RAL

RAL - Eichmann in Jeruzalem

Na een jarenlange reeks over 'klooien met computers', stort Arnout van Kempen zich nu wekelijks op literatuur. Deel vier in de nieuwe reeks 'RAL' (Relevante Accountants Literatuur) gaat over de banaliteit van het kwaad.

Arnout van Kempen

Eichmann in Jeruzalem werd geschreven in 1961 voor The New Yorker en als boek uitgegeven in 1963, door de filosoof en politiek denker Hannah Arendt. Zij deed verslag van het proces tegen nazikopstuk en organisator van de Holocaust, Adolf Eichmann.

Eén van de meest shockerende waarnemingen van Arendt, die zij uitwerkte tot een beroemd geworden these, noemde ze 'de banaliteit van het kwaad'. Tijdens het proces zag zij in Eichmann geen demonisch genie, maar een kleurloze bureaucraat die zich presenteerde als iemand die slechts bevelen uitvoerde en de geldende regels volgde. Ze zag een uitvoerder van een opdracht. Hij deed wat hem was opgedragen, wat paste binnen de wetten zoals die nu eenmaal golden in nazi-Duitsland.

Daarmee concludeerde Arendt niet dat het kwaad zelf banaal was. Maar wel dat de banaliteit te vinden was in het toelaten van het kwaad. Haar verwijt aan Eichmann was daarmee niet dat hij vanuit een groot kwaad tot zijn daden was gekomen, maar dat hij simpelweg geen morele grenzen had gesteld, geen vragen had gesteld, maar ambtelijk en formalistisch regels had uitgevoerd. Arendt constateerde geen grote demon in Eichmann, maar een angstaanjagende leegte waar een geweten had moeten zitten.

Zelf schrijft ze in Eichmann in Jeruzalem:

The trouble with Eichmann was precisely that so many were like him, and that the many were neither perverted nor sadistic, that they were, and still are, terribly and terrifyingly normal. From the viewpoint of our legal institutions and of our moral standards of judgment, this normality was much more terrifying than all the atrocities put together […]
(Hannah Arendt)

Hoewel moderne historici aanwijzingen hebben dat Eichmann een overtuigder nazi was dan Arendt meende te zien, blijft haar analyse van de mechanismen achter de banaliteit van het kwaad buitengewoon relevant.

En dat is relevant, omdat…

Veel opleidingen en beroepsgroepen behandelen ethiek alsof het gaat om de juiste antwoorden. Arendt lijkt iets anders te zeggen. Ethiek draait niet om antwoorden. Ethiek draait om het blijven stellen van vragen. De gevaarlijkste werknemer is niet degene die verkeerde antwoorden geeft. Het is degene die ophoudt vragen te stellen.
Dat is ook waarom haar these zo actueel blijft. Organisaties ontsporen zelden omdat iedereen ineens slecht wordt. Ze ontsporen wanneer niemand meer vraagt: "Waarom doen we dit eigenlijk?"

Accountants zeggen niet zelden dat ze ongeveer als norm hanteren "Ik moet mezelf in de spiegel kunnen aankijken". Maar dat is al een antwoord. Arendt daagt uit net een klein stapje daarvoor te gaan staan en de vraag te stellen: "Kan ik mezelf hiermee in de spiegel aankijken?" Dat lijkt een klein verschil; Arendt zou zeggen dat daar de ethiek begint.

Arnout van Kempen is directeur compliance & risk bij aaff. Hij schrijft op persoonlijke titel.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.