Wim Bartels

Een belangrijke dreiging van markttoetreding door andere aanbieders lijkt van tafel, nu Nederland afziet van de lidstaatoptie rondom CSRD-assurance. Maar is er wel sprake van een dreiging, vraagt Wim Bartels zich af.

Discussie Column

Opgelucht

Onlangs maakte het kabinet bekend dat het alleen accountants wil toestaan assurance te verstrekken bij CSRD-verslagen. Dat zal een opluchting zijn voor het beroep in Nederland, na jarenlange discussie erover in en tussen beroepsgroepen en in en met de politiek.
Uiteraard moet het kabinetsvoorstel nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer, maar een belangrijke dreiging van markttoetreding door andere aanbieders lijkt van tafel. Maar is dat nu wel terecht gezien als een dreiging? En wat is de weg vooruit voor accountants, om te laten zien dat het kabinet het bij het rechte eind heeft?

Het voorstel van het kabinet is gebaseerd op een onderzoek door SEO, in samenwerking met Business Universiteit Nyenrode, met de kernvraag of er aanleiding is om in Nederland de assurancemarkt voor CSRD open te stellen voor andere aanbieders - zogenoemde conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI), in de praktijk certificerings- en verificatiebureaus zoals Bureau Veritas, Kiwa en DNV. Het rapport geeft een uitgebreide analyse van de marktsituatie en een breed onderzoek onder verschillende stakeholders en geeft dan een aantal argumenten voor en tegen opening van de markt voor andere aanbieders - met als conclusie dat het effect daarvan op de markt na Omnibus beperkt zal zijn.

Het rapport geeft steekhoudende argumenten, waarvan enkele echter benadrukking verdienen. En helaas bevat het rapport geen fundamentele analyse van de kwaliteiten van beide beroepsgroepen, die tot dezelfde conclusie hadden geleid.
Laat me beginnen met twee redenen die de Europese Commissie en met name partijen in het Europese Parlement hebben aangedragen om lidstaten de optie te geven de markt te openen voor CBI's.
De eerste was dat er onvoldoende capaciteit zou zijn bij accountants om deze maatschappelijke opdracht erbij te nemen. Ik heb dat altijd een curieus en twijfelachtig argument gevonden. Het veronderstelt impliciet dat die capaciteit er bij de CBI's wel is. Het is echter niet zo dat CBI's momenteel een overcapaciteit hebben en daarmee is het ook niet de oplossing voor het capaciteitsvraagstuk. Voor de Nederlandse keuze wordt ook aangedragen dat mogelijk de werkdruk bij accountants toeneemt en concludeert het kabinet dat, nu er na Omnibus veel minder capaciteit nodig is, er geen verdere noodzaak is CBI's toe te laten tot de markt.
Ik heb daarbij overigens de berekening van 220 resterende bedrijven die moeten rapporteren in het kabinetsvoorstel niet kunnen volgen; het SEO-rapport spreekt nog steeds van zeshonderd tot negenhonderd bedrijven die moeten rapporteren. Hoe dan ook, capaciteitsbeperkingen zijn niet uniek voor accountants en hadden het probleem dus niet opgelost.

Het SEO-rapport gaat ook niet in op die andere ontwikkeling die capaciteit belangrijk gaat beïnvloeden: de opkomst van AI. Daarmee zal de capaciteit van accountants (na de broodnodige scholing) naar verwachting juist toenemen.
De tweede reden die de Europese instituten aandroegen is, voor zover ik heb begrepen, eigenlijk de belangrijkste reden geweest om de lidstaatoptie te bieden: de zorg dat er te veel marktconcentratie ontstaat en de gedachte dat met andere aanbieders betere marktwerking zou ontstaan. Deze reden noemen het SEO-onderzoek en het kabinet wel, maar die krijgt niet veel nadruk. Dit had verdere uitwerking verdiend, met name daar waar de meerderheid van de markt momenteel kiest voor de huidige accountant van de jaarrekening. Want er zijn sterke, fundamentele redenen om de assurance over het duurzaamheidsverslag (de sustainability statements) bij de accountant te laten.

Ik heb de afgelopen jaren meerdere keren gesprekken gehad met vertegenwoordigers van CBI’s en in het verleden ook met ze gewerkt. En daar valt een fundamenteel verschil op, dat in de gesprekken ook werd erkend: assurance over informatie vraagt wezenlijk andere kennis en vaardigheden dan verificatie van conformiteit met verificatiestandaarden, zoals ISO. Met name de kennis en kunde van accountants over informatieprocessen, controls en het conceptuele begrip van controle maken onze beroepsgroep onderscheidend. Daaraan toegevoegd het begrip van governance en last but not least de vaardigheden om financiële informatie te doorgronden en te koppelen aan niet-financiële/duurzaamheidsinformatie, maken het accountantspalet compleet.

Ik meen dat het, kortom, vooral op fundamentele gronden het juiste besluit is wat het kabinet voorstelt; zoals ook de meeste landen van de EU het zien (tot nu toe hebben slechts vier landen andere aanbieders toegestaan).
Dat neemt niet weg dat er een belangrijke rol ligt voor de CBI’s. Zij hebben sterke professionals met diepe inhoudelijke kennis van verschillende duurzaamheidsonderwerpen (in ieder geval op het gebied van milieu). En dat maakt dat de weg vooruit wat mij betreft er een van samenwerking is. Het SEO-onderzoek suggereert dat een protocol om van CBI-verklaringen gebruik te maken ontwikkeld kan worden. Dat lijkt mij een mogelijkheid, maar een van langere adem. Ik zou eerder denken dat concrete inschakeling van de deskundigheid van CBI’s de kwaliteit kan verhogen én de capaciteit zal versterken. Tot ieders opluchting.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Wim Bartels is Senior Sustainability Partner bij Deloitte.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.