Tuchtrecht

Onvolledig conceptrapport gebruikt voor beoordeling jaarrekening

Een accountant-administratieconsulent beveelt een fraudeonderzoeker aan met tuchtrechtelijke smetten en gebruikt diens onvolledige conceptonderzoeksrapport om de jaarrekening van zijn cliënt te beoordelen. Een berisping is hiervoor te zwaar.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
17/40
Datum uitspraak:
10 juli 2018
Oordeel:
beroep deels gegrond / klacht deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing in plaats van berisping
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2018:382

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountant-administratieconsulent doet accountantswerkzaamheden voor een particuliere medische kliniek. De kliniek heeft een medisch directeur annex bestuurder en een algemeen statutair directeur. De medisch directeur uit tegenover de accountant zijn zorgen over “onregelmatigheden”. In een brief aan de aandeelhouders, certificaathouders, bestuursleden en de accountant toont de medisch directeur zich met name bezorgd over het handelen van de algemeen directeur.

Vanwege de feiten en vermoedens wil de medisch directeur als bestuurder niet de bevestigingen bij de jaarrekeningen van de kliniek en de gelieerde stichting ondertekenen. Dat laat hij weten aan de accountant, die de jaarrekeningen moet beoordelen. Op aandringen van het enige lid van de raad van toezicht van de stichting ondertekent de medisch directeur onder voorbehoud alleen de bevestiging bij de jaarrekening van de stichting.

Een maand later adviseert de accountant aan de toezichthouder om de beschuldigingen aan het adres van de algemeen directeur extern te laten onderzoeken. De accountant beveelt hiervoor het Instituut voor Financieel Onderzoek (IFO) aan. Daar werkt een onderzoeker die hij nog kent van een vorige werkgever. In overleg met de advocaat van de medisch directeur en de onderzoeker wordt een opdracht geformuleerd voor het IFO.

De onderzoeker spreekt onder anderen met de medisch directeur en stuurt het conceptrapport ook naar de accountant, die later verneemt wat de advocaat van de medisch directeur vindt van dit concept.

De raad van advies besluit de onderzoeksactiviteiten te staken en de opdracht aan het IFO te beëindigen. De accountant vraagt de onderzoeker of de reactie van de medisch directeur op het conceptrapport een nieuw licht heeft geworpen op het onderzoek. De onderzoeker bevestigt dan de conclusie van het conceptrapport dat:

  • er geen informatie naar boven is gekomen die van belang is voor de beoordeling van de jaarrekening door de externe accountant;
  • er niets is gebleken van een ernstige integriteitsinbreuk door de huidige bestuurders die mogelijk consequenties heeft voor de aanpak van de accountant.

De accountant geeft daarna een goedkeurende beoordelingsverklaring af bij de jaarrekening 2012 van de kliniek. Tweeënhalf jaar later dient de medisch directeur een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer. De Accountantskamer verklaart de klacht gegrond en legt een berisping op. De accountant gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

  1. De accountant hoefde de reputatie van de onderzoeker niet te onderzoeken.
  2. De Accountantskamer heeft niet duidelijk gemaakt waarom de accountant bij de beoordeling van de jaarrekening niet (ook) het concept-onderzoeksrapport mocht gebruiken.
  3. Gezien de omstandigheden is een berisping te zwaar.

Oordeel

Het beroep is gegrond.

Ad 1

De Accountantskamer heeft terecht gezegd dat een accountant, die onderzoek vanwege mogelijke fraude adviseert, zorgvuldig en gedegen te werk moet gaan en voor dat onderzoek niet zonder meer een oud-collega behoort aan te bevelen. De accountant heeft op de zitting van het college gezegd dat hij zijn oud-collega heeft aangeraden, omdat die een stevige persoonlijkheid is, die stelling durft te nemen en conclusies durft te trekken en dat dit hier geboden was.

Bij het aanbevelen van de onderzoeker heeft de accountant er niet op gewezen dat deze betrokken was (geweest) bij meerdere tuchtrechtelijke procedures. Gezien de aard van het geadviseerde onderzoek was daarvoor echter alle aanleiding. Voor zover de accountant dit niet wist, had hij het tuchtrechtelijke doopceel van de IFO-onderzoeker moeten lichten voordat hij die aanbeval. Het college vindt daarom net als de Accountantskamer dat de accountant in strijd heeft gehandeld met het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid.

Ad 2 Gebruik onderzoeksrapport

De Accountantskamer heeft terecht gezegd dat paragraaf 16 van NV COS 2400 van toepassing is op het beoordelen van de jaarrekening. Op grond van deze paragraaf moet de accountant, die gebruik maakt van de werkzaamheden van een andere accountant of een andere deskundige, vaststellen dat die werkzaamheden toereikend zijn voor de beoordelingsopdracht. Paragraaf 16 van NV COS is hier wel degelijk van toepassing, ook al was het niet de accountant die de onderzoeksopdracht aan IFO gaf, maar de raad van toezicht.

De Accountantskamer heeft ook terecht vastgesteld dat IFO zeven onderwerpen moest onderzoeken die effect konden hebben op de jaarrekening en dat de onderzoeker in het conceptrapport bij zijn bevindingen slechts aandacht heeft besteed aan twee van die onderwerpen. De accountant mocht er daarom niet zonder meer van uitgaan dat de conclusie in het conceptrapport, dat het onderzoek geen informatie had opgeleverd die van belang was voor de controle van de jaarrekening, juist was.

Op de zitting bij het college zei de accountant dat hij naar aanleiding van het conceptrapport de onderzoeker telefonisch vragen heeft gesteld over diens bevindingen. Maar de accountant heeft daarbij niet aangekaart dat vijf onderwerpen in het conceptrapport ontbraken. De onderzoeker heeft het conceptrapport op dit punt ook niet nader onderbouwd en de accountant heeft hierover niets vastgelegd. De werkzaamheden die de onderzoeker heeft uitgevoerd waren dus niet toereikend.

De accountant heeft (inderdaad):

  • NV COS 2400 veronachtzaamd;
  • de beoordeling van de jaarrekening gebaseerd op ontoereikende informatie;
  • in strijd gehandeld met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en professionaliteit.

Maatregel

Waarschuwing in plaats van berisping. De accountant heeft namelijk:

  • naar aanleiding van de zorgen over de continuïteit van de kliniek geadviseerd om daarnaar onderzoek te laten doen;
  • telefonisch contact opgenomen met de onderzoeker om hem vragen te stellen over het conceptrapport.

Een verzachtende omstandigheid is ook dat de jaarrekening, die de accountant beoordeelde, geen materiele onjuistheden bevatte. In tegenstelling tot de Accountantskamer vindt het college daarom niet dat de accountant paragraaf 16 van NV COS 2400 “vergaand” heeft veronachtzaamd.

Annotatie Lex van Almelo

Als je een deskundige of onderzoeker aanbeveelt aan een cliënt moet je eerst diens (tuchtrechtelijke) reputatie onderzoeken. Als die onderzoeker vervolgens in zijn concept nog niet de helft van de onderzoeksvragen beantwoordt, is dat rapport niet toereikend om te gebruiken bij de beoordeling van de jaarrekening.

Tot materiële onjuistheden heeft dit echter niet geleid. Daarom heeft de accountant NV COS 2400 niet vergaand genegeerd en is een berisping te zwaar.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.