Tuchtrecht

Kwaliteit 'zeer zwak' in 'zorgelijke' praktijk

Een registeraccountant heeft bij een hertoetsing veel te weinig verbeterd in zijn (assurance)praktijk. Veel van de kwaliteitsregels vindt hij onzin.

Accountantskamer

Zaaknummers:
18/1403 Wtra AK
Datum uitspraak:
30 september 2019
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
doorhaling met herinschrijvingsverbod van 18 maanden
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2019:66

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant krijgt periodieke toetsers over de vloer die allerlei tekortkomingen constateren. Het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet niet. Drie jaar na de eerste toetsing is het stelsel onvoldoende verbeterd. De accountant schakelt eind 2017 een registeraccountant in om hem als externe compliance officer te ondersteunen bij het kwaliteitsbeleid. De NBA dient in 2018 een klacht tegen de accountant in.

Klacht

De accountant heeft niet gezorgd voor een intern stelsel van kwaliteitsbeheersing van de accountantspraktijk dat voldoet aan de eisen c.q. de bedrijfsvoering niet zo ingericht dat een beheerste en integere bedrijfsuitoefening gewaarborgd is, onder meer omdat:

  • het Kwaliteitshandboek van het kantoor de onafhankelijkheid onvoldoende borgt;
  • het kantoor niet beschikt over een onafhankelijkheidsfunctionaris;
  • de in de bijlage bij het handboek  opgenomen criteria voor het uitvoeren van een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling onvoldoende concreet zijn;
  • de dossiervorming en -vastlegging  van het werkprogramma voor controledossiers in Excel de controle op naleving van de NV COS ernstig bemoeilijkt;
  • in drie dossiers tekortkomingen zijn geconstateerd.

Oordeel

De klacht is gegrond.

De dagelijkse beleidsbepaler van de accountantspraktijk moet er steeds voor zorgen dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet aan de vereisten van hoofdstuk 2 van de NVAK-aav en hoofdstuk 2 van de NVAK-ass.

Tekortkomingen stelsel

In het stelsel zijn onder meer de volgende tekortkomingen geconstateerd:

  • het kantoor beschikt niet over een onafhankelijkheidsfunctionaris;
  • er ontbreekt ook een onafhankelijkheidsregeling die beschrijft hoe de onafhankelijkheidsfunctionaris toezicht houdt op naleving van de onafhankelijkheidsregels;
  • de criteria voor het uitvoeren van een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling (OKB) zijn nog altijd onvoldoende concreet;
  • in voorgaande jaren is geen enkel dossier geselecteerd voor een OKB;
  • er niet is vastgelegd wie de kwaliteitsbeoordelaar is van het accountantskantoor;
  • bij bepaalde specifieke verklaringen wordt niet gereviewd door een collega-accountant;
  • de ‘story of the audit’ is lastig te volgen, omdat dossiers deels fysiek en deels digitaal worden vastgelegd en werkprogramma’s bestaan uit Excel-bestanden;
  • het is niet te controleren of er na afgifte van de controleverklaring nog iets aan het dossier is toegevoegd, omdat je niet met ‘loggings’ kunt vaststellen wie wanneer de dossiers heeft opgesteld en gecontroleerd.

Tekortkomingen op dossierniveau

Bij de samenstelopdracht gaat het onder meer om de volgende tekortkomingen:

  • de klant was een vennootschap onder firma met drie vestigingen, die de accountant afzonderlijk als klant heeft geregistreerd en behandeld;
  • dat één van de filialen in maart 2016 is verkocht, blijkt niet uit het dossier;
  • de cijfers die de klant initieel aanleverde werden geboekt als onderlinge leveringen tussen filialen en als "RC groepsmaatschappijen", terwijl uit de jaarrekening van de vof bleek dat er geen sprake was van rekening-courantverhoudingen; de standen waren met journaalposten via het kapitaal van de beide vennoten gecorrigeerd;
  • uit het dossier blijkt niet dat de accountant het management op de onjuistheden in de initieel ontvangen cijfers heeft gewezen; daar was des te meer reden toe omdat de onderlinge leveringen tussen de filialen in 2016 anders zijn geboekt dan in 2015;
  • als de accountant een brutomargevergelijking tussen de verschillende jaarrekeningen had gemaakt, had hij gezien dat er vreemde verhoudingen bestonden tussen de brutomargecijfers van de verschillende filialen; uit het dossier blijkt niet dat hij hierover vragen heeft gesteld aan het management;
  • de cijfermatige opstelling en verwerking in de samengestelde jaarrekening voldoet niet aan de verslaggevingsregels; zo wordt de goodwill in het ene boekjaar evenredig afgeschreven in tien jaar en in het volgende boekjaar in vijf jaar;
  • bij de post materiële vaste activa variëren de afschrijvingspercentages ook in diverse boekjaren;
  • door niet één jaarrekening samen te stellen voor de vof voldoen de afzonderlijke jaarrekeningen ook niet aan de regels;
  • in de jaarrekening van het filiaal uit het dossier zijn drie langlopende leningen opgenomen, terwijl de betrokken bankrekening op naam staat van één van de andere filialen;
  • onder niet uit de balans blijkende verplichtingen is een bankgarantie van 11.707 euro geadministreerd op een bankafschrift dat op naam staat van één van de andere filialen;
  • uit het samenstellingsdossier blijkt niet waarom bovengenoemde twee punten zo zijn verwerkt;
  • omdat van veel in de jaarrekening opgenomen posten en processen niet helder is op welke vestiging zij slaan, is het onmogelijk om per vestiging een separaat financieel overzicht samen te stellen.

Bij de eerste vrijwillige controle-opdracht gaat het onder meer om de volgende tekortkomingen:

  • er is een opdrachtbevestiging uit 2015; nieuwe opdrachtbevestigingen ontbreken;
  • de opdrachtbevestiging uit 2015 is gericht aan het bestuur van de stichting, maar is uitsluitend ondertekend door de penningmeester, die volgens de Kamer van Koophandel niet zelfstandig bevoegd is om zo’n opdracht te bevestigen;
  • de accountant heeft het WNT-controleprotocol niet nageleefd, terwijl de stichting wel staat ingeschreven in het WNT-­register;
  • het is (ook in de toelichting op de jaarrekening) niet duidelijk of het bezoldigingsbeleid van de stichting in overeenstemming is met de WNT;   
  • de accountant heeft niets vastgelegd over de kwalitatieve aspecten van de materialiteit en zijn vaststelling van de uitvoeringsmaterialiteit niet onderbouwd.

Bij de tweede vrijwillige controle-opdracht heeft de accountant in zijn controle-aanpak geen element van onvoorspelbaarheid ingebouwd en niet onderbouwd hoe hij de materialiteit en uitvoeringsmaterialiteit heeft bepaald.

Bij beide controle-opdrachten heeft de accountant:

  • onvoldoende aandacht besteed aan de IT-auditaspecten;
  • de betrouwbaarheid van de internebeheersingsmaatregelen onvoldoende onderzocht, terwijl hij daar in zijn controle wel op steunt;
  • niet aangegeven in hoeverre hij de gebruikte controle-informatie relevant en betrouwbaar vindt.

Bij de controle-opdrachten hebben de periodieke toetsers nog onder meer geconstateerd dat:

  • in het controledossier voor de meest omvangrijke bankrekening alleen het saldo per 16 december 2016 is opgenomen, terwijl het banksaldo per 31 december 2016 ontbrak;
  • in de toelichting van de jaarrekening niets staat over de bezoldiging en pensioenlasten van de bestuurders;
  • uit het dossier niet kan worden afgeleid of de accountant terecht heeft vastgesteld dat de onzekerheid over de verdeling van de personeelskosten niet van materieel belang is;
  • de cursistenaantallen gegevensgericht zijn gecontroleerd door de aantallen uit de cursistenadministratie aan te sluiten op de aantallen in de jaarrekening, terwijl niet op de cursusadministratie gesteund kon worden;
  • de accountant onvoldoende geschikte controle-informatie had over de volledigheid van de opbrengstverantwoording;
  • er geen afzonderlijke notulen zijn van besprekingen met de cliënt of met het team over de controle-opdracht; de verslagen in het Excel-werkprogramma zijn uiterst beperkt.

Verweer

Het verweer van de accountant komt er nogal eens op neer dat de regelgeving in zijn ogen te veel kosten met zich brengt, te weinig ruimte biedt of realiteitsgehalte mist. De Accountantskamer negeert die verweren, omdat de regels nu eenmaal kracht van wet hebben en voorschrijven hoe de accountant moet handelen en waaraan de tuchtrechter moet toetsen.

Verder voert de accountant ter verdediging aan dat:

  • aan veel voorschriften wel is voldaan;
  • er geen stakeholders zijn die hebben geklaagd;
  • niet aanwijsbaar afbreuk is gedaan aan gebruiksmogelijkheden van de uitkomsten van zijn werkzaamheden;
  • op grond van dat alles is voldaan aan de kenbare behoeften van het maatschappelijk verkeer;
  • het maatschappelijk verkeer over voldoende informatie heeft beschikt;
  • hij dus aan de kwaliteitseisen heeft voldaan.

Veronderstellen dat het stelsel voldoet aan de eisen als de opdrachten worden uitgevoerd conform de wet- en regelgeving is volgens de Accountantskamer een misvatting. Een stelsel van kwaliteitsbeheersing is nodig om de werkzaamheden van accountants en andere medewerkers te beheersen en te kunnen aantonen dat deze werkzaamheden op een kwalitatief goede manier en volgens de wet- en regelgeving zullen worden uitgevoerd.

De bedoeling daarvan is het maatschappelijk verkeer en de beroepsgroep te beschermen tegen misslagen van een individuele accountant. Correcte uitvoering van opdrachten wijst er niet simpelweg op dat het stelsel voldoet. Daarentegen kan een aantal tekortkomingen in de uitvoering van opdrachten er wel op wijzen dat het stelsel niet voldoet aan de eisen.

Op enkele punten snijdt het verweer van de accountant echter wel hout. Zo zat in het dossier een checklist Bedrijfsverkenning 2016, waaruit niet is op te maken dat de drie vestigingen tezamen te herleiden zijn tot één entiteit. Uit Standaard 4410 paragraaf 28a volgt echter niet dat deze (beperkte) vastlegging relevant is voor het samenstellen van de jaarrekening van één van de vestigingen. Ook bestaat er geen regel die voorschrijft dat je voor een vof met drie filialen één jaarrekening moet samenstellen.

Verder vindt de Accountantskamer het op grond van het deskundigheids- en zorgvuldigheidsbeginsel in zijn algemeenheid noodzakelijk om in het accountantsdossier te documenteren waarom je een nieuwe opdrachtbevestiging aanvaardt dan wel niet nodig vindt. Dit vanwege het juridische belang van het accountantsdossier en verduidelijking van de rol die de accountant speelt in de maatschappij.

In dit specifieke geval gaat het echter om een kleine stabiele entiteit, terwijl er geen aanleiding is om veranderingen te verwachten. Het is daarom niet aannemelijk dat de accountant dit schriftelijk moest vastleggen, mede omdat de laatste opdrachtbevestiging nog vrij recent was. Voor de andere controle-opdracht geldt daarentegen dat er sinds de opdrachtaanvaarding zo veel veranderd was in de regelgeving dat het zonder meer noodzakelijk was om te zorgen voor een nieuwe opdrachtbevestiging waarin de (nieuwe) regelgeving was vermeld.

Ook het verwijt dat de accountant het WNT-protocol niet heeft nageleefd, is niet gegrond. Wel gegrond is de klacht over het ontbreken van een passage over de bezoldiging van de bestuurder in de toelichting bij de jaarrekening.

Conclusie

Gezien de aard en de omvang van de tekortkomingen heeft de accountant er inderdaad niet voor gezorgd dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing voldeed aan de eisen van de NVAK-aav en NVAK-ass en dus aan de Wab. Daarmee heeft de accountant het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden.

De tuchtrechter rekent het de accountant in het bijzonder aan dat er na de hertoetsing nog steeds veel niet op orde was en de situatie van zijn praktijk zeer zorgelijk. Bovendien ziet de accountant niet of nauwelijks in dat de kwaliteit van zijn (assurance)werkzaamheden zeer zwak was en hij die onvoldoende professioneel-kritisch heeft uitgevoerd.

Maatregel

Doorhaling met een herinschrijvingsverbod van achttien maanden.

Annotatie Lex van Almelo

Opmerkelijk is dat de Accountantskamer zegt dat correcte uitvoering van opdrachten er niet simpelweg op wijst dat het stelsel voldoet, maar dat tekortkomingen in de uitvoering van opdrachten er wel op wijzen dat het stelsel niet voldoet aan de eisen. Dan moet – de uitspraken over de AFM-boetes aan EY en PwC indachtig - ook het stelsel als zodanig nog worden onderzocht. Dat hebben de toetsers hier uitgebreid gedaan.

De Commissie Toekomst Accountantsberoep heeft met haar interim-rapport van 1 oktober 2019 de kritiek aangeblazen dat het toezicht te veel gericht is op formele tekortkomingen in dossiers. Ook de Accountantskamer zou accountants te veel afrekenen op formaliteiten, die geen materiële gevolgen hebben. Deze uitspraak bewijst het tegendeel. De tuchtrechter geeft de accountant bij verschillende formaliteiten gelijk, omdat de vereisten niet relevant waren of geen vereiste zijn. Maar veel tekortkomingen hangen direct samen met werkzaamheden die niet of onvoldoende zijn uitgevoerd, waardoor de jaarrekeningen niet deugen of niet betrouwbaar zijn.

Je kunt je overigens afvragen of je formaliteiten wel onbelangrijk moet vinden. Het accountantsberoep ligt aanhoudend onder vuur. Als vakgenoten dan niet voldoen aan de regels die de beroepsgroep zelf heeft uitgevaardigd, komt dat het vertrouwen in het werk van accountants niet ten goede. Het doet mij denken aan de kritiek op flitspalen: elke automobilist weet dat-ie niet te hard mag rijden. Als je het dan toch doet, moet je niet zeuren over de flitspaal of het Centraal Justitieel Incasso Bureau.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.