Continuïteit

De jaarrekening als boemerang; wat recente rechtspraak leert over de rol van de accountant bij continuïteit

Continuïteit wordt vaak gezien als een controlestandaard (NV COS 570), een paragraaf in het jaarrekeningdossier. Een reeks recente uitspraken laat zien dat het juridisch veel scherper ligt, en tegelijk genuanceerder dan vaak wordt gedacht. De jaarrekening wordt opgevoerd als steunvordering, bestuurders gaan onderuit op de Beklamelnorm en op artikel 36 IW. Tegelijk bevestigt de rechtspraak dat de drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid hoog blijft en dat doorgaan in zwaar weer mag, mits goed onderbouwd. In al deze zaken speelt het werk van de accountant een rol op de achtergrond. Tijd om de continuïteitsblik bij te stellen.

Benne van Leeuwen en Jan Wietsma

De jaarrekening die de accountant samenstelt of controleert, is een juridisch document en mag gebruikt worden in openbare procedures. Wat erin staat, lezen niet alleen de bank en de aandeelhouders, maar ook potentiële schuldeisers en hun advocaten. Een lijn in de rechtspraak rond pluraliteit en steunvorderingen laat zien hoe direct dat werkt.

De balans als bewijsstuk voor de schuldeiser

In de zaak rond Info Image Hard- en Software BV oordeelde de rechtbank Rotterdam dat een aanvragend schuldeiser zich voor de steunvordering kon beroepen op een langlopende schuld van ongeveer 308.945 euro uit de jaarrekening. De schuldenaar betwistte het bestaan van die schuld in algemene termen, maar de rechtbank vond dat onvoldoende. De jaarrekening is dan een sterke aanwijzing voor het bestaan van de schuld en een kale ontkenning telt niet.

Een vergelijkbare benadering kwam terug in een zaak waarin de ontvanger het faillissement aanvroeg voor een belastingschuld van circa 439.000 euro. Een steunvordering werd vlak voor de zitting voldaan, maar uit gedateerde jaarrekeningen bleken nog andere schulden. De rechter achtte die voldoende om pluraliteit aan te nemen en sprak alsnog het faillissement uit. Een uitputtend onderzoek naar het bestaan van alle schuldeisers hoeft daarvoor niet plaats te vinden. Voldoende is dat summierlijk blijkt dat er meerdere schuldeisers zijn.

Voor de accountant betekent dit dat de balans niet meer alleen een verantwoordingsinstrument is. Het is ook een bewijsstuk in handen van wie het faillissement wil aanvragen. Langlopende schulden, rekening-courantposities en achterstanden op de balans worden gelezen als bestaande verplichtingen. De accountant dient altijd na te gaan of schulden en dus ook oude schulden of een rekening-courant of lening aan de bestuurder nog wel kunnen worden terugbetaald. Als daar afspraken over zijn gemaakt, dan zal de accountant moeten vaststellen dat die afspraken ook tijdig worden nagekomen; gebeurt dat niet, dan levert dit ongewild materiaal voor een faillissementsverzoek.

Tanken in het zicht van het faillissement

Op 7 januari 2026 oordeelde de rechtbank Gelderland in een Beklamelzaak (ECLI:NL:RBGEL:2026:502). Een transportonderneming was op eigen aangifte failliet verklaard. In de week voor de faillissementsaanvraag had het bedrijf nog brandstof op rekening getankt bij een vaste leverancier. Na verrekening van het eigendomsvoorbehoud bleef 6.220,78 euro onbetaald. De rechtbank veroordeelde de bestuurders hoofdelijk tot betaling.

Wie zelf een faillissementsverzoek indient, kan achteraf niet stellen de ernst van de financiële situatie niet te hebben gekend.

De redenering is scherp. Wie zelf een faillissementsverzoek indient, kan achteraf niet stellen de ernst van de financiële situatie niet te hebben gekend. Verplichtingen die in de direct eraan voorafgaande periode worden aangegaan, terwijl de bestuurder weet of behoort te weten dat deze niet zullen worden nagekomen, voldoen aan de Beklamelnorm en leveren persoonlijke aansprakelijkheid op. Bij eigen aangifte is het vermoeden van wetenschap zo sterk dat het lastig te weerleggen is. De chauffeur mag de tankpas niet meer gebruiken.

De accountant die meekijkt met de ondernemer en betrokken is bij het periodiek opstellen van cijfers, zal in geval er sprake is van een lastige financiële situatie ook aan de slag moeten met het maandelijkse cashflowoverzicht: kunnen alle verplichtingen nog worden nagekomen? Als er niet meer betaald kan worden, dan doet de accountant er goed aan de bestuurder te waarschuwen en dit ook duidelijk vast te leggen.

Doorgaan in zwaar weer: de hoge drempel

De Gelderse uitspraak markeert de uiterste rand van de Beklamelnorm. Twee andere uitspraken uit april 2026, beide op 19 mei gepubliceerd, laten de andere kant zien. De drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid blijft hoog en doorgaan in zwaar weer kan en mag.

De rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2026:5039) wees op 15 april 2026 een vordering van een leverancier tegen de bestuurder af. De kernoverweging volgt de vaste lijn: het enkele feit dat een onderneming in financieel zwaar weer zit, betekent niet dat een bestuurder geen nieuwe verplichtingen meer mag aangaan of de bedrijfsactiviteiten direct moet staken. Pas wanneer de bestuurder wist of redelijkerwijs moest begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden, komt persoonlijke aansprakelijkheid in beeld. De rechtbank woog mee dat de leverancier niet onwetend was van de situatie en zelf risico had genomen.

Onder verwijzing naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad, benoemde de rechtbank Rotterdam de ratio van die hoge drempel uitdrukkelijk: bestuurders moeten de ruimte hebben om in het belang van de rechtspersoon beslissingen te nemen waaraan risico's zijn verbonden, zonder voor aansprakelijkheid te hoeven vrezen. Een bestuurder is niet aansprakelijk voor iedere gemaakte fout of vergissing.

De rechtbank Limburg (ECLI:NL:RBLIM:2026:3810) oordeelde op 29 april 2026 in dezelfde lijn. De curator verweet het bestuur te lang te zijn doorgegaan met een niet-levensvatbare onderneming en deed een beroep op artikel 2:9 BW. De rechtbank wees dat beroep af. De curator had nagelaten concrete handelingen of nalatigheden te benoemen die als onbehoorlijke taakvervulling kwalificeren. Een algemeen verwijt dat te lang is doorgegaan, is onvoldoende. De rechtbank oordeelde ook dat onvoldoende was gesteld en onderbouwd dat de situatie op enig moment zo uitzichtloos was dat er geen kans meer bestond op het keren van het tij.

Aansprakelijkheid ontstaat niet zodra een onderneming in zwaar weer raakt.

Voor de accountant ligt hier de tegenkracht van het Beklamelverhaal. Aansprakelijkheid ontstaat niet zodra een onderneming in zwaar weer raakt. Pas wanneer aantoonbaar wetenschap bestaat dat verplichtingen niet meer zullen worden nagekomen en er geen redelijk uitzicht meer is op herstel, doorstart of herfinanciering, komt de bestuurder onder de norm. Dat onderstreept twee dingen: het belang van een goed gedocumenteerde levensvatbaarheidsanalyse, zodat bestuur en accountant kunnen onderbouwen dat er nog perspectief was, en het belang van dossiervorming over welke informatie bij wie bekend was, wat is gecommuniceerd met leveranciers en financiers en welke afwegingen zijn gemaakt.

Geldstromen naar privé en de melding betalingsonmacht

Op 10 maart 2026 oordeelde de rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2026:2673) over de bestuurder van een transportbedrijf dat in augustus 2020 was opgericht en snel groeide. Hij werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor circa 730.000 euro aan loonheffing en omzetbelasting.

Twee elementen springen eruit. Ten eerste de melding betalingsonmacht. De bestuurder verwees naar een corona-uitstelverzoek, maar dat was ingediend op basis van een onjuiste reden. De rechtbank oordeelde dat daarmee geen geldige melding ex artikel 36 Invorderingswet 1990 was gedaan. Daarmee treedt het wettelijk vermoeden van artikel 36 lid 4 IW 1990 in werking. Kennelijk onbehoorlijk bestuur wordt vermoed en de bestuurder wordt alleen tot tegenbewijs toegelaten, als hij aannemelijk maakt dat het niet aan hem te wijten is dat geen geldige melding is gedaan. De bewijspositie van de bestuurder is dan vrijwel onhoudbaar.

Ten tweede de geldstromen. Terwijl de belastingschulden opliepen, stroomde via rekening-courant ruim 470.000 euro naar privé en naar zustermaatschappijen, zonder duidelijke onderbouwing waarvoor. De rechtbank kwalificeerde dat als kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 36 lid 3 IW 1990. Het zorgvuldigheidsbeginsel was volgens de rechtbank niet geschonden.

Voor de accountant is dit een dossier met meerdere red flags, die in het reguliere werk al zichtbaar zijn. Oplopende achterstanden in loonheffing en omzetbelasting komen direct naar voren bij de aansluitberekeningen tussen aangifte en grootboek. Geldstromen via rekening-courant naar de bestuurder of een groepsmaatschappij zijn te volgen in de balans en het grootboek, zeker wanneer een zakelijke onderbouwing ontbreekt. En een verzoek om uitstel van betaling of een betalingsregeling bij de Belastingdienst, kwalificeert alleen als rechtsgeldige melding betalingsonmacht ex artikel 36 IW 1990 als het uitdrukkelijk op die grond is ingediend. Een corona-uitstelverzoek of een gewoon verzoek om een betalingsregeling voldoet daar niet automatisch aan. Deze signaleringspunten horen thuis in samenstellingsopdrachten (NV COS 4410) en zeker in onderzoeks- en assurance-opdrachten (NV COS 3000 en 3400).

Het Europese perspectief, in een notendop

Op 30 maart 2026 is Richtlijn (EU) 2026/799 aangenomen, die delen van het insolventierecht in de 27 lidstaten harmoniseert. Lidstaten hebben tot begin 2029 om te implementeren. De exacte uitwerking blijft afhankelijk van nationale implementatiewetgeving en zal per lidstaat verschillen. Voor bestuurders introduceert de richtlijn een actieve handelingsplicht bij dreigende insolventie. De richting waarin het beweegt, is dezelfde als die van de hierboven besproken uitspraken. De passieve houding van het bestuur en de wachtende houding van de accountant worden beide moeilijker te verdedigen.

De rode draad

De jaarrekening is openbaar bewijs voor schuldeisers, curatoren en de tuchtrechter.

Vier sporen komen samen op het bordje van de accountant. De jaarrekening is openbaar bewijs voor schuldeisers, curatoren en de tuchtrechter. Het omklapmoment is geen abstract begrip meer, maar een concreet moment waarop nieuwe verplichtingen onmiddellijk bestuurdersaansprakelijkheid kunnen opleveren. Tegelijk blijft de drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid hoog: doorgaan in zwaar weer mag, mits goed onderbouwd. En de fiscale signalen, met name rond loonheffing en omzetbelasting, zijn niet meer alleen een fiscaal probleem, maar een direct juridisch aansprakelijkheidsrisico.

De accountant is niet de bewaker. Het stuur hoeft niet te worden overgenomen. Maar de accountant is wel degene die deze signalen als eerste ziet en die ze schriftelijk moet markeren. In de besproken zaken wisselt de uitkomst voor de bestuurder, afhankelijk van de kwaliteit van de afwegingen en de dossiervorming op het moment zelf. Voor de accountant betekent dat een dubbele opdracht: signalen tijdig markeren en het bestuur helpen zijn keuzes onderbouwd vast te leggen.

Daarbij spelen meerdere factoren steeds een rol, zoals blijkt uit een beslissing van de rechtbank Rotterdam van 3 februari 2021 (ECLI:NL:RBROT:2011:1011): "Een accountant moet op grond van artikel 7:401 BW de zorgvuldigheid betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsbeoefenaar mag worden verwacht. Schending van die norm kan een wanprestatie opleveren jegens de opdrachtgever, maar kan onder omstandigheden ook onrechtmatig zijn jegens diens bestuurder. Of dit laatste het geval is, is onder meer afhankelijk van de hoedanigheid van de betrokken partijen, de aard en de strekking van de desbetreffende overeenkomst, de wijze waarop de belangen van de derde bij de overeenkomst zijn betrokken en de aard en omvang van het nadeel dat voor de derde dreigt." Een gewaarschuwde accountant telt voor twee.

Het handelingsperspectief voor de accountant

Zes punten, in volgorde van waar het meestal misgaat.

  1. Behandel continuïteit als doorlopend dossier. Niet alleen NV COS 570 bij de jaarafsluiting, maar als wendbaar werkdocument vanaf het moment dat signalen verschijnen. Bij mkb-cliënten betekent dat aansluiting op de maandcijfers, de cashflow en de fiscale aansluitingen.
  2. Leg schriftelijk vast wat de accountant signaleert. Schriftelijk advies aan het bestuur, niet alleen een mondelinge waarschuwing in de jaargesprekken. Een dossieraantekening gevolgd door een mail kost vijf minuten en is essentieel, als achteraf de tuchtrechter of de civiele rechter terugkijkt naar het traject.
  3. Monitor de fiscale schuldenpositie actief. Loonheffing en omzetbelasting die oplopen zijn een direct signaal voor de melding betalingsonmacht. Denk aan de tijdige melding. De melding betalingsonmacht moet binnen twee weken na de vervaldag, met de juiste grond, anders telt zij niet. Zoals de Noord-Hollandse uitspraak laat zien, faalt een (corona-)uitstelverzoek op een onjuiste grond als geldige melding.
  4. Volg rekening-courantbewegingen naar bestuurder en zustermaatschappijen. Vooral bij een oplopende schuldenpositie of bij druk vanuit de bank. Onverklaarbare onttrekkingen zijn een rode vlag voor artikel 36 IW en artikel 2:248 BW.
  5. Wees alert op naderende faillissementsaangiften. Vanaf het moment dat het bestuur signaleert dat ze in een faillissementstoestand verkeert, de aangifte overweegt of voorbereidt, kan een nieuwe financiële verplichting direct leiden tot Beklamelaansprakelijkheid. De Gelderse uitspraak laat zien hoe scherp dat ligt.
  6. Schakel tijdig een herstructureringsadviseur of insolventieadvocaat in. Een minnelijk sanerings- of WHOA-traject biedt vaak nog ruimte, als sprake is van problemen met het terugbetalen van schulden, na een melding betalingsonmacht, of in het zicht van het omklapmoment. Te lang wachten of niets doen kan de DGA of de bestuurder en in sommige gevallen zelfs de accountant duur komen te staan.
  7. Documenteer de doorgaanbeslissing. Bij verwijten van te lang doorgaan maakt een goed onderbouwde levensvatbaarheidsanalyse het verschil. De Rotterdamse en Limburgse uitspraken laten zien dat een algemeen verwijt zonder concrete onderbouwing strandt, terwijl een goed dossier het doorgaan in zwaar weer rechtvaardigt.

Geen boemerang

Continuïteit is geen jaarwerk meer. De jaarrekening is niet alleen verantwoording, maar bewijsstuk. De accountant heeft een signaleringsfunctie die juridisch steeds zwaarder weegt, en onder Richtlijn (EU) 2026/799 alleen maar belangrijker zal worden.

Wie te lang wacht, ziet dat terug in een tuchtklacht of een aansprakelijkheidsclaim. Wie tijdig signaleert en goed documenteert, zorgt dat de jaarrekening geen boemerang wordt.

Jan Wietsma AA is partner van MKB-kredietcoach BV en herstructureringsadviseur in WHOA-procedures, lid van de NBA Taskforce Continuïteit en docent post-bachelor mkb-accountant bij Full Finance Opleidingen.

Mr. Benne van Leeuwen is advocaat insolventie- en herstructureringsrecht bij VLDW Advocaten te Goes.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.