Magazine

Stoppen of uitbesteden

Rond de invoering van de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) in oktober 2006 leken controlesamenwerkingsverbanden hét overlevingsscenario te zijn voor met name het kleine mkb-kantoor. Van die hoge vlucht is het (nog) niet gekomen, maar voor het faciliteren en outsourcen van controleopdrachten is wel degelijk een markt.

Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 7/8, 2012

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Peter van Rietschoten

Ten tijde van de publicatie van dit artikel beschikken 471 accountantsorganisaties (accountantskantoren en zogenaamde controlesamenwerkingsverbanden) over de Wta-vergunning van de Autoriteit Financiële Markten. Daarmee mogen veertien organisaties controles uitvoeren bij organisaties van openbaar belang (oob's), de rest (457) mag de wettelijke accountantscontrole verrichten bij niet-oob's. De AFM heeft geen inzicht in hoeveel accountantsorganisaties zijn aan te merken als controlesamenwerkingsverband - een organisatie die in het maatschappelijk verkeer kan optreden als een zelfstandige organisatie, onder een eigen naam, beschikkende over een aan haar gebonden vermogen en in staat zijnde zelf overeenkomsten aan te gaan.

Twee vormen

In de praktijk hebben de controlesamenwerkingsverbanden twee vormen. Enerzijds kan het gaan om kleine accountantskantoren die samen een rechtspersoon hebben opgericht die de Wta-vergunning heeft en die de controleopdrachten van de eigen klanten uitvoert. Anderzijds zijn er vergunninghoudende organisaties die niet alleen de controleopdrachten van de partners uitvoeren, maar ook een antwoord zijn op de behoefte van andere kantoren om hun controleopdrachten te outsourcen.

Een rondgang van Accountant wijst uit dat er in Nederland momenteel circa tien accountantsorganisaties zijn die als controlesamenwerkingsverband zijn aan te merken. Dit aantal lijkt zich ruim vijf jaar na de invoering van de Wta te stabiliseren.

Stille dood

Dit zou betekenen dat de vijf jaar geleden voorziene ‘sterke groei’ van controlesamenwerkingsverbanden is uitgebleven. Jan Wietsma van Full Finance geeft zelfs aan dat ‘de beoogde grote vlucht van toen’ min of meer is veranderd in ‘een stille dood’. Volgens hem is indertijd de bereidheid van kleine kantoren om te gaan samenwerken en daarbij een deel van de eigen praktijk uit handen te geven te optimistisch ingeschat. Wietsma: “Partijen dan wel partners moeten zich naar elkaar toe verantwoorden, een deel van de werkzaamheden, dossiers en contacten moet worden overgedragen, men raakt in zekere mate de regie kwijt, er kunnen verschillen ontstaan in de tarifering en ook in de kwaliteit van het werk. Daarnaast lijken de controlesamenwerkingsverbanden niet zo aantrekkelijk te zijn voor nieuwe accountants: veel meer dan controles heeft zo'n organisatie niet te bieden en dat is voor de RA en AA van vandaag te weinig.”

Volgens Wietsma zit er wel een stevige groei in de onderlinge en vaak informele samenwerking van kantoren. Daarbij gaat het met behoud van zelfstandigheid en de eigen praktijk om gemeenschappelijke activiteiten ten aanzien van vakkennis en training en het verbeteren van de back-office. Met name de constructies waarbij de problemen door schaalgrootte van met name kleine kantoren kunnen worden opgelost en tegelijkertijd de effectiviteit en de efficiency van de grotere organisatie kan worden verbeterd, zouden momenteel ‘in trek’ zijn.

Beperkingen

Ook zelfstandig accountantsadviseur Joop Anemaet gelooft niet dat de controlesamenwerkingsverbanden op de huidige controlemarkt een ‘factor van belang zijn’ of dat alsnog zullen worden. Hij is van mening dat ‘de menselijke factor’ bij de kleine kantoren er aan bijdraagt dat er nu in Nederland veel te veel kantoren met een AFM-vergunning zijn. Anemaet: “Het gaat om beroepstrots, om eigen baas willen blijven, om niet of nauwelijks met een al dan niet beoogd partner door een deur kunnen. Waardoor er heel veel kantoren zijn die weliswaar een vergunde controlepraktijk hebben, maar daar wel stevig op moeten toeleggen. Als je ziet wat je voor het behoud van de Wta-vergunning allemaal in de lucht moet houden, dan kan een controlepraktijk met tien opdrachten per jaar nooit renderend zijn.”

Vandaar dat Anemaet verwacht dat de controlemarkt met name ‘aan de onderkant’ - dus bij de kleine zelfstandige kantoren - zal gaan veranderen. “Ik denk dat vooral de kantorenlaag onder de big four, dus de grote en middelgrote kantoren, er de komende jaren veel opdrachten bij gaan krijgen en dat een flink aantal kleine kantoren stopt.”

Om nog een andere reden is Anemaet van mening dat de controlesamenwerkingsverbanden niet echt de toekomst hebben: “Ze hebben medewerkers en potentiële partners inderdaad niets meer te bieden dan controles. Grote kantoren zijn ook actief op andere gebieden, zoals fiscaliteit en consultancy. Samenwerkingsverbanden kunnen die wegen niet opgaan, want dan worden ze concurrent van hun eigen partners.”

Portefeuille verdrievoudigd

Tegenover deze percepties van kenners van de Nederlandse controlemarkt kunnen een paar opvattingen over en ervaringen uit de ‘praktijk van alledag’ worden geplaatst. En die geven toch een wat positiever beeld over de haalbaarheid van de controlesamenwerkingsverbanden.

William Manders bijvoorbeeld, directeur van Audit Service Brabant, geeft aan dat zijn nog jonge organisatie vooral groei en bloei kent. “We zijn in september 2011 begonnen met tien opdrachten, inmiddels is de portefeuille verdrievoudigd. Ons samenwerkingsverband bestaat in de kern uit vier kantoren, daarnaast zijn er nog eens vier kantoren die we zo nodig bij controleopdrachten kunnen betrekken. Audit Service Brabant zelf heeft drie man op de payroll staan; voor de opdrachten worden vanuit de medewerkers van de deelnemende kantoren controleteams samengesteld.”

‘Altijd beter’

Over de vereisten waaraan een organisatie als Audit Service Brabant moet voldoen om succesvol te zijn en te blijven, zegt Manders: “Er moet veel openheid bestaan tussen de partners en de deelnemende kantoren en er moet flink veel vertrouwen zijn in elkaars kwaliteit, integriteit en professionaliteit. Wat zeker helpt - en in ons geval was dat zeker het geval - is dat je elkaar niet alleen als vakgenoten maar ook als mens al langer kent.” Kracht van zijn organisatie is volgens Manders dat de kleine mkb-kantoren die aankloppen zelf hun samenstellingswerkzaamheden blijven uitvoeren en dat de controleopdracht wordt overgenomen. “Desgewenst kunnen we daarbij ook nog wat advies geven - zo zijn we volop maar ook niet meer of minder ‘de externe accountant’. Dat werkt prima.”

Desgevraagd geeft Manders aan dat een controlesamenwerkingsverband het ten opzichte van een gemiddeld klein mkb-kantoor (met tien à vijftien controleopdrachten per jaar) altijd beter doet. “We scoren beter als het gaat om efficiency, om effectiviteit, om kwaliteit, we hebben meer specialismen in huis die aansluiten op specifieke klanten. Plus dat we voor de kantoren die bij ons controleopdrachten onderbrengen niet bedreigend zijn - zij blijven immers mede via de samenstelling en andere fiscaliteiten de regie houden over de relatie met hun klant.”

Groeimogelijkheden

Manders ziet echter ook wel ‘nadelen’ voor de controlesamenwerkingsverbanden. Zo weet hij dat er het nodige moet worden uitgelegd, zowel door zijn eigen organisatie aan potentiële opdrachtgevers (kantoren die zelf niet een controleopdracht kunnen uitvoeren), als door die kantoren aan hun opdrachtgevers. “Goede communicatie over het hoe en wat en door wie is noodzakelijk. De bereidheid bij accountants om samen iets te doen is van nature niet zo groot en aan de kant van opdrachtgevende ondernemingen zit veel gewenning en zijn er vaak ook langdurige persoonlijke contacten.”

Al met al is Manders positief gestemd over de groeimogelijkheden van Audit Service Brabant en die van de markt voor controlesamenwerkingsverbanden in het algemeen. “Dit soort initiatieven wordt door de kleine kantoren steeds meer opgepikt. Weliswaar enigszins schoorvoetend, maar er is zeker groei. Niet zelden overigens zie je dat kleine kantoren hun controleopdracht uitbesteden aan een organisatie als de onze in een geheel andere regio. Kennelijk vanuit de angst dat de klanten mogelijk zal worden overgenomen. Een professioneel samenwerkingsverband zal dat nooit doen.” Een externe factor die mogelijk roet in het eten kan gooien is de Europese Unie. Als de omvangcriteria voor de controleplicht zullen worden opgetrokken, zal de belangstelling van kleine kantoren voor het uitbesteden van controleopdrachten afnemen.

Faciliteren

Stichting Audit Only kreeg in 2008 van de AFM de Wta-vergunning en is daarmee te beschouwen als een controlesamenwerkingsverband ‘van het eerste uur’. Indertijd is met twaalf kantoren gestart, nu zijn dat er zes. Bestuursvoorzitter Alfred Waterink weerspreekt de gedachte dat deze teruggang een indicatie zou zijn van eventuele beperkte levenskansen van samenwerkingen in de controlepraktijk. “Het is een kwestie van klanten van kantoren die ermee stopten of die door organisatorische aanpassingen niet meer controleplichtig waren. Ook zijn er bij kantoren zelf organisatorische veranderingen opgetreden. Daardoor was het voor een paar kantoren niet meer interessant om deel uit te maken van Audit Only. Maar over de zes kantoren die nu deelnemen kan worden gemeld dat er zeker wel groei is en ook Audit Only zelf is gegroeid.”

Ook Waterink is over de toekomst niet pessimistisch. “Accountants kunnen inderdaad moeilijk delen en soms ook maar moeilijk aan veranderingen wennen, maar anderzijds zijn er toch ook steeds meer kantoren die inzien dat het simpelweg niet meer rendabel is om te proberen een paar controleopdrachten per jaar zelf uit te voeren. Dat is heel erg duur, en om bijvoorbeeld als eenmanskantoor aan allerlei eisen te moeten voldoen, wordt zo langzamerhand onhaalbaar. Audit Only kan dit soort kantoren een goede faciliterende dienstverlening bieden. Controlesamenwerkingsverbanden zullen misschien op de controlemarkt niet een leading position gaan innemen, maar er is voldoende potentie voor een behoorlijke groei.”

Kruispunt

Martin van Beelen is directeur van Audit en Co, sinds 2011 de ‘controledochter’ van Lansigt Accountants en vanaf september 2011 in het bezit van de Wta-vergunning. Van Beelen vindt dat zijn organisatie actief is op een groeimarkt. “Controle en samenstellen worden meer en meer aparte vakken. Wij zijn gespecialiseerd in het eerste, onze opdrachtgevers veelal in het tweede. Daarnaast zijn er veel meer controleplichtige bedrijven dan waar er op dit moment controles worden uitgevoerd. En ten derde is een samenwerkingsverband zoals Audit en Co dat operationaliseert een prima oplossing voor al die administratie- en accountantskantoren die zelf niet controlegerechtigd zijn maar wel de goede relatie met hun opdrachtgevers in stand willen houden.”

Groeimarkt wil overigens niet zeggen dat de opdrachten Van Beelen in grote aantallen toestromen. “We hebben nu zo'n vijftien opdrachten en nemen weloverwogen gefaseerd nieuwe aan. We willen onze eigen organisatie immers niet laten overkoken. Maar anderzijds is het ook zo dat er bij de kleine kantoren nog heel veel wordt nagedacht over ‘hoe verder’ en afwegingen worden gemaakt over samenwerking, verkoop of inschakeling van organisaties als de onze. Veel kantoren staan wat betreft hun bestaan op een kruispunt en zullen binnen afzienbare tijd een strategisch besluit moeten nemen. De markt waarin wij opereren heeft absoluut potentie. Als wij over vijf jaar honderd controleopdrachten hebben, dan zijn we goed bezig.”

Interessante niches

Voor de beperkingen van een controlesamenwerkingsverband sluit Van Beelen zeker niet de ogen. “Samenwerken kan gauw leiden tot bureaucratie, tot eindeloze discussies over afspraken, kwaliteitsbehoud en tarieven en kostenverrekeningen. Daar moet je steeds voor waken. Audit en Co heeft hier geen last van, want onze samenwerking bestaat niet uit ‘meerdere kantoren bij elkaar voor meerdere opdrachtgevers’ maar ‘één kantoor dat als externe accountant voor andere kantoren de controlepraktijk uitvoert ’.”

Je moet ook eerlijk zijn tegenover nieuwe accountants, vervolgt Van Beelen. “Als die de ambitie hebben om niet alleen de controlepraktijk te gaan doen maar ook consultancy, dan moeten wij aangeven dat onze organisatie voor hem of haar wellicht te smal is. En ten derde: voor het succes van het samenwerkingsverband is het wel zo handig als je een paar speerpunten of deskundigheidsgebieden hebt. Audit en Co is bijvoorbeeld voor de segmenten IT en EDP zonder meer well equiped.” Die specifieke kwaliteiten dragen er volgens Van Beelen aan bij dat de positie op de controlemarkt kan worden gezekerd. Ofschoon hij het wel eens is met de opvatting dat controlesamenwerkingsverbanden in de komende jaren niet de leading way of auditing zullen worden (en nu ook niet zijn), gaat het wel om interessante niches die ook vanuit het oogpunt van rendement goede kansen bieden.

Controlesamenwerkingsverbanden

  • Audit Service Brabant
  • Audit en Co
  • Audit Services Holland
  • Blaak & Breederveld/Acclevisie
  • Extendum Audit
  • MP Accounting & Consulting
  • SMA Accountants
  • Stichting Audit Only
  • Stichting SACO
  • WEA Accountants & Adviseurs

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.