Tuchtrecht

Opdrachtgever voorgetrokken, rapport laten gebruiken in rechtszaal

Een registeraccountant voert een opdracht uit die gaandeweg verandert in een persoonsgericht onderzoek. Hij past selectief hoor toe en geen wederhoor. Verder doet hij niets tegen het ongeoorloofd gebruik van zijn rapport bij de rechtbank.

Accountantskamer

Zaaknummers:
18/1547 Wtra AK
Datum uitspraak:
17 mei 2019
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2019:35

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een man wordt in oktober 2010 managing director van een bv die enig aandeelhouder is van een dochter-bv. Twee jaar later wordt de managing director algemeen directeur van deze vennootschap. In oktober 2014 treedt hij in dienst bij een stichting, die enig aandeelhouder is van de moeder-bv. In 2008 heeft de stichting haar onderneming verkocht voor een aanzienlijk bedrag. De moeder van de directeur was eerst bestuurslid van de stichting en werd daarna adviseur van de stichting. De moeder is ook bestuurslid van een andere stichting, die bedrijfsruimte verhuurt aan de eerste stichting. De ruimte bevindt zich in een pand, waarvan haar zoon, de directeur dus, één van de eigenaren is. Van 1 januari 2016 tot 6 juni 2016 is de zoon/directeur één van de drie bestuurders van de eerste stichting.

Twee nieuwe bestuursleden van de stichting vertrouwen de directeur en zijn moeder niet. Eind 2015 vraagt één van de bestuurders aan een accountantskantoor om de ontstaansgeschiedenis van de stichting te onderzoeken alsmede haar belangen en de relaties met haar deelnemingen. In maart 2016 brengt de accountant een eerste conceptrapport uit aan het bestuur van de stichting. Op 1 april 2016 bespreekt de accountant dit conceptrapport met twee van de drie bestuurders, die aanvullende vragen stellen. Op 15 april 2016 bespreekt de accountant het conceptrapport met de directeur, die daarna opmerkingen, vragen en aanvullingen stuurt aan de accountant.

In mei 2016 brengt de accountant een aangepast conceptrapport uit aan het bestuur. De aanvullende vragen van de twee medebestuurders zijn hierin integraal overgenomen en “voor zover mogelijk” beantwoord. Op een bestuursvergadering van de stichting licht de accountant zijn bevindingen toe en hij maakt een verslag van deze vergadering. De drie bestuursleden vragen hem het verslag hier en daar aan te passen. De accountant staakt zijn werkzaamheden echter en brengt geen definitieve versie van het rapport uit. De reden hiervoor is onduidelijk.

In september 2016 wordt de directeur ontslagen als statutair bestuurder van de moeder-bv. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst in februari 2017, maar in hoger beroep herstelt een gerechtshof het arbeidscontract. In een andere procedure strijden de directeur en de stichting over de vraag of de directeur nu wel of niet statutair directeur was van de moeder-bv. Op verzoek van de stichting hoort de rechter de accountant hierbij als getuige.

De ontslagen directeur dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft:

a. in strijd gehandeld met de fundamentele beginselen van professionaliteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid door een opdracht te aanvaarden en uit te voeren die hij niet had mogen aanvaarden;

b. in strijd gehandeld met de fundamentele beginselen van professionaliteit, zorgvuldigheid en objectiviteit door zijn oordeel in de conceptrapporten te laten aantasten door een belangenconflict en heeft geen maatregelen getroffen om het naleven van met name het objectiviteitsbeginsel te waarborgen;

c. in strijd gehandeld met de fundamentele beginselen van professionaliteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid door een rapport op te leveren vol fouten en omissies, door de inhoud van het rapport onvoldoende te onderzoeken, onderbouwen en verifiëren, door bedreigingen van de fundamentele beginselen niet te voorkomen en door geen voorbehoud te maken bij de inhoud van het rapport;

d. in strijd gehandeld met de fundamentele beginselen van professionaliteit, vakbekwaamheid, objectiviteit en zorgvuldigheid door toe te staan dat zijn rapport is gebruikt in gerechtelijke procedures, zonder enig voorbehoud te maken bij de inhoud;

e. in strijd gehandeld met de fundamentele beginselen van professionaliteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid door de opdracht uit te voeren volgens NV COS 4400, terwijl het ging om een opdracht voor een persoonsgericht onderzoek.

Oordeel

De klachtonderdelen b en d zijn gegrond, klachtonderdeel e is deels gegrond en de rest van de klacht ongegrond.

Ad a en e Opdracht en Standaard

Volgens de ontslagen directeur is de opdracht verstrekt door slechts één van de bestuursleden en heeft de accountant wel gerapporteerd aan het bestuur. De opdrachtgever mocht de opdracht volgens het handelsregister niet zelfstandig verstrekken. Als het bestuur toch de opdrachtgever was, had de accountant ook de directeur als bestuurslid moeten raadplegen over de opdracht. De accountant heeft geen opdracht uitgevoerd volgens Standaard 4400, zoals hij in de opdrachtbevestiging heeft geschreven, maar een persoonsgericht onderzoek gedaan. De ontslagen directeur verwijt de accountant verder dat hij zich zonder betrouwbare basis kwalificaties heeft gebezigd over de huisvestingskosten en huur - hetgeen heeft geleid tot het ontslag van de directeur.

De Accountantskamer wijst op een uitspraak uit 2014, waarin de kamer zegt dat een accountant erop moet letten dat hij voor zijn werkzaamheden een bevoegd gegeven (mondelinge) opdracht nodig heeft. Volgens de stichtingsstatuten zijn tenminste twee gezamenlijk handelende bestuurders nodig om een opdracht te geven. Maar slechts één bestuurslid heeft de opdrachtbevestiging ondertekend. De naam van het tweede bestuurslid is wel met pen ingevuld in de opdrachtbevestiging, maar diens handtekening ontbreekt. Uit correspondentie en gesprekken over de opdracht kon de accountant echter afleiden dat het tweede bestuurslid akkoord was met de opdracht. Daarom is de opdracht niet onbevoegd gegeven.

Volgens artikel 5 van Standaard 4400 mag de accountant alleen verslag doen van de feitelijke bevindingen die voortvloeien uit de overeengekomen werkzaamheden. In de opdrachtbevestiging noemt de accountant als onderzoeksonderwerpen de:

  • ontstaansgeschiedenis;
  • fiscale positie;
  • governancestructuur;
  • groepsverhouding – relaties met deelnemingen;
  • huisvesting;
  • financiën.

Als je hierop afgaat kan de opdracht volgens de Accountantskamer niet worden aangemerkt als een persoonsgericht onderzoek. Als je kijkt naar de bevindingen is de opdracht op een bepaald moment omgeslagen in een persoonsgericht onderzoek, te weten een onderzoek naar het functioneren, handelen of nalaten van een (rechts)persoon. Die (concept)bevindingen gaan namelijk over:

  • de huur die de stichting betaalt;
  • uitkeringen die zijn gedaan aan voormalige bestuursleden;
  • het ontbreken van de noodzakelijke ‘functiescheiding’ van de directeur als eigenaar van het pand, dat deels verhuurd werd aan de stichting;
  • de moeder van de directeur als voormalig bestuurder van de stichting en bestuurder van de tweede stichting.

De (ontslagen) directeur, zijn moeder en de stichting zijn zo direct en intensief betrokken bij de onderwerpen die de accountant onderzocht, dat het onderzoek onvermijdelijk hun positie en functioneren raakte. Toen dit duidelijk werd, veranderde de ‘opdracht tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot financiële informatie’ in een persoonsgericht onderzoek. Vergelijk deze uitspraak.

De accountant schrijft in zijn verweerschrift over de voorgeschiedenis van de opdracht, dat de twee andere bestuursleden wisten dat er sinds 2008 binnen het bestuur de nodige strubbelingen waren en dat de moeder van de directeur een belangrijke rol had vervuld bij de ontwikkeling en uitbouw van de stichting. Daarom wilden de twee nieuwe bestuursleden:

  • een streep zetten onder het verleden;
  • hun statutaire verantwoordelijkheid op zich nemen;
  • duidelijkheid krijgen over het financiële en juridische verleden van de stichting.

Ook vanwege deze voorgeschiedenis had de accountant oog moeten hebben voor de aard van het onderzoek dat hij op zich had genomen. Het persoonsgerichte karakter daarvan had hij in ieder geval moeten beseffen toen hij naar aanleiding van het conceptrapport aanvullende vragen kreeg van de twee bestuursleden. In dat conceptrapport en in het verslag van de bestuursvergadering heeft hij ten onrechte niet alleen feitelijke bevindingen gerapporteerd en daardoor in strijd gehandeld met Standaard 4400. Dit is ook in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Ad b Niet objectief

Hierboven (ad e) is al vastgesteld dat de accountant tijdens zijn onderzoek onvoldoende oog heeft gehad voor de bijzondere positie van de directeur en diens moeder. Hun positie had hij moeten onderkennen als een bedreiging voor zijn objectiviteit, temeer omdat hij had gehoord over de vertrouwensbreuk tussen enerzijds het oude bestuur, de moeder en de ontslagen directeur en anderzijds de nieuwe bestuursleden. Vanwege die bedreiging had hij iets moeten doen om zijn objectiviteit veilig te stellen, maar hij is daarin tekortgeschoten.

Op de zitting heeft de accountant gezegd dat hij het eerste conceptrapport eerst heeft besproken met de nieuwe bestuursleden en pas twee weken later met de directeur, omdat de nieuwe bestuursleden in zijn beleving “de eigenlijke opdrachtgevers” waren. Volgens de Accountantskamer heeft de accountant de belangen van de directeur toen dus anders gewogen dan die van de twee overige bestuursleden. Daardoor heeft hij zich niet gehouden aan het fundamentele beginsel van objectiviteit.

Hij had de directeur als eerste de gelegenheid moeten geven om zich uit te laten over het eerste conceptrapport, ook al omdat de bevindingen in het eerste conceptrapport vooral waren gebaseerd op informatie die uit stukken kwam die de accountant had gekregen van de directeur. Ook op de nieuwe bevindingen na de aanvullende vragen van de twee andere bestuursleden had de directeur als eerste moeten kunnen reageren vanwege de objectiviteit.

Voor de kwaliteit van een persoonsgericht onderzoek en een goede fundering van de uitkomsten was wederhoor van de onderzochte persoon nodig. Deze verplichting vloeit ook voort uit het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en staat in NBA-handreiking 1112 Persoonsgerichte onderzoeken. De accountant heeft deze verplichting twee keer niet nageleefd en daardoor ook het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden. Dat hij de twee andere bestuursleden ten onrechte beschouwde als zijn opdrachtgevers is geen excuus.

Ad c Fouten, omissies, voorbehoud

Dit klachtonderdeel is onvoldoende onderbouwd en dus ongegrond.

Ad d Gebruik rapport bij rechter

Naar zijn zeggen wist de accountant tot begin 2018 niet dat de stichting zijn conceptrapport zonder zijn toestemming had gebruikt in een gerechtelijke procedure. Dat gebruik was in strijd met de voorwaarde dat het conceptrapport niet zonder uitdrukkelijke toestemming vooraf ter beschikking mocht worden gesteld aan derden. Toen de accountant erachter kwam dat dit toch was gebeurd, heeft hij daartegen geen bezwaar gemaakt. Naar eigen zeggen omdat hij het inbrengen toch niet ongedaan kon maken.

Dit had hem echter niet hoeven te beletten om als getuige tegen de rechtbank te zeggen dat het conceptrapport zonder zijn toestemming werd gebruikt in de procedure. Ook had hij de directeur kunnen laten weten dat hij er geen toestemming voor had gegeven, waarna de directeur dit aan de rechtbank had kunnen meedelen. Verder had de accountant het stichtingsbestuur erop kunnen wijzen dat het:

  • in strijd had gehandeld met de verspreidingsvoorwaarde uit het conceptrapport;
  • dit moest laten weten aan de rechtbank.

De accountant heeft echter geen enkele actie ondernomen, terwijl hij zich volgens het fundamentele beginsel van integriteit kenbaar had moeten distantiëren van informatie die onvolledig is.

Maatregel

Berisping. Hangende zijn onderzoek heeft de accountant de verandering van het soort onderzoek genegeerd, ondanks de onmiskenbare signalen die hem bereikten en in weerwil van de formulering van zijn bevindingen. Verder heeft hij verzuimd actie te ondernemen toen hij merkte dat zijn rapportage zonder zijn toestemming naar de rechtbank was gestuurd – wat “ernstig” is.

Annotatie Lex van Almelo

Een accountant krijgt de opdracht om de ontstaansgeschiedenis, de fiscale positie, de governancestructuur, de groepsverhouding, de huisvesting en de financiën van een stichting met gelieerde bedrijven te onderzoeken. Twee nieuwe bestuursleden van de stichting hebben vraagtekens bij de huisvestingskosten voor de bedrijfsruimte. Die ruimte wordt indirect gehuurd van de stichtingsdirecteur – die ook in het bestuur zit - en zijn moeder, die voorheen in het stichtingsbestuur zat.

Gaandeweg verkeert de opdracht in een persoonsgericht onderzoek tegen de directeur. De accountant ontvangt aanvankelijk de meeste informatie van de directeur, maar laat hem pas reageren op zijn bevindingen, nadat de twee andere bestuursleden commentaar hebben geleverd. De accountant had volgens Handreiking 1112 wederhoor moeten toepassen bij de directeur. Ook had de accountant de twee andere bestuursleden, die hij beschouwde als opdrachtgever, volgens het objectiviteitsbeginsel niet mogen voortrekken.

De accountant onderneemt niets als hij erachter komt dat zijn rapport wordt gebruikt in een gerechtelijke procedure. Terwijl duidelijk in het rapport staat dat daarvoor zijn toestemming nodig is. Volgens de accountant konden gedane zaken toch geen keer nemen. De Accountantskamer maakt duidelijk hoe hij bezwaar had kunnen maken. Dat had hij ook móeten doen, omdat het integriteitsbeginsel onder meer voorschrijft dat je je distantieert van onvolledige informatie.

Verder mag je als accountant pas aan het werk met een bevoegd gegeven opdracht, schriftelijk of mondeling. Als volgens de statuten van de klant twee bestuursleden samen een opdracht kunnen geven, zou je zeggen dat de opdracht onbevoegd is gegeven als slechts één bestuurslid de opdrachtbevestiging ondertekent, terwijl de namen van twee bestuursleden op de bevestiging prijken. De Accountantskamer stelt zich echter niet formalistisch op en zegt dat de accountant wist dat het tweede bestuurslid akkoord was met de opdracht, die daarom dus wel degelijk bevoegd is gegeven. Om problemen te vermijden, verdient het echter aanbeveling de statuten te raadplegen en te vragen om voldoende handtekeningen op papier.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.