Pensioen

Verwerking pensioenvoorzieningen in jaarrekening na uitfasering PEB

De Wet uitfasering pensioen in eigen beheer is aangenomen. Dat heeft allerlei gevolgen voor dga's, maar ook voor de jaarrekening.

John Weerdenburg

Op 7 maart van dit jaar heeft de Eerste Kamer de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen aangenomen, evenals de novelle pensioen in eigen beheer. Daarmee is de mogelijkheid om een pensioen in eigen beheer op te bouwen voor directeur-grootaandeelhouders (dga's) afgeschaft.

De uitfasering van het pensioen in eigen beheer (PEB) is vrij complex, en pensioenexperts adviseerden accountants deze week nog om in deze fase extra goed op te letten om problemen met klanten in een later stadium te voorkomen.

Op 29 maart 2017 heeft de Raad voor Jaarverslaggeving RJ-Uiting 2017/3 'Ontwerp-richtlijn Pensioenvoorziening en oudedagsverplichting directeuren-grootaandeelhouder' uitgebracht. Deze richtlijn behandelt de gevolgen van de nieuwe wet.  Let wel, dit betreft een ontwerp-richtlijn, waarop nog een commentaartermijn bestaat tot 10 mei 2017. Dit ontwerp zal zo spoedig mogelijk na de commentaarperiode definitief worden gemaakt.

Vanaf  1 juli 2017 is de fiscaal gefacilieerde opbouw van het pensioen in eigen beheer niet meer mogelijk. Om de negatieve fiscale consequenties te voorkomen moet het pensioen in eigen beheer voor 1 juli 2017 premievrij gemaakt worden.  

Als gevolg hiervan kan het volgende plaatsvinden:

1. De pensioenvoorziening in eigen beheer aanhouden;
2. De pensioenverplichting fiscaal geruisloos afstempelen naar de fiscale boekwaarde voor de vennootschapsbelasting. Als gevolg hiervan moet:
a. De pensioenvoorziening worden omgezet naar een ‘oudedagsverplichting’, of;
b. worden afgekocht (waarover loonbelasting is verschuldigd)

Deze drie opties hebben de volgende verwerking in de jaarrekening:

1. Handhaving van de opgebouwde aanspraken

Nadat het pensioen premievrij is gemaakt, vindt vanaf  dat moment  geen verder opbouw van  pensioenaanspraken plaats, maar alleen aanpassing (voor zover overeengekomen) voor indexaties. Rechtspersonen die gebruik maken van de mogelijkheid om bij de bepaling van de omvang van de voorziening rekening te houden met aanpassingen van per balansdatum opgebouwde aanspraken die voortvloeien uit  verwachte toekomstige salarisstijgingen mogen dat niet langer.

Was hiervan wél sprake, hetgeen in de praktijk sporadisch voorkomt, dan is er sprake van een schattingswijziging, als gevolg van wijzigingen in omstandigheden waarop de schatting is gebaseerd.  Het effect hiervan wordt verwerkt in winst- en verliesrekening.  

2. Pensioenafspraken worden afgestempeld

Wordt de pensioenverplichting afgestempeld dan valt de pensioenverplichting  vrij tot het bedrag van de fiscale boekwaarde van de pensioenverplichting voor de vennootschapsbelasting. Als de vennootschap een jaarrekening op fiscale grondslag opstelt, dan is er geen sprake van aanpassing van de waardering. De pensioenvoorziening is immers al gewaardeerd tegen de fiscale waarde.

Bij een commerciële jaarrekening, waarbij de grondslag van waardering de RJ-waarde is, zal de voorziening én de bijbehorende belastinglatentie wel aangepast worden. Dit wordt verwerkt in het jaar waarin de afstempeling onvoorwaardelijk is overeengekomen. Dus in 2017, 2018 of uiterlijk in 2019.

Als afstempeling van de pensioenverplichting plaatsvindt na balansdatum maar vóór het opmaken van de jaarrekening dan zal conform artikel 2: 380a BW dit worden vermeld in de toelichting, onder mededeling van de omvang van de financiële gevolgen voor de rechtspersoon.

Voorbeeldtekst in de commerciële jaarrekening 2016: De vennootschap heeft in 2017 besloten de pensioenvoorziening af te stempelen naar de fiscale boekwaarde volgens de aangifte vennootschapsbelasting. Als gevolg hiervan valt een deel van de pensioenverplichting in 2017 vrij. Deze mutatie (bijvoorbeeld € 80.000, alsmede de hierbij behorende belastinglatentie van € 16.000)  is in 2017 rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt.  Als gevolg hiervan is het eigen vermogen in 2017 toegenomen met € 64.000.  

2a. Oudedagsverplichting verplaatst naar schulden

Een oudedagsverplichting betreft een verplichting jegens de dga die voortvloeit uit aan de dga toegekende (afgestempelde) pensioenaanspraken. Dat betekent dat in de jaarrekening de oudedagsverplichting wordt gewaardeerd tegen fiscale waarde. Ondanks het feit dat er een verschil bestaat tussen de waardering tegen (contante) commerciële waarde op basis van marktrente per balansdatum van hoogwaardige ondernemingsobligaties en de fiscale waarde, staat de RJ dit toe.

De wijze waarop de oudedagsverplichting wordt aangewend, zoals aankoop van een lijfrenteproduct of een toekomstige uitkering gedurende twintig jaren, heeft geen invloed op de waardering en presentatie. De RJ stelt voor om de oudedagsverplichting, gezien het specifieke karakter, afzonderlijk te presenteren  onder de (langlopende) schulden.

2b. Afkoop van de verplichting

Als de afgestempelde pensioenaanspraken worden afgekocht, dan ontstaat op het moment van de afkoop een kortlopende schuld aan de belastingdienst (loonheffing) en een schuld aan de dga voor het nettobedrag van de afkoop. De afkoop van afgestempelde aanspraken zal geen effect hebben op het vermogen en/of resultaat van de rechtspersoon. Als afkoop plaatsvindt na balansdatum maar vóór opmaken van de jaarrekening, dan zal een toelichting bij de voorziening komen in de jaarrekening 2016.

Voorbeeldtekst bij afkoop pensioenverplichting: In 2017 is besloten tot afkoop van de pensioenvoorziening (€ 100.000). Deze afkoop resulteert in een afdracht ad. € 30.000 aan loonheffing welke in het nieuwe boekjaar is betaald; het restant van € 70.000 blijft de vennootschap schuldig aan de dga/wordt verrekend met de rekening courant directie/of een andere optie.

Einde van de ‘dividendklem’

Een rechtstreeks gevolg van de afstempeling van de pensioenafspraken is het einde van de alom beruchte ‘dividendklem’. Dit betekende dat uitkering van dividend bij pensioen in eigen beheer moeilijk (misschien wel onmogelijk) was omdat volgens de fiscus de bv een voorziening moest aanhouden die gelijk is aan het bedrag dat de bv als koopsom aan een professionele verzekeraar moest betalen om de volledige pensioenverplichting na te komen.

Werd er toch dividend uitgekeerd dan was het gevolg dat de gehele waarde van de pensioenaanspraak (WEV) op grond van artikel 19b van de Wet LB direct in de belastingheffing wordt betrokken en waarbij op grond van artikel 30i AWR ook nog revisierente (20%) verschuldigd zou zijn.

Het wordt dus nu eenvoudiger om dividend aan de aandeelhouder uit te betalen. Let op, deze mogelijkheid vindt pas plaats nadat de afstempeling gevolgd door afkoop van de verplichting/omzetting naar oudedagsverplichting formeel heeft plaatsgevonden. Voor veel vennootschappen de mogelijkheid om problematiek omtrent de rekening courant vordering op de dga op te lossen.  

John Weerdenburg AA is mede-oprichter van adviesorganisatie Auxilium Adviesgroep BV te Leusden.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.