Tuchtrecht

Conclusies ten nadele van vorige cliënt op basis van oude bedrijfskennis

Een accountant trekt conclusies over de cash flow van een voormalig cliënt, zodat deze nog een flink bedrag moet betalen aan de verkoper van het bedrijf.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
16/125
Datum uitspraak:
30 januari 2018
Oordeel:
beroep ongegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2018:47

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een bv neemt in 2009 een deel van de aandelen over die een beheer-bv heeft in twee bedrijven. De koper betaalt direct 1,1 miljoen euro en later 66 mille. Verder zal de koper in het kader van een earn out nog een variabel bedrag betalen dat afhangt van de vrije cash flow van de betrokken bedrijven over de volgende vijf jaar.

Een registeraccountant voert samenstellingswerkzaamheden uit voor alle betrokken ondernemingen. Hij stopt daar per 2010 mee, maar hervat de werkzaamheden voor de beheer-bv met ingang van het boekjaar 2012.

Van 2009 tot en met 2011 is het bedrag aan vrije cash flow negatief en het jaar daarop zo laag dat de koper niets hoeft te betalen. In 2013 bedraagt de vrije cash flow volgens de verkoper 314.096 euro. De koper bestrijdt dat en er volgt een civiele procedure over de kwestie. In die procedure gebruikt de verkoper het ‘Rapport van bevindingen’ dat de accountant heeft opgesteld.

De ‘Conclusie’ van dat rapport is dat:

  • de berekeningen van de verkoper aansluiten met de jaarrekeningen van de vennootschappen;
  • de uitgangspunten van die berekeningen overeenkomen met de contractuele bepalingen over de earn out.

De Rechtbank Amsterdam wijst de eis van 314.096 euro toe. In de overwegingen van het vonnis wordt een brief van het accountantskantoor wel genoemd, maar het rapport van bevindingen niet. De koper tekent hoger beroep aan en dient een klacht tegen de accountant in, die inhoudt dat:

a. een voormalig accountant niet als partijdeskundige een oordeel kan geven over de interpretatie van de cijfers van de vennootschap zonder instemming van die vennootschap;

b. het rapport niet in overeenstemming is met Standaard 4400;

c. de accountant in het rapport de indruk wekt assurance te geven over de ‘earn out’, terwijl dit niet het geval is;

d. de accountant de rechter op het verkeerde been heeft gezet en hierdoor een uitspraak is gedaan in het nadeel van de klager;

e. de accountant de klager niet vooraf heeft gezegd dat hij zou meewerken aan het verzoek van een derde en zich zou uitspreken over jaarverslagen van de klager, waarvan hij de boekhouding heeft gevoerd en de jaarverslagen heeft opgesteld.

De Accountantskamer verklaart de klachtonderdelen a tot en met d deels en klachtonderdeel e geheel gegrond en legt een waarschuwing op. De accountant heeft het vertrouwelijkheids- en objectiviteitsbeginsel en de plicht tot professionele oordeelsvorming geschonden. De accountant gaat in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft ten onrechte gezegd dat de accountant in strijd heeft gehandeld met het fundamentele beginsel van professionaliteit en geen aandacht heeft geschonken aan de bedreigingen voor de vertrouwelijkheid en zijn objectiviteit door op te treden als accountant/rapporteur van de verkoper in een geschil met de koper.

Oordeel

Het beroep is ongegrond.

Het college vindt net als de Accountantskamer dat:

  • de objectiviteit en vertrouwelijkheid kan worden bedreigd als een accountant de opdracht krijgt een rapport op te stellen in verband met een civiele procedure tegen een voormalige cliënt waarmee de opdrachtgever een tegengesteld belang heeft en daarbij gebruik maakt van gegevens die hij kende uit zijn voormalige cliëntrelatie;
  • de accountant zich bij het aanvaarden van de opdracht voor het trekken van financiële conclusies in verband met de aandelentransactie bewust had moeten zijn van een mogelijke bedreiging van de vertrouwelijkheid en objectiviteit en daartegen passende waarborgen had moeten treffen.

De accountant wist dat het rapport zou worden gebruikt in een civiele procedure tegen zijn voormalig cliënt, maar heeft geen waarborgen getroffen. Gelet op de mogelijke belangentegenstellingen tussen de verkoper en de koper had de accountant tegenover de koper transparant moeten zijn over het aanvaarden van de opdracht. Die betrof namelijk ook de periode waarin de accountant werkzaamheden heeft verricht voor de koper. De accountant heeft onvoldoende distantie in acht genomen. Ook als de accountant inderdaad niet betrokken zou zijn bij de verkooptransactie en de civiele rechter zich niet heeft laten leiden door zijn rapport heeft de accountant daarom tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

De accountant heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij tijdig aandacht heeft geschonken aan bedreigingen voor zijn vertrouwelijkheid en objectiviteit. In hoger beroep is hij alleen maar met vage stellingen gekomen. Dat het accountantskantoor waar hij werkt een AFM-vergunning heeft, neemt niet weg dat de accountant tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dat de koper hoger beroep heeft aangetekend tegen het civiele vonnis evenmin.

De accountant:

  • heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de kwestie destijds intern heeft besproken;
  • is tegenover de koper niet transparant geweest over zijn rol in deze;
  • heeft geen maatregelen heeft getroffen om uit te sluiten dat zijn kennis uit de voormalige relatie met de koper zou worden gebruikt ten nadele van die vennootschap.

Annotatie Lex van Almelo

Een voormalig cliënt van de accountant neemt de aandelen over van de cliënt van de accountant. Net als bij echtscheiding en strijdende aandeelhouders zijn de belangen van de partijen hier tegengesteld. Als de koper en de verkoper dan ook nog ruzie krijgen, moet je als accountant extra op je tellen passen en maatregelen nemen om je objectiviteit te waarborgen. Zeker wanneer je een rapport van bevindingen opstelt, dat gebruikt zal worden in een gerechtelijke procedure. Het rapport had weliswaar een deugdelijke grondslag en de accountant heeft de rechter niet misleid. Niettemin wordt het de accountant aangerekend dat hij geen aandacht had voor de (mogelijk) bedreigde objectiviteit.

Omdat de koper een klant van hem was, had de accountant er bovendien voor moeten zorgen dat hij geen gebruik kon maken van vertrouwelijke gegevens over dat bedrijf.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.