Beroepsaansprakelijkheid

Uitloopdekking beroepsaansprakelijkheids-verzekering: vooraf verzekeren, een goed idee?

Het accountantsberoep en de maatschappij ontwikkelen zich voortdurend, daarom zijn de verzekeringsvoorschriften van accountants aan herziening toe, meent Jan Middelburg.

Jan Middelburg 

De VAO en NVKS bevatten identieke minimumeisen waaraan de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van accountants moet voldoen. Eén daarvan is dat 'inloop- en uitlooprisico's gedurende ten minste twee jaren zijn gedekt'. Ten aanzien van de uitloopdekking heeft de NBA op 24 augustus 2020 benadrukt dat deze bij het afsluiten van de verzekering al moet worden overeengekomen.

Het is interessant om een nadere blik te werpen op zowel deze verzekeringseis als de nieuwe NBA-interpretatie. Daarbij is het allereerst belangrijk om de kernbegrippen en de huidige verzekeringspraktijk te belichten. 

Inloop en uitloop

Inloop en uitloop zijn verzekeringstechnische begrippen. Met het inlooprisico wordt geduid op aansprakelijkheidsclaims die voortvloeien uit beroepsfouten die zijn begaan vóór de ingangsdatum van de verzekering. Het uitlooprisico betreft claims die worden ingesteld ná de einddatum van de verzekering. In de VAO en NVKS worden inloop en uitloop niet gedefinieerd, maar uit de toelichting op de desbetreffende artikelen blijkt dat aan deze begrippen dezelfde betekenis wordt toegekend. 

Er is nadrukkelijk niet alleen sprake van een uitlooprisico in geval van bedrijfsbeëindiging, maar bij elke polisbeëindiging. Het voorschrift om de inloop- en uitlooprisico's gedekt te houden, geldt dus ook bij een wisseling van verzekeraar. Dit is niet meer dan logisch, omdat het nalaten daarvan ook dan tot ongedekte schades kan leiden. 

De verzekeringspraktijk

Binnen de heersende systematiek van aansprakelijkheidsverzekeringen is het uitlooprisico géén onderdeel van de standaarddekking. Een uitloopdekking dient dus specifiek overeengekomen en in de polis aangetekend te worden. 

Vrijwel alle vooraanstaande beroepsaansprakelijkheidsverzekeraars geven op dit moment vorm aan de verplichte uitloopdekking in een zogenaamd 'onherroepelijk aanbod'. Dit betekent dat de accountant bij polisbeëindiging het recht heeft om het uitlooprisico tegen een vooraf in de polis vastgelegde premie voor twee jaar te verzekeren. De belangrijkste reden om de uitloopdekking niet op voorhand al te verzekeren, is dat de verzekering van het uitlooprisico in de meeste situaties onnodig is. Bij een wisseling van verzekeraar biedt de nieuwe verzekeraar immers dekking voor de in het verleden begane fouten (inloopdekking). Hetzelfde geldt in situaties waarin een onderneming inclusief de rechtspersoon wordt verkocht. Alleen bij daadwerkelijke staking van de onderneming is sprake van een uitlooprisico, dat apart verzekerd moet worden. 

Veel accountantsorganisaties en -kantoren zullen daarom nooit met een te verzekeren uitlooprisico te maken krijgen. Een vooraf afgesloten uitloopdekking leidt in die gevallen tot onnodige kosten. Voor de uitloopdekking wordt door verzekeraars immers premie in rekening gebracht, als eenmalige belasting of als onderdeel van het premietarief. Bovendien kunnen overlappende inloop- en uitloopdekkingen tot zogenaamde 'samenloop' leiden. Binnen de verzekeringswereld duidt dit kortweg op situaties waarin een schadeclaim onder meerdere verzekeringen is gedekt. Dit klinkt als een 'luxeprobleem', maar de vraag welke verzekeraar voor een schade moet opkomen moet te allen tijde worden vermeden. De praktijk wijst uit dat dit tot jarenlange juridische procedures tussen verzekeraars kan leiden. Het spreekt voor zich dat dit niet in het belang van de verzekerde accountant én van een voortvarende afwikkeling van de aansprakelijkheidskwestie is. 

Wie verzekert wat

Met enige regelmaat gaat het mis met de verzekering van inloop- en uitlooprisico's. Naast de genoemde verzekeraarswissel of bedrijfsbeëindiging zijn er veel specifieke situaties, waarin aansprakelijkheden en verzekeringsoplossingen niet voor de hand liggen. Denk aan overnames, juridische splitsingen etc. waarbij de juiste oplossing vaak mede afhankelijk is van de gemaakte afspraken tussen de contractspartijen. De consequenties daarvan voor de beroepsaansprakelijkheidsverzekering worden door de accountant niet altijd overzien. Hetzelfde geldt voor de niet-gespecialiseerde verzekeringsadviseur. Als gevolg daarvan worden inloop- en uitlooprisico's vaak niet goed verzekerd, met alle gevolgen van dien. 

En wat is de rol van de verzekeraar? Vaak wordt verondersteld dat verzekeraars ook een verantwoordelijkheid hebben voor het aanbieden van een sluitende verzekering aan hun klanten. Dat is echter een misvatting. Verzekeraars hoeven alleen invulling te geven aan dekkingsverzoeken van hun klant en hebben op dit punt geen nadere zorgplicht. Als aansprakelijkheidsclaims door (te) beperkte inloop- of uitloopdekkingen buiten de dekking vallen, kan de verzekeraar deze claims eenvoudigweg afwijzen. 

Terug naar de NBA-eis

Wellicht ingegeven door het vorenstaande, heeft de NBA aangegeven dat het uitlooprisico al bij het afsluiten van de verzekering moet zijn overeengekomen. De gangbare oplossing, waarin bij beëindiging van de verzekering gekozen kan worden voor verzekering van het uitlooprisico, zou niet een voldoende waarborg bieden. Dit lijkt een logische instructie, passend binnen het streven om ongedekte aansprakelijkheidsclaims te voorkomen. De vraag is echter of dit niet slechts een schijnveiligheid creëert. 

Het recente bericht van de NBA roept allereerst de vraag op of de bedoelde 'verzekering vooraf' naar de letter van de VAO en NVKS noodzakelijk is om gevolg te geven aan de verzekeringseis. Die schrijft immers alleen voor dat 'uitlooprisico's gedurende ten minste twee jaren zijn gedekt', maar zegt niets over het moment waarop dit overeengekomen moet worden. 

De vraag op welk moment het uitlooprisico verzekerd moet worden, leidt helaas af van een veel belangrijker aspect van het verzekeringsvoorschrift. Dit betreft de termijn van slechts twee jaren. Ook als de accountant zich keurig houdt aan de minimumverplichting om (vooraf of achteraf) zijn uitlooprisico voor twee jaar te verzekeren, zal de beroepsaansprakelijkheidsdekking in geval van bedrijfsbeëindiging ernstig te kort schieten. Veel aansprakelijkheidsclaims die tegen accountants worden ingesteld, zijn immers een gevolg van fouten die meer dan twee jaren ervoor zijn begaan. De focus zou dus niet gericht moeten zijn op het moment waarop de uitloopdekking overeengekomen wordt, maar veel meer op de duur ervan. 

Herziening voorschriften beroepsaansprakelijkheidsverzekering

In het recente bericht van NBA wordt de doelstelling van de verzekeringsvoorschriften vermeld: het belang van maatschappij en accountants. Dit belang kan niet genoeg benadrukt worden. Ongedekte aansprakelijkheidsclaims leiden tot gedupeerde claimanten, financiële schade voor accountants en aantasting van de goede naam van het beroep. 

Voor een betere bescherming van accountants en de maatschappij zouden de verzekeringsvoorschriften daarom een samenstel van ruime(re) dekkingskaders moeten zijn. Een volwassen uitlooptermijn zou hiervan onderdeel moeten zijn, desgewenst nadien te verlengen. Hoewel niet het onderwerp van dit artikel, zou ook de inlooptermijn aangepast moeten worden. Deze zou niet twee jaren, maar onbeperkt van duur moeten zijn. Ook op andere punten vergen de verzekeringsvoorschriften aanpassing.

De beroepsregelgeving in de VAO en NVKS is al vele jaren ongewijzigd, maar het accountantsberoep en de maatschappij ontwikkelen zich voortdurend. In lijn daarmee zijn de verzekeringsvoorschriften dringend aan herziening toe.

Naschrift NBA

De eis om het uitlooprisico op voorhand te verzekeren beoogt te voorkomen dat gedupeerden hun schade niet kunnen verhalen en dat accountants schade lijden. Zeker bij (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging bestaat dat risico, maar ook in andere situaties doet het zich voor. Bij elke polisbeëindiging is sprake van uitlooprisico. Daarom moet in alle situaties zijn gewaarborgd dat het uitlooprisico is gedekt. Ook Jan Middelburg erkent het belang van maatschappij en accountants dat met de verzekeringsvoorschriften in de VAO en de NVKS is gediend. Hij roept zelfs op om de minimumeisen aan te scherpen. Binnen de NBA wordt daarover nagedacht. Tot een eventuele aanscherping gelden de huidige regels.

 

De NBA benadrukt dat het er haar om gaat dát het uitlooprisico onder de dekking valt en dat dit al bij het afsluiten van de verzekering is gewaarborgd. De NBA stelt echter geen eisen aan hoe die waarborg moet worden vormgegeven. Daarom gaf de NBA aan dat bij oversluiten van een verzekering denkbaar is dat het reeds verzekerde uitlooprisico door de opvolgende verzekeraar wordt overgenomen als inlooprisico (bericht van 8 september). Ook is het denkbaar om een polisvoorwaarde op te nemen die garandeert dat onder de inloopdekking van die verzekering het uitlooprisico van een eventuele voorgaande verzekering valt; in alle gevallen en voor minimaal dezelfde omvang. De NBA herhaalt dat een optie ('onherroepelijk aanbod') waarbij een accountant bij polisbeëindiging het recht heeft om het uitlooprisico te verzekeren, geen voldoende waarborg is (bericht van 24 augustus). De polisvoorwaarden moeten garanderen dat het uitlooprisico in alle situaties onder de dekking valt.

 

Tot slot enkele opmerkingen bij de verzekeringstermijn van het uitlooprisico. In de VAO en de NVKS staan verschillende minimumeisen waaraan een beroepsaansprakelijkheidsverzekering moet voldoen. Dat zijn slechts ondergrenzen. Hoofdregel is dat de verzekering in redelijke mate de risico's van de beroepsuitoefening verzekert (artikel 11 VAO en artikel 15 NVKS). Het komt zeker voor dat het nodig is om naar boven toe af te wijken van de minimumeisen. In de VAO en de NVKS staat dat die noodzaak altijd moet worden beoordeeld. In de toelichting op die regelingen schrijft de NBA uitdrukkelijk dat het soort werkzaamheden en andere relevante omstandigheden ertoe kunnen leiden dat een langere termijn voor het inloop- en/of uitlooprisico noodzakelijk is (dan de minimumtermijn van twee jaar). De NBA voegt daar de aanbeveling aan toe om ook bij het beëindigen van de verzekering na te gaan of het nodig is om het uitlooprisico langer te verzekeren.

Jan Middelburg is partner en specialist beroepsaansprakelijkheid bij Koekenberg Van Vuuren.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.