Opinie

Mannen zijn ambitieuzer, echt waar

'Meer vrouwen in de top' is een oude discussie. De woorden veranderen - sommigen spreken nu van diversity (spreek uit 'daivursitie') - maar de boodschap niet: het gaat te langzaam. Nog onlangs werd bericht dat het binnenkort wettelijk voorgeschreven streefgetal van dertig procent vrouwelijke bestuurders en commissarissen bij het huidige tempo nog lang niet in zicht is.

In de accountancy speelt dit extra sterk. In 2010 lag het percentage vrouwelijke partners bij de zeven grootste kantoren nog overal (zeer ver) onder de tien procent. Over bestuurders praten we niet eens. Dat kan natuurlijk veel beter. Maar de vraag is: hoeveel beter? Want willen vrouwen eigenlijk zelf wel?

In elk geval veel minder vaak dan mannen. Ondanks alle cultuurverandering antwoordt in het Accountancy Beloningsonderzoek 2011 25 procent van de vrouwelijke studenten in het openbaar beroep op de vraag of ze uiteindelijk director of partner willen worden 'ja'. Bij hun mannelijke medestudenten is dat 38 procent. En op die leeftijd worstelen de meesten nog niet met de bekende 'killer'-combinatie werk-gezin.

Vijf jaar geleden schreef ik daar al eens over. En toen waren de studentencijfers 49 en 22 procent. Er is dus niet heel veel veranderd, of het moet de afgenomen ambitie bij de mannelijke studenten zijn.

In de loop van de tijd kiezen degenen zonder partnerambities natuurlijk vaak een andere carrière. Daarom liggen de vrouwelijke cijfers binnen de totale groep openbaar accountants - een deel is dan al uitgestroomd - iets hoger. Maar dan nog blijft er een hardnekkig verschil. Van 2007 tot 2010 schommelde het aantal mannen die director of partner willen worden tussen 46 en 52 procent, bij de vrouwen tussen 29 en 37 procent, dus veel lager. (In 2011 liggen de cijfers overigens voor beide lager - bij vrouwen 24 procent, bij mannen 41 - omdat nu ook AA's zijn opgenomen. Maar dat is een ander onderwerp.)

Aan een gebrek aan vrouwelijk geloof in eigen kunnen ligt het niet. Integendeel. Van alle respondenten zonder topambities geeft 20,4 procent aan dat ze 'niet de kwaliteiten' voor zo'n functie hebben. Bij AA's is er op dat punt nauwelijks verschil tussen mannen en vrouwen, maar bij de RA's (16,5 versus 10,9 procent) en de studenten (19,3 versus 16,6 procent) wel: mannen noemen dit vaker dan vrouwen.

De conclusie is onontkoombaar: vrouwen willen veel vaker dan mannen iets anders dan een 'topcarrière'. Sommigen zullen betogen dat vrouwen wel degelijk even ambitieus zijn, maar dat dit door gender biased vraagstellingen en andere onvermoede factoren niet tot uiting komt. Maar het is verstandiger de waarheid onder ogen te zien. Mannen en vrouwen verschillen op dit punt - gemiddeld.

Dat neemt niet weg dat kansen gelijk moeten zijn, dat machocultuur moet worden doorbroken en dat streven naar ‘meer vrouwen in de top' verstandig is. Maar wie weigert te aanvaarden dat voor die top minder vrouwen beschikbaar zijn dan mannen, doet hetzelfde als de dominante man die zegt ‘je zegt nee, maar bedoelt eigenlijk ja'.

Deze bijdrage is ook als column geplaatst in het oktobernummer van Accountant.

Wat vindt u van deze opinie?

Reacties 0 0 Spelregels debat

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.