Tuchtrecht

'Voorlopige' continuïteitsparagraaf te positief

De controlerend accountant van Koops Furness heeft bij het uitbrengen van een concept-jaarrekening veel te stellig genoteerd dat hij verwachtte de jaarrekening goed te keuren. In hoger beroep krijgt hij hiervoor een zwaardere douw.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
17/1625 en 17/1626
Datum uitspraak:
17 september 2019
Oordeel:
deels gegrond respectievelijk ongegrond
Maatregel:
tijdelijke doorhaling van één maand in plaats van berisping
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2019:417

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

De controlerend accountant van autobedrijf Koops Furness* geeft een goedkeurende verklaring af bij de jaarrekening 2012 van de onderneming. De groep heeft in totaal ruim duizend werknemers en zet jaarlijks ongeveer 450 miljoen euro om met een - gemiddeld genomen - bescheiden winst. Het eigen vermogen bedraagt ultimo 2012 36 miljoen euro.

De controle van de conceptjaarrekening 2013 rondt de accountant niet af. Op 1 april 2014 beschrijft hij in zijn accountantsverslag 2013 de stand van dat moment voor de directie en de raad van commissarissen van de groep. Onder ‘Controleverklaring’ schrijft hij dat:

  • de controle van de jaarrekening 2013 nog niet volledig is afgerond;
  • een aantal posten in de jaarrekening nader zal worden onderbouwd door de directie;
  • de desbetreffende posten al wel zijn besproken met de accountant;
  • hij dan ook verwacht dat hij een goedkeurende controleverklaring zal verstrekken bij de enkelvoudige en de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap na afronding van de laatste werkzaamheden.

Op 22 augustus 2014 wordt Koops Furness op eigen aangifte failliet verklaard. Voormalige grootaandeelhouders en voormalige bestuurders dienen een klacht tegen de accountant in. De Accountantskamer verklaart de klacht gegrond en legt een berisping op. Zowel de klagers als de accountant gaan in hoger beroep.

Beroepsgronden

Accountant

De Accountantskamer heeft ten onrechte:

  1. de conceptjaarrekening beoordeeld als een afgerond stuk en de accountant daarom ten onrechte verweten dat hij de governance-organen van de onderneming niet heeft geïnformeerd over zijn bevindingen; de klagers wisten dat bij de bespreking hiervan nog diverse punten open stonden en de raad van commissarissen wist dat de “conclusie van de controle” voorlopig was;
  2. gezegd dat de accountant bij de immateriële activa op vier punten te weinig controlewerkzaamheden heeft uitgevoerd;
  3. gezegd dat de accountant te weinig controlewerkzaamheden heeft uitgevoerd bij de post goodwill;
  4. gezegd dat de accountant de belastingpositie in 2012 en 2013 niet diepgaand genoeg heeft gecontroleerd en niet heeft gezien dat latente belastingvorderingen en acute belastingverplichtingen in de balans waren gesaldeerd; de controle was nog niet afgerond en de gevolgen van de saldering waren niet materieel;
  5. gezegd dat de accountant niet heeft voldaan aan paragraaf 8 van NV COS 500, omdat in het controledossier niet te vinden is dat de accountant de taxaties heeft beoordeeld en of die voldoende geschikte controle-informatie opleverden; de dossiervorming was echter voldoende, want niet elke standaardhandeling moeten worden gedocumenteerd; de taxateur was bekend en verbonden aan een gerenommeerd kantoor van registertaxateurs en een opdrachtbevestiging was niet nodig;
  6. gezegd dat de accountant de in de balans opgenomen restwaardecorrectie van de off-balance sheet-leaseportefeuille onvoldoende heeft gecontroleerd en hierover te weinig heeft vastgelegd; dit is echter nooit een issue geweest en voor het autobedrijf zat hier geen risico van enig belang in; de accountant heeft uitvoerig aandacht besteed aan de berekening van de restwaardes en daarbij is nooit iets gebleken van enige onjuistheid in de waardering;
  7. gezegd dat de controle van de omschrijving van de waarderingsgrondslagen van de voorraden in de jaarrekeningen over de jaren 2012 en 2013 ontoereikend was, dat hij onvoldoende adequate controle-informatie had en dat hij niet duidelijk heeft gemaakt dat hij de marge op de voorraad gebruikte voertuigen voldoende heeft gecontroleerd;
    de gebruikers van de jaarrekening kunnen hierdoor nooit op het verkeerde been zijn gezet; verder heeft de accountant over de bijkomende kosten voor voorraden onderdelen en voertuigen geen onjuiste uitspraken gedaan en geen inhoudelijk oordeel gegeven; de accountant heeft de posten niet ieder jaar met dezelfde intensiteit gecontroleerd, maar was wel alert op aanwijzingen die controle nodig zouden maken; de Accountantskamer heeft ten onrechte aangenomen dat de informatie van BOVAG diende als externe controle-informatie;
  8. gezegd dat de accountant onvoldoende aandacht heeft besteed aan de aanvullende boekingen van 1,1 miljoen euro op het onderhanden werk; de controle 2013 had een voorlopige status en de boekingen maakten het beeld van de conceptjaarrekening 2013 niet minder getrouw; op basis van de mondelinge toelichting door de directie vond de accountant de gekozen verslaggeving niet onaanvaardbaar als de directie met de toegezegde onderbouwing zou komen;
  9. gezegd dat de mededeling in het accountantsverslag 2012 over de winstneming van de elektrificatiebonussen voor de Volvo V60 onvoldoende gefundeerd was; de Accountantskamer heeft hem alleen vragen gesteld over 2013, miskend dat de elektrificatiebonus voor de Volvo V60 een niet-materiële post is en genegeerd dat de klacht - dat de jaarrekening 2012 en de conceptjaarrekening 2013 geen getrouw beeld gaven - op geen enkele wijze is onderbouwd;
  10. gezegd dat de accountant in het accountantsverslag van 1 april 2014 onder verwijzing naar NV COS 570 heeft ingestemd met de continuïteitsveronderstelling, waardoor bij de lezer van het verslag ongerechtvaardigde verwachtingen konden worden gewekt; toen de raad van commissarissen vergaderde op 8 april 2014 was het duidelijk dat een materiële onzekerheid bestond over de continuïteit en dat de accountant van plan was een toelichtende paragraaf in de controleverklaring op te nemen.

Klagers

De Accountantskamer heeft ten onrechte:

I. het verwijt over zelftoetsing ongegrond verklaard; de accountant had over project 3 meer controle-informatie moeten verzamelen, omdat de waardering hiervan uitsluitend was gebaseerd op uitgangspunten en informatie van het management;

II. gezegd de accountant bij de post goodwill niet hoefde aan te dringen op impairment testing; de accountant heeft alleen maar het standpunt van de directie vermeld en heeft de post goodwill onvoldoende diepgaand en professioneel-kritisch gecontroleerd;

III. het verwijt ongegrond verklaard dat de accountant onvoldoende controlewerkzaamheden heeft verricht op de berekende restwaarden van contracten voor leaseauto’s die in de balans zijn opgenomen; uit de interne documenten die de accountant heeft overgelegd blijkt niet welke controle-documentatie en -informatie de accountant zelf heeft vergaard en welke controlewerkzaamheden hij vervolgens zelf heeft verricht;

IV. het klachtonderdeel over de post Debiteuren ongegrond verklaard; de accountant heeft niet aangetoond dat hij heeft gecontroleerd of de inschatting van de directie over de voorziening per balansdatum juist was; de accountant heeft zelf geconstateerd dat een en ander is misgegaan en heeft de post dubieuze debiteuren volledig buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van de hoogte van de voorziening;

V. het klachtonderdeel over voorzieningen en verplichtingen ongegrond verklaard, terwijl de accountant duidelijk onvoldoende aandacht heeft besteed aan deze post en zich niet heeft afgevraagd of Koops Furness eenzijdig afstand kon doen van haar voornemen om uitkeringen te doen;

VI. het klachtonderdeel over continuïteit ongegrond verklaard voor wat betreft de jaarrekening 2012; uit het controledossier blijkt niet dat de accountant de gehanteerde continuïteitsveronderstelling heeft gecontroleerd; de accountant had dit wel moeten doen nu het rendement onder druk stond en er defaults ontstonden op de ratio’s voor rentedekking en solvabiliteit die waren afgesproken met de banken.

Oordeel

Het hoger beroep van de accountant is deels gegrond, dat van de klagers ongegrond.

Hoger beroep accountant

Ad 1 Concept

Ook als de accountant het accountantsverslag 2013 aan de rvc heeft willen presenteren als concept zijn de bevindingen zo uitgesproken verwoord dat hij zich redelijkerwijs had moeten realiseren dat het verslag als (vrijwel) definitief zou worden gezien. In de begeleidende brief en in de samenvattende conclusie van de rapportage van 1 april 2014 heeft hij weliswaar aangegeven dat de controle nog niet was voltooid. Maar hij schreef ook dat de controle van de jaarrekening 2013 zo ver was gevorderd dat hij verwachtte een goedkeurende verklaring af te kunnen geven, hoewel enkele posten nog moesten worden onderbouwd.

Deze stellige bewoordingen wekken bij een gemiddelde lezer de verwachting dat een goedkeurende verklaring zal worden afgegeven. De accountant kan zich er vervolgens niet achter verschuilen dat het slechts een concept zou zijn. In dit verband is het onvoldoende dat in de begeleidende brief bij het accountantsverslag, de speaker notes en in de notulen van de vergadering van de raad van commissarissen de voorlopige status van het verslag duidelijker is vermeld.

Overigens kan een klacht tegen een concept wel degelijk ontvankelijk zijn.

Ad 2 Onvoldoende controlewerkzaamheden

De kritiek van de Accountantskamer spitst zich toe op vier punten:

A. voor de presentatie van de winst- en verliesrekening heeft de accountant de categoriale en de functionele indeling gecombineerd (uit artikel 2:377 BW lid 3 resp. 4) en de geactiveerde kosten van het eigen personeel niet gepresenteerd als een afzonderlijke regel;

B. de accountant heeft onvoldoende gedaan om de kosten van onderzoek en ontwikkeling betrouwbaar vast te stellen;

C. de accountant heeft de directie niet verteld dat de realiseerbare waarde van de immateriële vaste activa, die nog niet in gebruik waren genomen, niet was bepaald;

D. de accountant heeft, hoewel serieus moet worden betwijfeld of dat kon, de post ontwikkelingskosten voor ‘project 1’ aanvaard zonder een nadrukkelijk voorbehoud te formuleren bij de in 2013 geactiveerde kosten van dit project.

Ad A

Volgens de accountant is de hybride vorm van verslaggeving binnen de branche niet alleen gebruikelijk en algemeen geaccepteerd, maar ook het meest inzichtelijk voor wat betreft de verhouding tussen de kosten van productie, verkoop en beheer. Deze manier van verwerken is ook gewoon toegestaan onder het (normaal minder flexibele) IFRS.

Volgens college had de accountant voor het vereiste inzicht in het accountantsverslag 2013 en in de toelichting van de jaarrekening moeten aangeven dat de verslaggevingssystemen werden gecombineerd en wat daarvan de consequentie was. Het gevolg hiervan was namelijk dat de geactiveerde kosten van het eigen personeel niet zichtbaar waren.

Ad B

Het gaat hier volgens de accountant om posten die geen risico op een materiële onjuistheid kennen, terwijl de kosten voor project 1 en 2 ook feitelijk niet materieel waren. Niettemin heeft hij meer gedaan dan het werkprogramma en de NV COS voorschrijven.

Volgens het college en NV COS 200 (paragraaf A31 en volgende) is het de vraag of er voldoende geschikte controle-informatie was om het controlerisico terug te brengen naar een aanvaardbaar laag niveau, zodat de accountant voldoende redelijke conclusies kan trekken om zijn oordeel op te baseren.

Het controlerisico vloeit voort uit de risico’s op een afwijking van materieel belang en het ontdekkingsrisico. De risico’s op een afwijking van materieel belang kunnen bestaan op het niveau van:

  1. de financiële overzichten als geheel;
  2. beweringen voor transactiestromen, rekeningsaldi en in de financiële overzichten opgenomen toelichtingen.

In het eerste geval gaat het om risico’s die een diepgaande invloed hebben op de financiële overzichten als geheel en potentieel op vele beweringen. In het tweede geval gaat het om risico’s die worden ingeschat om de aard, timing en omvang te bepalen van de controlewerkzaamheden die nodig zijn om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen.

De stelling dat het om niet-significante posten gaat, vindt het college te ongenuanceerd. Op het niveau van de holding is de post wel significant. Wel mag een accountant de aard en omvang van de controlewerkzaamheden afstemmen op zijn inschatting van het risico op een materiële onjuistheid. Bij gebrek aan een verantwoordingssysteem voor de bestede uren mocht de accountant uitgaan van de schatting van de projectmanagers. In de ogen van het college heeft de accountant voldoende werkzaamheden verricht om de geactiveerde kosten te controleren.

Ad C

In tegenstelling tot de accountant vindt het college dat het oordeel over verwijt C wel degelijk is te herleiden tot het klaagschrift. Bij de controle van de jaarrekening 2012 heeft de accountant volgens het college de directie er niet op gewezen dat de realiseerbare waarde van de nog niet in gebruik genomen immateriële activa niet was bepaald, zoals RJ 210.419 voorschrijft. Over 2012 is dit klaarblijkelijk niet onderzocht.

Bij de jaarrekening 2013 was het immaterieel actief van project 1 en project 3 inderdaad vrijwel volledig in gebruik genomen, maar de accountant had hierbij de realiseerbare waarde moeten toetsen.

Ad D

Zoals gezegd moest de realiseerbare waarde vastgesteld zijn en had de accountant deze moeten toetsen dan wel moeten uitleggen waarom hij dat niet heeft kunnen doen. De accountant heeft geen van tweeën gedaan.

Ad 3 Goodwill

De accountant wijst er in dit verband nogmaals op dat de controle 2013 nog niet was afgerond en het concept-accountantsverslag geen definitief stuk was, laat staan met een accountantsverklaring. De accountant ziet niet in waarom hij had moeten aandringen op een impairment test, omdat dat pas moet als er goodwill is betaald.

Het college onderschrijft het oordeel van de Accountantskamer. De accountant heeft over 2013 ten onrechte verklaard dat de goodwill kon worden verhoogd met 0,8 miljoen euro, zonder aan te dringen op impairment testing van deze post.

Ad 4 Latente belastingvorderingen

De accountant heeft erkend dat het salderen van latente belastingvorderingen en acute belastingverplichtingen in de balans niet was toegestaan en heeft hij toegegeven dat hij de saldering niet heeft opgemerkt.

Ad 5 Machines en inventaris

In paragraaf 8 van NV COS 500 staat hoe de accountant moet omgaan met informatie van een deskundige die het management heeft ingeschakeld. In dat geval moet de accountant:

  • de competentie, capaciteiten en objectiviteit van die deskundige evalueren;
  • inzicht verwerven in het werk van die deskundige;
  • evalueren in welke mate het werk van die deskundige geschikt is als controle-informatie voor de desbetreffende bewering.

De accountant heeft hierover niets vastgelegd en dit ook niet betwist. Daardoor heeft hij niet voldaan aan de controlestandaarden. 

Ad 6 Leaseauto’s

Het oordeel van de Accountantskamer staat inderdaad los van de klacht en het verwijt dat de accountant onvoldoende controlewerkzaamheden zijn verricht, is daarom inderdaad niet terecht.

Ad 7 Voorraden

Volgens de Accountantskamer ontsloeg de tweejaarlijkse herberekening van de opslagen de accountant niet van de verplichting om voldoende en adequate controle-informatie over de opslagen in 2012 te vergaren. Het college vindt het voor 2012 echter voorstelbaar dat de accountant voor de tweejaarlijkse controle alleen maar heeft gekeken naar de afwijking ten opzichte van het voorgaande jaar. Gezien het totaalbedrag in relatie tot het bedrag van de opslag was een verwijzing naar 2011 voldoende; er was op zichzelf geen aanleiding om deze post alsnog intensiever te controleren.

Voor 2013 heeft de accountant echter wel degelijk nagelaten in zijn concept-accountantsverslag 2013 te vermelden dat er nog vragen openstonden bij de post voorraden. Dat het stuk nog maar een concept doet er niet toe.

De accountant heeft de gehanteerde verwachte marge van 0,8 procent voor de waardering van de voorraad gebruikte voertuigen onvoldoende gecontroleerd. De accountant heeft alleen een memorandum overgelegd waarin hij beredeneert waarom de waarderingsmethode aanvaardbaar was voor de kostprijs.

De accountant heeft echter ook geconstateerd dat in 2012 fouten waren gemaakt bij de voorraadwaardering. Uit het memorandum en het accountantsverslag 2013 blijkt echter niet wat hij heeft gedaan om de marge op de voorraad gebruikte voertuigen te controleren. Dat de gemiddeld gerealiseerde marge op gebruikte auto’s over 2013 0,7 procent bedroeg en dat Koops Furness daarom mocht uitgaan van een verwachte marge van 0,8 procent, heeft de accountant slechts achteraf beredeneerd.

Deze beroepsgrond slaagt alleen op het punt van de controle van de opslagen die in 2012 zijn begrepen in de voorraadwaardering.

Ad 8 Onderhanden werk

De accountant had al in 2012 geconstateerd dat deze post extra aandacht behoefde. Bij de controle 2013 bleek er een verschil te zijn van 1,1 miljoen euro, wat een substantieel verschil is op een totaal van 3 miljoen. Gezien dit verschil en het uitblijven van een adequate onderbouwing had de accountant dit expliciet moeten benoemen in zijn concept-accountantsverslag 2013.

Ad 9 Inkoopbonussen

De bonussen zijn op het verkeerde moment verantwoord, waarbij ultimo 2012 een vordering van 350 duizend euro in de jaarrekening is opgenomen. De accountant kende de voorwaarden voor toekenning van de elektrificatiebonussen niet. Daarom heeft hij onvoldoende werkzaamheden verricht om het tijdstip van winstneming van de elektrificatiebonussen te beoordelen. Hij heeft niet kunnen controleren of de vordering ultimo 2012 terecht en tot het juiste bedrag was opgenomen.

Ad 10 Continuïteit

Over de continuïteitsveronderstelling schrijft de accountant in het accountantsverslag van 1 april 2014 dat hij rekening houdt met de verantwoordelijkheden van de accountant uit NV COS 570 in verband met de gehanteerde continuïteitsveronderstelling. Op basis van de kasstroomprognose voor 2014-2015 is hem “niet gebleken dat continuïteit van de groep niet mogelijk is”. De accountant voegt eraan toe “dat het wel een uitdagend jaar zal worden” en dat de directie dit goed heeft verwoord in de inleiding op de jaarrekening onder de Basis van presentatie en financiering.

Daar schrijft de directie dat:

  • de liquiditeit van de groep onder druk heeft gestaan, onder meer door de forse toename van activiteiten in de personenwagendivisie eind 2013 als gevolg van uitlevering van fiscaalvriendelijke (hybride) voertuigen;
  • tijdelijk additionele financiering heeft gekregen van het bankenconsortium;
  • ook voor het komende boekjaar druk op de liquiditeit verwacht;
  • de huidige financieringsstructuur (die afloopt in januari 2015) in overleg met de financiers moet worden aangepast om de beoogde toekomstige groei te kunnen realiseren;
  • hierover verkennend overleg met betrokken partijen wordt gevoerd;
  • zij vertrouwt op een positieve uitkomst van dit overleg;
  • de groep in de huidige markt wil blijven bouwen, groeien en excelleren;
  • deze uitgangspunten ten grondslag liggen aan de begroting 2014 en de meerjarenprognose;
  • dit vorm geeft door een constante focus op de (loon)kostenontwikkeling en werkkapitaalmanagement en anderzijds strategische keuzes concreet uit te werken;
  • zij op basis van deze maatregelen verwacht de operationele bedrijfsresultaten te kunnen beheersen;
  • zij vertrouwt op duurzame voorzetting van de groep en de jaarrekening 2013 daarom is opgesteld op basis van continuïteit.

De accountant kan zich vinden in deze toelichting en zal daarnaar verwijzen in zijn controleverklaring, zonder afbreuk te doen aan zijn oordeel. In het accountantsverslag schrijft de accountant over de continuïteitsveronderstelling dat:

  • hij NV COS 570 in acht heeft genomen;
  • de directie “hiertoe” de aanpassing van de financiering heeft toegelicht;
  • de directie hem heeft voorzien van de kasstroomprognose voor 2014-2015;
  • hem op basis van deze prognoses niet is gebleken dat continuïteit van de groep niet mogelijk is.

Volgens het college heeft de accountant hiermee de suggestie gewekt dat hij een oordeel heeft gevormd over de continuïteit van de groep door voldoende geschikte controle-informatie te verzamelen over het hanteren van de continuïteitsveronderstelling en over een mogelijke materiële onzekerheid over de continuïteit. Die suggestie wekt hij ook als hij schrijft dat hij zich kan vinden in de toelichting op het hanteren van de continuïteitsveronderstelling en zijn aankondiging dat hij daarnaar zal verwijzen in de controleverklaring.

Deze mededelingen vinden geen steun in de controlewerkzaamheden. De accountant heeft een en ander gepresenteerd in veel te positieve bewoordingen en had geen goedkeurende verklaring in het vooruitzicht mogen stellen gezien:

  • de vragen die nog openstonden;
  • de onzekere financiële positie van het bedrijf (nu de herfinanciering door banken nog niet zeker was gesteld);
  • de lastige situatie in de automotivemarkt.

Het college vindt de handelwijze van de accountant “des te onbegrijpelijker” nu hij in zijn verslag constateert dat de groep naar verwachting in 2014 zeer geringe ruimte binnen haar kredietlijnen zal hebben en dat dit de nodige spanningen op liquiditeit oplevert. Bovendien heeft de accountant zelf geadviseerd de ontwikkelingen in liquiditeit en de verwachtingen op korte en middellange termijn in liquiditeit zeer stringent te blijven monitoren.

De accountant heeft bij de lezer van het accountantsverslag van 1 april 2014 verwachtingen gewekt die niet gerechtvaardigd werden door de controlewerkzaamheden die hij op dat moment had uitgevoerd. Dat degenen aan wie hij rapporteerde wisten hoe de vork financieel in de steel zat – wat de klagers overigens bestrijden – neemt niet weg dat hij alleen voldoende gefundeerde mededelingen mag doen.

Hoger beroep klagers

Ad I Kosten voor onderzoek en ontwikkeling

De klagers vinden dat de accountant meer controlewerkzaamheden had moeten uitvoeren. De desbetreffende rapportage is echter helemaal niet gebruikt om de geactiveerde boekwaarde te controleren. Dat de accountant dit impliciet zou schrijven in zijn verweerschrift is niet voldoende om dit verwijt te onderbouwen.

Ad II Goodwill

De Accountantskamer heeft op grond van de beschikbare informatie over deze post in de jaarrekening 2012 gezegd dat er geen reden was om aan te dringen op impairment testing. Het college is het daarmee eens.

Ad III Leaseauto’s

De klagers gaan er ten onrechte van uit dat de accountant en de Accountantskamer zich baseren op interne documenten van het bedrijf. De ‘Analyse remarketing 2013 …’ is een draaitabel die de accountant heeft opgesteld op basis van alle grootboektransacties op de grootboekrekeningen die zijn gerelateerd aan remarketing. Uit het document blijkt dat de accountant deze gegevens heeft geanalyseerd, het overzicht in de controle heeft betrokken en op dit punt werkzaamheden heeft verricht.

Ad IV Debiteuren

Uit een e-mailbericht van de accountant blijkt dat hij eind juli 2014 heeft geconstateerd dat er iets mis lijkt te zijn met de analyse van de debiteuren die hij heeft gekregen. Uit die analyse volgt dat medio februari 2014 2,3 miljoen euro open stond, waartegenover een voorziening dubieuze debiteuren staat van 1,2 miljoen euro. De post dubieuze debiteuren bedraagt echter 4,1 miljoen euro, terwijl in het restbedrag van 2,3 miljoen euro intercompany-vorderingen zitten (die wegvallen bij het consolideren) en vorderingen op funders die kunnen worden verrekend met maandtermijnen lease.

Uit de stukken die de Accountantskamer zag, blijkt niet dat de accountant het verschil zou hebben ontdekt bij een beter uitgevoerde controle. Het e-mailbericht en 25 juli 2014 en een bericht van de controller aan de directeur Finance & Control bevestigen alleen maar dat er iets fout is gegaan, maar niet dat de accountant onjuist zou hebben gehandeld.

Ad V Verplichtingen/voorzieningen

De accountant heeft de expected loss-garantie aantoonbaar gecontroleerd en hierover vragen gesteld aan ABN Amro. De Accountantskamer heeft terecht gezegd dat een en ander voldoende adequaat is weersproken. Ook wat de terugkoopverplichtingen betreft valt de accountant geen verwijt te maken, omdat het gaat om een geringe, niet-materiële post van 0,2 miljoen euro. Verder onderzocht de accountant nog of Koops Furness het bedrag van 473.803 euro aan crediteuren kon laten vrijvallen en heeft de accountant voldoende aannemelijk gemaakt dat er geen jubileumuitkeringen zijn gedaan.

Ad VI Continuïteit

De accountant heeft in hoger beroep een memo van 14 mei 2013 overgelegd met de titel ‘Rechtvaardiging continuïteitsveronderstelling’. Hieruit blijkt dat de accountant het akkoord van de banken over nieuwe financieringsvoorwaarden voor 2013 heeft geverifieerd en informatie daarover in het controledossier heeft gestopt.

Uit het memo blijkt ook dat de accountant met de directie heeft gesproken over de doorkijk voor de jaren 2012-2015 die zij aan de banken heeft verstrekt en dat de accountant zich kon vinden in die analyse. Het controleteam gaat in het memo ook in op de kenmerken van de verstrekte kredietfaciliteiten.

Maatregel

Tijdelijke doorhaling voor één maand. De tuchtrechtelijke verwijten zijn zo ernstig dat de opgelegde berisping niet passend is, ook niet nu enkele verwijten in hoger beroep geen stand houden. Het moet de accountant zwaarder worden aangerekend dat hij de continuïteitsparagraaf zonder voorbehoud in veel te positieve termen heeft verwoord. Hoewel het een concept-verslag was, zijn banken en financiers hierdoor op het verkeerde been gezet of konden dat worden.

Annotatie Lex van Almelo

Hoewel de accountant in hoger beroep op drie onderdelen zijn gram haalt en het hoger beroep van de klagers ongegrond is, krijgt de accountant toch een zwaardere tik op de vingers dan in eerste instantie. De controle van de laatste jaarrekening vóór het faillissement van de onderneming was nog niet afgerond, schreef de accountant in zijn accountantsverklaring. Dat voorbehoud is niet duidelijk genoeg als je vervolgens ook schrijft dat de controle van de jaarrekening zo ver is gevorderd dat je verwacht een goedkeurende verklaring te kunnen verstrekken als de directie enkele posten alsnog onderbouwt.
Volgens het college wekken deze stellige bewoordingen bij een gemiddelde lezer de verwachting dat een goedkeurende verklaring zal worden afgegeven. En dan kun je je er als accountant achteraf niet achter verschuilen dat het slechts een concept zou zijn.

Te positief is de accountant ook over de continuïteitsveronderstelling. Hoewel de directie zelf met informatie komt die twijfel oproept over de toekomst neemt de accountant genoegen met de toelichting, de aangepaste financiering en de kasstroomprognose voor 2014-2015. Kort voor het faillissement schrijft hij in zijn accountantsverslag dat hem op basis van deze prognoses niet is gebleken dat continuïteit van de groep niet mogelijk is. Ook schrijft hij dat hij zich kan vinden in de toelichting op het hanteren van de continuïteitsveronderstelling en dat hij daarnaar zal verwijzen in de controleverklaring.
Hiermee suggereert de accountant ten onrechte dat hij zich een oordeel heeft gevormd over de continuïteit van de groep op basis van voldoende geschikte controle-informatie.

De accountant heeft op andere punten ook onvoldoende controlewerkzaamheden uitgevoerd. De zaak laat echter vooral zien dat continuïteit terecht een speerpunt is voor de beroepsgroep.

*) De naam van het bedrijf is in een handomdraai gegoogeld.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.