd.

Maar is een aparte standaard dan niet handig voor kleine kantoren met weinig accountants? Dit lijkt een verkeerd uitgangspunt. Het gaat immers om de kwaliteit van de dienst, niet om de dienstverlener. Is het aan het maatschappelijk verkeer uit te leggen dat bij de controle een groot kantoor andere regels toepast dan een klein kantoor? Je mag verwachten dat toepassing van de  controlestandaarden voor een specifieke cliënt altijd hetzelfde is en niet afhankelijk is van de omvang van het kantoor. Dat geldt overigens niet zonder meer voor de kwaliteitsborging die het kantoor moet hebben om zeker te stellen dat accountants de regels hebben gevolgd. Bij een klein kantoor kun je dat vaker eenvoudiger borgen dan bij een groot kantoor. In de Nadere voorschriften kwaliteitssystemen (NVKS) is daarmee ook rekening gehouden. En de NBA heeft daarvoor gepleit bij de IAASB, die internationaal de regels maakt.

Zijn er alternatieven voor één standaard? Mogelijk wel. Het lijkt erop dat de internationale standaarden duidelijker kunnen. Is het nodig dat een zin drie keer moet worden gelezen voordat duidelijk is wat deze betekent? Kun je in standaarden niet uitleggen wat je altijd moet doen? En wat je extra moet doen wanneer het moeilijker is? Daarom probeert de NBA sinds een paar jaar eenvoudige en heldere taal te gebruiken als ze regels maakt. We kunnen daarin zeker nog stappen maken, maar we doen ons best.

Ook internationaal probeert de beroepsorganisatie aandacht te vragen voor meer leesbare teksten. Toen de IAASB vorig jaar in Nederland op visite was, heeft de NBA dit nadrukkelijk aan de orde gesteld. Bureau Taal - dat de NBA begeleidt bij het komen tot helderder regelgeving - heeft een presentatie aan de IAASB gegeven en we hebben alle IAASB-leden een boekje van Jip en Janneke in het Engels meegegeven. Sindsdien komen Jip en Janneke regelmatig ter sprake bij de IAASB.

Misschien denkt u "een mooi verhaal, maar ik ben het er totaal niet mee eens". Dan kunt u uiteraard reageren op deze column. Maar maak vooral ook gebruik van de mogelijkheid om te reageren op de vragen die de IAASB stelt over dit onderwerp. De IAASB heeft namelijk een paper en een webinar uitgebracht, waarin ze drie mogelijke oplossingsrichtingen geeft voor de controle van wat zij noemt Less complex entities. Twee van die oplossingsrichtingen zijn hierboven aan de orde gekomen: het creëren van één separate standaard, of het oplossen van het probleem door toegankelijker taalgebruik. Een derde optie is extra guidance. Meer guidance geven heeft als nadeel dat het de regels niet kan veranderen.

Het voorlopig standpunt van het Adviescollege Beroepsreglementering is duidelijk: blijven werken met één set standaarden, maar deze standaarden veel toegankelijker maken. Dit is echter een voorlopig standpunt; wij zijn ontvankelijk voor goede argumenten als die zouden leiden tot andere opties.
U kunt kennisnemen van de desbetreffende documentatie en daarop uitgebreid reageren. Ook is er een korte enquête (invullen kan in tien minuten) beschikbaar, in het Nederlands en in het Engels.
De NBA zal de reacties en uitkomsten van de enquête in het Nederlands meenemen in haar reactie aan de IAASB. Daarnaast organiseert de NBA op 4 september 2019 nog een ronde tafel, waar u welkom bent om uw mening te geven. U kunt zich hier aanmelden.

Uw mening telt en mogelijk leidt die tot een andere uitkomst dan het huidige standpunt. Eén ding is zeker: als u niet reageert, kunnen wij ook geen rekening houden met uw mening.

Wat vindt u van deze opinie?

Reacties 46 18 Spelregels debat

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.