Tuchtrecht

Halal-lening toch ongebruikelijk

Een ongedocumenteerde lening van islamitische familieleden die geen rente en zekerheden verlangen moet – in tegenstelling tot wat de Accountantskamer meent, wel degelijk worden gemeld. Zeker als het geld uit risicolanden als Turkije en Oekraïne kan komen.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
16/766
Datum uitspraak:
07 februari 2018
Oordeel:
beroep gegrond / klacht deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2018:27

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant begint een nieuw accountantskantoor en neemt ongeveer zestig oude cliënten mee, onder wie twee broers en hun vennootschappen. Als de twee broers een nieuwe onderneming willen opzetten, beschrijft de accountant de business case om een financieringsaanvraag van vier ton te onderbouwen. De accountant weet dat een zwager van de twee broers anderhalve ton zal uitlenen. De broers doen wel vaker zaken met deze zwager en de accountant heeft een goede indruk van de man. Ook twee andere familieleden lenen geld uit aan de broers.

Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) komt in maart 2014 langs voor een periodiek onderzoek naar de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft). Het BFT vraagt de accountant een aantal stukken te kopiëren uit twee onderzochte dossiers. Een dag later stuurt de accountant op verzoek van het BFT de kopieën van het identiteitsbewijs en het rijbewijs van de broers, met als verificatiedatum 31 januari 2010.

Het BFT plaatst vraagtekens bij de in totaal 250 duizend euro die de broers via een tussenrekening van de bank hebben ontvangen uit het buitenland. Volgens het BFT ontbreken een leningsovereenkomst, zekerheden, een renteverplichting en een regeling voor het geval er niet wordt terugbetaald. Hoewel de drie geldverstrekkers geen vergoeding ontvangen voor hun leningen lopen zij wel debiteuren- en valutarisico’s.

Om het cliëntenonderzoek en de meldplicht te kunnen beoordelen, wil het BFT informatie ontvangen die de accountant heeft over de drie geldverstrekkers en de leningen die zij hebben verstrekt. De accountant laat weten dat familieleden van de aandeelhouders voor financiering hebben gezorgd, mede omdat de Nederlandse banken de geldkraan voor het mkb vrijwel hebben dichtgedraaid. De broers zijn van oorsprong Turks en praktiserend moslim. Het vragen van rente op uitgeleend geld is in deze kringen ‘haram’, dus ongewenst. Daarom mijdt men bij voorkeur rentevragende banken en zorgt men in familieverband voor financiering. De familieband geldt hierbij als beste zekerheidsstelling.

Uit de documentatie van de accountant blijkt verder dat twee geldverstrekkers ook handelaar zijn in gebruikte kleding en dat de broers inmiddels 165 duizend euro hebben afgelost van de lening.

Het BFT dient een klacht tegen de accountant in, omdat die:

  1. onvoldoende heeft onderzocht wat de herkomst is van de middelen die de onderneming van de broers gebruikt en dus onvoldoende cliëntenonderzoek heeft gedaan;
  2. de leningen van in totaal 245.420 euro niet heeft aangemerkt en niet gemeld als ongebruikelijke transacties;
  3. niet de identiteit heeft geverifieerd van zijn cliënten, van de vertegenwoordigers en ubo’s van hun bedrijf, voordat hij zijn diensten ging verlenen;
  4. bewust informatie heeft verstrekt die afweek van de informatie die tijdens het onderzoek van het BFT in het dossier zat;
  5. niet professioneel en niet “eerlijk en oprecht” heeft gehandeld door stukken te antedateren en te manipuleren om de identiteit van de broers te verifiëren.

De Accountantskamer verklaart alleen klachtonderdeel 5 gegrond en legt een waarschuwing op.

Het BFT gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

De klachtonderdelen 1 tot en met 4 zijn ten onrechte ongegrond verklaard.

Oordeel

Het beroep is gegrond voor wat betreft de klachtonderdelen 2 en 3.

Cliëntenonderzoek (klachtonderdeel 1)

Dit onderdeel wordt niet besproken, omdat het BFT hiervoor geen argumenten heeft aangevoerd.

Meldingsplicht (klachtonderdeel 2)

In 2015 heeft het college al gezegd dat je niet alleen moet melden wanneer er concrete aanwijzingen zijn voor witwassen of het financieren van terrorisme, maar dat iedere ongebruikelijke transactie moet worden gemeld zodra je vermoedt dat die verband kan houden met witwassen of terrorismefinanciering.

De Accountantskamer heeft dit toetsingskader niet juist omschreven door te zeggen dat de accountant in redelijkheid kon concluderen dat er geen aanwijzingen waren voor witwassen (of financiering van terrorisme), terwijl:

  • zijn cliënten leningen kregen van heren uit Turkije;
  • het geld was mogelijk afkomstig uit Turkije en/of Oekraïne - landen die destijds stonden op de lijst met ‘high risk and non-cooperative jurisdictions’ van de Financial Actions Task Force (FATF).

In bijlage 1 van de Specifieke leidraad naleving Wwft voor accountants, beleidsadviseurs, administratiekantoren en alle overige instellingen staan voorbeelden van subjectieve indicatoren, die kunnen dienen als hulpmiddel om de ongebruikelijkheid te beoordelen. Als één van deze situaties zich voordoet, ben je niet zonder meer verplicht te melden. Maar als meerdere voorbeelden van toepassing zijn, kan dat een belangrijke aanwijzing zijn dat het gaat om een ongebruikelijke transactie.

Volgens de accountant zijn de geldverstrekkers allemaal familie van de twee broers en wonen zij alledrie in Turkije. Eén van hen heeft een (tweedehands)kledingbedrijf in Oekraïne, een tweede in de Verenigde Staten. Het college stelt vast dat de broers forse leningen zijn aangegaan zonder schriftelijke leningsovereenkomsten, zonder aflossingsschema’s en zonder rentevergoeding en zekerheidstelling.

In de documentatie van de lening en in de schriftelijke schuldbekentenissen die de accountant heeft overgelegd, ontbreken de adres- en woonplaatsgegevens van de geldverstrekkers. Verder was onduidelijk uit welk land of welke landen de gelden kwamen.

Volgens het college zijn hier de subjectieve indicatoren D2, E3 en J10 uit de Specifieke leidraad van toepassing, want:

  • de transacties zijn door hun aard ongebruikelijk;
  • de gelden komen uit onduidelijke bronnen of de aangegeven bronnen zijn onvoldoende gedocumenteerd;
  • het gaat om betalingen zonder schriftelijke overeenkomst.

Deze subjectieve indicatoren kunnen belangrijke aanwijzingen zijn voor ongebruikelijke transacties. In tegenstelling tot de Accountantskamer vindt het college dat de accountant de leningen wel als ongebruikelijke transacties had moeten melden bij de FIU-Nederland. De transacties hebben een ongebruikelijke karakter, ook al is het in de Turkse cultuur gebruikelijk om elkaar in familieverband zo nodig zakelijke leningen te verstrekken zonder dat daar direct een aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat.

Volgen de accountant zijn de geldleningen (grotendeels) gebruikt ter financiering van een bedrijfspand, een opslagloods en een fabrieksinrichting en dus zakelijk. Maar daarmee is niet duidelijk waar de girale overboekingen op de bankrekening van het bedrijf van de broers vandaan komen. Financiering uit het buitenland buiten de reguliere financiële sector om kan een hoger witwasrisico of risico op financiering van terrorisme met zich meebrengen. Zeker als de gelden mogelijk komen uit landen die destijds op de hoge-risicolijst van de FATF stonden.

Alles overziende had de accountant moeten vermoeden dat deze transacties verband konden houden met witwassen of financiering van terrorisme en dus moeten melden.  

Verificatie identiteit (klachtonderdeel 3)

De Accountantskamer heeft ten onrechte gezegd dat er voor de jaarrekening 2012 nog geen plicht bestond om de identiteit van de cliënten te verifiëren. Een jaarrekening wordt opgemaakt na afloop van het boekjaar, dus in dit geval na 31 december 2012.

Vanaf 1 januari 2013 moest de accountant het cliëntenonderzoek zo inrichten dat hij de uiteindelijk belanghebbenden kon identificeren en adequate, op het concrete risico gebaseerde, maatregelen te nemen om hun identiteit te verifiëren. Op grond van artikel 3 lid 2 (aanhef, g en e)  van de Wwft moet de accountant:

  • het cliëntenonderzoek zo inrichten dat hij kan vaststellen of de natuurlijke persoon, die de cliënt vertegenwoordigt, daartoe bevoegd is;
  • deze persoon altijd identificeren en diens identiteit verifiëren.

Ook al lukt het uiteindelijk niet - de accountant moet in elk geval de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende onderzoeken en zo mogelijk verifiëren. Mocht hij hierin niet slagen dan moet hij ten behoeve van het toezicht vastleggen op basis van welke informatie hij de conclusie heeft getrokken dat identificeren en verifiëren niet mogelijk is.

Al met al heeft de Accountantskamer ten onrechte gezegd dat de accountant na 1 januari 2013 de identiteit van de broers als ubo’s van de betrokken bv’s niet hoefde te verifiëren. De accountant heeft op 31 januari 2010 de identiteit van één van de broers geverifieerd aan de hand van een rijbewijs dat op 23 februari 2010 is uitgegeven. Dat kan niet juist zijn. (De Accountantskamer legde de accountant een waarschuwing op voor dit antedateren). De vertegenwoordigers van de twee bv’s heeft hij geïdentificeerd aan de hand van een oprichtingsakte en een uittreksel uit het handelsregister. Volgens deze en deze bepaling kun je zulke gegevens echter niet gebruiken voor identificatie en verificatie. Het BFT heeft terecht geconstateerd dat de accountant de identiteit van de ubo van de twee bv’s niet heeft geverifieerd.

Onjuiste informatie (klachtonderdeel 4)

Het BFT heeft niet kunnen aantonen dat de accountant de toezichthouder pas naderhand informatie heeft verstrekt over het verifiëren van de identiteitsbewijzen van de cliënten en dat die informatie niet in het dossier zat tijdens het BFT-onderzoek. Het college geeft de - stellige - accountant het voordeel van de twijfel.

Maatregel

Hoewel de klacht uiteindelijk grotendeels gegrond is, vindt het college de opgelegde waarschuwing passend en geboden.

Annotatie Lex van Almelo

Opnieuw heeft het college duidelijk gemaakt dat je niet moet wachten tot je concrete aanwijzingen hebt voor de ongebruikelijkheid van een transactie. Als je moet vermoeden dat de transactie kan samenhangen met witwassen of terrorismefinanciering is melden verplicht.

Het college objectiveert het vermoeden: een lening als deze van familie is ongebruikelijk – zeker als het geld uit een risicoland kan komen. Dat een familiale lening zonder rente en zekerheid in de islamitische cultuur wél gebruikelijk is, doet er in Nederland niet toe.

De elementen van deze bijzondere lening zijn bijna allemaal te vinden in de voorbeelden van subjectieve indicatoren (die dus eigenlijk helemaal niet zo subjectief zijn). Als de transactie lijkt op één van de voorbeelden uit de Indicatorenlijst zegt dat nog niet alles. Maar als meerdere voorbeelden van toepassing lijken dan kun je maar beter witwassen of terrorismefinanciering vermoeden en melden.

Verder geeft het college ondubbelzinnig aan dat je altijd de identiteit van de ubo(’s) van de transactie moet vaststellen en verifiëren en daarvoor tenminste onderzoek moet doen. Mocht het niet lukken om de identiteit te achterhalen en verifiëren dan moet de toezichthouder uit het klantdossier kunnen opmaken waarom niet.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.