Klacht tegen NBA-bestuurslid te vaag
Een NBA-bestuurslid (AA RB) heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door mee te werken aan bestuursbesluiten over de PE-verplichting, de kennistoets en diverse verordeningen.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Zaaknummers:
- 23/1443
- Datum uitspraak:
- 13 oktober 2026
- Oordeel:
- hoger beroep ongegrond, klacht ongegrond
- Maatregel:
- geen
- Status:
- definitief
- Vindplaats:
- ECLI:NL:CBB:2026:490
Lex van Almelo
Belangrijkste feiten
Medio 2022 wil een registeraccountant tijdens de rondvraag van de NBA-ledenvergadering in totaal 43 vragen aan de orde stellen. Hij heeft de vragen eerder toegestuurd aan het bestuur. De voorzitter heeft de vragen schriftelijk beantwoord. In september 2022 verzoekt de accountant de minister van Financiën om de Verordening op de kennistoets te vernietigen, net als:
- de Nadere voorschriften permanente educatie 2019;
- het besluit tot vaststelling van de (gewijzigde) Gedragscode NBA bestuur;
- het Besluit mandaat en machtiging bestuur NBA en de daarop gebaseerde ondermandaatbesluiten;
- diverse (benoemings)besluiten.
De minister wijst het vernietigings- c.q. handhavingsverzoek af. De accountant maakt vergeefs bezwaar. In beroep zegt het college dat de minister de afwijzing niet juist heeft gefundeerd. De afwijzing van het verzoek blijft echter in stand.
In de slipstream van deze uitspraak verklaart het college ook het hoger beroep van de accountant ongegrond tegen de uitspraak van Accountantskamer over de klacht die de accountant heeft ingediend tegen een lid van het NBA-bestuur. De accountant verwijt haar dat zij als lid van het bestuur:
- eraan heeft meegewerkt c.q. niet heeft verhinderd, dat de NBA besluiten heeft genomen en gehandhaafd die in strijd zijn met de wet en het recht, terwijl Nadere voorschriften in strijd met de wettelijke verplichting niet zijn medegedeeld aan de minister van Financiën en niet in de Staatscourant zijn gepubliceerd;
- eraan heeft meegewerkt c.q. niet heeft verhinderd, dat accountants in business tuchtrechtelijk zijn vervolgd vanwege het niet voldoen aan de PE-verplichting;
- niet heeft verhinderd dat zonder geldig mandaat besluiten zijn genomen om bewijzen van vakbekwaamheid af te geven en accountants in te schrijven in het register;
- er niet voor heeft gezorgd dat de jaarrekening 2021 van de NBA tijdig is opgesteld, gedateerd en ondertekend en dat het besluit tot het opstellen van de jaarrekening is genotuleerd.
De Accountantskamer verklaart de klacht in mei 2023 ongegrond. In hoger beroep schaart het College van Beroep voor het bedrijfsleven zich achter deze uitspraak.
Hogerberoepsgronden
In hoger beroep voert de klager onder meer aan dat de Accountantskamer:
- de klacht ten onrechte ongegrond heeft verklaard;
- sommige klachtonderdelen ten onrechte heeft gepasseerd of genegeerd.
Oordeel
Het hoger beroep is ongegrond.
Ad 1 Toetsingskader
Volgens de klagende accountant moet de Accountantskamer het handelen/nalaten van het bestuurslid niet toetsen aan de VGBA, maar aan artikel 42 lid 1 aanhef en onder a en b van de Wab.
In dat artikel staat volgens het college dat een accountant bij de uitoefening van zijn beroep is onderworpen aan tuchtrechtspraak op grond van de Wtra als deze handelt of iets nalaat in strijd met wat bij of op grond van de Wab is bepaald of een goede uitoefening van het accountantsberoep. Artikel 42 van de Wab vormt hiermee de algemene grondslag voor het accountantstuchtrecht.
Op grond van artikel 19, lid 2, aanhef en onder a, van de Wab stelt de ledenvergadering van de NBA verordeningen vast met gedrags- en beroepsregels ten behoeve van een goede uitoefening van de werkzaamheden van accountants. De voorschriften uit de VGBA zijn dus gebaseerd op de Wab.
De Accountantskamer heeft daarom terecht overwogen dat zij het handelen en nalaten van de aangeklaagde accountant toetst aan de VGBA. De Accountantskamer heeft haar uitspraak gebaseerd op artikel 42 van de Wab en daarmee geen onjuist toetsingskader toegepast.
Wat de klachtonderdelen a tot en met d betreft heeft het aangeklaagde bestuurslid gemotiveerd bestreden dat zij en de rest van het NBA-bestuur in strijd hebben gehandeld met wet- en regelgeving. Volgens het college hebben het NBA-bestuur, noch de ledenvergadering noch de rechter op de een of andere manier erkend dat het NBA-bestuur onrechtmatige besluiten heeft genomen. Mede gezien de afwijzing van het vernietigingsverzoek door de minister heeft de klagende accountant geen feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt die kunnen leiden tot het oordeel dat het bestuurslid tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Ad 2 Passeren en negeren
Het college is het er ook mee eens dat de Accountantskamer andere klachtonderdelen niet heeft behandeld. Het klachtonderdeel over de Nadere voorschriften kwaliteitssystemen is een uitbreiding van de klacht op de zitting, zodat de behandeling daarvan in strijd zou zijn geweest met de goede procesorde. Naar het oordeel van het college heeft de Accountantskamer ook terecht gezegd dat de klager niet duidelijk heeft gemaakt wat hij het bestuurslid buiten de wel behandelde klachtonderdelen nog meer verwijt. Hij wijst op de antwoorden van het bestuur op zijn 43 vragen en op het handhavingsverzoek aan de minister van Financiën. Daaruit blijkt echter niet wat hij het bestuur(slid) concreet verwijt en welke individuele gedragingen haar tuchtrechtelijk kunnen worden aangewreven.
Annotatie Lex van Almelo
Een registeraccountant uit de voormalige Mijnstreek is ervan overtuigd dat de NBA de bevoegdheid mist om regels en voorschriften uit te vaardigen. Hij laat weinig mogelijkheden onbenut om zijn standpunt onder de aandacht te brengen van de beroepsgroep, de AFM, de minister van Financiën en de tuchtrechter. Aan het gezag van de tuchtrechter lijkt hij niet te twijfelen, want in deze zaak heeft hij een klacht ingediend tegen een (voormalig) lid van het NBA-bestuur. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart die klacht definitief ongegrond, na te hebben uitgelegd dat de Accountantskamer het handelen en nalaten van individuele accountants terecht heeft getoetst aan de VGBA, die berust op de Wab.
In een bestuursrechtelijke parallel-zaak heeft het college ook het beroep van de accountant afgewezen tegen de weigering van de minister om allerlei NBA-bestuursbesluiten en verordeningen te vernietigen. Wie hoopt dat de accountant zich nu gaat concentreren op andere kwesties die hem bezighouden, zoals voorkomen dat de Zuidpool wordt betreden door Greenpeace-activisten, komt bedrogen uit. Er loopt nog een andere tuchtzaak in hoger beroep.
