Tuchtrecht

Jaarrekening samengesteld achter rug firmant om

Een registeraccountant zet zijn werk voor een vof voort, achter de rug om van de firmante die ruzie heeft met de andere.

Accountantskamer

Zaaknummers:
19/1189 en 19/1190 Wtra AK
Datum uitspraak:
20 maart 2020
Oordeel:
deels gegrond resp. ongegrond / niet-ontvankelijk
Maatregel:
waarschuwing resp. geen
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2020:26

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een boerin heeft sinds 1969 een rundveeteeltbedrijf met haar man. Als die in 2008 overlijdt, zet zij het bedrijf alleen voort. In 2010 gaat zij met haar zoon een vennootschap onder firma aan. De zoon houdt er ook nog een eigen pluimveebedrijf op na. De verhoudingen tussen de twee firmanten zijn goed, totdat er in 2016 onderhandeld moet worden over de overname van de veeteeltfirma.

Een accountantskantoor verzorgt de jaarrekeningen en de belastingaangiften van de firma over 2011 tot en met 2014. Een accountant-administratieconsulent stelt de jaarrekeningen samen en verzorgt ook de privé-aangiften; een tweede AA geeft de samenstellingsverklaringen af.
Als de weduwe bij de onderhandelingen ruzie krijgt met haar zoon, begint zij te twijfelen aan de gang van zaken tijdens de voorgaande jaren en aan de kwaliteit van het accountantswerk.

De weduwe dient een klacht in tegen de samenstellend AA, tegen de AA die de jaarrekening mede ondertekende als directielid en tegen de registeraccountant die directeur is van het kantoor. De Accountantskamer legt hun een waarschuwing op, omdat zij zonder instemming van de cliënt belastingaangiften hebben ingediend.

Ondertussen procedeert de zoon tegen zijn moeder, omdat die de overnamecontracten niet nakomt. De rechtbank wijst de vordering van de zoon in mei 2018 af, omdat de moeder niet wist waarvoor zij tekende. De moeder vraagt het accountantskantoor om de (concept-)jaarrekeningen van de veeteeltfirma over de jaren 2015, 2016 en 2017. De registeraccountant zegt haar dat er in opdracht van de zoon alleen jaarrekeningen zijn opgesteld voor de pluimveefirma, maar niet voor het veeteeltbedrijf. Dat laatste is niet gedaan omdat beide vennoten daarvoor opdracht moeten geven.

In juni 2018 stelt de weduwe het accountantskantoor aansprakelijk voor het niet nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de opdracht (die in december 2011 is gegeven). Het kantoor wijst elke aansprakelijkheid af en legt uit dat het opstellen van jaarstukken niet mogelijk was, omdat:

  • beide vennoten daarvoor opdracht moesten geven;
  • de veeteeltfirma niet herleeft door het vonnis van de rechtbank en de juridische situatie daardoor nog onduidelijk was.

De weduwe vindt het niet-opstellen van jaarstukken contractbreuk, maar heeft in de eerste klachtprocedure gezegd dat haar handtekening onder de opdracht uit 2011 is vervalst. Die bewering staat volgens het accountantskantoor haaks op de poging om nakoming van die opdracht af te dwingen. Het kantoor vraagt haar dit op te helderen en stelt voor om te kijken in hoeverre de kwestie in overleg kan worden opgelost.

Begin 2019 stelt de weduwe het kantoor per brief in gebreke wegens het:

  • niet toesturen van de jaarrekeningen over 2015, 2016 en 2017;
  • niet toesturen van besprekingsverslagen;
  • het onterecht factureren van kosten bij de firma.

In die brief beklemtoont de weduwe “nog eens” dat het kantoor geen werkzaamheden mag verrichten voor de firma zonder de nadrukkelijke goedkeuring van haar of haar gemachtigde. Het accountantskantoor laat haar opnieuw weten dat:

  • het wil overleggen;
  • er volgens de weduwe geen klantrelatie meer was en zij al in september en oktober 2016 te kennen had gegeven dat er geen werkzaamheden meer voor de vof mochten worden verricht;
  • de juridische situatie onduidelijk was en het opstellen van jaarstukken daardoor onmogelijk.

De weduwe dient een klacht in tegen de registeraccountant en een accountant-administratieconsulent van het kantoor.

Klacht

De accountants:

a. hebben de overeengekomen werkzaamheden gestaakt zonder dit kenbaar te maken, maar wel een concept-jaarrekening 2015 voor de vof opgesteld zonder haar daarin te kennen;

b. ontkennen het document ‘Zakelijke rekening melkrundveehouderij’ te hebben opgesteld, terwijl de gegevens die daarin zijn verwerkt wel degelijk door het kantoor zijn geleverd;

c. beweren ten onrechte dat er geen werkzaamheden meer voor de vof zijn uitgevoerd nu er een jaarrekening over 2015 is opgesteld zonder overleg met de weduwe;

d. ontkennen het document ‘Overzicht …’ voor de vof te hebben opgesteld, terwijl de gegevens daarop wel betrekking hebben en zonder overleg met de weduwe zijn overgenomen;

e. hebben het document ‘Waarderingssystematiek’ opgesteld, terwijl dit onjuist en onvolledig is en dit niet besproken met de weduwe, terwijl het wel tegen haar wordt gebruikt in een gerechtelijke procedure;

f. hebben het document ‘Grootboek 2012 en 2013’ zonder medeweten van de weduwe opgesteld en vragen daarover niet beantwoord;

g. hebben twee keer verzuimd ob-aangifte voor de firma te doen, wat heeft geleid tot een naheffingsaanslag en een boete.

Oordeel

De klachtonderdelen a en c zijn gegrond, de rest van de klacht is ongegrond (voor zover die op tijd is ingediend).

Rolverdeling

De weduwe houdt beide accountants verantwoordelijk. Volgens de accountants is de registeraccountant integraal verantwoordelijk. Op de zitting heeft hij desgevraagd gezegd dat hij zich bezig heeft gehouden met het afhandelen van de correspondentie en met de werkzaamheden voor de pluimveefirma. Hij heeft alles vooraf besproken met de afdeling Compliance en Vaktechniek van het kantoor. Een enkele keer heeft hij noodgedwongen de accountant-administratieconsulent geraadpleegd of werkzaamheden laten uitvoeren. Volgens de Accountantskamer gaan alleen de klachtonderdelen f en g over de AA.

Ad a en c Werken zonder overleg

Op de zitting is gebleken dat het kantoor de werkzaamheden voor de veeteeltfirma heeft gestaakt. Voor de pluimvee-vof heeft de accountant onder andere jaarrekeningen samengesteld en aangiftes gedaan. Om die werkzaamheden te kunnen doen, heeft hij de activiteiten van de veeteeltfirma wel meegenomen, omdat de zoon daarvan nog steeds vennoot was. Over laatstgenoemde werkzaamheden heeft hij de weduwe echter niet geïnformeerd.

De Accountantskamer vindt dat de RA de brieven van de weduwe op zich correct heeft beantwoord voor zover die gingen over de jaarrekeningen 2015 tot en met 2018. Daarbij was hij echter niet volledig, omdat hij niets heeft gemeld over de werkzaamheden die hij voor de zoon deed. Ook heeft hij niet met haar gesproken over de onduidelijke situatie na de uitspraak van de rechtbank en haar niet geïnformeerd over het samenstellen van een concept-jaarrekening over 2015. Dit had hij wel moeten doen, omdat de firma na het vonnis van de rechtbank nog bestond en de weduwe nog steeds vennoot was.

Ad b Zakelijke rekening

De weduwe heeft niet aannemelijk gemaakt dat het document ‘Zakelijke rekening melkrundveehouderij’ is opgesteld door het accountantskantoor.

Ad d Financieel overzicht

Dat de weduwe hierover wellicht eerder een klacht had kunnen indienen is in dit geval niet relevant. Zij heeft de klacht tijdig ingediend, maar niet aangetoond dat het financiële overzicht niet correct is.

Ad e Document ‘Waarderingssystematiek’

Volgens de accountants is dit document een volstrekt neutrale feitelijke weergave die op verzoek van de rechtbank is opgesteld. De Accountantskamer is het daarmee eens en vindt het document beschrijvend van aard, zonder opvattingen of conclusies. De notitie is opgesteld voor een comparitie van partijen. De weduwe kende het stuk dan ook en heeft haar opvattingen hierover bekend kunnen maken aan de rechtbank.

Ad f Grootboek 2012 en 2013

Het opstellen van het ‘Grootboek 2012 en 2013’, door de AA, was in 2012 en 2013 onderdeel van de opdracht van de veeteeltfirma aan het accountantskantoor. De absolute klaagtermijn was toen nog zes jaar. Over de werkzaamheden die tot medio 2013 zijn uitgevoerd, kan daarom niet meer worden geklaagd. Over de werkzaamheden in het tweede deel van 2013 kan de weduwe niet meer klagen omdat de (toen nog geldende) driejaarstermijn is overschreden.

Voor zover het klachtonderdeel over de niet beantwoorde vragen van de weduwe op tijd is ingediend, is dat ongegrond. Uit de gedingstukken blijkt dat het kantoor de vragen over het Grootboek wel heeft beantwoord.

Ad g Geen ob-aangifte

Volgens de accountants is er geen aangifte gedaan, omdat de firma niet meer als klant geregistreerd staat bij het kantoor. De AA heeft namens de firma bezwaar gemaakt tegen de besluiten van de Belastingdienst, die de naheffingsaanslagen en de betaalverzuimboete ongedaan heeft gemaakt. De aangifteverzuimboetes zijn wel gehandhaafd, maar die heeft het kantoor betaald. Door het adequate optreden van het kantoor zijn de negatieve gevolgen van de verzuimen dus ongedaan gemaakt en van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid is dan ook geen sprake.

Maatregel

Waarschuwing voor de registeraccountant; geen maatregel voor de accountant-administratieconsulent. De registeraccountant heeft in de complexe situatie na het ernstige conflict tussen de weduwe en haar zoon vergeefs geprobeerd de partijen bijeen te krijgen om in overleg tot een regeling te komen. Overleg was niet voldoende geweest om de mogelijke bedreiging van zijn objectiviteit het hoofd te bieden. Hij had de opdracht van de veeteeltfirma moeten teruggeven. Hij is daarentegen werkzaamheden blijven uitvoeren voor deze firma zonder de weduwe als vennoot te informeren. Dat zij in 2016 aan de accountant had geschreven dat het kantoor geen werkzaamheden meer voor de vof mocht uitvoeren zonder haar toestemming, had voor de accountant een extra reden moeten zijn om haar te informeren over zijn activiteiten voor de firma. De registeraccountant heeft in strijd gehandeld met het fundamentele beginselen van objectiviteit respectievelijk vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Annotatie Lex van Almelo

Ook nu wordt de accountant erop afgerekend dat hij achter de rug van een vennoot van de klant om werkzaamheden heeft uitgevoerd. Omdat de twee vennoten van deze klant – moeder en zoon - ruzie met elkaar hadden, had hij de moeder juist moeten informeren. Ook had hij er volgens de Accountantskamer goed aan gedaan de relatie met deze firma helemaal te verbreken, omdat zijn objectiviteit te zeer in het gedrang dreigde te komen. De zoon was namelijk ook vennoot van een andere firma die klant was van het kantoor. Het is op zichzelf loffelijk om dan te proberen in overleg met beide partijen tot een oplossing te komen. Maar dat is niet voldoende om bij ruzie van twee klanten de objectiviteit te waarborgen.

In het voordeel van de accountant en het kantoor spreekt dat de situatie niet helemaal duidelijk was en dat het kantoor de financiële gevolgen van geen ob-aangifte doen voor de firma heeft gereduceerd tot nul.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.