Tuchtrecht

Verkeerd briefpapier geen symptoom gebrekkige kwaliteit

Dat een wiskundige en een advocaat in een rapport de indruk hebben gewekt hun werk te hebben gedaan onder verantwoordelijkheid van EY Accountants is een incident dat de toenmalige voorzitter niet valt aan te wrijven.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
19/1547
Datum uitspraak:
14 september 2021
Oordeel:
beroep gegrond / klacht ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2021:879

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

In januari 2017 legt De Nederlandsche Bank (DNB) een boete van bijna vijf miljoen euro op aan een vermogensbeheerder. Een pensioenfonds, dat is gelieerd aan de vermogensbeheerder, heeft zich namelijk bezondigd aan ongeoorloofde nevenactiviteiten. De hoogte van de boete is gebaseerd op het voordeel van 4,9 miljoen euro, dat de beheerder en het fonds zouden hebben behaald. Bij wijze van straf is de boete verhoogd met 37.500 euro.

De vermogensbeheerder betwist de hoogte van het behaalde voordeel en baseert zich daarbij op een rapport van een eigen expert. Die expert becijfert het behaalde voordeel op minder dan twee miljoen. DNB vraagt EY Accountants in augustus 2017 het rapport van de expert te beoordelen. In januari 2018 komt EY met een alternatieve berekening, die is ondertekend door de advisory-partner, een wiskundige/actuaris en een pensioenadvocaat. Op basis van de bevindingen van EY neemt de toezichthouder de conclusie van de expert niet over.

De vermogensbeheerder klaagt er bij de Accountantskamer over dat de bestuursvoorzitter van EY Accountants (als eindverantwoordelijke voor het rapport):

a. ook verantwoordelijk is voor allerlei tekortkomingen in het rapport, dat ten onrechte de indruk geeft dat het is opgesteld door een registeraccountant;

b. niet objectief heeft gehandeld door onder meer te kiezen voor één scenario en mogelijke alternatieven niet te vermelden;

c. geen hoor en wederhoor heeft laten toepassen;

d. niet heeft onderkend dat het onderzoek een persoonsgericht karakter had;

e. in strijd heeft gehandeld met het vakbekwaamheids- en zorgvuldigheidsbeginsel en/of het professionaliteitsbeginsel, omdat hij:

  1. in het kader van het kwaliteitssysteem van EY Accountants geen maatregelen heeft getroffen om de indruk te voorkomen dat een rapport van de service line advisory is uitgebracht onder verantwoordelijkheid van een accountant;
  2. er verantwoordelijk voor is dat in het kwaliteitssysteem eisen ontbreken die ervoor zorgen dat de eindverantwoordelijke professional conform de NVKS onderhevig is aan tuchtrecht;
  3. niets heeft gedaan om een einde te maken aan de onvolledigheid en onjuistheid van het EY-rapport en de indruk die daarin wordt gewekt dat het rapport is uitgebracht door een accountant.

De Accountantskamer verklaart de klachtonderdelen e.1 en e.3 gegrond. De bestuursvoorzitter gaat in hoger beroep.

Hogerberoepsgronden

De klachtonderdelen e.1 en e.3 zijn ten onrechte gegrond verklaard, omdat

  1. de feiten niet goed zijn onderzocht en niet juist zijn vastgesteld;
  2. er een niet-bestaand criterium voor de inrichting van het stelsel is gehanteerd;
  3. de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid begrensd is;
  4. er passende maatregelen zijn getroffen;
  5. niet elk verbeterpunt in een stelsel een tuchtrechtelijke maatregel rechtvaardigt;
  6. de Accountantskamer niet de toezichthouder is.

Oordeel

Het hoger beroep is gegrond, de klacht ongegrond.

Ad e.1 Onjuiste feiten

Op de zitting bij het college heeft de bestuursvoorzitter in een toelichting onder meer:

  • erkend dat bij het uitbrengen van het rapport enkele zaken niet goed zijn gegaan;
  • erkend dat bij de aanbiedingsbrief niet het juiste briefpapier is gebruikt;
  • gezegd dat de geldende gedragslijn bij adviesopdrachten was dat een andere handelsnaam werd gevoerd;
  • gezegd dat de opstellers van het rapport bij de ondertekening hadden moeten vermelden in welke hoedanigheid zij het rapport hadden vervaardigd;
  • gezegd dat de opstellers van het rapport ook de opdracht hadden moeten vermelden in het rapport;
  • gezegd dat dit niet de gebruikelijke gang van zaken is bij adviesrapporten;
  • gesteld dat het gaat om een incident en er geen sprake is van een structureel probleem;
  • gezegd dat zijn verklaring op de zitting van de Accountantskamer – te weten dat de werkwijze al jaren niet tot verwarring had geleid - niet goed is weergegeven in het van deze zitting opgestelde proces-verbaal;
  • gezegd dat hij bij de Accountantskamer heeft verklaard dat het gebruik van de gebezigde handelsnaam nog niet eerder tot verwarring had geleid;
  • gezegd dat navraag hem duidelijk had gemaakt dat er nooit vragen of klachten over het gebruik van de handelsnaam zijn binnengekomen;
  • gezegd dat het proces-verbaal van de zitting niet aan hem is voorgelegd, waardoor hij pas na het instellen van hoger beroep heeft kunnen zeggen dat de Accountantskamer is uitgegaan van een onjuiste voorstelling van zaken.

Het oordeel van de Accountantskamer, dat sprake is van een symptomatische tekortkoming in het kwaliteitssysteem voor niet-gereguleerde opdrachten, is volgens het college in belangrijke mate gebaseerd op de verklaring die de accountant heeft afgelegd op de zitting. In hoger beroep heeft deze beklemtoond dat die verklaring niet juist is weergegeven in het proces-verbaal van de zitting.

Gezien zijn toelichting op de zitting van het college én omdat in het dossier concrete voorbeelden ontbreken van het tegendeel, vindt het college het niet onaannemelijk dat het inderdaad gaat om een incident en dat dit niet de gebruikelijke werkwijze was. Het college is het dus niet eens met de conclusie dat het hier gaat om een symptomatische tekortkoming in het kwaliteitssysteem voor niet-gereguleerde opdrachten. Alleen al daarom heeft de Accountantskamer dit klachtonderdeel ten onrechte gegrond verklaard.

Ad e.3 Adequate maatregelen

Volgens de accountant is de verwarring – voor zover die bestond - snel weggenomen. Het kwaliteitssysteem van EY Accountants heeft naar behoren gefunctioneerd. De afdeling Juridische Zaken van EY Accountants heeft snel informatie geleverd over de hoedanigheid en expertise van de opstellers van het rapport en dat het niet gaat om accountantswerkzaamheden waarop de standaarden voor accountants van toepassing zijn. Volgens de accountant was dit van meet af aan bekend bij DNB en heeft DNB de gemachtigde van de beboete vermogensbeheerder hierover geïnformeerd.

Het college vindt in tegenstelling tot de Accountantskamer dat de accountant wel degelijk passende maatregelen heeft getroffen. In eerste instantie heeft DNB de vragen van de vermogensbeheerder over de identiteit van de opstellers beantwoord. Daarin stond al dat de wiskundige geen accountant is. Ook de afdeling Juridische Zaken van EY Accountants heeft vlot en adequaat gereageerd op de vragen van  de vermogensbeheerder.

Dankzij het interne systeem van EY is de verwarring bij het pensioenbedrijf weggenomen, voor zover DNB dit al niet had gedaan. Je kunt dus niet zeggen dat EY geen stappen heeft gezet om een onvolledige of misleidende indruk weg te nemen.

Maatregel

De twee gegrond verklaarde hogerberoepsgronden leiden er toe dat het college het niet meer nodig vindt om de andere gronden te behandelen, omdat het hoger beroep al gegrond is: de gegrond verklaarde klachtonderdelen zijn ongegrond en de waarschuwing is ten onrechte opgelegd.

Annotatie Lex van Almelo

Incidenten of gebreken in een handvol dossiers vormen geen bewijs dat het kwaliteitsstelsel van een kantoor niet deugt. Dat zei het College van Beroep voor het bedrijfsleven al nadat de AFM EY en PwC in 2019 een boete had opgelegd. Kort daarna legde de Accountantskamer de toenmalige voorzitter van EY Accountants een waarschuwing op: Rob Lelieveld.

In tegenstelling tot de Accountantskamer is het college het met Lelieveld eens dat het hier gaat om een incident en niet om een structurele tekortkoming in het kwaliteitsstelsel. Dat incident betreft de vermelding in een onderzoeksrapport dat twee niet-accountants van EY hun werk hebben gedaan onder verantwoordelijkheid van de accountants. En dat voor de aanbiedingsbrief verkeerd briefpapier is gebruikt. EY zou er ook onvoldoende aan hebben gedaan om die indruk weg te nemen toen er vragen rezen over de hoedanigheid en expertise van de onderzoekers. De betrokken advocaat is overigens begin september definitief berispt omdat zij in het rapport niet duidelijk was over haar hoedanigheid en expertise.

De Accountantskamer ziet in de gesignaleerde gebreken “een symptomatische tekortkoming in het kwaliteitssysteem voor niet-gereguleerde opdrachten” en heeft deze diagnose hoofdzakelijk gebaseerd op de verklaring die de accountant heeft afgelegd op de zitting, maar die verkeerd is opgetekend. Dat een zittingsgriffier een nuance mist, kan je als prominent accountant dus op een waarschuwing komen te staan.

Het is toe te juichen dat het college het hoofd koel houdt en afrekent met het symptoomdenken. In zekere zin maakt ook het college zich daaraan schuldig – zij het in positieve zin. Dat de afdeling Juridische Zaken met een brief een einde maakte aan de mogelijke verwarring ziet het college als blijk dat het “interne systeem” van EY deugt. Eén brief als symptoom van deugende kwaliteit lijkt mij weer het andere uiterste. Maar die conclusie is het gevolg van een benadering, waarin de klager met (genoeg) concrete voorbeelden moet komen om de klacht te onderbouwen.

Het is jammer dat het college geen antwoord geeft op de vraag of de Accountantskamer wel een toezichthouder is die zich met de kantoorkwaliteit moet bemoeien. Lelieveld zat al niet meer te wachten op het antwoord. Hij heeft zich per 30 juni laten uitschrijven als accountant. Hopelijk niet vanwege de uitspraak van de Accountantskamer.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.