Tuchtrecht

Hogere kosten AFM-toezicht niet per se fraudesignaal

Een registeraccountant keurde jaarrekeningen van twee investeringsbedrijven terecht goed. Er werden geen vergoedingen weggesluisd en er was geen sprake van fraude.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
16/11
Datum uitspraak:
20 september 2017
Oordeel:
beroep ongegrond / klacht ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2017:385

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

De Middle Europe Investments Group (MEI) beheert via dochter MEI Fondsenbeheer bv (MFB) beleggingsfonds MEI Real Estate nv (MERE). Als de bestuurders van MERE ruzie krijgen, stelt de AFM het fonds onder verscherpt toezicht. De Ondernemingskamer laat in 2011 een onderzoek uitvoeren naar mogelijk wanbeleid bij de MEI Groep, schorst de twee fondsbestuurders en stelt een interim-bestuurder aan.

De interim verkoopt de aandelen van MEI voor 1,3 miljoen euro aan het Duitse Palmer Capital Investment Gmbh (PCI). Volgens het Share Purchase Agreement (SPA) zal PCI een deel betalen van de vergoeding die MEI verschuldigd was voor het beheer van het fonds. Deze vordering wordt vastgesteld op 3.345.379 euro. MFB gaat na de overname Palmer Capital Fondsenbeheer bv (PCFB) heten; MERE gaat voortaan door het leven als Palmer Capital Emerging Europe Property Fund bv (PCEEPF).

Een registeraccountant van KPMG doet sinds 2010 de controle bij MFB/PCFB en MERE/PCEEFB en geeft goedkeurende verklaringen af bij de jaarrekeningen 2011 tot en met 2013. In de jaarrekening 2012 van PCFB staat een vordering op het fonds van 593.274 euro uit hoofde van beheervergoeding, waarop 280.571 in mindering is gebracht wegens mogelijke oninbaarheid. Van de berekende beheervergoeding voor 2012 is eenderde onbetaald gebleven.

In de jaarrekening 2012 van het fonds staat bijna één miljoen euro aan management fee voor het beheer; de hoogte is een percentage van de waarde van de activa. De jaarrekeningen over 2013 van PCFB en PCEEPF vertonen dezelfde posten met vergelijkbare bedragen. Elders stond dat een vordering van 1,5 miljoen euro aan managementvergoedingen zou worden omgezet in aandelen in het fonds.

Eén van de voormalige fondsbestuurders dient een klacht in tegen de accountant. Hij zou onder meer hebben verzuimd een vrijval van zeer materiële omvang op te nemen. Dat komt volgens de klager neer op fiscale fraude, die de accountant had moeten melden. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond. De klager gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft:

  1. onjuist, onvolledig en gebrekkig weergegeven wat de klager in het klaagschrift en op de zitting naar voren heeft gebracht;
  2. ten onrechte geoordeeld dat de vrijval van de voorziening wegens oninbaarheid van een vordering op MERE niet verantwoord hoefde te worden;
  3. ten onrechte gezegd dat PCFB en PCEEPF niet gebonden zijn aan de afspraken over de management fee(s) in het SPA, want de accountant had de jaarrekening 2013 niet mogen goedkeuren omdat hierbij sprake is van het wegsluizen van geld naar een buitenlandse vennootschap en dus fraude;
  4. ten onrechte gezegd dat de accountant geen nadere controlewerkzaamheden hoefde uit te voeren ten aanzien van de uitbestede beheeractiviteiten door MEI Property Services ten laste van PCFB;
  5. ten onrechte gezegd dat de klager niet heeft onderbouwd waarom de stijging van kosten voor het AFM-toezicht in de jaarrekening 2012 van PCEEPF een indicatie vormt voor fraude.

Oordeel

Het beroep is ongegrond.

Ad 1 Weergave

Volgens vaste rechtspraak van het college mag de Accountantskamer de relevante feiten filteren uit wat de partijen naar voren brengen. In artikel 29 van de Wet tuchtrechtspraak accountants staat dat het proces-verbaal van de zitting een beschrijving is van wat er op de zitting is gebeurd. Daarin staat niet dat de Accountantskamer het proces-verbaal voor commentaar moet voorleggen aan de partijen.

Ad 2 Vrijval voorziening

De accountant heeft op de zitting uitgelegd dat het te verwachten verlies op de vordering al in het verleden was genomen door de vordering af te waarderen en ten laste te brengen van het resultaat van PCFB. Er bestond geen aanleiding om de vordering op PCEEPF tegen de nominale waarde in de jaarrekening van PCFB op te nemen. Het verhaalsrisico voor PCFB was door de afspraken in het SPA niet gewijzigd. De gedeeltelijke betaalbaarstelling van de vordering heeft dan ook niet geleid tot een vrijval van de eerder getroffen voorziening.

De fondsbestuurder heeft niet aannemelijk gemaakt dat behalve de al bestaande voorziening nog een verdergaande voorziening moest worden getroffen.

Ad 3 Management fee(s)

De fondsbestuurder heeft zijn beweringen onvoldoende onderbouwd. De accountant heeft niets verwijtbaars gedaan en voldoende oog gehad voor de mogelijke inbreuk van de begrensde management fee op het SPA. In de jaarrekening 2013 van PCEEPF staat namelijk dat voorlopig moest worden afgezien van “the claim above EUR 800.000”.

Ad 4 Uitbestede beheeractiviteiten MEI Property Services

De fondsbestuurder heeft ook deze beroepsgrond onvoldoende onderbouwd, gezien het verweer van de accountant.

Ad 5 Toezichtskosten

Volgens de accountant blijkt uit de onderliggende facturen en uit de antwoorden van het MEI-bestuur en compliance-adviseur Charco en Dique op zijn vragen dat de verviervoudiging van de toezichtskosten voortvloeide uit de omzetting van een open-end- naar een closed-end-beleggingsinstelling. Daardoor kwam het fonds onder de Wet toezicht financiële verslaggeving te vallen, wat meer toezichtskosten met zich meebrengt.

Net als de Accountantskamer vindt het college dat een stijging van de kosten voor toezicht van een zekere omvang op zichzelf geen indicatie inhoudt voor mogelijke fraude binnen de vennootschap. Ook in hoger beroep hebben appellanten hun bewering van fraude onvoldoende onderbouwd.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

De klagende bestuurder kan zijn verwijten aan het adres van de accountant ook in hoger beroep niet staven. De uitspraak is alleen interessant omdat ook het college zegt dat een flinke toename in de toezichtkosten op zichzelf geen signaal voor fraude is. En ook al was het wel een fraudesignaal – het lijkt erop dat de accountant de toename voldoende heeft onderzocht door navraag te doen bij het bestuur en een medewerker van een compliance-adviesbureau.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.