Opinie

Commissie De Wit: van Verloren Krediet naar Herstel van Vertrouwen

De commissie De Wit, die eerder deze week haar onderzoeksrapport presenteerde, maakt een aantal belangrijke kritische opmerkingen over accountants. Marcel Pheijffer reageerde in dat verband over de accountant als ‘geen hoofdschuldige, maar wel verlies van krediet'. Een terechte constatering.

nog: ik denk dat de kritiek van de Commissie dieper gaat. Ronduit schokkend is het als de commissie schrijft: ‘Er kunnen vraagtekens worden gezet bij het nut van het werk van de accountant' en ‘de wijze van communicatie heeft niet bijgedragen aan de beeldvorming rond de waarde van de accountantsverklaring'.

Dit vraagt om een krachtige en proactieve houding vanuit het beroep, de accountantsorganisaties en individuele accountants, willen we überhaupt in de toekomst kunnen overleven. Want ik ben ervan overtuigd dat de bevindingen van de Commissie, die haar conclusies beperkt tot de financiële sector, veel breder getrokken kunnen en moeten worden. Deze kritiek raakt de fundamenten van het accountantsberoep.

Terecht dat het NIVRA direct de conclusies van het rapport van de Commissie heeft onderschreven. Een dergelijke proactieve houding is essentieel. Te gemakkelijk zouden de aanbevelingen van de Commissie tot een defensieve reactie aanleiding kunnen geven. In de trant van: ‘de ondernemingsleiding en niet de accountant is verantwoordelijk voor een toereikende toelichting in de jaarrekening' of ‘de beroepsregels schrijven een terughoudend gebruik van toelichtende paragrafen in de accountantsverklaring voor'.

Een dergelijke reactie zou misplaatst zijn en raakt precies de kern van datgene wat de Commissie accountants verwijt. Formeel zal de jaarrekening wel een getrouw beeld geven en formeel zal er geen onterechte goedkeurende accountantsverklaring zijn afgegeven. Maar dat roept onmiddellijk het beeld op van: wel creative compliance, maar geen ethical compliance. Het moet echter niet alleen naar de letter maar ook naar de geest juist zijn.

Ik wil daar direct nog wel aan toevoegen dat ook bij die formele juistheid de nodige vraagtekens geplaatst kunnen worden. Immers het geven van een getrouw beeld houdt niet op bij het minimaal voldoen aan regeltjes. Getrouw beeld - ongeacht of het een jaarrekening is die aan BW 2.9 en de RJ dan wel aan IFRS voldoet - vraagt om een zodanige toelichting op de meeste essentiële risico's en onzekerheden, dat de gebruiker van de jaarrekening zich dat getrouwe beeld ook daadwerkelijk kan vormen. Zonder de situatie dat hij door de vele bomen van de gedetailleerde verslaggevingsregels het bos van het getrouwe beeld niet meer kan ontwaren.

Uiteraard realiseer ik me dat een toelichtende paragraaf niet mag worden gebruikt ter compensatie van een niet-adequate toelichting in de jaarrekening. De consequentie is dan ook dat de accountant voldoende druk moet uitoefenen om de toelichting in de jaarrekening in overeenstemming te brengen met datgene wat het getrouwe beeld vereist.

En dan kan een extra toelichting in de vorm van een toelichtende paragraaf een heel nuttige aanvullende functie vervullen. Niet voor de accountant om zich achter te verschuilen, maar wel om de gebruiker van de jaarrekening nog eens extra te attenderen op de specifieke risico's en onzekerheden waaraan de onderneming onderhevig is.

Daarbij wreekt zich een volgend punt waar de Commissie fijntjes op wijst. Hoe zit het met de onafhankelijkheid van de accountant, gegeven het feit dat hij wordt betaald door de opdrachtgever? In gewoon Nederlands: hoe staat het met zijn of haar rechte rug?

Uiteraard kunnen we pagina's volschrijven met een verdediging vanuit de onafhankelijkheid in wezen. Maar hier blijkt opnieuw waar het echt om gaat: onafhankelijkheid in schijn. Uit het rapport van de Commissie blijkt dat daarbij vraagtekens worden gezet. Tussen de regels kan worden afgeleid: ‘wiens brood met eet, diens woord men spreekt'.

De accountant en accountantsorganisaties hebben de sleutel in handen om adequaat antwoord te geven op de hartenkreet vanuit het rapport van de Commissie. Dat vraagt om onmiddellijke krachtige actie.

Het NIVRA heeft een eerste impuls gegeven. Individuele accountants en accountantsorganisaties kunnen onmiddellijk een volgende stap zetten. Daarbij gaat het om meer ethical compliance met betrekking tot de toelichtingen in de jaarrekening over belangrijke risico's en onzekerheden.

De waarschuwing in de controlestandaarden om een veelvuldig gebruik van toelichtende paragrafen te beperken, is daarbij, gelet op deze publieke oproep, wat minder van belang. Alleen dan is het beroep in staat om het Verloren Krediet om te buigen in Herstel van Vertrouwen.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Anton Dieleman is voorzitter van het Adviescollege Beroepsreglementering van de NBA en directeur vaktechniek bij Mazars.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.