Opinie

Als je haar maar goed zit

"Hij is duur. Maar het scheelt echt, vooral als je haar iets ouder wordt." Woorden van Jan Bouwens tijdens een interview bij de kapper met het magazine Accountant (voorjaar 2016).

Ik vroeg me destijds al af wat de waarde was van deze uitspraak. Zou er onderzoek zijn gedaan naar de relatie tussen kosten van een kapper en de schoonheid of vitaliteit van door hem of haar gecreëerde kapsels? En zo ja, wordt die relatie sterker als het haar iets ouder wordt? Weten we eigenlijk wel iets over haargroei en over coifferen, vroeg ik me af? Is onze kennis over kappen en kappers niet alleen maar gebaseerd op onze eigen ervaring (duur, maar echt beter), intuïtie (vooral als je ouder wordt) of buikgevoel (het zit wel goed hier, gezien de prachtige salon)? 

Deze gedachten kwamen terug toen ik in het FD een interview met Jan Bouwens en Olof Bik las. Recent werd op Nyenrode de internationale conferentie van de Foundation for Auditing Research (FAR) georganiseerd. Bij die gelegenheid lieten Olof Bik en Jan Bouwens, beiden bestuurslid van de FAR, zich interviewen over de mogelijkheid die de FAR onderzoekers hebben om gebruik te maken van vijfhonderd (echte) controledossiers van deelnemende accountantskantoren. 

De kern van het betoog van Bouwens en Bik is dat de FAR toegang krijgt tot "essentiële gegevens, zoals de controledossiers" en dat op basis van onderzoek van die dossiers kennis wordt vergaard "over de factoren die de kwaliteit van het accountantswerk bepalen". "We hebben te weinig kennis over de factoren die de kwaliteit van het accountantswerk bepalen", tekent het FD op uit de mond van Bouwens. "Sterker nog, we zijn het er niet over eens wat kwaliteit eigenlijk is."

Het antwoord op al deze onwetendheid en onbeslistheid gaat de FAR formuleren door het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. De onderzoeksprojecten die daartoe geselecteerd zijn (zie de onderzoeksagenda van de FAR) zijn gericht op de betrokken teamleden (hun competenties, hun inzet bij andere teams, hun leervermogen), het beoordelingsvermogen en kritisch vermogen van accountants en tenslotte de coördinerende werkzaamheden en communicatie bij internationale groepscontroles. 

Ik ben benieuwd wat er uit het onderzoek gaat komen en vooral of de conclusies bruikbaar zullen zijn binnen de accountancysector. Ik mis in de agenda van de FAR de aansluiting met de (wetenschappelijke en populaire) literatuur die de afgelopen dertig jaar is verschenen over misstanden (gebrek aan kwaliteit, zo u wilt) binnen de zakelijke dienstverlening in het algemeen en de accountancy in het bijzonder. Ik mis de aansluiting met de uitkomsten van toetsingen door en rapportages van nationale en internationale toezichthouders op de accountancy. Ik mis de aansluiting met het rapport van de door de NBA ingestelde werkgroep Toekomst Accountantsberoep. Ik mis de aansluiting met de uitspraken van de accountantsorganisaties die gereageerd hebben op een vragenlijst van de Monitoring Commissie Accountancy (zie rapport MCA, bijlage 3). Blijkbaar hebben de onderzoekers die een toelage hebben gekregen van de FAR een ander beeld bij de accountancysector dan de accountants zelf, de toezichthouders en de NBA. Blijkbaar zijn de inzichten van praktijkbeoefenaren en speciale commissies niet ‘essentieel’ voor het onderzoek naar de oorzaken van misstanden in de accountancy. 

Wat mij nog het meest stoort aan het interview met Bouwens en Bik is de tone-of-voice van de FAR-bestuurders. "We weten niets over de oorzaken van de problemen, laat staan over de effectiviteit van genomen maatregelen", is hun adagium. Daarmee wordt een groot deel van de beschikbare kennis bij het oud vuil gezet. In een tijd dat de spelers in de accountancysector de handen ineen moeten slaan om tot oplossingen te komen voor het geknakte vertrouwen en het verlies aan geloofwaardigheid, lijkt me dat een verkeerde en zelfs desastreuze keuze. Die houding past overigens wel in een bepaalde strategie om vooral naar anderen te wijzen. Tijdens het FAR-congres gebeurde dat ook - tot vervelens toe - richting (onder andere) de AFM. Gerben Everts wees erop dat niet de boodschapper of de vorm van de boodschap ertoe doet, maar vooral de inhoud. Juist die inhoud, onder andere in de vorm van toezicht rapporten en boetebesluiten, bevat 'essentiële gegevens'.

De journalisten van het FD tekenen op dat "de meeste van die hervormingspunten (de 53 maatregelen van de werkgroep Toekomst Accountantsberoep - AA) zijn gebaseerd op ervaring, intuïtie, visie en buikgevoel, maar niet op wetenschappelijk gefundeerde kennis over de werkwijze van de accountancy en wat de kwaliteit van het werk van accountants bepaalt". Hier wordt gesuggereerd dat ervaring, intuïtie (inzicht zonder nadenken), visie en buikgevoel weinig zeggingskracht hebben als het gaat om de kwaliteit van accountants. Dat lijkt me een nogal boude veronderstelling. Wetenschappelijke kennisvergaring gaat vooral om methodiek en proces, niet (of beter: niet uitsluitend) om de gebruikte gegevens. Wetenschappelijke kennis vormt volgens mij een aanvulling op of ontkrachting van anders gevormde kennis. Maar het is zeker niet de enige kennis. 

Ik denk dat Bouwens bij een volgend bezoek nog maar eens in gesprek moet met zijn kapper. Vraag haar eens naar de ins- en outs van vijfhonderd knipbeurten en probeer wat verbanden te vinden. Negeer daarbij alle wijsheid die je zelf hebt opgebouwd en bekijk daarna het resultaat. Ik ben benieuwd naar de coupe spéciale die daaruit voorkomt.

Wat vindt u van deze opinie?

Reacties 39 15 Spelregels debat

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.