Tuchtrecht

Objectiviteit bij leningen vader-zoon niet gewaarborgd

Een accountant-administratieconsulent had een vader moeten adviseren zekerheden af te spreken bij het uitlenen van 6,5 ton aan zijn zoon. Verder had hij moeten nagaan of de vader wist dat de bedrijven van de zoon verlies maakten.

Accountantskamer

Zaaknummers:
17/45 Wtra AK
Datum uitspraak:
30 oktober 2017
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2017:72

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

De eigenaar van een badkamer- en sanitairinstallatiebedrijf draagt dit bedrijf in 2004 over aan zijn zoon. Zijn accountant-administratieconsulent werkt vanaf dat moment ook voor de zoon, die meerdere vennootschappen heeft en een pand huurt bij zijn vader.

De zoon opent in 2011 een nieuwe showroom na een dure verbouwing. De vader en zijn beheer-bv hebben de zoon hiervoor 75 duizend respectievelijk tweehonderdduizend euro geleend. In maart 2012 neemt de vader anderhalve ton op van de zakelijke spaarrekening van zijn beheer-bv en leent hiervan één ton aan het installatiebedrijf. De resterende halve ton leent de vader privé uit aan een andere vennootschap van de zoon.

Vier maanden later leent de beheer-bv van papa nogmaals een ton aan het installatiebedrijf. De accountant stelt hiervoor een schriftelijke geldleningsovereenkomst op. Kort daarna stelt hij ook contracten op voor de andere leningen. In april 2013 neemt de vader vijftigduizend euro op van de zakelijke spaarrekening van zijn beheer-bv en leent dit aan het installatiebedrijf. Een half jaar later stelt de accountant hiervoor een contract op.

De geldkraan kan nog niet dicht. In januari 2014 haalt de vader opnieuw een bedrag (75 mille) van de zakelijke rekening van de beheer-bv voor een lening aan het bedrijf van zijn zoon. Ook hiervoor stelt de accountant achteraf het contract op. Daarin staat wel dat de zoon 4 procent rente per jaar moet betalen, maar niets over eventuele hoofdelijke aansprakelijkheid.

In oktober 2014 overleggen de vader en zijn echtgenote met de accountant. Volgens het gespreksverslag is de vader zich ervan bewust van “dat de r/c directie fors oploopt”. Het installatiebedrijf  keert voorlopig geen dividend uit. De vader wil zijn zoon weer financieel ondersteunen, maar de accountant adviseert hem, volgens het gespreksverslag, om dit alleen te doen als de zoon geen alternatieve geldbron kan aanboren. Een medewerker van de accountant mailt de vader de volgende maand een overzicht toe van alle leningen die verstrekt zijn aan vennootschappen van de zoon. Om dividendbelasting te betalen en dividend te kunnen uitkeren verkoopt de zoon een privépand.

Als de vader vreest dat de pensioenvoorziening van hem en zijn vrouw in het gedrang komt door de leningen, dient hij een klacht tegen de accountant in.

Klacht

De accountant heeft:

a. de vader niet duidelijk gemaakt dat de uitgeleende gelden zouden worden verwerkt via de rekening-courant dga van de beheer-bv en er niet op gewezen welke gevolgen dit zou kunnen hebben;

b. gezien de hoogte van de rekening-courant al per eind 2011 verzuimd vraagtekens te zetten bij de leningen;

c. niet gewaarschuwd dat de rente en de eigenaarslasten van de vader voor het verhuurde pand doorliepen, terwijl de zoon al jaren geen huur meer betaalde;

d. ondanks het risico niet gewaarschuwd voor het gehanteerde renteniveau;

e. ondanks de duidelijke risico’s geen hoofdelijke aansprakelijkheid opgenomen in de leningovereenkomsten;

f. de vader er nooit op gewezen dat de toekomstige pensioenuitkeringen problematisch zouden kunnen worden, terwijl de accountant al jaren wist dat het niet goed ging met het bedrijf van de zoon;

g. niet eenduidig, goed en volstrekt objectief geadviseerd;

h. er ten onrechte niet voor gezorgd dat de vader en de zoon ieder door een eigen accountant werden geadviseerd en bediend.

Oordeel

De klachtonderdelen e en g zijn gegrond; de klachtonderdelen a, b, c, d en f zijn ongegrond; klachtonderdeel h is verjaard en dus niet-ontvankelijk.

Ad a en b

De vader heeft niet aannemelijk gemaakt dat de accountant hem vóór elke lening heeft geadviseerd. De accountant heeft wel elk jaar uitvoerig de jaarrekening met hem besproken en daarbij steeds ook aandacht besteed aan de oplopende rekening-courant dga. De Accountantskamer neemt daarom aan dat het de vader duidelijk was hoe de verstrekte leningen werden verwerkt en dat de vader dus zelf financieel risico liep. De vader wist ook dat de vennootschappen van zijn zoon in financiële problemen verkeerden.

Ad c

De vader beheerde zelf zijn bankafschriften en kon daaruit afleiden dat zijn zoon zijn huurverplichtingen al langer niet nakwam. Bovendien had de assistent-accountant elk kwartaal contact met de vader over de btw-aangiften, waarbij herhaaldelijk is besproken dat de vader btw moest betalen over de verschuldigde huur, ook al ontving hij die huur niet. De accountant hoefde de vader dus niet te waarschuwen.

Ad d en e

De accountant heeft alleen vastgelegd wat vader en zoon al hadden afgesproken. Het gehanteerde renteniveau had de vader moeten aankaarten als hij daar moeite mee had. De accountant heeft het met de vader niet gehad over het opnemen van een bepaling over hoofdelijke aansprakelijkheid. Toen hij hoorde wat vader en zoon hadden afgesproken over de geldlening had de accountant op grond van zijn zorgplicht pro-actief moeten zeggen dat in een volgende leningcontract wel een zekerheid voor de terugbetaling moest staan. Niet alleen in het belang van de vader, maar ook om er fiscaal een zakelijke lening van te maken. Door dit na te laten heeft de accountant in strijd gehandeld met het deskundigheids- en zorgvuldigheidsbeginsel respectievelijk het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Ad f

De pensioenuitkeringen van de vader en zijn echtgenote zijn niet in gevaar gekomen. Op de bankrekeningen van de beheer-bv stond voldoende om nog jarenlang het stamrecht en het pensioen uit te kunnen keren, zeker nadat het privépand zou zijn verkocht en er dividend zou zijn uitgekeerd. De vader heeft niet onderbouwd dat de accountant hem er ten onrechte niet op heeft gewezen dat de beheer-bv in de toekomst wellicht niet aan haar pensioenverplichtingen zou kunnen voldoen.

Ad g

Volgens de vader zou de accountant zijn belangen onvoldoende objectief hebben behartigd, omdat hij óók de belangen van de zoon en zijn vennootschappen diende. De accountant had volgens hem:

  • de emotionele overwegingen van beide partijen moeten ontzenuwen toen de bedrijfsresultaten na de crisis van 2008 verbeterden;
  • vader en zoon met beide benen op de grond moeten houden;
  • de vader en zijn echtgenote duidelijk moeten maken dat de gekozen vorm van ondersteuning zakelijk niet verantwoord was;
  • zijn adviezen hierover schriftelijk moeten vastleggen.

Volgens de Accountantskamer wist de accountant vanaf november 2013 dat de vennootschappen van de zoon financieel in zwaar weer verkeerden en de vader respectievelijk zijn beheer-bv het uitgeleende geld wellicht niet zouden terug krijgen. Toen bleek namelijk dat deze waren ondergebracht bij de afdeling bijzonder beheer van de huisbankier. De accountant had toen aandacht moeten besteden aan zijn objectiviteit. De accountant heeft in de situatie echter geen bedreiging gezien voor zijn objectiviteit en heeft (dus) ook niets gedaan om zijn objectiviteit te waarborgen.

Zo had hij de situatie moeten bespreken met vader en zoon en zorgen dat hij zeker wist dat de vader volledig op de hoogte was van de financiële situatie van de zoon en diens vennootschappen. De accountant is ervan uitgegaan dat de vader dat wel wist, maar heeft dit niet geverifieerd.

Maatregel

Mede omdat de accountant op verzoek van de vader alsnog een bepaling over hoofdelijke aansprakelijkheid heeft opgenomen in de overeenkomsten van geldlening blijft het bij een waarschuwing.

Annotatie Lex van Almelo

De tuchtrechter heeft al vaker gezegd dat een accountant een zorgplicht heeft tegenover zijn cliënt. En dat die zorgplicht kan inhouden dat hij die cliënt moet adviseren zekerheden te laten stellen als deze geld uitleent.

In dit geval heeft de accountant pas naderhand bepalingen over (hoofdelijke) aansprakelijkheid opgenomen in de contracten. Op verzoek van de geldverstrekker. Hij had echter pro-actief moeten adviseren om in volgende leningcontracten zekerheden te bedingen toen hij hoorde dat die ontbraken. Niet alleen om de vader te beschermen als geldschieter, maar ook met het oog op een fiscaalvriendelijk regime.

Iemand die geld leent, heeft een ander belang bij de lening dan de geldverstrekker. De accountant moet zich bewust zijn van dit belangenconflict en zijn objectiviteit waarborgen. Dat kan bijvoorbeeld door de situatie te bespreken met beide partijen. Verder moet een accountant die zich bemoeit met een geldlening van de ene aan de andere cliënt verifiëren of de geldverstrekker op de hoogte is van de financiële situatie van de ontvanger van de lening. De vader wás er ook van op de hoogte, maar daarvan had de accountant niet zomaar mogen uitgaan.

Je kunt de ene cliënt overigens niet zomaar informeren over de financiële situatie van de andere. De cliënt moet de accountant daarvoor wel eerst ontheffen van zijn geheimhoudingsplicht.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.