Magazine

'De accountant moet iets doen met de verwachtingen'

Roger Meuwissen zit met zijn onderzoek dicht tegen de accountantspraktijk aan. Hij participeert in diverse hoogleraar-‘overleggen’ over de opleiding tot registeraccountant. Derde uit een reeks interviews met fulltime hoogleraren accountantscontrole. ‘Binnen de accountancy gaat het meestal niet om leven of dood, maar daarmee is het accountantsonderzoek nog niet onbelangrijk.’

Dit artikel is verschenen in Accountant Q3, 2018

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Onder professoren: Roger Meuwissen

Of de accountantscontrole nog een toekomst heeft noemt Roger Meuwissen, als echte onderzoeker, ‘een empirische kwestie’. “Accountants hebben van oudsher veel goeds te bieden. Toch komt er een punt waarop je niet meer aan bestaande patronen kunt blijven vasthouden. Neem het recente rapport over werkdruk van Nyenrode Business Universiteit en de NBA Young Profs. Dat bevat het zoveelste signaal dat kantoren meer moeten doen aan de manier waarop ze hun junioren aansturen. En terecht.”

Volgens de hoogleraar is ook aan ‘zijn’ opleiding in Maastricht inmiddels zichtbaar dat veel ‘betere studenten’ niet meer kiezen voor het accountantsberoep. “Zij vinden het geen aantrekkelijk beroep, vooral vanwege de hoge werkdruk. Bovendien trekt de arbeidsmarkt aan. Studenten kunnen overal aan de slag. En dat is nog maar een van de vele aandachtspunten. Ik hoor zelfs geluiden dat het beroep zou kunnen verdwijnen, als we zo doorgaan.”

Van wie komen die geluiden?

“Ik zal geen namen noemen, maar het zijn niet de zorgen van de minst invloedrijke meedenkers. De bewegingen rond KPMG in het Verenigd Koninkrijk duiden er overigens ook al op dat regelgevers niet meer schromen om daadkrachtig in te grijpen. Misschien is dat ook bij ons wel dichterbij dan we denken.”

Kan onderzoek bijdragen aan het optimaliseren van de toegevoegde waarde van accountantscontrole?

“Op een aantal wetenschapsgebieden gaat het om leven en dood. Dat is natuurlijk binnen ons vakgebied niet zo. De onderzoeksurgentie is in de technische en medische wetenschappen evident groter dan in de accountancy. Maar daarmee is het accountantsonderzoek nog niet onbelangrijk. Een groot deel van onze bijdrage moeten we, denk ik, zoeken op het gebied van regelgeving. Regelgevers doen waarschijnlijk meer met wetenschappelijke publicaties dan accountantskantoren. We moeten ons dus vooral afvragen hoe onderzoek kan bijdragen aan het maken van verstandige regels voor het beroep.”

Bij kantoorrotatie heeft de regelgever toch helemaal niet gekeken naar onderzoeksresultaten?

“Volgens mij is dat eigenlijk het enige negatieve voorbeeld. Rotatie was een politieke beslissing van Michel Barnier, op dat moment eurocommissaris interne markt en diensten. Wij hebben als onderzoeksgroep toen overigens gecorrespondeerd met de Europese Commissie, met het aanbod hun aannames eerst te onderzoeken. Dan hadden ze eventueel in een later stadium tot maatregelen kunnen overgaan. Het is er echter gewoon doorheen gedrukt. Maar neem een onderwerp als partnerrotatie. Bij het bepalen van de rotatietermijnen is wel degelijk gekeken naar wetenschappelijke inzichten. En de Europese Commissie schakelt ook regelmatig onderzoeksgroepen in om regelgeving te evalueren. Er wordt dus zeker gekeken naar onderzoeksresultaten.”

Hoe kijkt u als fulltime hoogleraar aan tegen de discussie over praktijkhoogleraren versus fulltimehoogleraren?

“Wat mij opvalt is dat in de discussie vaak wordt vergeten het argument te noemen waarom we eigenlijk praktijkhoogleraren hebben. Praktijkhoogleraren zorgen er van oudsher voor dat het onderzoek en het onderwijs heel dicht tegen de praktijk aan staan. Andere landen zien ons daarin zelfs als voorbeeld, is mijn ervaring. We weten beter wat er speelt in de praktijk, hebben betere toegang tot data en kunnen de praktijk daardoor beter helpen in de vorm van onderzoek en onderwijs. Het is natuurlijk noodzakelijk dat een gezonde balans bestaat tussen het aantal praktijkhoogleraren en het aantal fulltime hoogleraren. En dat is zo in Nederland. Alle partijen kunnen dus, op hun eigen manier, hun eigen geluid laten horen. Toch is er een belangrijk aandachtspunt. Er vinden steeds minder benoemingen plaats van praktijkhoogleraren op het gebied van audit en assurance. Soms zijn er wel gepromoveerde kandidaten maar worden de benoemingen tegengehouden, bij gebrek aan toonaangevende publicaties. Die barrière moet worden doorbroken. Het is belangrijk dat binnen kantoren voldoende jonge gepromoveerden met een academisch trackrecord klaarstaan. De praktijk moet dus ervoor zorgen dat mensen in staat worden gesteld om te promoveren en tevens vanuit de praktijk bij te dragen aan toponderzoek.”

Is onderzoek wel toegankelijk genoeg voor praktijkmensen, bijvoorbeeld qua taalgebruik op congressen? Dat was onlangs nog onderwerp van gesprek tijdens het FAR-congres.

“Bij ingewikkelde verhalen van academici in de vorm van eenrichtingsverkeer haken praktijkmensen vaak af. Dat zie je helaas regelmatig gebeuren tijdens congressen. En dat terwijl we de aanwezigheid, participatie en betrokkenheid van praktijkmensen juist heel hard nodig hebben voor ons onderzoek. Op veel congressen is echter nog geen tien procent van de deelnemers werkzaam in de praktijk. Dat is een gemiste kans. Wij moeten als academici veel meer aansluiten op de praktijk. Vaak ziet de praktijk überhaupt niet wat wij doen. Ik haal zelf veel informatie op door met accountants te praten, maar ik denk dat de communicatie over het algemeen voor verbetering vatbaar is. De FAR is hiermee bezig, maar er ligt ook een rol voor de NBA. Bij mijn eigen onderzoek naar voicing, workplace learning en het leren van fouten, dat ik op dit moment verricht met Therese Grohnert en Wim Gijselaers, is het actief betrekken van de praktijk een wezenlijk onderdeel van het onderzoek; zowel tijdens het doen van het onderzoek als na afloop bij het presenteren van onze bevindingen. En dat lukt heel goed.”

Heeft dat niet te maken met de aantrekkelijkheid van het onderwerp?

“Dat zal ten dele zo zijn, maar een wezenlijk ander onderdeel is dat we multidisciplinair bezig zijn. Ik werk samen met twee psychologen. We proberen ons goed in te leven in wat er in de praktijk speelt. En we komen niet alleen zenden. We betrekken mensen actief in de discussies: hoe kunnen zij onderzoeksbevindingen direct toepassen in hun eigen werk? Dat leidt vaak tot aangename Aha-Erlebnissen. We doen dat aan de hand van masterclasses bij accountantskantoren, maar ook bijvoorbeeld bij de AFM. Als we daarmee kunnen helpen een productieve kwaliteitsmindset te vormen, dan hebben we daarmee een belangrijke invloed op het beroep.”

Moet u zich daarvoor ook meer mengen in online-discussies?

“Uiteraard draagt dat soort discussies bij aan de kwaliteit van de accountantscontrole. Ik spui mijn mening echter liefst aan de hand van onderzoek. Dat is mijn persoonlijke manier om het beroep verder te brengen. Ik doe dat liever niet aan de hand van blogs en dergelijke. Ik begrijp dat je dan maar een deel van de van belang zijnde discussies kunt beïnvloeden, maar ik ontdek liever de grote lijnen en houd daaraan vast.”

Er is momenteel veel te doen over accountants en fraude. Moet een accountant zich daarmee bezighouden?

‘Wat mij betreft raakt die vraag aan de discussie die is gevoerd over de eindtermen van de accountantsopleiding. Wat onderscheidt een accountant van andere beroepsgroepen? Een accountant geeft assurance over informatie. Dat is de essentie. Geeft de jaarrekening een getrouw beeld of niet? Dat is lastige materie voor het publiek. Dat publiek vindt het echter minder lastig om te wijzen naar de accountant in het geval van een niet ontdekte fraude. Het publiek begrijpt niet dat sommige fraudekwesties niet en andere wel het getrouwe beeld raken. Toch zal een accountant iets moeten met de verwachtingen, anders zoekt men het elders en staat het bestaansrecht onder druk. Het komt al vanaf de jaren zeventig naar voren uit onderzoeken naar de verwachtingskloof, dat de accountant zijn werk beter moet uitleggen. Dat uitleggen helpt blijkbaar niet.”

Misschien duurt het gewoon lang?

“Er moet inmiddels echt iets mee gebeuren. Ik begrijp natuurlijk de houding van de accountant. Soms zijn fraudes zo ingenieus dat een accountant die echt niet zou kunnen vinden. Ik kan me wel voorstellen dat een accountant een wat fijnere fraudestofkam gaat hanteren tijdens de controle. Technieken als artificial intelligence gaan daarbij helpen. De accountant kan uitkomsten daarvan verwerken in de controle. Ook frauderisico’s kunnen eenvoudiger inzichtelijk worden gemaakt. Maar het zal hoogstwaarschijnlijk niet via het menselijk brein gaan verlopen.”

CV Roger Meuwissen

Roger Meuwissen is als hoogleraar control and auditing verbonden aan Maastricht University. Hij is daar tevens directeur van de opleiding tot registeraccountant en de International Executive Master of Auditing. Zijn onderzoek richt zich op het beslissingsproces van accountants en op kwaliteits- en concurrentievraagstukken in de markt voor accountantscontrole. Hij publiceerde in tal van internationale journals en heeft ook enkele handboeken op zijn naam staan.

Welk wetenschappelijk artikel moet elke accountant hebben gelezen?

“Voor bestuurders vind ik Coming of Age in a Corporate Law Firm: The Economics of Associate Career Patterns van Ronald Gilson en Robert Mnookin zeer waardevol (Stanford Law Review, 1989). Daarin wordt het up-or-out-systeem in advocatenkantoren beschreven en wat daarvan de voor- en nadelen zijn. Essentie is dat het up-or-outsysteem zorgt voor de teloorgang van human capital. Het artikel zet aan tot nadenken om zaken anders aan te pakken.

Voor studenten accountancy en wat jongere accountants verwijs ik naar The Market for Lemons: Quality Uncertainty and the Market Mechanism van George Akerlof (Quarterly Journal of Economics, 1970). Dat artikel gaat over het verlagen van ‘informatie-asymmetrie’ tussen verkopers en kopers. Akerlof doet dat aan de hand van de markt voor tweedehandsauto’s en de behoefte aan tussenpersonen in die markt. Het illustreert het nut van accountantscontrole en regulering daarvan. Basaal, maar heel interessant.”

Gerelateerd

Afbeelding Opinie

Houd bij publicatie voorlopige jaarcijfers alle 'haantjes de voorste' scherp in de gaten

Het cijferseizoen is voor de meeste beursgenoteerde ondernemingen inmiddels afgelopen. Althans de publicatie van hun voorlopige cijfers, die veelal niet zijn voorzien van een controleverklaring van de accountant. Voor sommige ondernemingen is het een streven 'haantje de voorste' te zijn en die voorlopige, nog ongecontroleerde cijfers zo snel mogelijk in het nieuwe jaar te publiceren.

x 1 88 4 Marcel Pheijffer

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.