Tuchtrecht

Partijdig, niet integer en onnozel bij boerenfamilieruzie

Een accountant-administratieconsulent is de huisaccountant van een maatschap, maar trekt de ene maat voor en veronachtzaamt de belangen van een andere.

Accountantskamer

Zaaknummers:
19/957 Wtra AK
Datum uitspraak:
16 december 2019
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
nog niet definitief
Status:
tijdelijke doorhaling voor twee weken
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2019:85

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een vader, zijn bv en zijn drie zoons zijn vennoot van een melkveehoudersmaatschap. Voor het gemak noemen we de zoons Relus, Driekus en Teus. Relus treedt al na een jaar uit de maatschap. In 2015 krijgt de vader ruzie met Driekus. Driekus staakt tijdelijk zijn werkzaamheden voor het bedrijf.

Een accountant-administratieconsulent stelt de jaarrekening 2015 van de maatschap samen. In zijn accountantsrapport schrijft onder meer:

  • wie de vennoten zijn in de maatschap;
  • dat de maatschap landerijen en bedrijfsgebouwen gebruikt die op naam staan van de vader, Driekus en Teus;
  • hoe het grondeigendom verdeeld is.

In maart 2017 bespreken de drie vennoten op het accountantskantoor de ontbinding van de maatschap per 1 januari 2017. Aan het eind van dat jaar richten Teus en zijn echtgenote ergens anders een nieuwe maatschap op, waarin zij per 1 januari 2018 een melkveebedrijf exploiteren, dat overigens eigendom is van de vader.

In een overleg met de accountant bespreekt Driekus hoe hij de maatschap zou kunnen verlaten. Na afloopt schrijft hij de accountant dat deze bij het verzorgen van de aangifte en jaarstukken voor 2017 niet moet doen alsof Driekus geen maat meer is. Hij heeft namelijk duidelijk aangegeven dat dit niet juist is en dat hij in 2017 gewoon nog maat in de maatschap is.

De accountant mailt Driekus in mei 2018 dat:

  • Driekus alleen in de maatschap kan blijven als de vennoten gezamenlijk praten en iedereen het ermee eens is;
  • de jaarrekening in 2017 al in concept klaar is, zonder dat Driekus daarin is opgenomen als maat;
  • de vader zich hoofdelijk aansprakelijk wil stellen voor de vordering van ongeveer drie ton die Driekus op de maatschap krijgt als hij per 31 december 2015 uittreedt;
  • de jaarrekening 2016 eraan komt.

Aan de adviseur van Driekus laat de accountant weten dat de vader en Teus ervan uitgaan dat de maatschap al op 31 december 2015 is ontbonden. Dit blijkt uit een handgeschreven notitie uit mei 2018 van vader die in zijn bezit is. Verder zal de accountant zich niet bemoeien met dit dossier.

Driekus laat medio 2018 beslag leggen onder de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) om te voorkomen dat de fosfaatrechten van de maatschap worden verkocht aan de maatschap van Teus. Vervolgens dagvaardt Driekus zijn vader, de bv, Teus, diens vrouw en hun maatschap. Hij wil dat de rechtbank voor recht verklaart dat hij mede gerechtigd is tot de stille reserves die zijn gelegen in de fosfaatrechten. Ook vraagt hij alvast om de (concept)jaarrekening 2016 van de maatschap, die hij in maart 2018 ontvangt.

In april 2019 stuurt de accountant een berekening van de vermogenspositie van Driekus per 31 december 2015 aan de vader en Teus. Exclusief privé en loonbedrijf is het saldo aan vermogen dan 381.425 euro. De accountant heeft hierbij de waarde van de gronden van Driekus gehalveerd, omdat deze gronden waren ingebracht in verpachte staat. Verder gaat de accountant ervan uit dat Driekus geen recht heeft op de stille reserves, omdat vader die uitdrukkelijk zou hebben voorbehouden. Vader Nelis gebruikt de berekening in de civiele procedure bij de rechtbank.

Op verzoek van Driekus heeft een ander accountantskantoor ook zijn vermogen in het melkveebedrijf berekend. Dit kantoor komt uit op een waarde van 3.030.568 euro. In de jaarrekening 2016 staat echter dat:

  • Driekus per 1 januari 2016 uit de maatschap is getreden;
  • zijn vermogen de vorm heeft van een vordering op de maatschap;
  • Driekus een familielening heeft verstrekt van 381.425 euro om de overname van zijn aandeel in de maatschap te financieren;
  • de lening in overleg wordt afgelost en hiervoor geen rente is verschuldigd.

Driekus dient een klacht tegen de huisaccountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft:

  • niet de vereiste objectiviteit en onpartijdigheid in acht genomen, omdat hij als accountant van de maatschap alleen de belangen van vader Nelis en broer Teus heeft behartigd;
  • onzorgvuldig en niet-integer gehandeld.

Oordeel

De klacht is gegrond.

De accountant zegt dat hij geen standpunt heeft willen innemen in het conflict en juist heeft geprobeerd een oplossing te vinden. Wel heeft hij zich naar eigen zeggen bij het opstellen van de jaarrekening 2016 onvoldoende gerealiseerd dat er nog discussie bestond over het moment van uittreden. De berekening van Driekus’ vermogen was bedoeld om een idee te hebben van wat er bij diens uittreding moest worden uitgekeerd.

Omdat de accountant op de hoogte was van het conflict tussen vader Nelis en Driekus vindt de Accountantskamer dat hij duidelijk moet hebben geweten dat de belangen van Driekus tegenover die van zijn vader en de overige maten stonden. Als accountant had hij toereikende maatregelen moeten treffen om deze mogelijke bedreiging voor zijn objectiviteit tegen te gaan. Hij heeft die bedreiging echter niet onderkend.

Bij het samenstellen van de jaarrekening 2016 had hij moeten verifiëren of Driekus inderdaad per 1 januari 2016 uit de maatschap was getreden. Hij wist immers dat er discussie bestond over het moment van uittreden en kon er dus niet zonder meer kon uitgaan dat het klopte wat de vader hierover zei. Driekus zou hem pas ná het samenstellen van de jaarrekening hebben verteld dat hij akkoord ging met deze datum. Maar de accountant heeft de inhoud van het gesprek niet vastgelegd.

Dat wreekt zich nu Driekus zegt dat zij alleen hebben gesproken over uittreding per 1 januari 2017, terwijl die datum ook naar voren komt uit de overgelegde stukken. De accountant heeft hierdoor in strijd gehandeld met NV COS 4410 (paragraaf 32) en de fundamentele beginselen van objectiviteit en van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Bovendien bevat de jaarrekening 2016 informatie die materieel onjuist is, nu daarin staat dat Driekus de maatschap per 1 januari 2016 heeft verlaten. De accountant kwam er volgens hem in mei 2018 achter dat dit onjuist was. Daarom had hij toen in actie moeten komen om deze onjuistheid te corrigeren en de beoogde gebruikers van de jaarrekening hierover te informeren. Omdat de accountant geen enkele maatregel heeft getroffen, heeft hij ook het integriteitsbeginsel geschonden.

In het verzoek van de vader om bij benadering de vermogenspositie van Driekus te berekenen, had hij een bedreiging moeten zien voor zijn objectiviteit. Als accountant van de maatschap was hij toen immers ook de accountant van Driekus. Hij had zich dus moeten afvragen of hij de opdracht van de vader had kunnen aannemen, maar heeft die afweging niet gemaakt.

Volgens NV COS 5500N (Transactiegerelateerde adviesdiensten) had hij de opdracht voor de berekening schriftelijk moeten vastleggen, net als het doel, de aard en de omvang van de dienst en de afspraken over de verspreiding van het rapport. Deze punten hadden ook moeten staan in het rapport met de berekening. De accountant heeft de mondelinge opdracht echter niet schriftelijk bevestigd.

Hij heeft ook niets vermeld over de verspreiding en het doel van de berekening, terwijl hij wist dat er een civiele procedure liep tussen Driekus en de andere maten. Vanwege het voorbehoud van vader bij de stille reserves en de onenigheid die daarover nog bestond had de accountant Driekus moeten informeren over de berekening en hem daarop laten reageren.

De accountant heeft bovendien het fundamentele beginsel van objectiviteit geschonden, omdat hij bij het opstellen van de berekening hoofdzakelijk heeft gelet op de belangen van de vader. Hij is immers uitgegaan van de grond in verpachte staat en van een voorbehoud van de vader bij de stille reserves. En dat leidde tot een lager vermogen voor Driekus. De accountant heeft zich dus ongepast laten beïnvloeden.

Maatregel

Tijdelijke doorhaling voor twee weken. De accountant heeft in strijd gehandeld met drie fundamentele beginselen, waarvan hij het belang – gezien zijn houding op de zitting -  niet lijkt in te zien.

Annotatie Lex van Almelo

Of het nu gaat om ruzie tussen aandeelhouders, vennoten, maten, echtelieden, familieleden of erfgenamen – de accountant loopt hierbij altijd het gevaar te veel partij te kiezen als hij niet oplet. En meestal valt de keuze dan uit in het voordeel van degene die zijn factuur betaalt.

In dit geval gaat het om een ruzie in de maatschap van een boerenfamilie. Eén zoon had kennelijk al snel door dat hij niets in het melkveebedrijf te zoeken had als vennoot en vertrok al eerder. Een andere zoon kreeg later ruzie met zijn vader, de belangrijkste maat, maar wilde aanvankelijk niet uittreden.

In dit krachtenveld stelde een accountant de jaarrekening van de maatschap samen en berekende hij bij benadering wat de maatschap zou moeten betalen als deze zoon ook zou uittreden. Bij het samenstellen verifieerde hij niet op tijd of de in onmin geraakte zoon inderdaad was uitgetreden toen het boekjaar begon. En bij de berekening van wat deze zoon van de maatschap te goed had, liet hij zich ook te veel beïnvloeden door de vader. Dat was extra laakbaar, omdat de vader de berekening zou gebruiken in een civiele procedure. Bovendien heeft de accountant niets gedaan om gebruikers te informeren over de fout in de jaarrekening.

Het resulteert in overtredingen van Standaard 4410 en 5500N en schendingen van het vakbekwaamheids- en deskundigheids-, objectiviteits- respectievelijk integriteitsbeginsel. Omdat de accountant (het belang van) deze beginselen niet kent, krijgt hij een stevige douw.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.