Tuchtrecht

Niet objectief bij verkoop kat in de zak

Een accountant-administratieconsulent leent in privé veel geld aan een klant en adviseert hem bij de verkoop van een deel van diens onderneming aan een investeerder. De accountant negeert hierbij de bedreiging van zijn objectiviteit.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
18/1312 en 18/1313
Datum uitspraak:
23 april 2019
Oordeel:
hoger beroep ongegrond resp. deels gegrond / klacht deels gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2019:171

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountant-administratieconsulent is de huisaccountant van Ricon bv, de dga van Ricon en de Riako Groep. De aandelen van Riako Holding bv zijn tot eind 2014 in handen van Ricon en twee anderen.

Riako verkeert in financiële problemen. In mei 2014 heeft het kantoor van de accountant 150 duizend euro tegoed van Riako. De accountant betaalt in privé een schuld van bijna zes mille aan een schuldeiser van Riako. In oktober betaalt de accountant vanuit zijn persoonlijke bv een belastingschuld van 5712 euro voor Riako; twee maanden later betaalt hij in privé namens Riako een spoedschuld van 6715,32 euro.

Eind december 2014 koopt Aquapro driekwart van de Riako-aandelen voor 1,1 miljoen euro. De accountant schrijft in een tussentijds rapport dat de liquiditeit van Riako zijns inziens “zeer positief” zal worden. Niet lang daarna wordt Riako op eigen verzoek failliet verklaard.

Aquapro dient een klacht in bij de Accountantskamer. Die verklaart de klacht deels gegrond en legt een berisping op. Zowel Aquapro als de accountant gaat hiertegen in hoger beroep.

Hoger-beroepsgronden

Aquapro

De Accountantskamer heeft ten onrechte:

  1. twee van de drie gegrond verklaarde klachtonderdelen (a en b) niet goed samengevat en gezamenlijk beoordeeld;
  2. gezegd dat Aquapro de rol van de accountant onvoldoende duidelijk heeft gemaakt;
  3. gezegd dat Aquapro niet aannemelijk heeft gemaakt dat:
    - de accountant heeft geadviseerd de jaarrekening 2013 te antedateren;
    - de accountant niet wist dat de handtekening onder het (ver)koopcontract vervalst was;
    - de accountant fraudesignalen heeft genegeerd;
  4. miskend dat Aquapro er (ook) over klaagde dat de accountant de jaarrekening heeft samengesteld op basis van onjuiste feiten.

De accountant

De Accountantskamer heeft ten onrechte:

  1. de klacht uitgebreid met een verwijt over zijn onduidelijke rol;
  2. gezegd dat hij niet objectief was.

Oordeel

Het hoger beroep van Aquapro is ongegrond, omdat Aquapro de verwijten (ook) in hoger beroep onvoldoende heeft onderbouwd en bij punt 4 opnieuw niet duidelijk heeft gemaakt om welke jaarrekening het gaat. Het hoger beroep van de accountant is deels gegrond. De samenvatting beperkt zich verder tot het hoger beroep van de accountant.

Ad 1 Uitbreiding klacht

De Accountantskamer is bij de eerste twee klachtonderdelen inderdaad buiten de klacht getreden. De klachtonderdelen gaan over onjuistheden in stukken en de rol die de accountant daarbij speelde. In tegenstelling tot de Accountantskamer leest het college in de klacht niet terug dat de accountant onduidelijk zou zijn geweest over zijn rol en dat hij Aquapro en haar dga niet zou hebben gewezen op de eigen onderzoeksplicht. Uit het verweerschrift in eerste aanleg en het proces-verbaal van de zitting bij de Accountantskamer leidt het college wel af dat hierover een discussie is ontstaan. Maar die discussie betekent niet dat deze verwijten in de klacht lagen besloten. De Accountantskamer heeft deze verwijten ten onrechte inhoudelijk beoordeeld en gegrond verklaard.

Ad 2 Objectiviteit

Volgens de accountant heeft hij weliswaar vijftigduizend euro aan de Riako-groep geleend vanuit zijn persoonlijke werkmaatschappij. Maar dat heeft hij gedaan, omdat zijn kantoor in 2014 een fout had gemaakt bij een faillissementsaanvraag van Riako Zuidoost. Daardoor werd het faillissement tegen de verwachting in uitgesproken en kwam Riako Zuidoost in acute betalingsproblemen. Om verdere problemen te voorkomen heeft de accountant de noodzakelijke betalingen voor zijn rekening genomen.

Volgens de accountant bedreigde de verstrekte lening zijn objectiviteit niet direct. Om een potentiële bedreiging voor zijn objectiviteit bij voorbaat te verzachten heeft hij de accountantswerkzaamheden overgedragen. Een reden om de dga van Ricon en zijn vennootschappen niet langer te adviseren bij de overname zag de accountant echter niet. Hij had geen financieel voordeel bij een verkoop en wilde deze cliënt op dit cruciale moment niet in de kou laten staan.

Volgens de accountant was zijn eigen rol bij de overname zeer beperkt. Hoewel de Ricon-dga toen nog 99 duizend euro schuldig was aan het kantoor van de accountant was dat geen reden om de werkzaamheden te beëindigen, omdat het ging om vorderingen op vennootschappen die niets te maken hadden met de overname. De druk vanuit het kantoor op de accountant was vergeleken met andere dossiers niet bijzonder groot. Bovendien is het vrij gebruikelijk om te proberen een betalingsregeling overeen te komen met de klant.

Tot slot vindt de accountant het niet vreemd om “eenmalig en bij hoge uitzondering” een toegangskaart voor een bijzondere voetbalwedstrijd, die hij via een kennis op de kop had getikt, te verkopen aan de cliënt. Ook dit vormde zijn inziens geen bedreiging voor de objectiviteit, want het ging om een beperkt bedrag, dat was terugbetaald op het moment van de overname.

Het college wijst er, net als de Accountantskamer, op dat de accountant volgens artikel 21 van de VGBA omstandigheden moet identificeren en beoordelen die een bedreiging kunnen zijn voor de naleving van de fundamentele beginselen. Bij een bedreiging moet deze een maatregel nemen en vastleggen in het dossier. Als dit niet kan, moet hij/zij de opdracht weigeren of beëindigen.

De Accountantskamer heeft terecht geoordeeld dat de accountant het fundamentele beginsel van objectiviteit heeft geschonden door in privé grote bedragen uit te lenen. Wat de reden voor de lening is, maakt niet uit. Want waarom zou de accountant een lening in privé verstrekken als het kantoor waar hij werkt een fout heeft gemaakt?

Ook het aanzienlijke bedrag dat Ricon nog schuldig was aan het kantoor vormde een bedreiging voor de objectiviteit. Het overdragen van zijn werkzaamheden aan een nieuwe accountant en dit per e-mail bevestigen, is niet een (potentiële) bedreiging en de getroffen maatregel vastleggen in het dossier. Bovendien heeft de accountant zijn werkzaamheden als adviseur voor de Ricon-dga wel voortgezet.

Maatregel

De accountant vindt de berisping te zwaar, omdat hij met goede intenties heeft gehandeld nu hij de Riako-groep met de privéleningen heeft willen behoeden voor faillissement en de Ricon-dga wilde bijstaan op het belangrijke moment van de overname. Voor zover zijn objectiviteit werd bedreigd, heeft hij zijn accountantswerkzaamheden beëindigd; hij heeft zich niet ongepast laten beïnvloeden. Bovendien heeft de Accountantskamer de klacht uitgebreid en ten onrechte meegewogen dat hij het verwijtbare karakter van zijn handelen niet inzag. Hij mag zich toch verweren tegen de klacht?

Dat de Accountantskamer de klachtonderdelen a en b ten onrechte (gedeeltelijk) gegrond heeft verklaard, maakt de schending van het fundamentele beginsel van objectiviteit in de ogen van het college niet minder ernstig. De accountant heeft de ontstane bedreiging niet onderkend en er niets over vastgelegd in zijn dossier. Ondanks de bedreiging is hij blijven werken voor de Ricon-dga en diens vennootschappen. Dat hij dit met goede intenties heeft gedaan, maakt niet uit. Een berisping is passend en geboden.

Annotatie Lex van Almelo

De accountant leende in privé vijftig mille aan een klant, die het accountantskantoor nog bijna een ton moest betalen. Dan komt het natuurlijk niet slecht uit als die klant zijn bleeders kan verkopen. De accountant adviseerde de klant bij de verkoop. Dat hij daarbij fraude over het hoofd zag en fraudesignalen negeerde, heeft de koper van de aandelen ook in hoger beroep niet aangetoond.

De accountant krijgt in hoger beroep gelijk op twee formele punten. Voor de kern van de zaak maken die niets uit: hij heeft de bedreiging voor zijn objectiviteit niet onder ogen gezien en onvoldoende aangepakt. De accountant bedient zich in zijn verweer van enkele drogredenen om de bedreiging van de objectiviteit weg te wuiven:

  • de klant had een schuld van (op dat moment) 99 duizend euro aan het kantoor, maar daarbij ging het om vorderingen op vennootschappen die niets te maken hadden met de overname;
  • het kantoor oefende niet meer druk op de accountant uit dan in andere dossiers;
  • de leningen in privé kwam voort uit een foute faillissementsaanvraag door het kantoor, waardoor “onverwacht” het faillissement werd uitgesproken en de accountant de financiële nood van de betrokken vennootschap moest lenigen;
  • ondanks de leningen in privé werd de accountant er niet beter van dat de klant zijn verliesgevende bedrijven verkocht;
  • de accountant heeft zijn accountantswerkzaamheden gestaakt en is de klant wel blijven adviseren, omdat hij hem bij de belangrijke overname niet in de steek wilde laten;
  • de accountant heeft zich niet ongepast laten beïnvloeden.

Het valt goed te begrijpen dat de Accountantskamer bij de zwaarte van de sanctie meewoog dat de accountant het laakbare van zijn handelen niet inziet. De accountant onderstreept het gelijk van de Accountantskamer door in hoger beroep aan te voeren dat hij zich toch mag verweren? Uiteraard mag dat. Maar als je dat doet met bovengenoemde argumenten dan zie je inderdaad niet in dat je verwijtbaar hebt gehandeld.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.