Tuchtrecht

Aandelenwaardering bij ruzie niet objectief

Een accountant-administratieconsulent waardeert de aandelen van een onderneming op verzoek van een aandeelhouder, die ruzie heeft met de medeaandeelhouder, maar licht de medeaandeelhouder niet in.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
20/347 en 20/348
Datum uitspraak:
05 april 2022
Oordeel:
hoger beroep klaagster deels gegrond, hoger beroep accountant ongegrond
Maatregel:
berisping
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2022:155

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountant-administratieconsulent is partner bij een accountantskantoor. Zijn echtgenote exploiteert in een eenmanszaak een administratiekantoortje, dat de jaarrekening samenstelt en de vpb-aangiftes verzorgt voor diverse bv’s van een ondernemer. Van één van die bv’s is de ondernemer voor de helft eigenaar, samen met een andere dga.

Het administratiekantoortje heeft via het accountantskantoor een licentie voor Exact Online. Het kantoortje stelt de jaarrekeningen van de bv op met de rapportgenerator van het accountantskantoor en gebruikt voor het deponeren van de jaarrekeningen van de bv het computersysteem van het accountantskantoor.

De andere dga van de gemeenschappelijke bv richt januari 2016 een nieuwe bv op. Als de twee aandeelhouders twee jaar later ruzie krijgen, stopt het administratiekantoortje met de werkzaamheden voor de ondernemer. De andere dga laat de accountant weten dat hij niet meer wil samenwerken met de ondernemer en vraagt de accountant of deze kan aangeven hoeveel de aandelen in de gemeenschappelijke bv waard zijn. De accountant maakt een beknopte berekening op basis van de DCF-methode.

De ondernemer en de andere dga worden het eens over de punt achter hun samenwerking. De andere dga neemt het aandelenbelang van de ondernemer in de gemeenschappelijke bv over en laat het administratiekantoor de samenstel- en aangiftewerkzaamheden voor deze bv (weer) doen.

De ondernemer meent dat hij schade heeft geleden door het optreden van de accountant, omdat hij te weinig geld heeft gekregen voor zijn aandelen. Hij stelt zowel het accountants- als het administratiekantoor aansprakelijk en dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer. Hij klaagt erover dat de accountant:

a. de andere dga heeft geadviseerd een nieuwe bv op te richten, terwijl hij kon weten dat dit tot problemen tussen de aandeelhouders zou leiden;

b. als accountant van de gemeenschappelijke bv niet is opgetreden tegen fraude en medewerking heeft verleend aan het samenstellen en deponeren van misleidende jaarrekeningen;

c. de jaarrekening van de gemeenschappelijke bv te laat heeft gedeponeerd, dit niet heeft gemeld en niet heeft gewaarschuwd voor de gevolgen daarvan;

d. fouten heeft opgenomen in de gedeponeerde jaarrekening;

e. de aandelen van de bv te laag heeft gewaardeerd, zijn betrokkenheid daarbij geheim heeft gehouden en bedreigingen voor zijn objectiviteit heeft genegeerd;

f. de toepasselijke regelgeving heeft genegeerd.

De Accountantskamer verklaart klachtonderdeel f gegrond, onderdeel e deels gegrond, de rest van de klacht ongegrond en legt een berisping op.

Hogerberoepsgronden

Accountant

De Accountantskamer heeft ten onrechte gezegd dat de accountant onvoldoende maatregelen heeft getroffen om zijn objectiviteit te waarborgen. De accountant meent juist dat hij voldoende heeft gedaan door:

  • niet in te gaan op het verzoek van de andere dga om een aandelenwaardering op te stellen;
  • enkel een opzet te maken in een Excel-bestand ten behoeve van een nog op te stellen aandelenwaardering op basis van de DCF-methode;
  • alleen uitleg te geven over de DCF-methode;
  • door de andere dga zelf, samen met zijn advocaat, invulling te laten geven aan de prognose;
  • zich ervan te vergewissen dat de klagende ondernemer werd bijgestaan door een (financieel) adviseur.

Hem kan alleen worden verweten dat hij de gesignaleerde bedreiging niet schriftelijk heeft vastgelegd. De accountant vindt de berisping daarom te zwaar.

Ondernemer

(Deze samenvatting beperkt zich tot de hogerberoepsgronden 6 tot en met 9 en het hoger beroep tegen de maatregel).

  1. De Accountantskamer heeft ten onrechte gezegd dat niet is gebleken dat de accountant de jaarrekening 2016 te laat heeft gedeponeerd etc; volgens de ondernemer zorgde de accountant altijd voor de deponering van de jaarstukken en hoefde hij niet te wachten op de getekende notulen van de ava; en als dit wel zo was, heeft hij ten onrechte niet gewaarschuwd voor het te laat deponeren.
  2. Er staat onjuiste informatie in deponeringsstukken en daardoor heeft de Accountantskamer ten onrechte klachtonderdeel d ongegrond verklaard.
  3. Over klachtonderdeel e heeft de Accountantskamer ten onrechte gezegd dat de accountant de aandelen niet willens en wetens te laag heeft gewaardeerd; de kamer heeft dit niet voldoende gemotiveerd; de accountant heeft de aandelen in ieder geval ondeskundig, onzorgvuldig en ten nadele van de ondernemer gewaardeerd; verder is de Accountantskamer er bij haar oordeel over de objectiviteit van de accountant ten onrechte van uitgegaan dat er sinds februari 2018 geen cliëntrelatie meer was tussen het administratiekantoor en de bv.
  4. De Accountantskamer heeft bij klachtonderdeel f vastgesteld dat de accountant feitelijk verantwoordelijk was voor de samenstelwerkzaamheden en daarbij geen juiste invulling heeft gegeven aan Standaard 4410; de kamer heeft het klachtonderdeel te beperkt opgevat door niets te zeggen over het gebrek aan een schriftelijke opdrachtbevestiging, het gebrek aan een ondertekende samenstellingsverklaring en ook niets over de niet-naleving van de bepalingen over een vermoeden van fraude of het niet naleven van wet- en regelgeving.

Oordeel

Het hoger beroep van de ondernemer is deels gegrond, dat van de accountant is ongegrond. De klachtonderdelen d, e en f zijn (deels) gegrond.

Hoger beroep accountant

In de artikelen 21 en 22 van de VGBA staat dat de accountant omstandigheden moet identificeren en beoordelen die een bedreiging kunnen vormen voor de naleving van het objectiviteitsbeginsel. Wanneer de accountant een bedreiging constateert, kan hij een professionele dienst niet zonder meer uitvoeren. Hij moet, als dit mogelijk is, een toereikende maatregel treffen, zoals:

  • zijn betrokkenheid kenbaar maken aan de andere partij;
  • zich ervan overtuigen dat de andere partij wordt bijgestaan door een deskundige.

Vervolgens moet de accountant de bedreiging, zijn beoordeling daarvan en de toegepaste maatregel vastleggen. De accountant heeft dit echter niet vastgelegd, waardoor het college uit het dossier niet kan opmaken wat de accountant heeft gedaan nadat hij had vastgesteld dat het waarderen van de aandelen een bedreiging vormde voor zijn objectiviteit.

Wel is duidelijk dat hij wist waarvoor de aandelenwaardering was bedoeld en dat hij wel degelijk een betrekkelijk uitvoerige berekening heeft gemaakt. Zelfs als je ervan uitgaat dat hij alleen een beknopte opzet heeft gemaakt, had het voor hem voldoende duidelijk moeten zijn dat die berekening een rol zou spelen in de onderhandelingen tussen de ondernemer en de andere dga over de aandelenoverdracht.

Onder deze omstandigheden had de accountant geen berekening moeten opstellen dan wel de ondernemer op de hoogte moeten stellen dat hij betrokken was bij het berekenen van de waarde van het aandelenpakket. De accountant voerde een (groot) deel van de advies- en samenstellingswerkzaamheden uit en wist van het geschil tussen de twee. Verder heeft hij in hoger beroep nog gezegd dat hij heeft gecontroleerd dat de ondernemer werd bijgestaan door een eigen financieel adviseur en/of waarderingsdeskundige. Deze bewering, die de ondernemer betwist, heeft hij niet nader onderbouwd.

De accountant heeft daarom de artikelen 21 en 22 van de VGBA niet nageleefd. Het hoger beroep van de accountant is ongegrond, ook wat betreft de maatregel (zie ‘Maatregel’).

Hoger beroep ondernemer

Ad 6 Deponering jaarrekening

Het publiceren van de jaarrekening is de verantwoordelijkheid van het bestuur. In hoger beroep bestrijdt de accountant echter niet dat hij moest zorgen voor de deponering van de jaarrekeningen via zijn software. De vraag is dan of hij de ondernemer had moeten melden dat de jaarrekening niet tijdig is gedeponeerd en had moeten waarschuwen voor de gevolgen hiervan.

Volgens de accountant is de vertraging niet veroorzaakt door zijn nalatigheid, maar doordat de notulen niet tijdig waren geretourneerd. In een verklaring bevestigt de andere dga dat de late deponering van de jaarrekening 2016 het gevolg is van het niet tijdig retourneren van de notulen. De andere dga heeft ook verklaard dat de accountant hem er als bestuurder van de bv meermaals op heeft gewezen dat de jaarrekening binnen acht dagen na vaststelling moest worden gedeponeerd. Het college concludeert daarom dat de ondernemer dit klachtonderdeel onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De accountant hoefde het bestuur alleen te wijzen op de noodzaak de jaarstukken tijdig te deponeren.

Volgens het college blijkt bovendien uit het dossier dat de twee aandeelhouders de taken zo hadden verdeeld dat de andere dga verantwoordelijk was voor het bestuur. Onder deze omstandigheden kan het de accountant niet worden verweten dat hij alleen de andere dga heeft gewezen op het belang van tijdige publicatie. Uit de stukken in het dossier valt overigens niet op te maken wanneer beide bestuurders de jaarrekening hebben ondertekend.

Ad 7 Onjuiste informatie

Volgens het college zegt de Accountantskamer niets over de onjuistheden rond de correctie van 34.000 euro en het vermelden van de bestuurders, waarover de ondernemer klaagde.

Na afloop van de onderhandelingen hoefde deze correctie volgens het college niet meer te worden doorgevoerd.

Wel staat in de gedeponeerde jaarrekening de verkeerde bv vermeld als bestuurder. Hierdoor heeft de accountant zijn werkzaamheden op dit punt niet goed en gedegen uitgevoerd. Dat is in strijd met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. In zoverre is klachtonderdeel d gegrond. Het staat echter niet vast dat de accountant ook de activiteiten onjuist heeft weergegeven.

Ad 8 Aandelenwaardering

Volgens de Accountantskamer had de accountant een bedreiging voor zijn objectiviteit moeten onderkennen gezien de geschetste omstandigheden. Mede daarom is klachtonderdeel e gedeeltelijke gegrond verklaard. De Accountantskamer is terecht tot deze conclusie gekomen en die conclusie wordt niet anders omdat er onduidelijkheid bestaat over de precieze datum waarop de cliëntrelatie met het administratiekantoor is beëindigd. Ook het college vindt dat de klagende ondernemer niet aannemelijk heeft gemaakt dat de accountant de aandelen willens en wetens te laag heeft gewaardeerd.

Uit het klachtdossier valt niet op te maken wat de precieze rol van de accountant is geweest bij de aandelenwaardering. Beide partijen hebben enkele stellingen geponeerd, zonder deze te onderbouwen met stukken. Daardoor kan het college geen antwoord geven op de vraag of de accountant de aandelenwaardering ondeskundig, onzorgvuldig en ten nadele van de ondernemer heeft opgemaakt.

Ad 9 Standaard 4410

De Accountantskamer heeft gezegd dat:

  • de accountant Standaard 4410 niet juist heeft ingevuld;
  • de accountant daardoor het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid niet heeft nageleefd;
  • klachtonderdeel f daarom gegrond is.

Daarom heeft de Accountantskamer dit klachtonderdeel volgens het college helemaal niet te beperkt opgevat.

Maatregel

Berisping.

De accountant vindt de berisping te zwaar omdat hem hooguit kan worden verweten dat hij niet heeft vastgelegd hoe hij omging met de bedreiging voor zijn objectiviteit. De accountant wijst hierbij op deze uitspraak van het college en deze van de Accountantskamer. De ondernemer vindt de berisping daarentegen te licht, gezien de ernstige verwijtbaarheid van het handelen dan wel nalaten van de accountant.

De Accountantskamer heeft gekozen voor een berisping, omdat de accountant:

  • zich onder de vlag van het administratiekantoor van zijn vrouw heeft bemoeid met de samenstellingsopdrachten voor en advisering van de bv;
  • zijn verantwoordelijkheid als accountant voor die werkzaamheden niet of onvoldoende onder ogen heeft gezien;
  • daardoor in strijd heeft gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid;
  • bovendien onvoldoende heeft gedaan tegen de bedreigingen voor het naleven van de fundamentele beginselen en dus geen toereikende maatregel is getroffen en vastgelegd.

Het college is het met deze overwegingen eens. Daarbij komt dat in hoger beroep ook klachtonderdeel d gedeeltelijk gegrond is verklaard.

Annotatie Lex van Almelo

De vrouw van een AA heeft een administratiekantoortje, dat onder meer jaarrekeningen samenstelt voor de bv van twee aandeelhouders, die ruzie krijgen. De vrouw gebruikt de Exact Online software en licentie van het accountantskantoor, waarbij haar man partner is. Als zij lucht krijgt van de ruzie stopt zij met haar werk voor de bv.

Eén van de aandeelhouders van de bv vraagt de AA om de waarde van de aandelen te berekenen voor de onderhandelingen over de uitkoop van de andere aandeelhouder. De AA komt met een uitgewerkte berekening, maar zegt niets tegen de andere aandeelhouder, die later beweert dat hij te weinig geld voor zijn aandelen heeft gekregen door toedoen van de AA.

Ook in hoger beroep komt niet vast te staan dat de AA de aandelen willens en wetens te laag heeft gewaardeerd. Het college sluit zich aan bij het oordeel van de Accountantskamer, die onder meer struikelt over het gebrek aan adequate maatregelen om de objectiviteit te waarborgen in het conflict. Hij had op zijn minst open moeten zijn over zijn werk en moeten nagaan of de andere partij ook werd bijgestaan door een adviseur of expert. De accountant heeft echter niets vastgelegd over de aandacht die hij heeft besteed aan de bedreigde objectiviteit. En wat niet is vastgelegd, is niet gebeurd.

Het college gaat op één punt iets verder dan de Accountantskamer door de klacht over fouten in de deponeringsstukken (verkeerde bestuurder genoemd) alsnog gegrond te verklaren. Dat is echter geen reden om een zwaardere maatregel op te leggen, zoals de klagende aandeelhouder wil. Die denkt aan fraude bij de waardering, maar daarin gaan de tuchtrechters niet mee.

Het college vindt overigens ook een lichtere maatregel dan een berisping niet op zijn plaats, omdat de accountant zich ‘onder de vlag’ van het kantoortje van zijn vrouw heeft bemoeid met de samenstellings- en adviseringsopdracht en zijn verantwoordelijkheid als accountant daarbij onvoldoende onder ogen heeft gezien. En dus de bedreigingen voor zijn objectiviteit niet genoeg heeft geadresseerd.

Daar staat tegenover dat de accountant adequaat heeft gehandeld bij het deponeren van de jaarstukken. De accountant is niet verantwoordelijk voor tijdige deponering, ook niet als die verloopt via zijn software. De accountant hoefde het bestuur alleen te wijzen op de noodzaak de jaarstukken tijdig te deponeren. En dat heeft hij gedaan.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.