Magazine

Debat in accountancy?

Sinds Accountant.nl bestaat is het nog duidelijker geworden: accountants zijn geen debatteerders. Althans niet openlijk.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 3, 2008

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

Homme Idzerda (pagina 73) noemt dat ‘merkwaardig’. Terecht. Want behalve over boekhoudschandalen en fraudekwesties zou je ook in allerlei actuele discussies een origineel accountantsgeluid verwachten. Over de beloningsexcessen of de kredietcrisis bijvoorbeeld. Dat geluid ontbreekt echter nagenoeg. Zeker in kwesties die de kantoren zelf raken. Er zijn wel eens wat defensieve geluiden, maar serieuze reacties op wat bijvoorbeeld Jules Muis over de kredietcrisis te melden heeft (zie onder meer pagina 24 en zijn weblog) blijven vrijwel uit.

Homme Idzerda verklaart het uit voorzichtigheid, een professionele neiging tot ‘deugdelijke grondslag’. Dat kan een rol spelen. Ikzelf vermoed echter dat er nog twee andere verklaringen zijn.

De eerste betreft de aard van de accountancystudie. Die geldt als academisch, maar is in feite een beroepsopleiding. Daar is niks mis mee. Maar het betekent wel dat het voor een academische discipline zo essentiële debat goeddeels ontbreekt. De tweede ligt gevoeliger: er zijn te weinig onafhankelijke academici. De meeste accountancyhoogleraren zijn het grootste deel van de week verbonden aan een kantoor.

En dat wreekt zich. Accountants die wel openlijk andere dan de officiële kantoormeningen verkondigen, zijn vrijwel zonder uitzondering fulltime wetenschappers, gepensioneerden of ‘zelfstandigen’. Van een kantoorgebonden hoogleraar zul je zelden een kritische kanttekening of gewaagd voorstel horen. Althans, niet in het openbaar.

Over RA-collega's die zich wel kritisch uitlaten, klinkt nogal eens het verwijt “zij hebben makkelijk praten, ze werken niet in de praktijk”. Maar je kunt het ook omdraaien. Blijkbaar is serieuze kritiek onmogelijk zolang je wel in die praktijk werkt. Zo klonk tijdens de eeuwige discussie over controle en advies in de jaren negentig geen enkele kritische stem van binnen de kantoren. En toch moeten die er zijn geweest, want na Enron & co gaven zelfs de big four-topmannen toe dat accountants soms inderdaad ‘te dicht op de klant waren gekropen’.

Ook nu heerst bij heikele onderwerpen vaak een doodse stilte, of volgt simpelweg een ontkenning van het probleem. Zo stuitte een poging om accountants een visie te ontlokken op het schijnbaar moeiteloos van en op de balans plaatsen van special investment vehicles (SIVs) deze maand op dooddoeners als “nu niet opportuun” (zie pagina 48).

Regelmatig is er publieke kritiek over universitair farmaceutisch onderzoek, omdat veel daarvan wordt gefinancierd door farmaceutische industrieën. De onafhankelijkheid zou daarmee in het geding zijn. In de accountancy is het nog veel ernstiger. Het gros van de hoogleraren staat voor het grootste deel van de week gewoon op de loonlijst van de bedrijven wier werk ze uit hoofde van hun wetenschappelijke functie kritisch zouden moeten volgen. Voor een veelvoud bovendien van hun hoogleraarsalaris. Natuurlijk is praktijkinbreng voor een vak als accountancy onontbeerlijk. Het is nu eenmaal geen oude geschiedenis of Japanse letterkunde. Maar de huidige verdeling is veel te ver uit evenwicht.

Leen Paape en Marcel Pheijffer roepen in dit nummer op om het aantal fulltime hoogleraren te verhogen (pagina 60; zie ook Pheijffers weblog van 13 februari 2008). Terecht. Want de huidige situatie is niet alleen slecht, maar voor een beroep dat zich academisch noemt ook een beetje beschamend.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.