Opinie

Schaf de aparte standaard voor niet-financiële informatie af

Wie door de oogharen naar de inrichting van de International Standards on Auditing (ISA) kijkt, moet erkennen dat die hopeloos achterlopen op wat er in de wereld gebeurt. Een pleidooi voor één set standaarden voor de controle van historische informatie en afschaffing van een aparte standaard voor niet-financiële informatie.

Onder de vleugels van de NBA is al weer enige jaren de Werkgroep ESG Assurance actief. In die werkgroep buigt een aantal externe, interne en overheidsaccountants en accountants in business zich over vraagstukken rondom de verificatie van ESG informatie. ESG staat voor Environment, Social en Governance. Het onderwerp van gesprek wordt inmiddels geduid met niet-financiële informatie (NFI) of extended external reporting (EER). Maar dat maakt niet uit. De groep bewaakt goed waar het over gaat.

Eén van de belangrijke projecten van de werkgroep is de herziening van standaard 3810N, die ingaat op 'assurance opdrachten inzake maatschappelijke verslagen'. Even de kennis opfrissen. De nadere voorschriften controle- en overige standaarden (NV COS) zijn - naast een begrippenlijst en slotbepalingen - opgeknipt in vijf secties:

  1. Standaarden 100-999: opdrachten tot controle van historische financiële informatie.
  2. Standaarden 2000-2699: opdrachten tot beoordeling van historische financiële informatie.
  3. Standaarden 3000-3850: assurance opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie.
  4. Standaarden 4000-4699: aan assurance verwante opdrachten.
  5. Standaarden 5000-5699: overige opdrachten.

In een groeiend aantal gevallen worden tegenwoordig bij veel ondernemingen verificatieopdrachten uitgevoerd ten aanzien van duurzaamheidsverslagen, integrated reports en allerhande daarmee samenhangende verslagen en verantwoordingen. Voor de uitvoering van deze verificaties worden met grote regelmaat accountants gevraagd, veelal de huisaccountant. Ook voor de uitvoering van deze opdrachten vallen accountants terug op de hen aangereikte standaarden voor de beroepsuitoefening. In dit kader is standaard 3000 ontwikkeld voor 'assurance opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie'. Deze standaard kan daarvoor nog steeds worden ingezet. In de Nederlandse situatie is echter op enig moment besloten om aanvullend - en meer gericht op wat destijds het maatschappelijk jaarverslag werd genoemd - standaard 3410N te ontwikkelen. Deze standaard is weer later gewijzigd in standaard 3810N, omdat vanuit de internationale kanalen standaard 3410 werd toegevoegd, gericht op 'assurance opdrachten betreffende emissieverslagen'.

Tijdens de analyses en discussies van de werkgroep rondom de formulering van de te vernieuwen standaard 3810N die in de derde sectie van de NV COS is ondergebracht, bleek dat veelvuldig moet worden verwezen naar standaarden die zijn opgenomen in de eerste sectie (standaarden 100 tot en met 999). Dat is eigenlijk volstrekt logisch. Ook bij de verificatie van een duurzaamheidsverslag is sprake van algemene uitgangspunten, verantwoordelijkheden en communicatie met de met governance belaste personen (standaarden 200-299). De aanpak van de verificatie van een duurzaamheidsverslag is ook gebaseerd op een risicoanalyse (standaarden 300-499) en deze verificatie moet ook resulteren in een dossier met geschikte controle informatie (standaarden 500-599). Zeker daar waar het gaat om specifieke kennis van bijvoorbeeld milieugerelateerde informatie, kan de accountant gebruik maken van andere deskundigen (standaarden 600-699). Tenslotte mondt dit verificatieproces ook uit in een schriftelijke conclusie (standaarden 700-799).

Een belangrijk punt van onderscheid is de kwalificatie van de norm. Controleren is toetsen aan normen. In de standaarden is dit zodanig uitgewerkt dat een verificatie-opdracht waarbij sprake is van de toepassing van een wettelijke norm - zoals de controle of beoordeling van de jaarrekening - de benaming controle- of beoordelingsopdracht mag dragen. Zodra sprake is van een niet-wettelijke - in het geval van duurzaamheidsverslaggeving veelal vrijwillige - norm, dan gaat het om een assurance opdracht met een redelijke of beperkte mate van zekerheid. Het product van een assurance opdracht is dan ook geen controle- of beoordelingsverklaring, maar een assurance rapport. Het gaat dus met name om de duiding van de opdracht en de bijbehorende uitkomst.

Gezien de sterke overeenkomsten in de handvatten die de NV COS de accountant geven ten aanzien van de opdrachten tot verificatie van financiële en niet-financiële historische informatie, is het voor de hand liggend om de eerste sectie van de standaarden (100-999) niet meer specifiek van toepassing te laten zijn op uitsluitend opdrachten tot controle van historische financiële informatie, maar van historische informatie door verwijdering van het woord 'financiële'. Op deze wijze kunnen de standaarden zodanig worden ingericht dat deze uniform toepasbaar zijn voor zowel opdrachten tot controle van financiële historische informatie als assurance opdrachten inzake niet-financiële historische informatie. In iedere individuele standaard kan vervolgens - als dat noodzakelijk is - aandacht worden besteed aan mogelijke relevante verschillen tussen financiële en niet-financiële informatie, die van invloed kunnen zijn op de door de accountant te volgen werkwijze. De enige puzzel die resteert is de benaming van deze sectie. Daarin moeten op enigerlei wijze controle en assurance onder één noemer worden gebracht.

Als deze aanpassing wordt doorgevoerd voor de standaarden 100 tot en met 999 (opdrachten tot controle van historische informatie), kan in één adem mee een vergelijkbare aanpassing van de standaarden 2000 tot en met 2699 worden overwogen, met het oog op assurance opdrachten met een beperkte mate van zekerheid. Het schoont de 3000-sectie in ieder geval lekker op.

Bij inrichting en onderhoud van de NV COS volgt de NBA de internationale ontwikkelingen ten aanzien van de International Standards on Auditing. Een voorstel als hiervoor uitgewerkt zal daarom niet direct tot een breed gedragen bereidheid tot vernieuwing leiden. Maar als de trend van integrated reporting doorzet en in de toekomst door ondernemingen daadwerkelijk op grote schaal gecombineerde of geïntegreerde jaarverslagen ter verificatie worden aangeboden - gewoon omdat de maatschappij daarom vraagt - zal deze overweging wellicht toch nog een keer worden afgestoft. Of misschien komen we dan wel tot de conclusie dat ook dit een veel te voorzichtige poging is geweest om bestaande regelgeving aan te passen, in plaats van het roer volledig om te gooien.

Wat vindt u van deze opinie?

Reageer Spelregels debat

Prof. dr. Dick de Waard RA MA is als emeritus hoogleraar verbonden aan de vakgroep accounting en auditing van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij adviseert accountants en ondernemingen over duurzaamheidsverslaggeving en assurance daarbij.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.