Marcel Pheijffer

In het onderzoek naar de 'mondkapjesdeal' moeten tussen het ministerie van VWS en Deloitte wat hobbels worden gladgestreken. Beide partijen moeten meer professionaliteit tonen, meent Marcel Pheijffer.

Discussie Column

Mondkapjesonderzoek: geklungel van Deloitte en VWS

In de soap inzake de mondkapjesdeal tussen de overheid en Relief Goods Alliance BV - beter bekend als de 'Sywert-deal' - is een nieuw dieptepunt bereikt: het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS, opdrachtgever) en Deloitte (onderzoeker en opdrachtnemer) kibbelen over van alles en nog wat.

Chronologie

Eerst even wat chronologie:

  • Op 5 april 2022 was er een zogeheten technische briefing, waarin Deloitte door een presentatie uitleg gaf over het onderzoek naar de mondkapjesdeal. Vervolgens konden Tweede Kamerleden vragen stellen, waarbij door Deloitte geen antwoorden werden verstrekt die buiten de presentatie vielen.
  • Op 6 april spreken Deloitte en VWS elkaar over de planning en begroting van het onderzoek.
  • Op 7 april debatteerde de Tweede Kamer met VWS-minister Helder en met minister De Jonge (die vanuit het vorige kabinet een zekere mate van betrokkenheid bij het mondkapjesdossier heeft gehad).
  • Op 12 april stuurt Deloitte een brief aan Boereboom, secretaris-generaal VWS, inzake de voortgang van het (aanvullend) onderzoek dat zij uitvoeren.
  • Op 21 april is er een overleg tussen VWS en Deloitte.
  • Op 26 april stuurt Boereboom, naar aanleiding van de Deloitte-brief van 12 april en het gesprek op 21 april, een reactie naar Deloitte.
  • Op 26 april stuurt minister Helder, door middel van een begeleidende brief, zowel de Deloitte-brief als de reactie daarop aan de Tweede Kamer.

De toon van de brieven

De brief van Deloitte kent op onderdelen een verwijtende en geïrriteerde toonzetting. Voorbeelden zijn: 'Gelet op het feit dat de formaliteiten ten aanzien van de data-overdracht door VWS pas zes maanden na onze data-uitvraag ingeregeld waren'; 'Geconstateerd moet worden dat deze randvoorwaarden tot op heden niet zijn ingevuld'; 'Wij moeten constateren dat enkele (eerdere) randvoorwaarden nog niet ingevuld zijn'; 'Wij verzoeken u om ons ruimte voor focus te geven'. Deloitte zal zich vast niet herkennen in woorden als 'verwijtende' en 'geïrriteerde'. Wat daar ook van zij: de aard, strekking en toon van de hier aan de orde zijnde brief komt niet vaak voor in de communicatie van opdrachtnemer naar opdrachtgever.

Dat constateert de SG van VWS ook. Hij schrijft in zijn reactie op 26 april: 'Allereerst verbaast de strekking van de brief mij persoonlijk, gelet op het goede en constructieve gesprek dat ik op 6 april jl. heb gehad met Deloitte.' Dat hij vervolgens stelt dat uit het gesprek tussen hem en Deloitte op 21 april bleek dat de 'brief veel minder formeel en juridisch bedoeld was dan zoals deze op ons aanvankelijk is overeengekomen' moge zo zijn, maar laat onverlet dat de SG vervolgens na die datum alsnog een brief stuurt die minstens zo verwijtend en geïrriteerd qua toonzetting is als die van Deloitte.

Minister Helder noemt het gesprek van 21 april tussen de SG en Deloitte 'constructief'. Het is de beleidstaal die hoort bij dit soort processen. Maar als het gesprek daadwerkelijk constructief was en de sfeer niet 'formeel en juridisch' zou zijn geweest, dan was de toonzetting van de brief vanuit VWS, normaliter toeschietelijker geweest. Maar ook deze brief is een voorbeeld van ongebruikelijke communicatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Enkele voorbeelden:

  • Zo stelt VWS dat het klopt dat Deloitte begin augustus 2021 al een eerste informatieverzoek heeft ingediend bij VWS. VWS stelt echter dat Deloitte 'geen sluitend procesvoorstel' heeft overhandigd met waarborgen in de selectie van data in het licht van proportionaliteit en subsidiariteit en evenmin inzake informatieveiligheid. Vilein wordt daaraan toegevoeg: 'Bij het gunnen van de opdracht - en mede gelet op de vergunningen, expertise en ervaring die uw bureau rijk is - was dit tegen de verwachting van VWS in.'
  • Even vilein wordt ten aanzien van de door Deloitte gehanteerde informatieveiligheid opgemerkt dat 'het onderzoek vanaf eind oktober de gehele maand november is beïnvloed door toedoen van een datalek aan de zijde van Deloitte. Te weten het verloren notitieboek van een van de onderzoekers'.
  • Waar Deloitte stelt dat de planning niet is gehaald omdat zij niet tijdig de beschikking over data hebben gekregen, stelt VWS dat 'Uit navraag bij de betreffende departementen blijkt dat zij niet door het onderzoeksbureau zijn meegenomen in de door u aangehaalde planning en niet op de hoogte zijn gesteld van de genoemde deadline. Daarnaast heb ik van een aantal departementen begrepen dat er geen sprake is geweest van een frequent contact met Deloitte om dit proces vlot te trekken’ en voorts dat ‘Een enkel departement zelfs heeft aangegeven dat de data al geruime tijd klaarstonden maar men in afwachting was van Deloitte om tot een afspraak te komen voor de beoogde overdracht.'
  • Ten aanzien van de (dreigende) stagnering van de voortgang in het onderzoek stelt de SG: 'De plaatsvervangend Secretaris Generaal (pSG) in het bijzonder heeft meerdere malen aangeboden u te helpen. U heeft hier geen gebruik van gemaakt.'

Chefsache

Kortom: de communicatie over en weer toont dat er verschillende zaken niet goed lopen in de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en voorts dat er sprake is van wederzijdse irritatie en verwijten. Beide partijen mogen zich dat aantrekken. Daarom is de kwestie inmiddels Chefsache: (1) het gesprek op 6 april vond plaats tussen de SG van VWS en de raad van bestuur van Deloitte; (2) op 10 mei aanstaande is er een gesprek gepland tussen minister Helder en Deloitte, teneinde 'ondanks het formele karakter van uw brief van 12 april en mijn brief constructief met elkaar in gesprek te blijven', aldus de SG.

Tweede Kamerleden

Kritische Tweede Kamerleden zullen de correspondentie met afgrijzen hebben gelezen. Zij zullen zich verbazen over de toonzetting, verwijten en irritaties die niet passen bij een onderzoek naar een deal die vele vraagtekens heeft opgeroepen. Een onderzoek waarvan de Kamer wenst dat het spoedig wordt afgerond en waarvan bovendien de kosten in de gaten dienen te worden gehouden. In dat verband zal de volgende passage uit de brief van de SG hen ongetwijfeld zijn opgevallen: 'Wij zijn van mening dat het mogelijk moet zijn een begroting en/of planning op te stellen ook indien niet alle maar wel het overgrote deel van de relevante data ter beschikking is gesteld aan het onderzoeksbureau.'

De Tweede Kamer zal echter meer vragen hebben. Uit de brief van Deloitte blijkt immers:

  • dat Deloitte nog steeds niet de beschikking heeft gekregen over 'ongelakte en ongefilterde data en in bewerkbaar formaat';
  • idem ten aanzien van 'chats';
  • dat het veiligstellen van 'persoonlijke netwerkschijven' (althans 'persoonsgebonden mappen') 'nog steeds niet volledig of nog onvoldoende heeft plaatsgevonden';
  • dat 'privémail en persoonlijke communicatiemiddelen' nog niet ter beschikking van Deloitte staan en Deloitte eerst nog een 'concreet verzoek' moet doen;
  • dat VWS het verzoek van Deloitte afwijst om data binnen het eigen datacentrum te filteren en doorzoekbaar te maken afwijst. Deloitte moet daarentegen een deel van het onderzoek doen op een 'standalone computer binnen de muren van VWS' hetgeen 'drukt op een snelle doorlooptijd';
  • dat VWS niet bereid is om een (binnen de accountancy gebruikelijke) letter of representation te ondertekenen, waarin wordt bevestigd dat alle relevante data aan Deloitte is overgedragen. VWS ziet daarvan niet de toegevoegde waarde.

Bovendien blijkt uit de Deloittebrief dat:

  • er een adviescommissie is ingesteld die maandelijks bijeenkomt. Tweede Kamer en pers (WOB) zullen graag kennisnemen van de vergadernotulen;
  • er een onderzoekscommissie is ingesteld die tweewekelijks bijeenkomt. Tweede Kamer en pers (WOB) zullen graag kennisnemen van de vergadernotulen;
  • Deloitte status- en voortgangsrapportages met VWS heeft gedeeld en knelpunten heeft aangekaart. Tweede Kamer en pers (WOB) zullen daarvan graag kennisnemen;
  • dat Deloitte een conceptbegroting en conceptplanning heeft gedeeld met VWS (waarbij kennelijk in de adviescommissie 'met VWS de afspraak is gemaakt om met een definitieve planning te komen voor het resterende deel van het onderzoek ná overdracht van alle data'). Tweede Kamer en pers (WOB) zullen daarvan graag kennisnemen.

De pers smult van dit alles en van het feit dat Deloitte en VWS met elkaar in de clinch liggen. De pers zal dan ook - terecht - op zoek gaan naar draadjes voor vervolgonderzoek. Naar informatie waarover ze een WOB-onderzoek kunnen indienen. Die zijn er dus volop.

Het zou de minister echter sieren dergelijke WOB-verzoeken niet af te wachten, maar de Tweede Kamer op eigen initiatief en per direct te informeren. Dat is de Koninklijke weg en daarmee zijn stukken openbaar en kan de pers het werk doen dat noodzakelijk is. Want tot nog toe heeft diezelfde pers meer blootgelegd dan Deloitte. Bovendien zijn er in het mondkapjesonderzoek nog wat hobbels die kunnen opdoemen.

Hobbels

Hobbels die moeten worden gladgestreken tussen VWS en Deloitte, die beiden meer professionaliteit kunnen en moeten tonen. De hiervoor geschetste hobbels - met name het voor Deloitte nog steeds niet ter beschikking staan van relevante data - zetten druk op de doorlooptijd van het onderzoek.

Een andere hobbel die voorzienbaar zal ontstaan, betreft het feit dat Deloitte en VWS kennelijk hebben afgesproken dat Deloitte louter een feitenrelaas zal opleveren. Feiten vragen echter om het trekken van conclusies, zeker in een omvangrijk onderzoek als het onderhavige. Een accountant kan en mag best - bij een juiste opdrachtformulering - conclusies trekken. Het gaat dan om de vaktechnische conclusies, bijvoorbeeld inzake de doelmatigheid en rechtmatigheid van uitgaven. De politieke conclusies - bijvoorbeeld inzake de rol van minister De Jonge - zijn echter aan de politiek. Anders gezegd: als Deloitte zich daadwerkelijk - conform een daartoe verstrekte opdracht - zou beperken tot het louter weergeven van feiten, heeft het rapport een beperkte waarde.

Nog een hobbel betreft de medewerking door private, derde partijen aan het onderzoek. Want daarover is nog maar weinig bekend gemaakt. Als data-uitlevering door ministeries, politieke ambtsdragers en op ambtelijk niveau al moeilijk is, hoe zal het de onderzoekers dan vergaan met de uitlevering van informatie door Relief Goods Alliance BV? Door Sywert en zijn kompanen?

Tot slot: Deloitte kan betrokkenen niet dwingen tot afgifte van informatie en evenmin tot medewerking aan het onderzoek in de vorm van interviews en tot het plegen van hoor en wederhoor. Betrokkenen die tevens verdachte zijn, zullen sowieso wellicht liever zwijgen dan spreken. Bovendien kunnen betrokkenen, indien zij wel - tot op zekere hoogte - meewerken, het onderzoek vertragen tijdens de procedure van hoor en wederhoor.

Lessen

Ik herhaal de lessen die ik eerder weergaf in een recente FD-column: laat dit soort onderzoek (1) in opdracht en onder aansturing van de Tweede Kamer plaatsvinden, die daartoe de nodige mogelijkheden en bevoegdheden heeft; (2) niet privaat uitvoeren door partijen waarvoor geen duidelijke regels en beperkte bevoegdheden bestaan; (3) uitvoeren in een setting waarbij de Tweede Kamer in voldoende mate is betrokken bij en geïnformeerd over planning en kosten.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Marcel Pheijffer (1967) is hoogleraar Forensische Accountancy aan de universiteiten Nyenrode en Leiden.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.