Accountants hebben er recht op dat ze hun werk kunnen doen in een omgeving waarin ze goed worden ondersteund en de randvoorwaarden aanwezig zijn om hun werk goed te doen, meent Arjan Brouwer.
Discussie ColumnGesteggel over het stelsel?
Eind februari ging minister Heinen in zijn brief aan de Tweede Kamer in op de evaluatie van het stelsel van beroepsreglementering. Een proces dat nu loopt en de minister uiterlijk in september wil afronden. Een relevant aspect daarbij is de verhouding tussen de NBA, de wetgever en de AFM, als het gaat om regelgeving en toezicht voor zover dat toeziet op accountantsorganisaties.
Zowel de scheidend als de nieuwe NBA-voorzitter namen in december al een schot voor de boeg op de door hen gewenste uitkomst. Zo stelde Kris Douma in een FD-interview op 15 december: "Het toezicht zou eigenlijk in één hand, die van de AFM, moeten liggen, terwijl de NBA de regelgeving voor individuele accountants én accountantsorganisaties zou moeten doen." Overigens met daarbij een voorbeeld waarin hij beschrijft dat hij de bevoegdheden van een toezichthouder had willen hebben. Twee dagen later noemde Bianca de Jong-Muhren het een hiaat dat de NBA "alleen regels [kan] maken voor individuele leden en niet voor de accountantsorganisaties".
Eind november had het ministerie van Financiën juist een balletje opgegooid om belangrijke regelgeving voor accountantsorganisaties bij de wetgever te leggen. In een consultatiedocument werd de vraag gesteld of, in het verlengde van artikel 18 van de Wta en de Bta, de wetgever de internationale standaarden over het stelsel van kwaliteitsbeheersing van accountantsorganisaties (ISQM) in wet- of regelgeving moet implementeren.
Ook deed het ministerie de suggestie het toezicht op accountantsorganisaties voor wat betreft het stelsel bij één instantie, de AFM, onder te brengen. Hiermee wil het ministerie voorkomen dat zowel de AFM (wettelijke controles) als de NBA (overige assurance en verwante opdrachten) hierop toezicht houden. Een gedachte waar logica achter zit, als je ervan uitgaat dat een organisatie één stelsel heeft en dit op veel aspecten niet is gesplitst tussen beide domeinen. Maar ook een suggestie waar de bestuurders in Hoofddorp waarschijnlijk niet op hadden gehoopt, toen de minister in mei 2025 aankondigde een onderzoek te laten doen of de taken van de NBA, in relatie tot haar huidige bevoegdheden, toereikend zijn om de kwaliteit van een goede beroepsuitoefening te borgen. Ik ben benieuwd welke dynamiek dit achter de schermen oplevert.
Wie de vereisten aan het stelsel van kwaliteitsbeheersing moet bepalen en wie daarop toezicht moet houden, is een interessante vraag waarover de meningen verschillen. Waarover ik minder meningsverschillen hoor, is het nut van een goed werkend stelsel van kwaliteitsbeheersing. Natuurlijk is niet iedereen enthousiast over het documenteren van procedures en interne beheersingsmaatregelen - iets met de loodgieter en de kraan? - en is het belangrijk dat de focus niet daarop ligt, maar op de inhoud. Ook is het belangrijk dat het stelsel kan worden afgestemd op de aard en de omvang van de organisatie. Maar over het algemeen zien de accountants die ik spreek de toegevoegde waarde van een goed werkend stelsel voor de kwaliteit van de accountantscontrole. Ook ervaren zij dat de toegevoegde waarde van toezicht op het stelsel veel groter is, dan toezicht dat zich vooral richt op een beperkte selectie van dossiers. Het op het stelsel gerichte toezicht en de rapportages daarover van de afgelopen jaren helpen accountantsorganisaties veel meer te leren van observaties en duurzame verbeteringen te realiseren.
Minstens even belangrijk als de positieve impact van een adequaat werkend stelsel van kwaliteitsbeheersing op de kwaliteit van de jaarrekeningcontroles en andere (non-) assurance opdrachten, is de impact op de mensen in de organisatie. Accountants hebben er recht op dat ze hun werk kunnen doen in een omgeving waarin ze goed worden ondersteund en de randvoorwaarden aanwezig zijn om hun werk goed te doen. Een organisatie die kritisch kijkt naar het risicoprofiel van potentiële klanten en opdrachten, die voldoende middelen (teamleden, tijd, technologie) tot haar beschikking heeft en toegang biedt tot experts wanneer die nodig zijn. En waarin accountants zich kunnen ontwikkelen (waaronder via training) en zich gesteund voelen als ze hun rug recht houden.
Zo bezien is de discussie misschien ook weer niet zo heel spannend en is het redelijk helder wat zowel interne als externe stakeholders van (een beleidsbepaler van) een accountantsorganisatie mogen verwachten. Waarom een hinkstapsprong door Wta, Bta, VAO, NVKM en SKM - met daarbij natuurlijk ook nog een EU-richtlijn - nodig is om dat te beschrijven en uiteindelijk bij een (vertaling van een) internationale standaard (ISQM) uit te komen, kun je je afvragen. Nu we toch nadenken over beroepsreglementering kunnen we wellicht gelijk ook bekijken hoe het simpeler en duidelijker kan voor de sector en haar stakeholders.
