Tuchtrecht

Stichting Accountantsfonds weigerde terecht steun

De Stichting Accountantsfonds heeft tientallen verzoeken om financiële steun van één aanvrager terecht afgewezen en zich niet schuldig gemaakt aan verduistering.

Accountantskamer

Zaaknummers:
20/340 Wtra AK
Datum uitspraak:
25 september 2020
Oordeel:
niet-ontvankelijk / ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2020:58

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een (voormalig) lid van het NIVRA verkeert in financiële problemen en vraagt in 2011 om steun aan de Stichting Accountantsfonds. De stichting is in 1931 opgericht om steun te verlenen aan leden en oud-leden of hun nabestaanden die in uiterst zorgelijke financiële omstandigheden verkeren.

Sinds 2013 verleent de stichting niet zozeer steun aan individuen als wel aan de ontwikkeling van onderzoek- en educatieprogramma’s. Deze programma’s moeten bevorderen dat adequate regelgeving wordt ingevoerd en nageleefd. Het opgebouwde vermogen van de stichting kan zo dus ook worden gebruikt om het accountantsberoep in brede zin te ondersteunen. Feitelijk is dit de primaire doelstelling geworden van de stichting.

De criteria voor individuele steunverlening zijn:

  • de financiële omstandigheden zijn uitzonderlijk zorgelijk;
  • de steunverlening is bedoeld voor persoonlijk levensonderhoud in financiële noodsituaties;
  • het reguliere vangnet van bestaande sociale voorzieningen in Nederland blijkt geen oplossing te kunnen bieden;
  • de aanvrager moet eerst zijn eventuele vermogen opeten;
  • schulden worden niet overgenomen;
  • bij de beoordeling van het verzoek analyseert het bestuur de oorzaken van de problemen;
  • de steun wordt verleend voor een bepaalde tijd en wordt om de zoveel tijd heroverwogen;
  • financiële zorgen als gevolg van economische tegenspoed gelden in principe als ondernemersrisico en komen als zodanig niet in aanmerking voor ondersteuning.

Medio 2011 stuurt een aanvrager een steunverzoek naar de stichting en stuurt er in de loop der tijd negentien brieven/verzoeken achteraan. In maart 2012 wijst het bestuur van de stichting de aanvraag definitief af. De aanvrager heeft sinds 2004 overigens al meerdere aanvragen gestuurd, die ook zijn afgewezen.

In mei 2013 schrijft de voorzitter van de stichting aan de aanvrager dat:

  • de secretaris de aanvrager al eerder heeft geïnformeerd over het verdere verloop van de aanvraag;
  • het bestuur zich over de aanvraag heeft gebogen;
  • het bestuur bekend is met dit dossier;
  • het bestuur weet dat het vorige bestuur heeft besloten geen verzoeken van deze aanvrager meer in behandeling te nemen;
  • het nieuwe bestuur geen aanleiding ziet dit standpunt te herzien.

De aanvrager legt zich er niet bij neer en stuurt eind 2015/begin 2016 opnieuw brieven aan het bestuur, dat hem vervolgens in een gesprek uitlegt dat er drie redenen zijn om het ondersteuningsverzoek niet te honoreren. De voorzitter laat de aanvrager daarna (nogmaals) weten dat de afwijzing ‘finaal’ is en verdere steunverzoeken niet meer in behandeling worden genomen.

Medio 2018 stuurt de aanvrager echter opnieuw verzoeken naar de stichting, die pas eind 2018 reageert door te wijzen op de eerdere afwijzende brieven. De aanvrager dient begin 2020 een klacht tegen de stichtingsvoorzitter in bij de Accountantskamer.

Klacht

De voorzitter heeft:

a. geen van de aanvragen om ondersteuning en verzoeken om restitutie van de jaarlijkse bijdragen aan het fonds onderzocht of in behandeling genomen en alle aanvragen afgewezen;

b. in samenspanning met overige bestuursleden middelen van de stichting verduisterd.

Oordeel

Klachtonderdeel a is deels niet-ontvankelijk en voor de rest ongegrond; klachtonderdeel b is ongegrond.

Ad a Aanvragen

Sinds 1 januari 2019 geldt een klachttermijn van tien jaar na het moment van de verweten gedraging. Op grond van de overgangswetgeving wordt een klacht echter niet in behandeling genomen als de oude klachttermijn (van drie of zes jaar) al was verstreken vóór 1 januari 2019. Omdat de klager vóór 1 januari 2016 op de hoogte was van een deel van het beklaagde gedrag is de klacht niet-ontvankelijk voor zover die gaat over de aanvragen tot en met 25 november 2015. Daarbij was de driejaarstermijn al vóór 1 januari 2019 verstreken.

Bovendien concretiseert of onderbouwt de klager de klacht niet en zegt hij alleen dat de handelwijze van het bestuur niet deugt. Hij maakt niet aannemelijk dat de voorzitter persoonlijk tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Voor zover de klacht ontvankelijk is, wordt die daarom ongegrond verklaard.

Ervan uitgaande dat de bestuursbesluiten unaniem zijn genomen geldt dat de verwijten feitelijke grondslag missen en daarom ongegrond zijn. De voorzitter en twee bestuursleden hebben gesproken met de aanvrager over de steunaanvragen van eind november 2015 tot en met begin 2016. Die aanvragen zijn onderzocht en afgewezen, net als de aanvragen uit 2018. Bij de twee verzoeken uit 2019 was het de aanvrager bij voorbaat al duidelijk dat die verzoeken niet zouden worden behandeld en dat het bestuur finaal had beslist over zijn steunverzoeken. De omstandigheden van de aanvrager zijn in de loop van de tijd niet gewijzigd.

Het verwijt dat de steunverzoeken ten onrechte zijn afgewezen, snijdt geen hout, want de aanvrager:

  • kon zelf nog aan liquiditeiten komen;
  • loste maandelijks schulden af;
  • kon een voorschot nemen op verwachte legaten en erfenissen.

Ad b Verduistering

De klager ziet de “uitbetaling door het bestuur van bedragen voor de ontwikkeling van onderzoeks- en educatieprogramma’s bij de liquidatie van het fonds” als verduistering. Het “niet vrijgeven door betrokkene van de namen van de leden van het bestuur” vindt hij een vorm van samenspanning. Hij heeft echter niet toegelicht of onderbouwd waarom en ook niet tegengesproken wat de voorzitter zei, te weten dat:

  • de stichting de laatste jaren vele onderzoeks- en educatieprogramma’s heeft gesubsidieerd;
  • de stichtingsgelden zijn besteed conform de in 2013 aangevulde/gewijzigde doelstelling.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

Het mooie van deze uitspraak is dat die de Stichting Accountantsfonds onder de aandacht brengt. De stichting is in 1931 opgericht om (oud-)NIVRA-leden of hun nabestaanden financieel te ondersteunen in hun persoonlijk levensonderhoud als zij uitzonderlijke geldzorgen hebben en voldoen aan de steunvoorwaarden. Sinds 2013 subsidieert de stichting feitelijk alleen nog de ontwikkeling van onderzoek- en educatieprogramma’s die de invoering en naleving van adequate regelgeving bevorderen.

Een accountant, die al in 2004 zijn eerste aanvraag deed en nadien nog tientallen afgewezen pogingen ondernam, beticht het bestuur vanwege die subsidiëring van verduistering. Maar hij onderbouwt die aanklacht niet en het verwijt dat het bestuur zijn verzoeken ten onrechte heeft afgewezen evenmin. De aanvrager kon nog aan liquiditeiten komen, kon een voorschot nemen op legaten en erfenissen die hij verwachtte en loste maandelijks schulden af. Financiële zorgen ten gevolge van economische crises rekent de stichting tot ondernemersrisico. Gezien de steunvoorwaarden is het niet verwonderlijk dat de stichting de laatste zeven jaar alleen nog onderzoek- en educatieprogramma’s subsidieert.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.