Tuchtrecht

Acht doorhalingen wegens niet afleggen eed

De Accountantskamer heeft de inschrijving doorgehaald van acht accountants, die het ondanks aandringen door de NBA vertikten om de beroepseed af te leggen.

Accountantskamer

Zaaknummers:
17/1809, 17/1814, 17/1815, 17/1816, 17/1823, 17/1824, 17/1833 en 17/1839 Wtra AK
Datum uitspraak:
20 december 2017
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
doorhaling met herinschrijvingsverbod van 1 maand
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2017:87 , ECLI:NL:TACAKN:2017:86 , ECLI:NL:TACAKN:2017:85 , ECLI:NL:TACAKN:2017:84 , ECLI:NL:TACAKN:2017:83 , ECLI:NL:TACAKN:2017:82 , ECLI:NL:TACAKN:2017:81 , ECLI:NL:TACAKN:2017:80

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Vier registeraccountants en vier accountants-administratieconsulenten worden er door de NBA herhaaldelijk aan herinnerd dat zij tijdig de beroepseed moeten afleggen. Dat doen zij echter niet, waarna de NBA een klacht tegen de acht indient bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountants hebben nagelaten (tijdig) de beroepseed voor accountants af te leggen.

Oordeel

De klachten zijn gegrond.

Beroepseed verplicht

De Accountantskamer stelt allereerst vast dat de Verordening op de beroepseed verbindend is. De Verordening is gebaseerd op artikel 3 van de Wab. Hierin staat dat de beroepsorganisatie een goede beroepsuitoefening door accountants moet bevorderen, onder meer door beroepsregels te stellen en de eer van de stand van de accountants te bewaken. Het opleggen van de verplichting om een beroepseed af te leggen past bij deze taken. De invoering van deze verplichting is één van de maatregelen die de kwaliteit en de onafhankelijkheid van de (controlerend) accountant - zichtbaar voor de maatschappij - moet verbeteren.

Volgens artikel 19 lid 4 van de Wab mogen verordeningen alleen verplichtingen of voorschriften bevatten die strikt noodzakelijk zijn voor het doel van de verordening; zij mogen de marktwerking niet onnodig beperken. Volgens de Memorie van Toelichting betekent dit dat de bepalingen van de verordening in verhouding moeten staat tot het doel. Verordeningen met zeer zware eisen kunnen een te zware last vormen voor met name de accountants die werkzaam zijn bij kleine kantoren. Aan de hand van artikel 19 kan de minister van Financiën een verordening afkeuren wanneer die de marktwerking onevenredig belemmert.

Het afleggen van de beroepseed is niet onredelijk bezwarend en dus niet in strijd met deze wettelijke bepaling. De Verordening is daarom rechtsgeldig tot stand gekomen en geldt dus voor alle leden van de beroepsorganisatie, ook voor degenen die zich er niet mee kunnen verenigen. Met andere woorden: elke accountant moet de beroepseed inderdaad afleggen.

Niet professioneel

In artikel 4 van de VGBA staat dat de accountant het accountantsberoep niet in diskrediet mag brengen. Volgens de toelichting moet hij of zij zich daarom houden aan de wet- en regelgeving. Overtredingen van de eigen beroepsregelgeving moeten echter “van daadwerkelijke importantie” zijn, wil je kunnen zeggen dat het accountantsberoep ook echt in diskrediet is gebracht. De beroepseed is expliciet bedoeld om het maatschappelijk geschonden vertrouwen in de beroepsgroep te herstellen en kan dit doel daadwerkelijk dienen. Bovendien getuigt het afleggen van de eed er in het algemeen ook van dat de accountant zich bewust is van een hoger normbesef. Door de beroepseed niet af te leggen hebben de accountants het accountantsberoep daadwerkelijk in diskrediet gebracht en dus ook artikel 4 van de VGBA overtreden.

Maatregel

Doorhaling van de inschrijving, waarbij de termijn van niet-herinschrijving wordt bepaald op één maand. De verplichting om de eed af te leggen is bedoeld om het vertrouwen in het accountantsberoep te bevorderen en geldt voor de hele beroepsgroep. Het is een belangrijke verplichting en een essentiële voorwaarde om het accountantsberoep te kunnen uitoefenen. Door de eed niet af te leggen, hebben de accountants de Verordening op de beroepseed overtreden en in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van professionaliteit. Zolang de accountants niet alsnog de eed (belofte of verklaring) afleggen, kunnen zij niet worden toegelaten tot de beroepsuitoefening. Doorhaling is in dit geval de enige passende maatregel om te voorkomen dat de accountants het beroep uitoefenen zonder de eed af te leggen. Zodra de accountants bereid zijn de beroepseed alsnog af te leggen, kunnen zij weer worden toegelaten. Daarom is een korte niet-herinschrijvingstermijn voldoende.

Annotatie Lex van Almelo

Met deze eerste uitspraken over eedweigering geeft de Accountantskamer de eedtijger forse tanden. Het is nu praktisch onmogelijk het beroep uit te oefenen zonder de eed af te leggen – of je het er nu mee eens bent of niet. De uitspraken zijn een mooi afscheidscadeau voor Anne-Marike van Arkel, die zich niet alleen beijverde voor de invoering van de plicht, maar als klager in deze zaken ook voor de handhaving daarvan. Omdat ook tegenstanders er niet onderuit kunnen, zullen er in de maatschappij wellicht sceptici zijn die de eed na deze uitspraak zien als een verplicht nummer. De Accountantskamer twijfelt er echter niet aan dat de verplichte eed bijdraagt aan het herstel van het publieke vertrouwen in de accountant.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.