Tuchtrecht

Besluit eindtermen wettelijk gefundeerd

De klacht van Alexander Vissers tegen een lid van de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding is ongegrond. Het besluit over de eindtermen is gebaseerd op de Wab.

Accountantskamer

Zaaknummers:
25/2288 Wtra AK
Datum uitspraak:
05 juni 2026
Oordeel:
ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2026:51

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountant is sinds april 2022 op persoonlijke titel lid van de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA). Deze commissie moet op basis van de Wet op het accountantsberoep (Wab):

  • de eindtermen vaststellen voor de accountantsopleiding;
  • theorie-opleidingen, die geen hoger-onderwijs- of wetenschappelijke accreditatie hebben, aanwijzen die (gedeeltelijk) voldoen aan de eindtermen.

Van 2023 tot en met 2025 stuurt Vissers brieven aan de CEA, waarin hij stelt dat het Besluit gewijzigde eindtermen accountantsopleidingen 2016 in strijd is met wet- en regelgeving. In dit besluit staan namelijk eindtermen voor de 'oriëntatie MKB', die niet gericht zijn op de wettelijke controle. De secretaris van de CEA reageert in september 2025 inhoudelijk op de bezwaren van Vissers.

Vissers heeft ook een klacht ingediend bij de Europese Commissie, omdat de Wet toezicht accountantsorganisatie (Wta), de Wab, de Verordening op de beroepsprofielen en het besluit over de eindtermen in strijd zouden zijn met Richtlijn 2006/43/EG, Richtlijn 2014/56/EU en het EU-Verdrag. De Europese Commissie heeft de klacht afgewezen. Vissers vraagt de minister van Financiën de leden van de CEA te laten ontslaan, dan wel de benoemingsbesluiten van de commissieleden te vernietigen. De minister wijst het verzoek af.

Zijn tuchtrechtelijke pijl richt Vissers niet op alle accountantsleden van het CEA, maar alleen op één accountant.

Klacht

De accountant heeft:

  1. een benoeming als lid van de CEA aanvaard en is ten onrechte lid gebleven, terwijl hij vooraf had moeten constateren dat de vastgestelde eindtermen in strijd zijn met de wet en het recht;
  2. verzuimd om als lid van de CEA de onrechtmatige eindtermen in te trekken dan wel te bedanken voor zijn lidmaatschap, en openbaar afstand te nemen van de eindtermen en adequaat te antwoorden op verzoekschriften om wetsconforme eindtermen vast te stellen;
  3. theoretische en praktijkopleidingen geaccrediteerd op basis van onrechtmatige eindtermen of die accreditatie in stand gelaten, terwijl deze opleidingen niet voldoen aan wettelijke eisen.

Oordeel

De klacht is ongegrond.

De kern van de klacht is dat het besluit een deugdelijke wettelijke grondslag mist en dat de accountant als CEA-lid heeft meegewerkt aan handelen en/of nalaten dat in strijd is met wet- en regelgeving.

CEA en Wab

De CEA is een zelfstandig bestuursorgaan met regelgevende bevoegdheden. De wettelijke grondslag daarvoor zijn de artikelen 46 en 49 van de Wab.

In artikel 46 staat dat de opleiding tot accountant:

  • vakgebieden omvat die worden vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur;
  • voldoet aan de eindtermen uit artikel 49 lid 2 onderdeel a, die van belang zijn voor controles van financiële verantwoordingen.

In artikel 49 staat dat:

er een Commissie eindtermen accountantsopleiding (CEA) is;
de commissie tot taak heeft om:

  • de eindtermen vast te stellen, met inachtneming van de vakgebieden uit artikel 46 en de beroepsprofielen uit artikel 19 lid 2 onderdeel k;
  • opleidingen te accrediteren die geheel of gedeeltelijk voldoen aan de eindtermen uit onderdeel a (met uitzondering van de eindtermen voor de praktijkopleiding), voor zover deze opleidingen niet zijn geaccrediteerd op basis van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
  • te toetsen of de praktijkopleidingen voldoen aan de eindtermen;
  • te toetsen of het examen voldoet aan de eindtermen uit onderdeel a;
  • de commissie de vastgestelde eindtermen bekendmaakt door die te publiceren in de Staatscourant.

In artikel 49 lid 1 van de Wab staat dat er een Commissie eindtermen accountantsopleiding is en in lid 2 staat welke taken deze commissie heeft. In onderdeel a lid 2 van dit artikel is de CEA opgedragen om de eindtermen vast te stellen, waarin inhoudelijk wordt bepaald waaraan de accountantsopleiding moet voldoen. Het besluit over de eindtermen is een algemeen verbindend voorschrift. Op 22 januari 2021 heeft de CEA het besluit in de Staatscourant geplaatst. Deze (gewijzigde) eindtermen zijn sinds 1 september 2021 van kracht. Op de CEA is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing. Op grond van artikel 22 van deze wet kan de minister van Financiën besluiten van de CEA vernietigen.

Ontvankelijkheid

Uit artikel 42 van de Wab volgt dat een klacht kan worden ingediend over enig handelen of nalaten van de accountant dat in strijd is met de Wab of daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen, dan wel enig ander handelen of nalaten dat in strijd is met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep. De drempel om een klacht in te dienen is hierdoor laag. Een klager is in beginsel ontvankelijk in zijn klacht als in het klaagschrift wordt aangevoerd dat van bedoeld handelen of nalaten sprake is.

De klager heeft de verschillende klachtonderdelen toegespitst op het handelen dan wel nalaten van de accountant inzake het Besluit eindtermen en toegelicht waarom dat handelen dan wel nalaten volgens hem in strijd is met de fundamentele beginselen. Klager is daarom ontvankelijk in zijn klacht.

Bij de inhoudelijke beoordeling is de drempel hoger. De klager moet de klacht op grond van artikel 22 lid 3 van de Wtra met voldoende, concrete en op de aangeklaagde accountant betrekking hebbende feiten en omstandigheden toelichten en onderbouwen. Als de klager dit niet of niet voldoende doet, kan dit leiden tot ongegrondverklaring van de klacht.

Alle klachtonderdelen zijn gebaseerd op de stelling van klager dat het besluit een deugdelijke wettelijke grondslag mist en dat de accountant zich daarvan rekenschap had moeten geven bij zijn handelen en/of nalaten in zijn rol als lid van de CEA. De accountant was nog geen lid van de CEA toen het besluit (per 1 september 2021) werd genomen. Wel kan het handelen en nalaten van accountants als CEA-lid ter toetsing worden voorgelegd aan de Accountantskamer, die een en ander terughoudend moet toetsen.

Gezien de wettelijke taak van de CEA en het toezicht daarop door de minister van Financiën, is alleen in uitzonderlijke gevallen plaats voor tuchtrechtelijk ingrijpen. Een tuchtprocedure bij de Accountantskamer is in beginsel niet bedoeld om de inhoud of wijze van totstandkoming van besluiten als deze ter discussie te stellen. Met een terughoudende toetsing kan de Accountantskamer niet concluderen dat de accountant zich heeft schuldig gemaakt aan de verweten gedragingen en aan schending van fundamentele beginselen. Een verdergaande toetsing door de Accountantskamer zou een onaanvaardbare inbreuk vormen op de materieel-wetgevende bevoegdheid van de CEA en het toezicht daarop door de minister van Financiën. De klacht zal ter zake alle onderdelen ongegrond worden verklaard.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

Onlangs is de klacht van Alexander Vissers tegen de goedkeuring van de jaarrekening van Greenpeace definitief ongegrond verklaard. Met de hier besproken klacht berijdt Vissers een ander stokpaardje: de NBA mist regelgevende bevoegdheid. Hoewel hij met die stelling al bakzeil haalde bij de Europese Commissie en de minister van Financiën, dient hij een klacht in tegen één van de accountantsleden van de CEA. Waarom hij juist die accountant op de korrel neemt, terwijl die nog geen CEA-lid is als de commissie het gewijzigde besluit over de eindtermen neemt, is een raadsel. Net zoals het mij een raadsel is waarom de Accountantskamer dat niet als beletsel ziet om de klacht in behandeling te nemen, zij het met terughoudendheid.

De tuchtrechter stelt vast dat de regelgevende bevoegdheid van de CEA is gebaseerd op de Wet op het accountantsberoep (Wab) en citeert daarvoor de twee Wab-artikelen, waarin het fundament voor het besluit over de eindtermen voor de accountantsopleiding te vinden is.

De jurist in Vissers moet de beide wetsartikelen gelezen hebben, maar negeert die. Hij heeft al gemeld tegen de uitspraak van de tuchtrechter in beroep te zullen gaan bij het CBb.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.