Tuchtrecht

Beoordelaar hoeft niet aanwezigheid te zijn op ava

Het bestuur van een serviceflatvereniging reduceert de controleopdracht uit kostenoverwegingen tot een beoordelingsopdracht. De accountant hoeft dan geen toezicht te houden op het beheer van de vereniging en persoonlijk te verschijnen op de algemene ledenvergadering.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
18/444
Datum uitspraak:
06 november 2018
Oordeel:
beroep ongegrond / klacht ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2018:575

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Twee registeraccountants krijgen de opdracht de jaarrekeningen te beoordelen van een coöperatieve serviceflatvereniging. De vereniging is eigenaar van zestig flatwoningen, waarvan het gebruiksrecht te koop wordt aangeboden aan “personen van gevorderde leeftijd”.

De jaarrekeningen van de vereniging zijn samengesteld door de financieel administrateur. Zij verzorgt de financiële administratie sinds 2006. Haar ouders hebben nadien een flatwoning van de vereniging betrokken, waarna haar vader penningmeester is geworden van het bestuur.

Op de balans per 31 december 2014 staat onder het eigen vermogen een bestemmingsreserve voor groot onderhoud van 355.193,92 euro. Per ultimo 2015 staat deze reserve op de balans voor 355.006 euro. In de jaarrekening 2016 is deze reserve omgevormd tot een voorziening groot onderhoud van 291.907 euro. In al deze balansen zijn aanzienlijk lagere bedragen aan liquide middelen geregistreerd dan de reserve en de voorziening.

Eén registeraccountant beoordeelt de jaarrekening 2014, een ander accountant beoordeelt de jaarrekeningen 2015 en 2016. Beiden concluderen dat uit niets blijkt dat de jaarrekeningen geen getrouw beeld geven van de grootte en samenstelling van het verenigingsvermogen en het resultaat. Geen van beiden hebben de algemene ledenvergadering bezocht om de jaarstukken toe te lichten.

Dertien leden hebben een slepend conflict met het bestuur van de vereniging en de andere leden over:

  • hoe het bestuur het gevoerde beheer verantwoordt;
  • het voeren van de financiële administratie door de dochter van de penningmeester;
  • de verhouding tussen de hoogte van de servicekosten en de daarvoor geleverde diensten.

De dertien procederen hierover tegen het bestuur bij de burgerlijke rechter en dienen een klacht in tegen de twee accountants. De klacht houdt in dat de accountants

  1. ten onrechte hebben gezegd dat zij niet de registeraccountant zijn die volgens de statuten toezicht moet houden op het beheer van de vereniging en daarom ten onrechte geen verslag hebben uitgebracht van hun bevindingen aan de algemene ledenvergadering;
  2. opmerkingen hadden moeten maken over de (on)wenselijkheid van de situatie dat de dochter van twee bewoners c.q. de penningmeester de financiële administratie doet;
  3. in hun beoordelingsverklaringen ten onrechte hebben gezegd dat hun niets is gebleken op basis waarvan zij zouden moeten concluderen dat de jaarrekening geen getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de vereniging, terwijl de liquide middelen onvoldoende zijn gezien de omvang van de reserve respectievelijk voorziening groot onderhoud.

De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond. Vijf van de dertien klagers gaan in hoger beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft de klachtonderdelen 1, 2 en 3 ten onrechte ongegrond verklaard.

Oordeel

Het beroep is ongegrond.

Ad 1 Toelichting op ava

De vereniging heeft aan de accountants voor 2014 tot en met 2016 beoordelingsopdrachten verstrekt. De verenigingsleden verwijzen ook in hoger beroep naar NV COS 2400: ‘Opdrachten tot het beoordelen van financiële overzichten’.  De titel en de strekking van deze standaard beperken de opdracht tot een beoordeling van financiële overzichten. De Accountantskamer heeft terecht gezegd dat die opdracht aanmerkelijk beperkter is dan “het toezicht op het beheer van de vereniging”, waarvan artikel 9 van de verenigingsstatuten rept.

In artikel 9 van de statuten staat dat een registeraccountant toeziet op het beheer van de vereniging. De accountants hadden echter een beoordelingsopdracht. Dat zij de enige accountants waren maakt daarbij niet uit. De aard en omvang van hun opdracht verandert daardoor immers niet.

Bij de aanvaarding van hun opdracht hebben de accountants gesproken met het bestuur over de artikelen 9 en 20 van de statuten. In artikel 20 staat dat de in artikel 9 genoemde registeraccountant jaarlijks in de jaarlijkse algemene ledenvergadering zijn verslag uitbrengt.
De registeraccountants hebben aangegeven dat de vereniging niet controleplichtig was en dat een toezichtopdracht in de genoemde jaren niet is verstrekt.

Tot 2013 verstrekte het bestuur wel een controleopdracht. Daarna heeft het bestuur er vanuit kostenbesparende overwegingen bewust voor gekozen om beoordelingsopdrachten te verstrekken. Dat de algemene ledenvergadering voor 2016 geen kascommissie had gekozen, wil niet zeggen dat de beoordelend accountant daardoor een “zwaardere plicht” had dan de beoordelingsopdracht voorschreef en dus verplicht was om persoonlijk in de jaarlijkse algemene ledenvergadering verslag te doen.

De Accountantskamer heeft dus terecht gezegd dat de accountants niet verplicht waren om elk jaar persoonlijk verslag uit te brengen in de algemene ledenvergadering. Er waren ook geen andere redenen om te verschijnen in de algemene ledenvergadering en daar een toelichting te geven op de jaarstukken die zij hadden beoordeeld. Het bestuur noch de leden hadden hun verzocht om aanwezig te zijn voor een mondelinge toelichting.

Ad 2 Familieband

De Accountantskamer heeft terecht gezegd dat de accountants op grond van de verslaggevingsregels niet verplicht waren om in de jaarrekening aandacht te besteden aan de verbonden partij die de financiële administratie deed. De accountants hebben de positie van de dochter wel uitdrukkelijk besproken met het bestuur. Het bestuur wond tegenover de leden geen doekjes om de betrokkenheid van de dochter.

Zowel het bestuur als de leden wisten al langere tijd dat de dochter familie was van één van de bestuursleden. De zakelijke relatie bestond al voordat haar vader lid werd van de vereniging en toetrad tot het bestuur. De 5400 euro ex btw per jaar die zij ontvangt, is geen onredelijke of onzakelijke vergoeding.

Ad 3 Reserves groot onderhoud

De klagers hebben (ook) in hoger beroep niet hun vrees onderbouwd dat het bestuur het groot onderhoud niet kon financieren. Tot en met boekjaar 2015 was er een bestemmingsreserve voor groot onderhoud. In de loop van 2016 is een stelselwijzing doorgevoerd naar aanleiding van het meerjarenonderhoudsplan. In de jaarrekening van 2016 staat een voorziening voor groot onderhoud.

De accountants hebben bij hun beoordeling aandacht besteed aan het verwachte aanwendingstijdstip van de voorziening en de liquide middelen die dan nodig waren. Ook bij de bespreking van de jaarrekening en hun aanbiedingsbrief is dit punt aan de orde gekomen.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

Een beoordelingsopdracht is iets anders dan de opdracht toezicht te houden op het beheer van een vereniging. De beoordelend accountants hebben het bestuur van de vereniging hierop duidelijk gewezen. Zij hoefden zich dan ook niet verplicht te voelen om zich naar de algemene ledenvergadering te begeven, waar dertien leden hun ruzie uitvochten met het bestuur.

De accountants hoefden in de jaarrekening niet stil te staan bij de familieband tussen de vrouw die de financiële administratie deed en haar vader die op een bepaald moment penningmeester werd van de vereniging. Iedereen was hiervan op de hoogte.

Aan de voorziening voor groot onderhoud, waarover de ontevreden leden klaagden, hebben de accountants voldoende aandacht besteed door te kijken of er voldoende middelen waren op het moment dat er iets moest gebeuren.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.