Opinie

Big four en audit only

Een hogere auditkwaliteit, meer onafhankelijkheid en meer concurrentie. Dat moesten de uitkomsten zijn van de hervormingen die Eurocommissaris Michel Barnier – nu vooral bekend als brexit-onderhandelaar – in 2011 in de accountantssector wilde doorvoeren.

Barniers ultieme doel was om het door hem verguisde big four-kartel te breken. Een kleine acht jaar later klinkt vrijwel hetzelfde refrein in het Verenigd Koninkrijk. De Britse beroepsorganisatie van accountants heeft, om erger te voorkomen, zelfs de vlucht naar voren genomen door een marktplafond voor de grote vier voor te stellen. 

De meest rigide maatregelen die Barnier voor ogen had zijn er uiteindelijk niet gekomen. Een gedwongen opsplitsing van de big four, audit only en joint audits bleken niet haalbaar. Maar anno 2018 liggen deze maatregelen toch weer op tafel en dreigt de Britse politiek met ingrijpen. Het doorbreken van het ogenschijnlijke monopolie van de grote vier kantoren, als hofleverancier van audit- en adviesdiensten bij Britse topbedrijven, is volgens de criticasters de beste remedie om veilig te stellen dat deze topaccountants weer echt hun best gaan doen.

NBA-voorzitter Marco van der Vegte reageert afhoudend op het vergroten van de concurrentie door een gedwongen marktrem voor de big four. We moeten het hebben van het primaat van het publieke belang, niet van meer concurrentie, aldus Van der Vegte in een overigens sterke opiniebijdrage. Daar valt het nodige voor te zeggen. Al was het beter geweest om eerst bij alle maatschappelijk belanghebbenden - te beginnen met bijvoorbeeld de accountants in business binnen de NBA - te peilen of zij de rol van de big four als een probleem zien. Dan voorkom je de verdenking dat je bestaande marktposities wilt verdedigen. 

Een te grote machtsconcentratie kan ertoe leiden dat marktwerking wordt gefrustreerd. Bij de verplichte kantoorroulatie in Nederland is de prijs van de meeste oob-controles omlaag gegaan en dat wijst niet op verborgen kartelafspraken. Dat is nog geen reden om aan te nemen dat er, dankzij de verplichte kantoorwissels, nu veel meer kwaliteit wordt geboden dan voorheen. Wanneer we grofweg aannemen dat betere controles duurder zijn - omdat je er bijvoorbeeld meer en duurdere uren in steekt - dan zou een hogere kwaliteit tegen een lagere prijs hebben geleid tot fors dalende partnerinkomsten. En daar is geen sprake van. In die zin was de kantoorroulatie misschien goed om ingesleten relaties te doorbreken, maar heeft het waarschijnlijk niet geleid tot een hogere auditkwaliteit. Dat was toch de bedoeling.

Ook vanuit bedrijven en beleggers hoor je zelden klagen over gebrek aan keuze. Die lijkt het allemaal weinig uit te maken, al zal de beschikbaarheid van een internationaal netwerk en een veronderstelde basiskwaliteit het kiezen voor een big four meestal aantrekkelijker maken dan een minder bekende speler. In mijn ervaring vinden de meeste commissarissen, cfo’s en andere betrokkenen het van belang dat er een goede klik is met de controlerend accountant zelf. Maar de 'handjes' die het werk doen achter degene die de handtekening zet zijn tamelijk irrelevant. Als er al sprake is van een kartel, dan is het vooral dat klanten de grote vier zien als meer van hetzelfde en ze onder elkaar nauwelijks onderscheidend vermogen hebben. 

Ook de middelgrote accountantskantoren achter de grote vier lopen niet massaal te brommen over een afgeschermde markt. Integendeel, die lijken het wel best te vinden om de oob’s aan de grote kantoren over te laten. Minder exposure, minder investeringen, minder eisen en minder gedoe. Door de kantoorroulatie word je bovendien gedwongen om voor een oob-klant een groot en getalenteerd controleteam op te bouwen, dat je een paar jaar later weer ergens anders onder moet brengen. Misschien dat hoogstens een plusje wordt gezien op de arbeidsmarkt; het controleren van een oob geldt voor jonge en ambitieuze accountants toch als de eredivisie. 

De behoefte van daadkrachtige politici en toezichthouders om het maatschappelijk verkeer meer zekerheid te bieden over de kwaliteit van de audit valt dus niet op te lossen door simpelweg aan een paar knoppen te draaien. Er is nog geen enkele interventie geweest waarmee grote incidenten aantoonbaar tot het verleden zijn gaan horen en dat is natuurlijk bijzonder frustrerend. Stevige boetes lijken vooralsnog nog het meeste zoden aan de dijk te zetten. Publieke verontwaardiging heeft daarentegen geen enkel effect. Op reputatiegebied lijken de grote kantoren over de huid van een olifant te beschikken. Bij hoog oplopende emoties, zoals nu in het debat in het Verenigd Koninkrijk, houden ze gewoon hun mond en halen de schouders op. In de verwachting dat de storm, net als destijds na de voorstellen van Barnier, wel weer gaat liggen.

Vanuit communicatiefperspectief is het doodzwijgen van een publiek debat onverstandig, maar (helaas) wel te begrijpen. Er is geen enkel bewijs dat het aanvallen van de marktpositie van de big four leidt tot meer (maatschappelijke) auditkwaliteit, nog los van allerlei praktische en juridische problemen in de uitvoering. Wie zich niet wil neerleggen bij de status quo en bedrijfsongelukken in de accountancy weigert te accepteren, kan daarom beter kijken naar het bestaande verdienmodel. Hoewel adviesdiensten inmiddels verboden zijn bij oob-controlecliënten, profiteren partners van de accountantstak mee van de verdiensten van hun adviescollega's bij niet-controlecliënten. Daarmee hebben zij een (in)direct belang om de relatie met niet-controlecliënten goed te houden. Dat kan leiden tot minder onafhankelijkheid wanneer ze op een zeker moment bij diezelfde klant als controlerend accountant aantreden - iets wat met gedwongen roulatie in een beperkte markt op den duur zeer waarschijnlijk is. Of tot een milder oordeel van bestaande controlecliënten, wanneer bij een op handen zijnde roulatie de adviseurs in beeld moeten komen om de continuïteit van de klantrelatie zeker te stellen.

De echte weeffout in het bestaande systeem is het vasthouden aan meerdere disciplines - met ieder een eigen, nogal afwijkende en soms zelfs tegenovergestelde rompstand - binnen hetzelfde huis. Waarom zou je als accountant tegelijk aandeelhouder zijn in een bedrijf dat op hele andere markten actief is en ondernemingen vooruit helpt, in plaats van ze vanaf de zijlijn te controleren? De argumenten om vast te houden aan het multidisciplinaire professional services-model zijn niet bijster sterk. Ook als audit only-kantoor kan je externe expertise inhuren, net zoals advocatenkantoren dat doen. De suggestie dat accountants anders een halfjaar - buiten het busy season - lopen te lanterfanten hoor je steeds minder vaak, dus dat is kennelijk ook geen issue meer.

Met het verbod op de combinatie van advies en controle bij een oob-controlecliënt is het one stop shopping-verdienmodel verdwenen en daarmee de synergetische meerwaarde om klanten met meerdere diensten te kunnen bedienen. Dat het toch lucratief blijft om als accountants en adviseurs onder hetzelfde dak te blijven wonen, kan daarom alleen verklaard worden uit de merkwaarde die een big four als accountantsorganisatie heeft. Maar nog steeds presenteren de grote kantoren zich op de markt als oplossers van alle problemen die zich binnen een bedrijf kunnen voordoen, in plaats van als zuivere hoeders van een strenge beoordeling van de jaarcijfers en de onderliggende bedrijfsvoering, in het maatschappelijk belang van beleggers en andere stakeholders. Dat wringt.

Vanuit het publieke belang dat externe accountants alleen gericht zouden moeten zijn op onafhankelijke en kritische controles van hoogstaande kwaliteit, zou de overgang naar audit only het meest zuiver zijn. Dat geen enkele big four aanstalten maakt om zich als first mover te onderscheiden, zegt vooral dat het commercieel kennelijk toch nog onvoldoende aantrekkelijk is om als accountants echt op eigen benen te staan. Discussies zoals die nu in het Verenigd Koninkrijk spelen, kunnen een gewenst duwtje in de rug veroorzaken om hier nog eens goed over na te denken.

Wat vindt u van deze opinie?

Reacties 101 22 Spelregels debat

Gerelateerd

Afbeelding Opinie

Waarom de alternatieve structuurmodellen uit het AFM-rapport niet gaan werken

Het accountantsberoep ontleedt zijn bestaansrecht door te voorzien in een behoefte van het maatschappelijk verkeer. Het beroep is ontstaan als gevolg van boekhoudschandalen, is daarna uitgegroeid tot een vertrouwensfunctie en staat nu onder forse druk door nieuwe boekhoudschandalen. Op zich is dat een normale levenscyclus: iets ontstaat uit chaos, groeit en sterft af.

x 7 158 18 Jeffrey Bekkerin

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.