Tuchtrecht

Administratieve tekortkomingen wezen op fraude

Een registeraccountant had meer controlewerkzaamheden moeten uitvoeren en geen goedkeurende verklaring mogen geven bij de jaarrekening van een thuiszorgbureau dat fraudeerde met zorgdeclaraties.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
17/1413 en 17/1414
Datum uitspraak:
28 augustus 2018
Oordeel:
beroepen deels gegrond / klacht deels gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2018:460

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een thuiszorgbureau, dat zich voornamelijk richt op het leveren van thuiszorg, sluit overeenkomsten met zorgkantoren en maakt productieafspraken met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Een registeraccountant geeft in 2010 accountantsverklaringen af bij de nacalculaties over 2009 van drie zorgkantoren; daarin staat een oordeel met beperking. Bij de jaarrekening van het thuiszorgbureau, dat een contract heeft met deze kantoren, geeft zij op 21 mei 2010 een goedkeurende verklaring af.

Volgens het Controleprotocol Nacalculatie 2009 van de NZa moet de accountant vaststellen of het totaalbedrag dat de zorgaanbieder heeft gedeclareerd juist is. Daarvoor moet de accountant in ieder geval vaststellen dat de gedeclareerde zorg feitelijk is geleverd aan de verzekerde en dat de verzekerde beschikt over een geldig indicatiebesluit.

De accountant in kwestie gaf verklaringen af met een oordeel met beperking omdat drie zorgkantoren geen adequate urenregistratie hadden van de medewerkers op cliëntniveau. Daardoor had zij niet voldoende geschikte controle-informatie om te kunnen vaststellen dat de gedeclareerde zorg feitelijk aan de cliënt was geleverd. Ook ontbraken de indicatiebesluiten van een aantal cliënten. De accountant heeft daarom niet kunnen vaststellen of er eventueel correcties nodig waren.

Nadat gebleken is dat het thuiszorgbureau veel meer zorg heeft gedeclareerd dan daadwerkelijk was geleverd, beginnen de Inspectie SZW en de FIOD een onderzoek. De Inspectie SZW vordert afgifte van het controledossier voor de Nacalculaties 2009. De FIOD hoort onder anderen de accountant als verdachte. Het Openbaar Ministerie besluit de accountant niet te vervolgen.

De opvolgend accountant geeft bij de geconsolideerde jaarrekening over 2010 van de moedervennootschap van het thuiszorgbureau een verklaring van oordeelonthouding af vanwege gerede twijfel over de continuïteit. Het thuiszorgbureau wordt in 2012 failliet verklaard. De bestuurder van het bureau wordt eind 2015 veroordeeld wegens fraude. Hij heeft niet-gewerkte uren in rekening gebracht en duurdere zorg gedeclareerd dan was geleverd.

De curator vraagt het accountantskantoor herhaaldelijk en tevergeefs om het integrale dossier van de controle van de jaarrekening over 2009. Hij krijgt de stukken van de Inspectie SZW en voert op basis daarvan zelf een onderzoek uit. In een reactie op het conceptrapport meldt de accountant dat zij bij de controle van de post ‘wettelijk budget voor aanvaardbare kosten en/of subsidies’ volledig heeft gesteund op de controle van de nacalculatiestaten 2009 van de zorgkantoren en geen aanvullende werkzaamheden heeft verricht.

De curator dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer, die de klacht deels gegrond verklaart en een berisping oplegt. Zowel de accountant als de curator gaan in hoger beroep.

Beroepsgronden

Accountant

  • De klacht is te laat ingediend en had dus niet ontvankelijk moeten worden verklaard.
  • Bij het afgeven van de goedkeurende verklaring bij de jaarrekening 2009 was er wel degelijk voldoende geschikte controle-informatie voor de post ‘wettelijk budget voor aanvaardbare kosten en/of subsidies’.
  • De maatregel is disproportioneel.

Curator

De Accountantskamer heeft ten onrechte:

  • gezegd dat de bevindingen van de accountant bij de controle van de nacalculaties niet per definitie hoefden te wijzen op vervalsing of wijziging van administratieve gegevens;
  • gezegd dat de accountant de vervalsingen of de fraude niet per se had moeten ontdekken als zij wel adequate en voldoende controle-informatie had gehad bij de post ‘wettelijk budget voor aanvaardbare kosten en/of subsidies’;
  • de klacht onjuist geformuleerd.

Oordeel

Het beroep van de accountant is ongegrond, dat van de curator is deels gegrond.

Hoger beroep accountant

De Accountantskamer heeft de klacht terecht ontvankelijk verklaard. De accountant heeft de goedkeurende verklaring op 21 mei 2010 afgegeven en op 13 mei 2016 een klacht ingediend. Dat is net binnen de zesjaarstermijn. De klacht is ook ingediend binnen de driejaarstermijn, omdat de curator pas in juli 2015 kon weten of vermoeden dat de accountant tekort was geschoten. Pas toen kreeg de curator de stukken die de Inspectie SZW in beslag had genomen. Een brief, waarin een onderzoek wordt aangekondigd naar het handelen van de accountant, betekent nog niet dat de accountant redelijkerwijs kon weten dat de accountant vermoedelijk in strijd had gehandeld met de beroepsregels voor accountants, zoals het college al eerder heeft gezegd.

Bij de nacalculaties heeft de accountant accountantsverklaringen afgegeven met een oordeel met beperking. In die verklaringen staat onder meer dat zij door het ontbreken van een adequate urenregistratie van de medewerkers op cliëntniveau niet voldoende en adequate controle-informatie heeft kunnen verkrijgen of de gedeclareerde zorg feitelijk was geleverd aan de cliënt en dat van een aantal cliënten het indicatiebesluit ontbrak. Zij heeft dus niet kunnen vaststellen of het totaalbedrag gedeclareerde zorg eventueel moet worden gecorrigeerd.

Uit het dossier blijkt bovendien dat de accountant zich tijdens het controleproces heeft gerealiseerd dat:

  • zij er niet van kon uitgaan dat de post ‘wettelijke budget voor aanvaardbare kosten en/of subsidies’, die volledig was gebaseerd op de nacalculaties, geen afwijking van materieel belang bevatte;
  • een bevestiging van de zorgkantoren, dat geen kortingen zouden worden toegepast, van belang was voor de jaarrekening.

Zo staat in de notulen van een bespreking dat zij op dat moment geen uitspraak kan doen over de juistheid van de omzet. Het college is het dus niet met de accountant eens dat zij de nacalculaties als definitief mocht beschouwen op basis van de informatie die zij had. De informatie waaruit zou blijken dat de zorgkantoren akkoord waren met de nacalculaties vindt het college niet voldoende voor een goedkeurende verklaring. Dat geldt ook voor de verklaring van een bestuurder dat de nacalculaties als definitief konden worden beschouwd, omdat die informatie niet afkomstig was van de zorgkantoren zelf. Dat de zorgkantoren niet bij haar aan de bel hadden getrokken, wil ook niet per se zeggen dat deze akkoord gingen met de nacalculaties. De Accountantskamer heeft dus terecht gezegd dat de accountant niet voldoende geschikte controle-informatie had toen zij de goedkeurende verklaring afgaf.

Hoger beroep curator

De curator zegt terecht dat de Accountantskamer de verwijten uit het klaagschrift niet juist heeft omschreven. Het hoger beroep is op dit punt gegrond en het college beoordeelt dit klachtonderdeel daarom opnieuw, nu aan de hand van het klaagschrift.

De accountant heeft zelf aangegeven dat:

  • zij door het ontbreken van een adequate urenregistratie van de medewerkers op cliëntniveau niet heeft kunnen vaststellen of de gedeclareerde zorg feitelijk is geleverd aan de cliënt;
  • van een aantal cliënten het indicatiebesluit ontbrak.

Zij wist dus dat de vastleggingen van de gedeclareerde zorg ernstige tekortkomingen vertoonden. Om die reden kwam zij bij de controle van de nacalculaties met een oordeel met beperking. De tekortkomingen in de vastleggingen zijn volgens het college aanwijzingen voor mogelijke fraude, zoals bedoeld in de bijlagen 1 en 3 bij NV COS 240. De accountant had haar werkzaamheden voor de controle van de jaarrekening daarop moeten afstemmen.

Uit het dossier valt op te maken dat zij bij de voorbereiding van de controle twee frauderisico’s heeft gesignaleerd:

  • de volledigheid en juistheid van de omzetverantwoording;
  • de doorbreking van de AO/IB door de leiding van de huishouding.

Zij heeft het onderwerp fraude besproken met de directie en het risico op fraude laag ingeschat. Uit het verslag van de voorbereidingsfase noch uit andere stukken blijkt dat zij de feitelijke frauderisico’s expliciet heeft onderkend en haar controlewerkzaamheden daarop heeft afgestemd. De accountant heeft erkend dat zij bij de controle van de jaarrekening 2009 geen (nadere) controlewerkzaamheden heeft verricht voor de post ‘wettelijke budget voor aanvaardbare kosten en/of subsidies’.

Volgens het college heeft zij daarom niet gehandeld overeenkomstig NV COS 240, maar wel in strijd met het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid.

Maatregel

Berisping. De accountant heeft genoegen genomen met ontoereikende controle-informatie over de belangrijkste post van de jaarrekening. En hoewel zij wist van de administratieve tekortkomingen in de verantwoording van de gedeclareerde zorg heeft zij onvoldoende aandacht besteed aan de frauderisicofactoren bij die post en haar controlewerkzaamheden daaraan niet aangepast, zoals NV COS 240 voorschrijft.

Annotatie Lex van Almelo

De accountant kon niet vaststellen of drie contractanten van het thuiszorgbureau de zorg hadden geleverd die was gedeclareerd. Zij gaf daarom accountantsverklaringen af met een oordeel met beperking. Aan de declaraties van het thuiszorgbureau twijfelde zij kennelijk niet meer toen zij een goedkeurende verklaring afgaf bij de jaarrekening van dat bureau. En dat terwijl het ging om de belangrijkste post van de jaarrekening.

Als de administratie van het thuiszorgbureau of de contractanten ernstige tekortkomingen vertoont, kun je geen goedkeurende verklaring afgeven zonder nadere controlewerkzaamheden uit te voeren. Het college vindt de tekortkomingen in de vastleggingen van de verleende zorg aanwijzingen voor mogelijke fraude en daar moet je de controlewerkzaamheden op afstemmen. De accountant had te weinig aandacht voor de frauderisico’s.

Over de relatieve verjaringstermijn van drie jaar herhaalt het college dat die gaat lopen als de klager redelijkerwijs kan weten of vermoeden dat de accountant zijn of haar beroepsregels heeft overtreden. De aankondiging dat het handelen van de accountant wordt onderzocht is onvoldoende voor zo’n vermoeden of zulke wetenschap.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.