Opinie

Zoeken naar fraude bij reguliere accountantscontroles is geen kul

Bij de grote accountantsorganisaties zijn zelfstandige forensisch accountancyafdelingen ontstaan, die fraudepatronen in beeld brengen, daders ontmaskeren en preventieve maatregelen voorstellen om herhaling te voorkomen.

Periodiek doen die afdelingen verslag van ontwikkelingen op het gebied van fraude en specifieke onderwerpen zoals corruptie en cybercrime. Niet zelden gaan die rapporten gepaard met het aanbod om clientèle van dienst te zijn en hen met preventieve maatregelen te helpen van dergelijke nare zaken verschoond te blijven. In dat soort (preventieve) dienstverlening zijn accountantsorganisaties goed.

Minder goed zijn zij in het ontdekken van fraude bij reguliere accountantscontrole. De wens vanuit de maatschappij om juist op dat punt wél een zinvolle bijdrage te leveren, ten behoeve van de reinheid van het economisch verkeer, was ooit een belangrijke ontstaansgrond van de accountancy.

Het doel van accountantscontrole is beschreven in wet- en regelgeving: het verkrijgen van zekerheid over de vraag of de financiële overzichten vrij zijn van een afwijking van materieel belang, die het gevolg is van fraude of fouten. In de doelstelling staat fraude derhalve centraal en dat schept verplichtingen en verantwoordelijkheden voor de accountant.

In de praktijk geeft deze daar op tweeledige wijze invulling aan. Ten eerste door zich bij de accountantscontrole vanuit een professioneel-kritische instelling te richten op frauderisico’s. Ten tweede door tijdens de controle in te spelen op concrete fraudesignalen. Het eerste gaat accountants beter af dan het tweede.

Recent betoogde forensisch accountant Peter Schimmel op deze website dat we moeten ophouden van accountants 'het onmogelijke' te verwachten, namelijk dat ze fraude ontdekken. Hij maakt daarbij een in mijn ogen ongepaste en ongenuanceerde vergelijking: "Wie meent dat de accountant wel verantwoordelijk is, vindt waarschijnlijk ook dat vrouwen in korte rokken vragen om me too-gedrag', slechte sloten om diefstal, en dat artsen van rokende longkankerpatiënten moeten worden opgesloten, omdat ze de patiënt niet van de sigaret hebben afgehouden."

Ook zijn volgende opmerking kan mij niet bekoren: "Maar per definitie ziet een frauduleuze transactie er exact zo uit als een legitieme transactie. Daarom is zoeken naar fraude kul. Je gaat ook niet ieder mens elk jaar door een full body scan halen omdat je de meeste kwalen toch mist en niemand er gezonder van wordt."

Het is jammer dat juist een forensisch accountant met dit soort stellingen komt. Met vele forensisch accountants is mijn ervaring, op basis van in het verleden uitgevoerde onderzoeken, nu juist dat controlerend accountants in de controle frauderisico's en met name fraudesignalen hebben gemist. Terwijl van hen juist mag worden verwacht dat zij daar alert op zijn. Niet alleen vanuit maatschappelijk belang waardoor accountantscontrole wettelijk verplicht is, maar ook vanuit de doelstelling van accountantscontrole, de professioneel-kritische instelling en de verantwoordelijkheid van de accountant. Het zoeken naar fraude is dan ook geen kul, het is inherent aan de doelstelling van accountantscontrole en de zekerheid die accountantscontrole verschaft.

Over het thema van deze blog sprak ik eens met een bestuursvoorzitter van één van de grote accountantsorganisaties. Ik complimenteerde hem met de rapportages van zijn accountants over fraude. Hij keek mij meewarig en niet begrijpend aan; had een dergelijk compliment kennelijk niet uit mijn mond verwacht. Ik heb hem vervolgens uitgelegd dat ik doelde op de rapportages van zijn forensisch accountants en voegde eraan toe dat ik wenste dat zijn controlerend accountants ook zulke goede rapporten schreven.

De bestuursvoorzitter moest lachen en legde mij uit dat dat niet kon. Als een forensisch accountant wordt ingeschakeld, is er een probleem bij de cliënt dat moet worden opgelost en is er afdoende budget. Accountantscontrole is echter 'een moetje' voor de cliënt met als gevolg een afgeknepen budget.

Dat laatste was volgens hem het probleem. Onzin, repliceerde ik, een controlerend accountant die onvoldoende budget krijgt om aandacht aan fraude te schenken, hoort een opdracht niet aan te nemen. Doet deze dat wel, dan is dat het probleem.

Deze opinie is vandaag ook in het FD gepubliceerd.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Marcel Pheijffer (1967) is hoogleraar Forensische Accountancy aan de universiteiten Nyenrode en Leiden.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.