Samensteller stelt schijnovereenkomst op
Een accountant-administratieconsulent probeert voor zijn klanten de pachtbescherming te ontwijken door een zogeheten 'maatschapsovereenkomst' op papier te zetten. Dat is niet-integer.
Accountantskamer
- Zaaknummers:
- 25/1002 Wtra AK
- Datum uitspraak:
- 05 juni 2026
- Oordeel:
- deels gegrond
- Maatregel:
- berisping
- Status:
- nog niet definitief
- Vindplaats:
- ECLI:NL:TACAKN:2026:52
Lex van Almelo
Belangrijkste feiten
Een vader en een zoon vormen een maatschap, die gaat samenwerken met twee broers. De uitgangspunten voor de samenwerking hebben zij eind 2015 in onderling overleg bepaald en besproken met een accountant-administratieconsulent. De accountant heeft de gehanteerde uitgangspunten uitgewerkt in de zogenoemde 'Interne afspraken' die de partijen eind 2015 ondertekenen. In de Interne afspraken staat onder meer dat:
- de afspraken niet naar buiten moeten worden gebracht;
- er een afzonderlijke samenwerkingsovereenkomst wordt opgesteld die externe werking heeft;
- één van de broers feitelijk 70 hectare landbouwgrond inbrengt;
- besloten is om gezamenlijk het bedrijf te gaan exploiteren waarbij de ene broer het gebruik en genot van de grond inbrengt samen met de daarbij behorende rechten;
- vader en zoon het gebruik en genot van hun (in gebruik zijnde) gronden, quota en bedrijfstoeslagen inbrengen, alsmede het gebruik en genot van de machines;
- vader en zoon zorgen voor de arbeid;
- de samenwerking wordt aangegaan voor tien jaar met een optie op verlenging;
- de gemaakte afspraken na vijf jaar zullen worden geëvalueerd en zo nodig herzien;
- de broers voor de inbreng van het gebruik en genot jaarlijks 1500 euro per ingebrachte hectare ontvangen en 50 procent van de daarmee samenhangende toeslagrechten;
- deze vergoeding kan fluctueren, maar gemiddeld genomen het minimum is;
- de vergoeding in de samenwerkingsovereenkomst om fiscale redenen anders kan worden aangeduid;
- het uitgangspunt echter blijft dat de gemiddelde vergoeding voor de inbreng van de broers 1500 euro per ingebrachte hectare plus 50 procent van de daarmee samenhangende bedrijfstoeslag bedraagt;
- beide partijen overeenkomen dat het accountantskantoor de samenwerkingsovereenkomst opmaakt en zij ieder voor 50 procent bijdragen in deze kosten.
Beide partijen beginnen de samenwerking op 1 januari 2016 en ondertekenen in maart 2016 een 'maatschapsovereenkomst' die is opgesteld door de accountant. Hierin staat dat de looptijd van de overeenkomst tien jaar is en de jaarwinst of verliezen als volgt worden verdeeld:
- de maten ontvangen jaarlijks een aandeel in het bedrijfsresultaat ter grootte van 1000 euro per hectare. Alle kosten, lasten, afschrijvingen en renten van schulden, die betrekking hebben op de onroerende zaken waarvan het gebruik en genot zijn ingebracht, komen ten laste van de inbrengende maat;
- de vader en de zoon ontvangen jaarlijks een aandeel in het bedrijfsresultaat als vergoeding voor de inbreng van het gebruik en genot in de maatschap van de machines en installaties ter grootte van een nader overeen te komen bedrag. Alle kosten, lasten, afschrijvingen en renten van schulden, die betrekking hebben op de machines en installaties, waarvan het gebruik en genot is ingebracht, komen ten laste van vader en zoon;
- iedere maat ontvangt of draagt jaarlijks een vergoeding over zijn aandeel in het kapitaal van de maatschap ter grootte van het percentage van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde depositorente vermeerderd met 1 procent;
- daarna kan aan ieder van de maten een vergoeding worden toegekend naar zijn geleverde arbeidsprestatie, waarvan de hoogte in onderlinge overeenstemming wordt vastgesteld;
- wat na het uitkeren van bovenstaande vergoedingen als saldo resteert, wordt jaarlijks als volgt verdeeld:
– de broer die 70 hectare inbrengt, ontvangt of draagt 30 procent;
– vader en zoon ontvangen of dragen 65 procent;
– de andere broer ontvangt of draagt 5 procent.
De verdeling van het bedrijfsresultaat kan jaarlijks in onderling overleg worden gewijzigd.
De accountant stelt van 2016 tot en met boekjaar 2023 de jaarrekening samen van de 'maatschap' van de vier. Van de positie van de 70-hectare-broer verstrekt hij elk jaar een financieel overzicht van het verschil tussen enerzijds de gemiddelde vaste (minimum)vergoeding conform de Interne afspraken en anderzijds het aandeel in het bedrijfsresultaat volgens de maatschaps-jaarrekening. Dit wordt elk boekjaar en cumulatief aangeduid als "nog te verrekenen" (tegoedoverzicht).
Aan het einde van het financieel overzicht over 2023 staat bijvoorbeeld dat de broer per 31 december 2023 een negatief vermogen heeft van 161.901 euro, dus een verplichting aan de vader en de zoon. Als verklaring wordt genoemd dat de broer meer kapitaal opneemt dan waar hij volgens de winstverdeling recht op heeft en dat zijn toebedeelde winst hoger is dan het afgesproken aandeel.
De 70-hectare-broer dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.
Klacht
- De accountant is tijdens het bespreken van de concept-jaarrekeningen nooit ingegaan op vragen van de broer en heeft niet duidelijk aangegeven wat diens positie in de maatschap was; het gaat om vragen over de "extra toedelingen" van 771.090 euro die in 2023 zijn toegedeeld aan de vader en de zoon, die in 2016 346.090 (minder) was;
- de klager heeft niet elke maand een vergoeding gekregen voor het gebruik van het land en zijn winstdeling is niet als bedrijfsvermogen in de maatschap opgebouwd;
- er zijn aankopen gedaan die niet of nauwelijks te traceren zijn in de boekhouding van de maatschap, zoals 230.742 euro voor "gewassen te velde" en 184.400 euro aan lattenkisten;
- het 'maatschapscontract' blijkt een verkapt pachtcontract;
- de accountant heeft de percentages in de jaarwinstverdeling niet aangepast.
Oordeel
Klachtonderdeel 4 is gegrond en de rest van de klacht ongegrond.
Ad 1 Geen antwoord
Volgens de klager gingen de gesprekken met de accountant vaak over koetjes en kalfjes, terwijl zijn vragen nooit gericht werden beantwoord. De accountant ontkent dit in zijn verweerschrift en op de zitting. Hij meent altijd ruimte te hebben gelaten om vragen te stellen en de vragen van de klager te hebben beantwoord. De klager heeft dit verwijt onvoldoende onderbouwd.
Ad 2 Vergoeding en winstdeling
De accountant heeft ieder jaar een overzicht verstrekt van het verloop van het kapitaal – met daarin het aandeel van de klager in het bedrijfsresultaat en van zijn opnames binnen de 'maatschap'. Het verwijt dat zijn winstdeling daarin niet is opgebouwd, is ongegrond. De rest van dit verwijt komt aan de orde bij klachtonderdeel 4.
Ad 3 Niet te traceren aankopen
Dat gewassen te velde en de lattenkisten zijn aangekocht, blijkt uit de bijlagen bij het accountantsrapport.
Ad 4 'Maatschapscontract' blijkt verkapt pachtcontract
Volgens de advocaat van de klager zijn de Interne afspraken een verkapt pachtcontract. Daardoor loopt de klager zijns inziens het risico dat de Interne afspraken worden aangemerkt als een pachtovereenkomst, met alle rechtsgevolgen van dien.
Volgens de accountant zouden de afspraken wellicht op enig moment als basis kunnen dienen om een pachtovereenkomst aan te gaan, maar dat was uitdrukkelijk niet de bedoeling van de partijen. De schriftelijke verklaring van vader en zoon toont dat volgens hem ook aan. Bij de mondelinge behandeling heeft de accountant nog aangevoerd dat hij beide partijen er destijds ook op heeft gewezen dat hun afspraken zouden kunnen worden aangemerkt als pacht en dat zij daarom een maatschap moesten vormen. De accountant meent dat hem geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt over de totstandkoming van de samenwerkingsafspraken, omdat hij duidelijk geen juridisch advies gaf.
De Accountantskamer oordeelt dat wanneer grond in gebruik wordt gegeven aan een ander ten behoeve van de landbouw en die ander daarvoor een tegenprestatie is verschuldigd, al snel het vermoeden kan ontstaan dat het gaat om een pachtovereenkomst. Dan wordt immers in beginsel voldaan aan de wettelijke voorwaarden uit artikel 7:311 BW voor het bestaan van een pachtovereenkomst. Een pachter geniet op grond van dwingend recht vergaande bescherming door onder meer automatische verlenging van de pachttermijn (artikel 7:325 lid 5 BW) en beperkte beëindigingsmogelijkheden voor de verpachter (artikelen 7:369-370 BW).
In dit geval bevatten de Interne afspraken aanknopingspunten om aan te nemen dat in feite een pachtovereenkomst is gesloten. De klager stelt immers (alleen maar) grond ter beschikking voor akkerbouw tegen een vaste vergoeding. Hoewel de partijen niet de intentie hadden om een pachtovereenkomst aan te gaan, moeten de afspraken tussen hen wellicht materieel als pacht worden aangemerkt en kan er feitelijk en juridisch ook sprake zijn van pacht. De wens om bepaalde rechtsgevolgen van die pachtovereenkomst te ontlopen heeft geen rechtsgevolg voor zover die in strijd is met dwingend recht voor pachtovereenkomsten.
De accountant zegt dat hij de partijen op dit risico heeft gewezen en daarom heeft geadviseerd een maatschap te vormen. Hij heeft vervolgens een document opgesteld dat wordt aangeduid als maatschapsovereenkomst. Daarbij heeft hij klaarblijkelijk geen afbreuk willen doen aan de Interne afspraken, die overkomen als pachtovereenkomst. De accountant stelt namelijk jaarlijks financiële overzichten op waarin de "vaste vergoeding" wordt afgezet tegen het aandeel van de klager in het bedrijfsresultaat volgens de maatschapsjaarrekening, onder vermelding van "nog te verrekenen".
Deze "vaste vergoeding" opnemen in de financiële overzichten wijst er niet op dat de Interne afspraken (op dit punt) opzij zijn gezet, in tegendeel. In het totaaloverzicht van de afspraken van de maatschap van het viertal wordt het uiteindelijke bedrag dat de klager te vorderen heeft van de maatschap van de vader en zoon (dan wel aan hen verschuldigd is) vermeld als saldo van de "vaste vergoedingen" en diens kapitaalopnames. Het aandeel van de klager in het bedrijfsresultaat speelt dus geen rol in zijn financiële aanspraken of verplichtingen. De vraag is dan wat het (legitieme) doel van de maatschap en de maatschapsjaarrekeningen wél was. De accountant heeft daarop geen bevredigend antwoord gegeven.
Al met al heeft de accountant niet kunnen uitleggen dat de maatschap en de maatschapsjaarrekeningen niet bedoeld waren voor de schijn, waardoor de partijen zelf ook denken dat het om een maatschapsovereenkomst ging. De Accountantskamer kan niet beoordelen of de Interne afspraken daadwerkelijk een pachtovereenkomst inhouden, maar kan wel vaststellen dat:
- die een evident risico in zich borgen te worden aangemerkt als een pachtovereenkomst;
- de accountant niet heeft kunnen uitleggen dat de maatschap en de maatschapsjaarrekeningen bedoeld zijn om een papieren werkelijkheid te scheppen, die afwijkt van de realiteit.
De klacht dat hij een "verkapt pachtcontract" heeft opgesteld is daarom gegrond.
Door onjuiste en misleidende informatie op te stellen heeft de accountant in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van integriteit. Ook heeft hij in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Ervan uitgaande dat hij de partijen inderdaad heeft geïnformeerd over het risico dat de Interne afspraken zouden kunnen worden aangemerkt als pachtovereenkomst, heeft hij – naar eigen zeggen – ook geadviseerd een maatschap aan te gaan om dat te vermijden. Omdat de maatschap slechts een papieren werkelijkheid inhoudt, kan die maatschap geen bescherming bieden tegen het risico dat de afspraken worden aangemerkt als pachtovereenkomst.
Ad 5 Aanpassing percentages winstverdeling
De klager vindt dat de jaarwinstverdeling aangepast had moeten worden, omdat de vader en de zoon in de loop der jaren steeds minder grond hebben ingebracht in de gezamenlijke maatschap zonder dat hun winstaandeel werd aangepast. Volgens de Accountantskamer zijn wijzigingen in de onderlinge verdeling van de ingebrachte grond en de gevolgen daarvan voor de winstdeling in de eerste plaats een kwestie van de klager en de vader en zoon onderling.
Maatregel
Berisping. De accountant heeft meegewerkt aan de totstandkoming van een papieren werkelijkheid en daarmee in strijd gehandeld met de fundamentele beginselen van integriteit en van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Dit moet hem ernstig worden aangerekend. In het voordeel van de accountant weegt de Accountantskamer mee dat hij zich in de procedure transparant en toetsbaar heeft opgesteld.
Annotatie Lex van Almelo
Twee broers gaan samen een agrarisch bedrijf vormen met een vader en een zoon, die samen een maatschap hebben. Eén van de broers brengt 70 hectare landbouwgrond in en krijgt daarvoor een vaste vergoeding. Een accountant-administratieconsulent geeft de samenwerking vorm in 'Interne afspraken', die niet naar buiten mogen komen. Daarin staat onder meer hoe de winstdeling eruitziet en welke vergoeding de maten krijgen dan wel moeten bijleggen. De samenwerking wordt uitgewerkt in een document dat wel externe werking heeft en de schijn heeft van een maatschapsovereenkomst tussen de broers en de maatschap van de vader en de zoon.
Als je land ter beschikking stelt en daarvoor een vaste vergoeding krijgt, is er inhoudelijk al snel sprake van een pachtovereenkomst. De pachter geniet daarbij een wettelijke bescherming die langer duurt dan de tien jaar die de vier 'maten' willen samenwerken. De accountant geeft het externe document daarom de schijn van een maatschapsovereenkomst. Eén van de broers verwijt hem bij de Accountantskamer onder meer dat hij "een verkapte pachtovereenkomst" heeft opgesteld. De accountant zegt in zijn verweer dat de partijen per se geen pachtovereenkomst wilden, maar staat met de mond vol tanden als de tuchtrechter hem confronteert met het risico dat de interne afspraken wel zo worden uitgelegd. De Accountantskamer zegt niet dat het een pachtovereenkomst is, maar veroordeelt wel het 'verkappen' als maatschap. Dat is niet-integer, vakonbekwaam en onzorgvuldig.
