Tuchtrecht

Opdracht adviesdienst vastgelegd noch bevestigd

Twee registeraccountants hebben een transactiegerelateerde adviesdienst geleverd zonder de opdracht vast te leggen en bevestigen. Daarmee hebben zij gezorgd voor onduidelijkheid bij de klant.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
17/1354 en 17/1365
Datum uitspraak:
29 mei 2018
Oordeel:
hoger beroep accountants deels gegrond / klacht deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing in plaats van berisping resp. waarschuwing
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2018:240

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountantskantoor verleent diensten aan een onderneming van twee broers. Eén registeraccountant treedt daarbij op als controlerend accountant, een andere als eerste reviewer.

Eerstgenoemde registeraccountant is voor boekjaar 2012 ook controlerend accountant van een beheersmaatschappij en haar werkmaatschappijen. De andere accountant is de relatiebeheerder van de beheersmaatschappij.

In 2013 doen de controlerend accountant en een fiscalist van het kantoor het voorstel aan één van de broers om de vier Nederlandse werkmaatschappijen en het onroerend goed van de beheersmaatschappij over te nemen. De koop wordt snel beklonken. Op 3 juli 2013 gaat het vastgoed over de toonbank voor 1,5 miljoen euro. Voor ieder van de werkmaatschappijen betalen de broers één euro.

Voordat de aandelen werden geleverd hebben de beheersmaatschappij en het accountantskantoor financiële informatie verstrekt over de werkmaatschappijen. Daar zat een begroting bij die was opgesteld met steun van de controlerend accountant en de reviewer/relatiebeheerder. Ook de cijfers over het eerste kwartaal 2013, die een medewerker van de controlerend accountant had opgesteld, zaten erbij.

De controlerend accountant legt de bank desgevraagd uit waarom hij een due diligence-onderzoek niet nodig vindt en welke werkzaamheden de accountants hebben uitgevoerd bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening van beheersmaatschappij. De accountant schrijft onder meer dat:

  • een projectadministratie (en bijbehorende adequate urenregistratie) ontbrak;
  • de accountants daarom veel tijd kwijt waren om het onderhanden werk per ultimo 2010, 2011 én 2012 in kaart te brengen;
  • de werkzaamheden van de accountants diepgaander waren dan gebruikelijk is bij een jaarrekeningcontrole;
  • zij daardoor veel kennis hebben opgebouwd over de lopende projecten en de organisatie rondom de projectbeheersing;
  • zij buiten de controle van de jaarrekening en de administratieve ondersteuning om in samenspraak met de interim-bestuurder ook op andere gebieden betrokken zijn geweest bij de verdere professionalisering van de organisatie;
  • er voor zover de accountants wisten op het moment van schrijven alle mogelijke verliezen waren genomen;
  • hun geen onzekerheden bekend waren die nog tot mogelijke verliezen konden leiden.

Begin juli 2013 worden de aandelen en het onroerend goed geleverd tegen de overeengekomen koopprijs van 1.500.004 euro. De medewerker van de controlerend accountant levert een eerste versie van de cijfers over de eerste twee kwartalen van 2013 aan de kopers. In augustus 2013 volgt een gecorrigeerde versie daarvan.

In september 2013 geeft de controlerend accountant een verklaring van oordeelonthouding af bij de geconsolideerde jaarrekening 2012 van de beheersmaatschappij, omdat er nog steeds geen deugdelijke projectadministratie is, net als in het jaar daarvoor.

In mei 2014 worden de werkmaatschappijen van de beheersmaatschappij op eigen aangifte failliet verklaard. De broers dienen een klacht in tegen de twee accountants en de compliance officer van het kantoor.

De Accountantskamer verklaart de klacht tegen twee accountants deels gegrond en legt een berisping op aan de controlerend accountant en een waarschuwing aan de reviewer/relatiebeheerder. De klacht tegen de compliance officer is ongegrond. Zowel de twee accountants als de onderneming van de broers gaan in hoger beroep.

Beroepsgronden

Accountants

De Accountantskamer:

  1. had (ook) klachtonderdeel a niet-ontvankelijk moeten verklaren, want de verjaringstermijn begon in dit geval niet te lopen toen de klager op de hoogte was van de exacte regelgeving, maar al eerder; dat een opdracht schriftelijk moet worden vastgelegd is namelijk een vrij algemeen voorschrift dat geldt voor diverse accountantsopdrachten.
  2. had klachtonderdeel a ongegrond moeten verklaren, omdat de accountants de onderneming uitdrukkelijk niet hebben geadviseerd bij de aandelentransactie, mede omdat de verkopende partij ook een klant was van het kantoor; zij hebben slechts een faciliterende rol gespeeld in het besluitvormingsproces over de voorgenomen transactie;
  3. heeft ten onrechte hun verweer verworpen dat ook klachtonderdeel e te laat is ingediend, want de onderneming merkte tijdens de bespreking op 12 april 2013 al dat het bij de over te nemen vennootschappen een rommeltje was en had sinds april 2012 ook zelf uitgebreid onderzoek gedaan naar de financiële positie van de vennootschappen;
  4. heeft klachtonderdeel e ten onrechte gegrond verklaard.

Klager

De Accountantskamer:

  1. heeft ten onrechte gezegd dat de onderneming klachtonderdeel b niet tijdig heeft ingediend; het was vóór 4 juli 2013 niet evident voor de onderneming dat de accountants het fundamentele beginsel van objectiviteit hadden geschonden, terwijl zij toen al helemaal niet wisten dat dit gedrag tuchtrechtelijk verwijtbaar was;
  2. en 3. zit ernaast met zijn oordeel over het verwijt dat de cijfers die een medewerker van één van de accountants had opgesteld onjuistheden bevatten.

Oordeel

Het hoger beroep van de accountants is deels gegrond; dat van de onderneming ongegrond.

Beroepsgrond accountants 1 en 2

Het verschaffen van financiële informatie over de onderneming en het deelnemen aan besprekingen over de (voorgenomen) koop zijn het verlenen van bijstand bij het besluitvormingsproces inzake een voorgenomen transactie, zoals bedoeld wordt in NV COS 5500N Transactiegerelateerde adviesdiensten. Volgens paragraaf 18 van deze standaard hadden de twee accountants een schriftelijke bevestiging moeten sturen aan de onderneming, met daarin de belangrijkste voorwaarden van de opdracht.

De verjaringstermijn is pas gaan lopen toen de onderneming dit wist. Vóór juli 2013 hoefde de onderneming er niet op bedacht te zijn dat het uitblijven van de opdrachtbevestiging bij een dienst als deze tuchtrechtelijk verwijtbaar is.Of de toepasselijke standaard specifieke eisen stelt aan de opdrachtbevestiging is in dit verband niet relevant, zegt het college in tegenstelling tot de Accountantskamer. De verjaringstermijn ging namelijk pas in toen de klager kon weten dat de accountant zo’n bevestiging moet verstrekken en dat het mogelijk tuchtrechtelijke gevolgen kan hebben als de accountant dat niet doet; dus los van de specifieke inhoudelijke eisen.

Tijdens één van de besprekingen werd een dia getoond waarop de belangrijkste opdrachtvoorwaarden waren weergegeven. De accountants hebben daarmee niet voldaan aan de eis de opdrachtvoorwaarden schriftelijk vast te leggen om te voorkomen dat er misverstanden ontstaan over de doelstelling en de reikwijdte van de opdracht, de omvang van de verantwoordelijkheid van de beroepsbeoefenaar en de wijze van rapportering beoogt.

De Accountantskamer heeft dit klachtonderdeel terecht gegrond verklaard.

Beroepsgrond accountants 3 en 4

In hun brief van 6 juni 2013 suggereren de accountants volgens de Accountantskamer ten onrechte dat een verklaring van oordeelonthouding bij de geconsolideerde jaarrekening 2012 van de beheersmaatschappij niet viel te verwachten. Het college ziet echter niet in dat de accountants feitelijk onjuiste mededelingen hebben gedaan over de werkzaamheden die waren uitgevoerd voor de jaarrekening 2012 en daardoor een te rooskleurig beeld van (de toekomst van) de onderneming zouden hebben geschetst. De Accountantskamer heeft dit klachtonderdeel ten onrechte gegrond verklaard.

Beroepsgrond klager 1

De Accountantskamer heeft klachtonderdeel b terecht niet-ontvankelijk verklaard. De onderneming heeft al vóór juli 2013 kunnen constateren dat de accountants optraden voor twee partijen met tegengestelde belangen zonder adequate vastlegging of toestemming van de betrokken partijen. De onderneming had toen ook meteen kunnen vermoeden dat de accountants daarmee het voor iedere accountant geldende beroepsethische grondbeginsel van objectiviteit hadden geschonden.

Beroepsgrond klager 2 en 3

De onderneming vindt dat de accountants bij het verlenen van de transactiegerelateerde adviesdienst, mede gezien de voorgeschiedenis van de project- en voorraadadministratie, extra alert hadden moeten zijn op de voorraad. Ook om deze reden mocht de onderneming erop vertrouwen dat de voorraadposten juist waren en de accountants meteen hadden gewaarschuwd als dat niet zo was.

Volgens het college zijn de cijfers over het eerste kwartaal en eerste halfjaar 2013 echter niet opgesteld in het kader van de transactiegerelateerde adviesdienst, die toen al was verleend.  Zij zijn opgesteld bij de uitvoering van de administratieve-dienstverleningsopdracht van de groep. De accountants hebben hierbij geen zekerheid verstrekt en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.  

Dat de accountants wel zekerheid zouden hebben verstrekt over de loongegevens en het geboekte bedrag aan vakantie-uren binnen de materialiteit viel, heeft de onderneming niet aannemelijk gemaakt.

Maatregel

Waarschuwing in plaats van berisping voor de controlerend accountant en waarschuwing voor de reviewer/relatiebeheerder. De accountants hebben het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid geschonden door de opdracht tot het verrichten van transactiegerelateerde adviesdiensten niet schriftelijk vast te leggen en te bevestigen. Zij hebben niet onderkend dat het ook in dit geval belangrijk was de opdracht schriftelijk te bevestigen, omdat daarin formeel wordt vastgelegd welke positie zij zouden innemen ten opzichte van hun cliënt(en). Door de opdracht vast te leggen noch bevestigen hebben zij onduidelijkheid laten bestaan over:

  • de dienstverlening;
  • hun positie en rol;
  • wat hun opdrachtgever van hen mocht verwachten.

Annotatie Lex van Almelo

De inhoudelijke les van deze uitspraak is dat je ook een transactiegerelateerde adviesdienst verleent als je in de aanloop naar een feitelijke transactie cijfers en andere informatie levert. Voor zo’n dienst moet je een schriftelijke opdrachtbevestiging sturen om duidelijkheid te scheppen over de inhoud en reikwijdte van je diensten, over je rol en verantwoordelijkheden en over de manier van rapporteren. Het is niet voldoende om de belangrijkste opdrachtvoorwaarden tijdens een bespreking weer te geven op een dia.

Verder maakt de uitspraak duidelijk dat een beroep op verjaring een probaat middel is om de inhoudelijke behandeling van een klacht te voorkomen. Daarbij gaat het steeds om de vraag wanneer de klager heeft “geconstateerd of redelijkerwijs heeft kunnen constateren” dat het handelen of nalaten van de accountant in strijd is met de wettelijke en gedragsregels voor accountants of met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep.

Een klager kent die regels lang niet altijd dus wanneer moest de onderneming erop bedacht zijn dat het uitblijven van de opdrachtbevestiging bij een transactiegerelateerde adviesdienst tuchtrechtelijk verwijtbaar is? Volgens het college gaat het om het moment dat de klager kon weten dat de accountant zo’n bevestiging moet verstrekken en dat het mogelijk tuchtrechtelijke gevolgen kan hebben als de accountant dit niet doet. Welke eisen Standaard 5500N precies aan de opdrachtbevestiging stelt en in hoeverre de klager daarvan op de hoogte was, doet er volgens het college niet toe. De Accountantskamer vond de specifieke inhoudelijke eisen wel relevant.

Als de klager een belangenconflict constateert, kan het hem meteen duidelijk zijn dat dit wellicht tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De plicht objectief te zijn, is namelijk niet vastgelegd in een specifiek voorschrift dat in sommige gevallen toepasselijk is. Elke accountant moet zich houden aan het beroepsethische grondbeginsel van objectiviteit.

In dit geval was de onderneming al meer dan drie jaar vóór het indienen van de klacht op de hoogte van het belangenconflict. De klacht hierover is dus te laat ingediend. Daardoor staat niet vast dat de accountants het objectiviteitsbeginsel hebben geschonden door zonder toestemming van alle partijen en zonder adequate vastlegging adviesdiensten te verlenen aan verkoper en koper.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.