Tuchtrecht

Stukken van derden niet per se naar opvolger

Een 'luizenvader' klaagt vergeefs over de goedkeurende verklaring voor een schoolstichting. Er bestaat geen algemene verplichting om de stukken van derden door te sturen naar de opvolgend accountant.

Accountantskamer

Zaaknummers:
18/805 Wtra AK
Datum uitspraak:
15 maart 2019
Oordeel:
ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2019:18

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een stichting waarbij ruim dertig basisscholen zijn aangesloten, sluit per 1 augustus 2016 één van de scholen. De school heeft slechts 92 leerlingen, ongeveer 1 procent van het totaal aantal leerlingen dat onder de stichting valt. De sluiting kost 87 duizend euro. Op 31 december 2016 was het balanstotaal van de stichting 20.098.706 euro; de totale baten over 2016 bedroegen 52.540.093 euro. Een registeraccountant keurt het jaarverslag 2016 goed. In de controleverklaring staat onder meer dat de jaarrekening geen materiële afwijkingen bevat.

De stichting heeft tegen een vader, die betrokken was bij één van de aangesloten scholen, een procedure aangespannen wegens smaad. De stichting heeft deze procedure verloren. Twee andere procedures, tegen de gemeente, verloor de stichting ook. De vader stelt in maart en april 2018 vijf keer vragen aan de accountant over de jaarrekening, het bestuursverslag en de controle daarop. De accountant beroept zich op zijn geheimhoudingsplicht en verwijst de vader voor een inhoudelijk antwoord door naar het bevoegd gezag van de stichting.

De vader dient een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant:

a. had het jaarverslag niet mogen goedkeuren, omdat:

  • de kosten voor bepaalde juridische procedures niet op de juiste manier zijn vermeld in de jaarrekening;
  • de kosten van de smaadprocedure ten onrechte niet zijn geboekt als reservering bij het boekjaar 2016;
  • de kosten van de schoolsluiting niet zijn opgenomen in het bestuursverslag of in de jaarrekening;
  • het bestuursverslag en de jaarrekening, vanwege deze tekortkomingen geen getrouw beeld geven van de ontwikkelingen in boekjaar 2016;

b. heeft zich niet integer gedragen door:

  • zich niet toetsbaar op te stellen, omdat hij vragen van de vader over de juridische procedures niet heeft willen beantwoorden;
  • zich daardoor te associëren met niet-integer gedrag, bestaande uit het verdoezelen van de juridische procedures in het jaarverslag;
  • vragen van de vader, over het doorsturen van bijlage 2 bij het klaagschrift aan de nieuwe accountant van de stichting, niet te beantwoorden;
  • vermoedelijk niet te voldoen aan het verzoek van de vader om bijlage 2 bij het klaagschrift door te sturen aan de nieuwe accountant van de stichting en zo actief mee te werken aan het verdoezelen van governancetekortkomingen in het bestuursverslag over 2017;

c. heeft geprobeerd klager te intimideren door te dreigen:

  • de informatie die de vader aan hem heeft gestuurd door te sturen naar de stichting;
  • juridische stappen tegen de vader te nemen als hij niet zou stoppen met het stellen van vragen en het sturen van e-mails aan de accountant;

d. heeft in strijd gehandeld met het Onderwijsaccountantsprotocol door afwijkingen van de Code Goed Bestuur door de vingers te zien; het bestuur van de stichting is namelijk afgeweken van de Code door in het bestuursverslag niet (uitgebreider) in te gaan

  • op de juridische procedures;
  • op het artikel in het Parool over de sluiting van de basisschool;
  • de klacht die de vader heeft ingediend bij de Stichting Onderwijsgeschillen.

Oordeel

De klacht is ongegrond.

Stukken openbaar

De accountant vraagt de voorzitter van de Accountantskamer op de zitting opnieuw om op grond artikel 29a Wtra te bepalen dat de informatie, die in de tuchtprocedure naar boven komt, niet aan derden mag worden verstrekt of openbaar mag worden gemaakt. De voorzitter wijst dit verzoek voor de derde keer af, omdat er geen gewichtige redenen voor zijn.

Ad a Jaarverslag terecht goedgekeurd

De vader schat dat de juridische procedures de stichting tienduizend euro hebben gekost. De totale baten over 2016 bedroegen 52.540.093 euro en het balanstotaal op 31 december 2016 20.098.706 euro. Volgens het Onderwijsaccountantsprotocol OC/EW 2016 was een maximale materialiteit van 2 procent van de baten en 5 procent van het balanstotaal aanvaardbaar. De accountant heeft dus geen onjuiste materialiteitsgrens gehanteerd. De vraag of de kosten voor die procedures al dan niet juist zijn vermeld in de jaarrekening is daarom niet relevant. Hetzelfde geldt voor de vraag over een aparte reserveringspost voor de kosten van deze juridische procedures.

Ook de 87 duizend euro voor de sluiting van de basisschool, waarop slechts circa 1 procent van de leerlingen van de stichting zat, is financieel niet van materiële betekenis. Dat de sluiting van die school kwalitatief van materiële betekenis zou zijn, omdat die de economische beslissingen van gebruikers van de jaarrekening zou beïnvloeden, heeft de vader niet onderbouwd.

Ad b Terecht beroep op geheimhouding

Uitzonderingen daargelaten is de accountant verplicht om vertrouwelijke gegevens waarover hij de beschikking krijgt geheim te houden. De uitzonderingen uit artikel 16 VGBA doen zich niet voor. De accountant had dus goede redenen om niet inhoudelijk in te gaan op de vragen van de vader en heeft zich terecht beroepen op zijn geheimhoudingsverplichting.

Dat de accountant niet heeft voldaan aan het verzoek om bepaalde stukken en informatie door te geven aan de opvolgend accountant is geen punt. Er bestaat geen algemene verplichting om stukken van derden door te sturen aan een opvolgend accountant en de vader heeft niet aangetoond waarom de accountant dat wel had moeten doen in dit specifieke geval.

Ad c Wel integer

De vader verwijst naar een e-mail die de accountant hem stuurde en waarin staat dat de accountant:

  • de vader er inmiddels meerdere malen op heeft gewezen dat hij niet kan ingaan op de vragen van de vader vanwege de geheimhoudingsplicht;
  • de vader hem desondanks blijft bestoken met vragen;
  • de vader dringend verzoekt hiermee te stoppen en zich te wenden tot het bevoegd gezag van de stichting;
  • genoodzaakt is nadere juridische stappen tegen de vader te ondernemen als deze desondanks doorgaat met het sturen van e-mails.

De vader is geen cliënt van de accountant, die de vader daarom niet hoeft te informeren. De accountant heeft de vader steeds uitgelegd dat hij vanwege zijn geheimhoudingsplicht niet inhoudelijk kon ingaan op diens vragen. De vader bleef niettemin vragen stellen aan de accountant. De aankondiging van juridische stappen als de vader zou doorgaan, is tegen deze achtergrond geen poging om de vader te intimideren, maar een waarschuwing.

Dit getuigt eerder van zorgvuldigheid dan van een poging tot intimidatie. Dat de accountant heeft gedreigd de informatie van de vader door te sturen naar stichting is feitelijk onjuist. In deze e-mail staat immers alleen dat de vader zich met vragen moet wenden tot het bevoegd gezag en dat de accountant een kopie van deze e-mail zou doorsturen aan de stichting.

Ad d Bestuursverslag in orde

Volgens de vader is de stichting in het bestuursverslag ten onrechte niet of niet uitgebreid genoeg ingegaan op een aantal kwesties en heeft de accountant door dit niet in het verslag vast te stellen in strijd gehandeld met het Onderwijsaccountantsprotocol. In de ogen van de Accountantskamer heeft de vader niet voldoende aannemelijk gemaakt dat is afgeweken van de Code Goed Bestuur en niet aangegeven hoe de stichting de gestelde afwijkingen had moeten melden in het bestuursverslag.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

Ook het onderwijs juridiseert. Toen de stichting besloot een veel te kleine school te sluiten, verhief een zeer betrokken ‘luizenvader’ zijn stem tegen het bestuur en tegen de controlerend accountant. Of het kroost van de vader op de gesloten school zat, valt niet met zekerheid op te maken uit de uitspraak. Maar dat zou wel veel verklaren.

De vader klaagt er onder meer over dat de accountant de jaarrekening heeft goedgekeurd, een onjuiste materialiteitsgrens heeft gehanteerd, zich heeft beroepen op zijn geheimhoudingsplicht en hem juridische stappen in het vooruitzicht gesteld toen de vader hem bleef achtervolgen met vragen die de accountant niet inhoudelijk kan beantwoorden. Die verwijten zijn allemaal onterecht.

Verder springen er twee dingetjes uit in deze uitspraak. Er bestaat geen algemene verplichting om stukken van derden door te sturen aan een opvolgend accountant, maar in specifieke gevallen kan dat wel moeten. En de voorzitter van de Accountantskamer kan een verzoek om de stukken uit de tuchtprocedure vertrouwelijk te houden alleen honoreren als daar gewichtige redenen voor zijn.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.