Tuchtrecht

Opdracht zonder handtekening bevoegd gegeven

Een registeraccountant mocht een onderzoeksopdracht aannemen, al ontbrak één handtekening op de opdrachtbevestiging. De berisping blijft echter staan, omdat hij geen wederhoor pleegde bij dat persoonsgerichte onderzoek, de opdrachtgevers voortrok en het rapport liet gebruiken in een gerechtelijke procedure.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
19/921
Datum uitspraak:
27 juli 2021
Oordeel:
hoger beroep ongegrond / klacht deels gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:20201:788

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

De managing director van een holding, die enig aandeelhouder is van een dochter-bv, wordt algemeen directeur van de holding. Twee jaar later treedt hij in dienst bij een stichting, die enig aandeelhouder is van de holding. De stichting levert kinderopvang en heeft haar onderneming een paar jaar eerder verkocht voor een aanzienlijk bedrag. De moeder van de directeur was bestuurslid en werd daarna adviseur van de stichting. Verder is de moeder bestuurslid van een andere stichting, die bedrijfsruimte verhuurt aan de kinderopvangstichting. De ruimte bevindt zich in een pand, waarvan haar zoon, de directeur dus, één van de eigenaren is. De zoon/directeur is de eerste helft van 2016 één van de drie bestuurders van de kinderopvangstichting.

Twee verse bestuursleden van de stichting vertrouwen de directeur en zijn moeder niet helemaal. Zij vragen accountantskantoor MTH* om de ontstaansgeschiedenis van de stichting, haar belangen en haar relaties met haar deelnemingen te onderzoeken. In maart 2016 brengt een MTH- accountant een eerste conceptrapport uit aan het bestuur van de stichting. Hij bespreekt dit conceptrapport met twee van de drie bestuurders, die aanvullende vragen stellen. Twee weken later bespreekt de accountant het conceptrapport met de directeur, die daarna opmerkingen, vragen en aanvullingen stuurt aan de accountant.

In mei 2016 brengt de accountant een aangepast conceptrapport uit aan het bestuur. De aanvullende vragen van de twee medebestuurders zijn hierin integraal overgenomen en “voor zover mogelijk” beantwoord. Op een bestuursvergadering van de stichting licht de accountant zijn bevindingen toe. De drie bestuursleden vragen de accountant om het verslag van de vergadering hier en daar aan te passen. De accountant staakt zijn werkzaamheden echter en brengt geen definitieve versie van het rapport uit. De reden hiervoor is onduidelijk.

In september 2016 wordt de directeur ontslagen als statutair bestuurder van de holding. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst in februari 2017, maar in hoger beroep herstelt een gerechtshof het arbeidscontract. In een andere procedure strijden de directeur en de stichting over de vraag of de directeur nu wel of niet statutair directeur was van de holding. Op verzoek van de stichting hoort de rechter de accountant hierbij als getuige.

De ontslagen directeur dient een klacht in bij de Accountantskamer en klaagt er onder andere over dat de accountant:

a.in strijd heeft gehandeld met de fundamentele beginselen van professionaliteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid door een opdracht te aanvaarden en uit te voeren die hij niet had mogen aanvaarden;

a. in strijd heeft gehandeld met de fundamentele beginselen van professionaliteit, zorgvuldigheid en objectiviteit door zijn oordeel in de conceptrapporten te laten aantasten door een belangenconflict en geen maatregelen heeft getroffen om het naleven van met name het objectiviteitsbeginsel te waarborgen;

b. in strijd heeft gehandeld met de fundamentele beginselen van professionaliteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid door een rapport op te leveren vol fouten en omissies, door de inhoud van het rapport onvoldoende te onderzoeken, onderbouwen en verifiëren, door bedreigingen van de fundamentele beginselen niet te voorkomen en door geen voorbehoud te maken bij de inhoud van het rapport;

c. in strijd heeft gehandeld met de fundamentele beginselen van professionaliteit, vakbekwaamheid, objectiviteit en zorgvuldigheid door toe te staan dat zijn rapport is gebruikt in gerechtelijke procedures, zonder enig voorbehoud te maken bij de inhoud;

d. in strijd heeft gehandeld met de fundamentele beginselen van professionaliteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid door de opdracht uit te voeren volgens NV COS 4400, terwijl het ging om een opdracht voor een persoonsgericht onderzoek.

De Accountantskamer verklaart de klachtonderdelen b en d gegrond en klachtonderdeel e deels gegrond en legt een berisping op; de klachtonderdelen a, c en e zijn ongegrond. De ontslagen directeur tekent hiertegen hoger beroep aan.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft de klachtonderdelen a en c ten onrechte ongegrond verklaard.

Oordeel

Het hoger beroep is ongegrond.

Ad a Opdrachtaanvaarding

De Accountantskamer heeft dit klachtonderdeel terecht ongegrond verklaard. Eén van de bestuursleden heeft de opdracht weliswaar niet ondertekend, terwijl zij dit soort opdrachten samen moeten geven volgens de statuten. Maar uit de beschikbare stukken blijkt duidelijk dat ook de niet-ondertekenaar instemde met de opdracht aan de accountant en wist waar diens onderzoek over ging.

De ontslagen directeur beweert dat de niet-ondertekenaar slechts een controle van de jaarrekening 2015 beoogde, maar dat is onjuist. Al bij de eerste contacten met MTH over een eventuele opdracht heeft de ondertekenaar in een e-mailbericht aan de directeur Controle van MTH aangegeven dat hij en zijn medebestuurslid niet alleen een controle op juistheid van de jaarrekeningen van de stichting en de gelieerde bv’s wilden. Zij wilden ook enkele andere zaken laten onderzoeken, zodat het nieuwe bestuur van de stichting “een streep onder het verleden kan zetten en op goede gronden haar statutaire verantwoordelijkheid op zich kan nemen”.

Een maand later heeft de directeur Controle van MTH de twee bestuursleden een mail gestuurd over de concept-opdrachtbevestiging. Daaruit blijkt dat de opdracht uiteindelijk alleen overeengekomen specifieke werkzaamheden betreft, met name de beantwoording van de vragen van de bestuursleden. Of MTH een controleopdracht kon aanvaarden hing (mede) af van de uitkomsten van dit onderzoek. De twee bestuursleden ging akkoord met dit onderzoek.

Gezien de omstandigheden maakt het geen verschil dat slechts één van de twee bestuursleden de opdrachtbevestiging heeft ondertekend. Beide bestuursleden waren steeds betrokken bij de correspondentie en gesprekken en daaruit kon de accountant concluderen dat beiden akkoord waren. Uit verklaringen en notulen blijkt ook duidelijk dat de niet-ondertekenaar ermee akkoord was. Hij had er juist om gevraagd.

Ad c Fouten en omissies

Dat de accountant ten onrechte in zijn rapport heeft geschreven dat de ontslagen directeur eerst statutair bestuurder was van de holding is niet gebaseerd op feiten. Ook dat de accountant fouten heeft gemaakt in een passage over een medewerkster en betaalde huur, heeft de ontslagen directeur niet onderbouwd.

Maatregel

Berisping.

Annotatie Lex van Almelo

Een accountant van MTH* krijgt de opdracht om de ontstaansgeschiedenis, de fiscale positie, de governancestructuur, de groepsverhouding, de huisvesting en de financiën van een kindertopvangstichting met gelieerde bedrijven te onderzoeken. Twee nieuwe bestuursleden van de stichting hebben vraagtekens bij de huisvestingskosten voor de bedrijfsruimte. Die ruimte wordt indirect gehuurd van de stichtingsdirecteur – die ook in het bestuur zit - en zijn moeder, die voorheen in het stichtingsbestuur zat.

Gaandeweg verkeert de opdracht in een persoonsgericht onderzoek tegen de directeur. De accountant ontvangt aanvankelijk de meeste informatie van de directeur, maar laat hem pas reageren op de bevindingen, nadat de twee andere bestuursleden commentaar hebben geleverd. De Accountantskamer berispt de accountant omdat hij:

  • volgens Handreiking 1112 wederhoor had moeten toepassen bij de directeur;
  • de twee andere bestuursleden, die hij beschouwde als opdrachtgever, niet had mogen voortrekken;
  • niets deed toen hij erachter kwam dat zijn rapport werd gebruikt in een gerechtelijke procedure.

Wel mocht de accountant de opdracht voor dit onderzoek aanvaarden, terwijl er geen fouten en omissies staan in zijn rapport. In hoger beroep sluit het College van Beroep voor het bedrijfsleven zich bij dit oordeel van de Accountantskamer aan. Volgens de statuten van de stichting kunnen twee bestuursleden alleen samen een opdracht geven. Slechts één bestuurslid had de opdrachtbevestiging ondertekend, terwijl beide bestuursleden op de bevestiging werden vermeld. Het college vindt dat uit e-mailcorrespondentie en notulen duidelijk blijkt dat zowel de ondertekenaar van de opdrachtbevestiging als de niet-ondertekenaar akkoord was met de opdracht. Een ontbrekende handtekening zegt dus niet alles.

*) De naam staat in alinea 1.6 en 4.3 van het CBb-vonnis.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.