Magazine

'Maten' en firmanten sterven uit

De maatschap en de vennootschap onder firma verdwijnen volgens planning op 1 januari 2008. Deze klassieke rechtsvormen worden dan automatisch een openbare vennootschap. De aansprakelijkheid wordt automatisch groter.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 3, 2007

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Decennia lang waren de maatschap en de vennootschap onder firma de voor de hand liggende rechtsvorm voor vrijeberoepsbeoefenaren respectievelijk ondernemers. Sinds de invoering van de besloten vennootschap in 1971 is deze rechtspersoon steeds populairder geworden. Niet alleen vanwege de fiscale behandeling, maar ook vanwege het afgescheiden privévermogen. Om die reden brengen de vennoten in een maatschap vaak hun persoonlijke BV in (zie kader ‘Klassieke maatschap zeldzaam’).

Het is de bedoeling dat de maatschap en vennootschap onder firma op 1 januari 2008 verdwijnen. De maatschap en de vennootschap onder firma worden dan automatisch (‘van rechtswege’) een openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (OV).

Soepeler toetreding

Het voordeel van een OV beperkt zich tot de iets soepeler toe- en uittreding van vennoten. Als er een vennoot bijkomt of vertrekt, hoeven namelijk niet steeds alle maatschapscontracten te worden herzien. De vennoten van de maatschappen moeten straks in het handelsregister inschrijven wie van hen bevoegd zijn om namens de OV transacties te verrichten en op te treden naar buiten.

Wanneer een accountantskantoor - of een cliënt met een OV - transacties wil verrichten op naam van het kantoor of bedrijf is het handig om van de OV met een notariële akte een OVR te maken: een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid. De wet introduceert verder een openbare vennootschap met commanditaire vennoten (CV), al dan niet met rechtspersoonlijkheid, en een niet-openbare vennootschap (NOV). Bij de CV(R) blijven de stille, niet-beherende vennoten op de achtergrond; bij de NOV werken de vennoten niet samen onder een gezamenlijke naam. Een NOV met rechtspersoonlijkheid bestaat niet.

Hoofdelijk aansprakelijk

Al deze rechtsvormen zijn, net als de huidige maatschap en vennootschap onder firma, fiscaal transparant. De belasting wordt dus geheven bij de vennoten. Wanneer de OV of CV wordt omgezet in een rechtspersoon en de vennoten daarin onroerende zaken inbrengen, zouden zij normaalgesproken zes procent overdrachtsbelasting moeten betalen over de waarde van die zaken. Voor deze overgang geldt echter een vrijstelling.

De belangrijkste verandering die de OV en OVR teweegbrengen, is de hoofdelijke aansprakelijkheid: alle vennoten zijn volledig aansprakelijk voor alle schulden van de vennootschap. Bij de vennootschap onder firma is dat al zo. Accountants die niet willen opdraaien voor de fouten van hun partners moeten hier misschien even bij stilstaan. De vennoten kunnen een verdedigingslinie opwerpen door met hun persoonlijke BV deel te nemen in de vennootschap, zoals nu al vaak gebeurt. Ook kunnen zij de hoofdelijke aansprakelijkheid beperken met clausules in de contracten.

Voorbereiding

Bij het bureau van het NIVRA komen verschillende vragen binnen over de nieuwe wetgeving. “Voor komend najaar staat er een VERA-cursus op het programma”, zegt coördinator MKB van het NIVRA Piet Nobel. Het bureau van de SRA (de vereniging van middelgrote accountantskantoren) heeft nog geen vragen van leden binnengekregen. “Het heeft wel onze aandacht, maar de keuze ligt bij de kantoren”, zegt Saskia Danse.

Hoe bereiden de accountantskantoren zich voor op het verdwijnen van de maatschap en de firma?

“Slecht”, zegt Albert Zwaans van Houtman accountants en adviseurs in Veghel lachend. “Wij zijn een maatschap waarin drie BV's participeren. En we hebben redelijk wat maatschappen en vennootschappen onder firma als klanten. Maar het probleem is dat nog niet duidelijk is wat wij ze moeten adviseren, omdat de wetgeving volgens onze juristen op veel punten nog vaag is. Wij wachten dus maar af.”

Ook Richard Paans (Paans & Koch in Mijdrecht) haast zich niet: “De wet zou al drie of vier keer worden ingevoerd. Ik ben al een keer een cursus wezen volgen. Wij lopen niet zoveel risico. Wij hebben een kostenmaatschap met twee vennoten, die ieder hun BV hebben ingebracht. We zijn verzekerd tegen claims en zijn financieel gezond. Ik wil over een paar jaar stoppen en ga geen gekke dingen doen.”

Jan Goemans (Lodder & Co Groep in Doetinchem): “Wij zijn een maatschap van BV's. Maar ook als je als vennoot een BV inbrengt, is de hoofdelijke aansprakelijkheid toch een verzwaring voor die BV. Wanneer je als maatschap met tien vennoten een schuld hebt van een miljoen euro is iedere vennoot voor een ton aansprakelijk. Bij de OV is iedere vennoot straks voor een miljoen aansprakelijk. Ook al ben je een vennoot met een BV en is je privévermogen afgeschermd: je loopt toch meer risico. Schuldeisers vragen vaak zekerheden en zullen er niet snel genoegen mee nemen dat je de verhaalsmogelijkheden per contract verandert. Wij zijn nu aan nadenken over wat wij als kantoor gaan doen, maar zijn daar nog niet helemaal uit. Verschillende klanten hebben ons al om advies gevraagd. Maar we gaan klanten pas actief benaderen als duidelijk is wanneer de wet wordt ingevoerd.”

Wanneer?

Het wetsvoorstel Personenvennootschappen is in december 2002 ingediend. De invoering van de wet en de openbare vennootschap is steeds uitgesteld. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel in 2005 aangenomen, maar de Eerste Kamer wacht nog op de indiening van de bijbehorende invoeringswet (TK nr. 31.065) alvorens de wet goed te keuren. Het is door dit alles twijfelachtig of de invoeringsdatum van 1 januari 2008 zal worden gehaald.

Toch is het theoretisch nog steeds mogelijk. “Het kan soms snel gaan”, zegt een woordvoerster van de Eerste Kamer.

Belangrijkste gevolgen

De belangrijkste gevolgen van de huidige voorstellen zijn:

  • Maatschap en vof gaan openbare vennootschap (OV) heten.
  • Niet-openbare maatschappen worden een niet-openbare vennootschap (NOV).
  • Een openbare vennootschap met een of meer commanditaire vennoten wordt CV.
  • Een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid wordt OVR.
  • Een CV met rechtspersoonlijkheid wordt CVR.
  • De partners van de maatschap worden vennoten.
  • De OV moet worden ingeschreven in het handelsregister.
  • Duidelijk moet zijn welke vennoten zijn gemachtigd om namens het kantoor op te treden.
  • De vennoten kunnen van de openbare vennootschap een rechtspersoon maken via de notaris.
  • Bij een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid kunnen zaken in naam van de OV worden gedaan en op naam van de OV worden gezet.
  • Alle vennoten van een OV zijn aansprakelijk voor de schulden van de gehele OV(R).
  • Of een openbare vennootschap wel of geen rechtspersoonlijkheid heeft, maakt voor de aansprakelijkheid van de vennoten niets uit.
  • De hoofdelijke aansprakelijkheid kan worden beperkt door de leveringsvoorwaarden van het kantoor aan te passen.
  • NOV, OV, OVR, CV en CVR worden fiscaal gelijk behandeld: deze vennootschappen zijn fiscaal transparant. De belasting zal dus worden gegeven bij de vennoten, zoals nu gebeurt bij de maatschap en vennootschap onder firma.
  • Wanneer vennoten onroerende zaken uit de maatschap of OV inbrengen in een OVR of BV wordt geen overdrachtsbelasting geheven.

Klassieke maatschap zeldzaam

Hoeveel maatschappen er in totaal zijn, is niet bekend. Het NIVRA heeft geen gegevens over de rechtsvormen van de leden. Uit een onwetenschappelijke steekproef uit de RA-gids 2006-2007 blijkt dat de BV voor accountantskantoren de meest gekozen rechtsvorm is. Hierbij zijn de 130 éénmanszaken en top 10-kantoren buiten beschouwing gelaten. De klassieke maatschap is nauwelijks te vinden. Van de ongeveer 750 accountantskantoren uit de gids bekeken wij er 141. 44 daarvan (31 procent) voeren de toevoeging BV in de naam en 35 kantoren zonder ‘BV’ of ‘NV’ in de naam (25 procent) vermelden hun vennoten. Het merendeel van laatstgenoemde categorie blijkt bij navraag een BV. Van de resterende kantoren is een deel BV, maatschap, éénmanszaak, firma of CV. In de steekproef is één vennootschap onder firma aangetroffen. Navraag leert dat de ‘maten’ bij veel van de maatschappen bestaan uit de persoonlijke BV's van de vennoten. De klassieke maatschap - waarin de maten natuurlijke personen zijn - is dus al bijna uitgestorven.

Zwaardere aansprakelijkheid bij BV?

Het wetsvoorstel voor de Wet vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht bevat een nieuwe bepaling over aansprakelijkheid. Omdat de eisen aan het oprichtingskapitaal vervallen, worden de bestuurders van een BV verplicht financiële uitkeringen aan aandeelhouders te toetsen op de gevolgen voor de liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit van de onderneming. Als stok achter de deur introduceert artikel 216 lid 3 een hoofdelijke aansprakelijkheid voor bestuurders die geld hebben uitgekeerd aan de aandeelhouders.

De bepaling houdt in dat alle bestuurders van de BV persoonlijk aansprakelijk zijn tegenover de vennootschap als deze na de uitkering aan aandeelhouders de opeisbare schulden niet meer kan voldoen, terwijl zij dit wisten of behoorden te weten. De bestuurders moeten dus persoonlijk de tekorten van de BV aanzuiveren om de schulden te kunnen aflossen, maar zijn hiermee niet rechtstreeks persoonlijk aansprakelijk tegenover de schuldeisers.

Volgens werkgeversvereniging VNO-NCW staat deze verzwaring van de aansprakelijkheid haaks op de gedachte de BV aantrekkelijker te maken voor het midden- en kleinbedrijf. Maar volgens de wetgever loopt het zo'n vaart niet. In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel staat: ‘Artikel 216 voorziet in een nadere invulling van de bestuurstaak (…) en verduidelijkt de verhouding tussen het bestuur en de aandeelhouders (…) Omdat wordt aangesloten bij het bestaande recht ten aanzien van aansprakelijkheid van bestuurders jegens de vennootschap, hoeft men in de praktijk niet te vrezen dat de voorgestelde wettelijke bepalingen leiden tot onevenredige aansprakelijkheidsrisico's in het kader van uitkeringen aan aandeelhouders.’

Internationaal gezien is deze aansprakelijkheid nog aan de lichte kant, aldus de memorie van toelichting: ‘Ook in het Verenigd Koninkrijk wordt de solvencytest bij uitkeringen gesanctioneerd met civielrechtelijke aansprakelijkheid. In aanvulling daarop gelden voor bestuurders van Britse limiteds echter in bepaalde gevallen ook strafrechtelijke sancties in de vorm van een boete en een gevangenisstraf van maximaal twee jaar.’

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.