Tuchtrecht

Vijfenhalf jaar na constatering klagen is te laat

De klacht tegen een registeraccountant over diens goedkeurende verklaring is veel te laat ingediend en dus terecht niet ontvankelijk verklaard.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
17/1540
Datum uitspraak:
29 augustus 2018
Oordeel:
beroep ongegrond / klacht niet ontvankelijk
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2018:459

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant controleert van boekjaar 2008 tot en met boekjaar 2010 de jaarrekening van een holding, die deel uitmaakt van een groep die onder meer vastgoedobjecten ontwikkelt. Voor de ontwikkeling van een woon- en recreatiegebied sluit de holding in maart 2007 een raamovereenkomst met een beleggingsinstelling. De instelling doet op grond van deze overeenkomst een aanbetaling van 7,5 miljoen euro. De holding geeft de garantie dat zij een eigen vermogen in stand houdt van ten minste 7,5 miljoen euro. Zodra het eigen vermogen hieronder zakt, mag de instelling de aanbetaling terugvorderen.

De instelling vraagt de holding aan te tonen dat de eigenvermogenspositie van de holding per 1 oktober 2011 minstens 7,5 miljoen euro bedroeg. Het verzoek leidt medio november tot een bespreking tussen de instelling, de holding en hun externe accountants. De registeraccountant van de holding geeft eind november een goedkeurende controleverklaring af bij de jaarrekening 2010 van de holding. De instelling krijgt hiervan op 7 december 2011 een afschrift.

Ondertussen hebben de holding en het kantoor van de accountant ruzie gekregen over de controlewerkzaamheden en de kosten daarvan. Het kantoor en de accountant beëindigen de controle van de jaarrekening 2011 daarom tussentijds.

In maart 2017 dient de instelling een klacht tegen de accountant in, omdat hij:

a. ten onrechte een goedkeurende verklaring heeft afgegeven bij de jaarrekening van de holding, terwijl het vastgoed daarin substantieel te hoog was gewaardeerd en het eigen vermogen ultimo 2010 dus ook;

b. de instelling tijdens de bespreking onjuist heeft geïnformeerd over de waardering van de gebouwen en terreinen, de omvang van het resultaat en over het eigen vermogen van de holding;

c. de instelling ook na de bespreking een onjuiste voorstelling heeft gegeven van het eigen vermogen van de holding.

De Accountantskamer verklaart de klacht niet ontvankelijk, omdat die ruim drie jaar is ingediend nadat de instelling de verweten gedragingen had kunnen constateren. De beleggingsinstelling gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft

  1. de klachten onjuist ge(her)formuleerd;
  2. ten onrechte gezegd dat de verjaringstermijn al eind 2011 ging lopen.

Oordeel

Het beroep is ongegrond en de klacht niet ontvankelijk.

Ad 1

De Accountantskamer mocht bij de klacht de toelichting uit het klaagschrift betrekken en heeft terecht als uitgangspunt genomen dat de instelling de accountant verwijt dat hij een onjuiste waarderingsgrondslag heeft geaccepteerd voor duurzame waardeverminderingen van het vastgoed.

Ad 2

Eind 2011 had de instelling de beschikking over de jaarrekening 2009 en de jaarrekening 2010 van de holding. Over de waarderingsgrondslagen staat in de jaarrekening 2009 dat:

  • de materiële vaste activa worden gewaardeerd op aanschafwaarde, verminderd met lineair berekende afschrijvingen, gebaseerd op de verwachte economische levensduur;
  • duurzaam geachte waarderingen ten laste van het resultaat worden verantwoord als voor het collectief sprake is van een actuele waarde die lager ligt dan de boekwaarde;
  • de duurzaam geachte waardevermindering wordt teruggenomen ten gunste van de resultaten van dat boekjaar als die waardevermindering niet langer bestaat.

In de jaarrekening 2010 staat een grotendeels gelijkluidende passage. Gezien deze toelichtingen heeft de instelling eind 2011 kennis kunnen nemen van de gehanteerde waarderingsgrondslagen. De instelling heeft in hoger beroep ook erkend dat zij toen had kunnen weten dat de holding duurzame waardeverminderingen van haar vastgoed collectief en niet individueel waardeerde.

Volgens het college had een beleggingsinstelling, die werd bijgestaan door een accountant, toen al redelijkerwijs kunnen constateren wat zij de accountant meer dan drie jaar later verwijt, namelijk dat hij deze wijze van waarderen niet had mogen accepteren. De Accountantskamer heeft de klacht daarom terecht niet ontvankelijk verklaard.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

De eerste verdedigingslinie van een aangeklaagde accountant is dat de klacht niet in behandeling moet worden genomen omdat die te laat is ingediend. In dit geval heeft het ontvankelijkheidsverweer definitief succes. De klager had eind 2011 in de toelichting van de jaarrekening kunnen lezen hoe het vastgoed werd gewaardeerd. Vijfenhalf jaar later een klacht indienen dat de accountant de waarderingsgrondslagen ten onrechte heeft geaccepteerd, is gezien de verjaringstermijn van drie jaar duidelijk te laat.

De Wet tuchtrechtspraak accountants kent nog steeds twee verjaringstermijnen:

  • een relatieve termijn van drie jaar, die ingaat als de klager de verwijten redelijkerwijs heeft kunnen constateren;
  • een absolute termijn van zes jaar, die ingaat als de verweten handelingen zich voordoen.

De Tweede Kamer wil nog maar één – absolute – termijn van tien jaar. De verandering zou naar verwachting op 1 juli 2018 ingaan, maar zover is het nog niet gekomen. Het is niet duidelijk wanneer dat precies gaat gebeuren.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.