Tuchtrecht

Getuigenverhoor bij bonusruzie gaat niet door

De ontslagen directeur van een accountantskantoor weet ook in hoger beroep niet aan te tonen dat hem een bonus door de neus is geboord. Zijn verzoek om enkele partners van het kantoor te horen als getuige wordt afgewezen.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
18/578
Datum uitspraak:
12 maart 2019
Oordeel:
hoger beroep ongegrond / klacht ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2019:110

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

De maten van een accountantskantoor zeggen eind 2015 het vertrouwen op in de algemeen directeur die ruim anderhalf jaar eerder was aangesteld. De kantonrechter beëindigt de arbeidsovereenkomst, maar de directeur vindt dat hij nog een bonus te goed heeft.

In zijn arbeidscontract staat dat hij een bonus van 10 procent krijgt van het bedrag dat uitkomt boven de 2,3 miljoen euro winst, met een maximum van dertig mille. Op grond van de jaarrekening 2014 ontvangt hij een bonus van 3196 euro, op grond van de jaarrekening 2015 ontvangt hij niets.

De ontslagen directeur claimt een bonus van 24.630 euro bruto over 2014 en 2015 op basis van een spreadsheet dat bij de jaarrekening 2014 zou horen. Hij dient een klacht in tegen de registeraccountant en de accountant-administratieconsulent die de jaarrekening hebben opgesteld als leden van de financiële commissie.

De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond. De accountant gaat hiertegen in hoger beroep. Acht maanden na de uitspraak van de Accountantskamer bekrachtigt het gerechtshof de beschikking van de kantonrechter.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft ten onrechte gezegd dat de ex-directeur:

  • niet aannemelijk heeft gemaakt dat de accountants een onjuist of misleidend standpunt hebben ingenomen;
  • meent dat de jaarrekening 2014 niet de enige juiste jaarrekening is, terwijl het de ex-directeur gaat om het achterhouden van de aanvullende spreadsheet op basis waarvan hem een winstuitkering betaald had moeten worden.

Oordeel

Het hoger beroep is ongegrond.

Het gaat in deze zaak om het civielrechtelijk standpunt dat twee accountants hebben ingenomen in een geschil met de ex-directeur over de hoogte van diens winstdelingsaanspraak. Volgens vaste jurisprudentie van het college (zie onder meer deze uitspraak) mag een accountant in een zakelijk conflict een verdedigbaar civielrechtelijk standpunt innemen, maar niet bewust een onjuist of misleidend standpunt.

De accountant heeft in dit hoger beroep niet aannemelijk gemaakt dat de accountants de rechter c.q. het hof in de civiele procedure bewust onjuist hebben geïnformeerd over de winst in de vastgestelde jaarrekening 2014. Volgens het college blijkt nergens uit dat de spreadsheet:

  • niet als bijlage is gevoegd bij de goedgekeurde jaarrekening 2014;
  • onderdeel uitmaakt van deze jaarrekening;
  • ervoor zorgt dat de jaarrekening 2014 onjuist zou zijn vastgesteld.

De Accountantskamer heeft terecht gezegd dat de ex-directeur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de jaarrekeningen 2014 en 2015 niet zouden deugen, laat staan dat de accountants daarover bewust onjuiste of misleidende standpunten zouden hebben ingenomen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die het handelen van de accountants tuchtrechtelijk verwijtbaar maken.

De ex-directeur heeft het college gevraagd een aantal betrokken accountants/maten van het kantoor op te roepen als getuige. Zij zouden een verklaring moeten afleggen over het verloop en de inhoud van de discussie over de jaarrekening 2014 en over het jaar waarop de spreadsheet betrekking heeft. De ex-directeur heeft echter onvoldoende concreet duidelijk gemaakt hoe deze getuigen zouden kunnen bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Bij de afwijzing speelt mee dat de ex-directeur niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij serieuze pogingen heeft ondernomen om deze getuigen vrijwillig te laten verschijnen op de zitting van het college.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

Het college bevestigt weer eens dat je van de tuchtrechter in een civielrechtelijk geschil mag zeggen wat je wilt, zo lang je maar niet bewust liegt of de wederpartij misleidt. Dat laatste is niet altijd even gemakkelijk aan te tonen. Het is deze klager zowel in eerste instantie als in hoger beroep niet gelukt.

Of de getuigen, die hij in hoger beroep had willen laten oproepen, de zaak voor hem ten goede hadden kunnen keren, zullen we nooit weten. Het college vindt dat de klager eerst serieus had moeten proberen de getuigen naar de zitting te krijgen. Nu hij dat niet heeft gedaan en de feiten en argumenten op andere punten geen hout sneden, heeft het college het verzoek afgewezen.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.