Magazine

Gebundelde kennis

Van een echte trend is nog geen sprake, maar de aangescherpte regelgeving voor accountants heeft het wel gestimuleerd: de gezamenlijke controlepraktijk. Voor kantoren zonder eigen Wta-vergunning een mogelijkheid om controleplichtige klanten toch te kunnen bedienen.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 5, 2009

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Peter van Rietschoten

Nieuwe wegen naar wettelijke controle

De invoering van de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) op 1 oktober 2006 heeft de Nederlandse accountantswereld niet dramatisch ‘opgeschud’. Maar het heeft de marktposities, uitvoering van wettelijke controles en investeringen in kwaliteit ook niet ongemoeid gelaten.

Indicatief voor de achterliggende veranderingen van de accountantssector zijn de bijna zevenhonderd aanvragen bij de AFM voor de zogenaamde Wta-vergunning die tot eind 2006 waren ingediend, in combinatie met de ruim tweehonderd aanvragen die voortijdig en door indieners zelf weer werden teruggetrokken. Op dit moment zijn er iets meer dan 460 Wta-vergunningen afgegeven, waarmee jaarlijks in Nederland circa tienduizend controleopdrachten worden uitgevoerd. Daarnaast heeft een aantal met name kleine kantoren mét controleopdrachten maar zónder vergunning andere oplossingen gevonden. Zoals het afzien van wettelijke controles of het aangaan van fusies of overnames of andere samenwerkingen, in verschillende mate van intensiteit en al dan niet met behoud van eigen zeggenschap en verantwoordelijkheden. Of het (meewerken aan het) opzetten van een gezamenlijke maar aparte controlepraktijk en het outsourcen van controleopdrachten bij grotere collegakantoren (zie ook het maartnummer van ‘de Accountant’, pagina 48).

Nieuwe mogelijkheden

Recent heeft Joop Anemaet (onder andere voorzitter van SMA Accountants) de NOVAK-gedachte van enkele jaren geleden afgestoft om voor de kleine kantoren met een paar controleopdrachten maar te weinig medewerkers en middelen voor een Wta-vergunning, een podium of platform te creëren waarop de gehele infrastructuur die nodig is voor kwaliteitsbeheersing en wettelijke controle, tegen een vergoeding beschikbaar is.

Het zou een soort (al dan niet full) franchiseformule moeten zijn, geëxploiteerd door een der grote kantorenorganisaties. NOVAK heeft het idee indertijd niet van de grond gekregen. Maar Anemaet ziet, mede door de cultuuromslag die de Wta teweeg heeft gebracht, nu nieuwe mogelijkheden (zie Opinie, maart 2009).

Tweehonderd opdrachten

Inmiddels heeft de AFM circa tweehonderd accountantskantoren onderzocht of zij voldoen aan de eisen die aan de Wta- vergunning ten grondslag liggen. Ofwel: een kleine driehonderd kantoren moet (en zal) nog door de AFM tegen het licht worden gehouden. De verwachting is dat dit een tweede ‘sanerings- annex fusiegolfje’ tot gevolg zal hebben. Na beëindiging van de controlepraktijk zal weer een aantal (kleine) kantoren de beschutting op gaan zoeken van samenwerking, netwerk of overname.

Of het opzetten van een gezamenlijke controlepraktijk - in een aparte, zelfstandige organisatie - veel navolging zal krijgen, is de vraag. Het aantal hiervan is tot dusver op de vingers van één hand te tellen (zie kader), en de verwachtingen over het opzetten van meer van dergelijke praktijken lopen uiteen. Hun marktaandeel is bepaald niet groot: nog geen tweehonderd controleopdrachten op een landelijk jaartotaal van circa tienduizend.

‘Uitgekristalliseerd’

Bij herhaling kan het standpunt worden vernomen dat de ‘accountantsmarkt nu wel is uitgekristalliseerd’. Misschien komt er inderdaad nog een fusiegolfje. Ook zullen sommige kleine kantoren verdwijnen doordat hun cliënten controleplichtig worden en/of er voor het overeind houden van het relatief dure kwaliteitssysteem te weinig opdrachten zijn. Ingrijpende verschuivingen aan de aanbodzijde van met name de wettelijke controles, worden echter niet meer verwacht.

Jan Wietsma, consultant bij Full Finance, zegt over de keuzes die kleine kantoren maken als het gaat om controleopdrachten: “Bij het outsourcen of overdragen van de controleopdracht gaat de voorkeur uit naar samenwerking of netwerk. Zo houdt men meer controle en grip op de relatie met de controlecliënt, en blijft ook de betrokkenheid meer op het door beide partijen gewenste niveau. Bij de gezamenlijke controlepraktijk wordt doorgaans in ieder geval formeel de relatie tussen accountant en cliënt beëindigd.” Ook wat betreft bemensing, opdrachtenstroom en investeringen ziet Wietsma voor de gezamenlijke controlepraktijken niet echt een gemakkelijke groeimarkt in het verschiet. “Zo'n organisatie is toch anders dan een regionaal opererend accountantskantoor met bijbehorend zakelijk en sociaal netwerk. En hoe houd je zo'n controlekantoor qua bemensing op peil, hoe doe je de acquisitie, is en blijft er voldoende volume om de investeringen te kunnen dragen?”

Daarnaast wordt er van diverse kanten op gewezen dat gezamenlijke controlepraktijken eigenlijk niet passen bij de kern van het kleine kantoor, namelijk het zelfstandig ondernemerschap.

Extendum

Positievere geluiden over de gezamenlijke controlepraktijk komen van Gerrit Kroes. Hij was de afgelopen zes jaar directeur van Extendum Audit, een auditorganisatie voor accountantskantoren in het midden- en kleinbedrijf. Hij kijkt terug op een succesvolle, groeizame periode, waarin Extendum Audit de Wta ruimschoots vooruit was. “Wij zijn in 2002 al begonnen met het uitvoeren van controleopdrachten van en voor kleine accountantskantoren. Nu zijn er zo'n 120 opdrachten, uitgevoerd door vijf RA's, vijf controleleiders en een aantal RA- en AA-stagiairs. Het afgelopen jaar zijn er per maand gemiddeld drie nieuwe opdrachten bijgekomen.”

Vergelijkbare organisaties, die Extendum qua controlevolume op afstand volgen, zijn Alfa Audit BV en de auditunit van GIBO Groep.

Over de werkwijze van Extendum vertelt Kroes dat het kantoor niet zelf acquireert. De kleine kantoren zoeken zelf contact. Indien kennismaking, aanbieding en voorwaarden voor alle betrokkenen acceptabel zijn, wordt de controleopdracht door de controlecliënt aan Extendum verstrekt. Dit kantoor is dan ook volledig aansprakelijk en verantwoordelijk.

Pre-auditdiensten

Het accountantskantoor dat de opdracht heeft ondergebracht blijft bij de controlecliënt betrokken. Kroes: “Zij doen het samenstellingsdossier en andere pre-auditdiensten. Daarbij vindt er wel eerst tussen dat kantoor en Extendum een afstemming plaats over werkwijze en kwaliteit.”

Dat er bij de overdracht van een controle aan Extendum sprake zou zijn van een afnemende betrokkenheid tussen cliënt en het kleine kantoor, wordt door Kroes weersproken. “Dat lijkt me nou juist wel het geval als de opdracht naar een kantoor gaat met allerlei andere diensten, dus een big four-kantoor of een groot SRA-kantoor. Hier doen we echter alleen wettelijke controles. De angst dat we cliënten met andere diensten gaan bewegen om over te stappen is ongegrond.”

Brussel

Wat betreft de toekomst kan Kroes zich wel vinden in de zienswijze van Wietsma: aparte controlepraktijken worden geen trend. Kroes: “Maar groei zit er zeker wel in. Er zijn nog voldoende kleine kantoren die zich willen, of wellicht moeten, aansluiten bij organisaties als de onze.

Vraag blijft wel wat er vanuit Brussel is te verwachten. Als de criteria voor de controleplicht omhoog gaan, dan kan de bodem uit de markt vallen. Dus als het aantal controleplichtige ondernemingen door een EU-besluit gaat afnemen, tja, dan zal onze groei mogelijk gaan vertragen. Mogelijk gaan we ons dan meer op de OOB-markt richten. Daarvoor hebben we ook de benodigde vergunning.” (OOB staat voor organisatie van openbaar belang ofwel beursfondsen, banken en verzekeringsmaatschappijen, red.)

SMA Accountants

Joop Anemaet is onder meer voorzitter van SMA Accountants. Volgens hem is deze organisatie een ‘organisatie voor organisaties’, niet alleen omdat er zo'n twintig kantoren aandeelhouder van zijn, maar vooral ook omdat SMA voor en met kleine accountantskantoren wettelijke controleopdrachten uitvoert.Anemaet: “Dat zijn er nu een stuk of tien, en die zijn voornamelijk afkomstig van mkb-achtige onderlinge waarborgmaatschappijen. Ook SMA heeft namelijk een Wta-vergunning met OOB-aantekening.” De doelstelling van SMA is om gezamenlijk grote accountants- en adviesopdrachten aan te nemen die voor de kantoren afzonderlijk niet uitvoerbaar zouden zijn, hetzij vanwege de omvang hetzij vanwege de complexiteit. Alle aan SMA verbonden accountantskantoren zijn lid van SRA. SMA ziet zichzelf als een alternatief voor de grote accountantsorganisaties, onder meer vanwege de aantrekkelijke tarieven.

Anemaet: “Het is echter niet alleen een kwestie van tarieven. Bestaansreden van SMA is ook dat meedoen goed is voor het kennisniveau van het deelnemende kantoor, het brengt een ontwikkeling mee die weer van nut kan zijn voor de eigen praktijk. Daarnaast is er ook het strategische aspect: door SMA hebben ook de kleinere kantoren toegang tot het marktsegment van de grotere opdrachten.”

‘Kruisbestuiving’

Over de werkwijze van SMA vertelt Anemaet: “Het kantoor dat een opdracht aanbrengt, wordt lead partner in de controle. De betrokken accountant staat met zijn kantoor ook bij SMA op de lijst van externe accountants met een Wta- vergunning, dus qua voorschriften van de AFM is het volledig in orde. Door de grote betrokkenheid van het aanbrengende kantoor is er op verschillende vlakken sprake van kruisbestuiving en men hoeft niet bang te zijn dat cliënten worden overgenomen.”

Anemaet verwacht dat de concurrentie tussen SMA en organisaties als Audit Services Holland, Audit Only en Extendum de komende jaren zal toenemen. Mogelijk komen er nieuwe gezamenlijke controlepraktijken bij. “Het optuigen en in stand houden van het kwaliteitssysteem is duur en vraagt om een breed draagvlak. Als er minder dan zes opdrachten zijn is dat in feite te weinig. Ik verwacht dat de controlemarkt met name aan de onderkant, dus bij de kleine kantoren met maar een paar van dergelijke opdrachten, nog wel zal gaan schuiven. Er zal een concentratie gaan plaatsvinden van controleopdrachten bij de grotere kantoren en ook in gezamenlijke controlepraktijken zoals SMA.”

Franchisemodel

Ook sluit Anemaet niet uit dat het eerdergenoemde franchisemodel echt van de grond gaat komen. “De Wta heeft hoe dan ook een cultuuromslag veroorzaakt. De hiërarchie van de kantoorleiding is, door alle eisen wat betreft kwaliteit en integriteit en compliance, veel steviger geworden. Soms botst dat met de eigenzinnigheid die toch ook een kenmerk is van de beoefenaren van het accountantsberoep. En mogelijk vindt een aantal van hen het niet prettig om de business weg te brengen, wat met gezamenlijke praktijken in feite gebeurt. Een franchisemodel, waarin volgens de kwaliteitsnormen en onder toezicht van de franchisegever wordt gewerkt en zo nodig ook qua mankracht ondersteuning wordt geboden, zou een goede oplossing kunnen zijn.”

Audit Services Holland

Audit Services Holland (ASH) is vooral actief in Noord-Holland. De organisatie bestaat uit vijf samenwerkende accountantskantoren, een zesde sluit zich binnenkort aan. De bemanning bestaat uit drie bestuursleden en twee vaste medewerkers, het aantal controle-opdrachten bedraagt nu elf. De deelnemende kantoren hebben zelf geen Wta-vergunning. Alle controleopdrachten worden derhalve altijd doorgegeven aan ASH.

Bestuurder Henk Wenning zegt over de werkwijze: “De relatie tussen aanbrengend kantoor en cliënt blijft zoals die altijd al was. Dus dat kantoor doet de samenstelling van de jaarrekening, doet administraties, geeft eventueel fiscaaladvies enz. Het controletraject doet ASH. De cliënt kan er zo van uitgaan dat hij enerzijds als vanouds door de huisaccountant wordt bediend, en dat het anderzijds wat betreft de onafhankelijkheid en de kwaliteitsbeheersing van de controle prima in orde is.”

Zelf acquireren

Wenning wil met ASH de komende jaren stevig doorgroeien. Hij ziet daartoe in de markt ook diverse mogelijkheden. “De markt is nu tamelijk stabiel. ASH zal echter niet alleen blijven drijven op opdrachten van de aangesloten kantoren, maar ook zelf gaan acquireren. Daarbij verwacht ik dat de komende jaren diverse kleine kantoren - vooral kantoren die mogelijk iets te enthousiast een Wta-vergunning hebben gevraagd en nu te weinig opdrachten hebben - op zoek gaan naar vormen van samenwerking.”

Wenning onderschrijft de in de markt gangbare opvatting dat de kritische grens voor het aantal controleopdrachten ligt bij minimaal zes per jaar. “ASH heeft voor zichzelf die minimumgrens gelegd op tien, daar zitten we dus net boven.”

Meer opdrachten zal ook meer medewerkers betekenen: Wenning schat in dat ASH over vijf jaar een vaste kern zal hebben van twee RA's, twee controllers en vijf medewerkers.

Audit Only

Dat Audit Only - twaalf aangesloten kantoren in de driehoek Amsterdam/ Hengelo/Harlingen en in beginsel een initiatief van NOVAK - heeft gekozen voor de stichting als rechtspersoon, heeft volgens voorzitter René van Hoogstraten alles te maken met ‘gemak’. “Makkelijk op te richten en ook makkelijk als het gaat om toe- en uittredingen. Geen gedoe met aandelen, verrekeningen en dergelijke.” Van uittredingen zal het evenwel niet zo snel komen, want ook Van Hoogstraten heeft voor Audit Only een groeiscenario voor ogen. “We groeien door naar circa twintig kantoren en enkele tientallen controleopdrachten. Daarbij sluit ik niet uit dat aangesloten kantoren de controlepraktijk van kleine kantoren gaan overnemen. Ik verwacht namelijk dat de komende toetsingen van de AFM her en der zullen leiden tot intrekking van Wta-vergunningen.”

Geen gedwongen winkelnering

De werkwijze van Audit Only is toch weer wat anders dan die van de eerdergenoemde gezamenlijke controlepraktijken.

Audit Only is opdrachtnemer, maar het aanbrengende kantoor voert de controle uit, daarbij ondersteund door collega's van andere deelnemende kantoren en eventueel externe specialisten. Het aanbrengende kantoor en de specialisten van zijn controleteam dienen natuurlijk te voldoen aan de kwaliteitseisen van Audit Only.

Ook niet-aangesloten kantoren kunnen gebruikmaken van het controleapparaat van Audit Only. Van Hoogstraten: “Zo'n kantoor kan dat doen via een aangesloten kantoor. Dit kan de eerste stap zijn naar aansluiting bij Audit Only.”

Maar gedwongen winkelnering is het niet: als het betrokken kantoor het bij één opdracht wil laten, kan dat even goed.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.