Arbeidsrecht

De rol van vakbonden: nu en in de toekomst

Over de werkzaamheden van vakbonden bestaan twee verschillende visies. De logic of influence en de logic of membership. Welke van die twee geniet de voorkeur?

Ten eerste de logic of influence. Binnen deze visie proberen de vakbonden zoveel mogelijk het overheidsbeleid te beïnvloeden door op nationaal niveau met centrale werkgeversorganisaties en de overheid te zoeken naar compromissen op sociaaleconomisch beleid.1 In deze visie wordt uitgegaan van een prominente rol in Den Haag.

Het voordeel van deze werkwijze is dat er daadwerkelijk invloed wordt uitgeoefend op nationaal beleid. Het nadeel is dat de vakbonden voor het individuele lid minder zichtbaar zijn. Individuele leden zullen zich mogelijk minder of onvoldoende herkennen in het overheidsbeleid wat mede dankzij de vakbonden tot stand is gekomen. In vrijwel alle gevallen moeten vakbonden namelijk water bij de wijn doen, hetgeen (waarschijnlijk) ten koste gaat van de belangen van de vakbondsleden. Binnen logic of influence worden de afspraken gemaakt op nationaal niveau en veel minder aan de onderhandeltafel.

Tegenover de logic of influence staat de logic of membership. Binnen deze visie komen de vakbonden tijdens het arbeidsvoorwaardenoverleg meer op voor de belangenbehartiging van hun leden.2 In plaats van actief te zijn in Den Haag ligt de focus op het voeren van onderhandelingen met de werkgevers (organisaties). Vakbonden zijn primair gericht op de directe belangenbehartiging, door onder meer cao's te sluiten, en veel minder gericht op het nationale beleid. Het werk van vakbonden is in deze visie veel meer zichtbaar voor de leden, doordat zij actief zijn aan de onderhandeltafel. Daartegenover staat dat de invloed van de vakbonden kleiner is op landelijk niveau.

Rechter_MichaelSchroots_900x590.jpg

Binnen de Nederlandse vakbewegingen is nimmer een keuze gemaakt voor een van deze visies. Kenmerkend voor ons poldermodel is dat vakbonden zowel werknemers vertegenwoordigen op bedrijfstak- en ondernemingsniveau bij cao-onderhandelingen, als op nationaal niveau tijdens het overleg met werkgevers(verenigingen) en de overheid over sociale akkoorden. Ondanks het feit dat nooit een keuze is gemaakt, verschuift de voorkeur voor het ene of het andere principe wel met de tijd.

Twee principes

Dan is het de vraag welke van deze twee visies voorrang geniet? Sinds het Akkoord van Wassenaar3 uit 1982 kan worden gezegd dat er een periode is aangebroken waarin de logic of influence voor gaat. Dit hangt samen met de opkomst van het overlegmodel - ook wel poldermodel genoemd - waarbij overleg op centraal niveau met werkgevers en de overheid de meeste aandacht opeist.4 Daartegenover zijn er ook toch verschillende aanknopingspunten waaruit blijkt dat de logic of membership overheerst. Een van de redenen daarvoor is de achterban. Het ledenbestand van vakbonden is een steeds meer eenzijdige groep aan het worden, doordat weinig nieuwe leden zich aansluiten.

De bestaande leden zijn veelal geen voorstander van eventuele veranderingen. De vakbondsleden hebben weinig te winnen, maar veel te verliezen, waardoor de bereidheid om compromissen en sociale akkoorden te sluiten vermindert. Daarnaast is de rol van de sociale partners op overheidsbeleid ook kleiner geworden ten opzichte van de jaren zeventig, waarin overheidsbeleid zag op de uitbreiding van de verzorgingsstaat en vergroting van de medezeggenschap, hetgeen overeenkwam met actiepunten van vakbonden. Als de invloed van vakbonden op overheidsbeleid daalt, richten zij zich automatisch meer op de directe belangenbehartiging.

De FNV heeft als doel om een democratische samenleving waarin de vrijheid om te onderhandelen voor vakbeweging van werkende en niet-werkende wordt gewaarborgd, in stand te houden en verder uit te bouwen.5 De FNV wil in het algemeen de materiële en immateriële belangen behartigen van de werkenden en niet-werkenden.

Als je kijkt naar deze doelstelling, moet je aannemen dat de logic of influence de voorrang geniet. Als je uitgaat van het principe van logic of membership, wordt primair gericht op de belangen van de leden, maar lang niet alle (niet-)werkenden zijn lid van een vakbond.6 Dit heeft tot gevolg dat de belangen van iedereen die niet lid is niet worden behartigd, hetgeen in strijd is met de doelstelling. Door meer actief te zijn in Den Haag wordt er meer recht gedaan aan de doelstelling van de FNV zoals opgenomen in de statuten.

Toekomst

Momenteel staan vakbonden op een T-splitsing, waar onder meer een dalend ledenaantal toe heeft geleid. Als vakbonden de voorkeur geven aan de logic of influence, bestaat de kans dat het ledenaantal nog verder zal dalen, doordat steeds meer compromissen worden gesloten en leden zich niet langer gehoord voelen. Minder leden leidt tot minder (financiële) middelen en minder macht tijdens cao-onderhandelingen. Dit kan uiteindelijk ook weer negatieve gevolgen hebben op de invloed op het overheidsbeleid.

Het is ook mogelijk dat meer gewicht toekomt aan de logic of membership. Door het opstellen van een eigen agenda, zich te verzetten tegen hervormingsvoorstellen en initiatieven voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden in de ruime zin, kunnen vakbonden mogelijkerwijs meer leden naar zich toe trekken. Dit leidt tot een grotere representativiteit en meer macht.

Noten
1. N. Jansen, Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg (diss. Amsterdam UvA), Deventer: Kluwer 2019, pagina 40.
2. N. Jansen, Een juridisch onderzoek naar de representativiteit van vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg (diss. Amsterdam UvA), Deventer: Kluwer 2019, pagina 41.
3. Sociaaleconomisch akkoord tussen werkgevers en werknemers, vertegenwoordigd in de Stichting van de Arbeid, over loonmatiging in ruil voor werktijdverkorting om te herstellen uit de economische crisis.
4.  P. de Beer, 'Stort de vakbeweging in? Tijd om te kiezen', Zeggenschap 2011/3, pagina's 18-21.
5. Artikel 4 lid 1 statuten FNV d.d. 29 maart 2022.
6. 'Vakbonden blijven leden verliezen: bijna 100.000 in twee jaar', NOS 3 november 2021.

Michel T Schroots is advocaat in Rotterdam en lid van de praktijkgroep Ondernemingsrecht van het kantoor Schaap Advocaten Notarissen.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.