Tuchtrecht

Persoonsgericht onderzoek keurig uitgevoerd

Nadat een filmproducent een subsidie heeft teruggegeven aan de subsidiegever wordt een persoonsgericht onderzoek voltooid. De producent mag commentaar leveren op de concepten, maar niet meer op het eindrapport.

Accountantskamer

Zaaknummers:
21/533 en 21/535 Wtra AK
Datum uitspraak:
17 december 2021
Oordeel:
ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2021:77

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een filmproductiemaatschappij ontvangt in 2013 een subsidie van een stichting en een financiering van een productiefonds. Conform de subsidievoorwaarden dient de producent na voltooiing een eindafrekening van de gemaakte productiekosten in bij de stichting. Bij die eindafrekening geeft een accountantskantoor medio 2014 een goedkeurende accountantsverklaring af. De producent dient ook een eindafrekening in bij het productiefonds.

Als de stichting en het fonds de onderbouwingen van de eindafrekeningen vergelijken, rijzen er twijfels over de juistheid. De stichting laat de financiële afrekening van de film onderzoeken door twee registeraccountants van een adviesbureau. Eén van hen heeft de producent schriftelijk geïnformeerd over de forensische-onderzoeksopdracht.

In maart 2020 leggen de accountants de concept-bevindingen van hun onderzoek voor aan de producent, die drie weken later reageert. Vier dagen daarna brengt de onderzoeksleider het definitieve rapport uit aan de stichting en het fonds. De stichting wil een aanvulling, onder meer op het punt van de regelgeving. De onderzoeksleider verandert de status van het definitieve rapport weer in concept en laat dit de producent weten. Als de producent hier bezwaar tegen heeft, legt de onderzoeksleider uit waarom dit is gebeurd. Hij verontschuldigt zich meermaals dat het rapport wellicht te snel een definitieve status heeft gekregen.

Eind mei 2020 legt de onderzoeksleider een aangepast concept-rapport voor aan de producent. Nadat de producent enkele aanvullende vragen heeft beantwoordt en inzage geeft in de originele bankafschriften krijgt deze eind juni een laatste concept-rapport voorgelegd. De opmerkingen van de producent worden gedeeltelijk overgenomen in het definitieve rapport dat in september 2020 wordt uitgebracht.

De producent dient een klacht tegen de twee accountants in bij de Accountantskamer.

Klacht

a. In het rapport ontbreekt het aan rationaliteit, terwijl ook het doel van het onderzoek en het normenkader ontbreken.

b. De onderzoeksleider kent de directrice van het productiefonds persoonlijk en had daarom de opdracht niet mogen accepteren.

c. Het werkelijke doel van de stichting en het productiefonds was vermoedelijk het imago van de producent te beschadigen; het accepteren van een opdracht zonder rationeel doel is niet integer.

d. De bewoordingen in het rapport wijzen op een gebrek aan objectiviteit; het rapport bevat negatieve kleuringen.

e. Er zijn drie rapporten definitief opgemaakt met onverklaarbare verschillen; het concept is niet voorgelegd aan het accountantskantoor van de producent, terwijl de onderzoekers niet alle stukken hebben gebruikt die de producent heeft aangereikt.

f. De accountants hebben het rapport definitief gemaakt voordat de producent is gehoord en hebben daarmee het beginsel van hoor en wederhoor geschonden; zij hebben geen van de zesendertig bijlagen gebruikt die de producent bij zijn reactie voegde.

Oordeel

De klacht is ongegrond.

De accountants hebben een persoonsgericht onderzoek uitgevoerd zoals bedoeld in de NBA Handreiking 1112. Bij zo’n onderzoek zijn het functioneren, handelen of nalaten van een (rechts)persoon object van onderzoek. Zo’n onderzoek kan niet alleen worden ingesteld bij een financieel belang of bij (een vermoeden van) fraude, maar ook bij andere kwesties. In dit geval hadden de stichting en het productiefonds enkele vraagtekens bij de eindafrekening van de gesubsidieerde respectievelijk gefinancierde film. Zij wilden onder meer weten of de kosten in de eindafrekening direct samenhangen met het vervaardigen van deze film. Dat de producent de subsidies inmiddels had terugbetaald, was geen belemmering voor het onderzoek.

Zowel in de brief van december 2019 als in de rapportage hebben de accountants voldoende beschreven wat de aanleiding en achtergrond van het onderzoek zijn. De vragen die de opdrachtgever hun heeft gesteld, staan in de alinea’s met de kopjes ‘Doel van het onderzoek’ en ‘Doelstelling en scope van het onderzoek’.

Ook het verwijt dat het normenkader en het onderzoeksdoel niet specifiek genoeg zijn, is ongegrond. In de genoemde brief respectievelijk het rapport schrijft de onderzoeksleider dat:

  • het normenkader wordt gevormd door de regelgeving van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants;
  • deze opdracht met name wordt uitgevoerd als een ‘Overige Opdracht’ conform Handreiking 1111;
  • daarbij ook Handreiking 1112 ‘Persoonsgerichte onderzoeken’ en Handreiking 1127 ‘Opdrachten uitgevoerd ter ondersteuning bij (potentiële) geschillen’ in acht worden genomen.

Verder schrijft de accountant in het rapport dat het normenkader bestaat uit:

  • de professionele normen uit de genoemde praktijkhandreikingen;
  • het ‘Handboek Financiële Verantwoording’ van de stichting;
  • het ‘Financieel Productioneel Protocol’ van de stichting per 1 januari 2011;
  • het ‘Algemeen Reglement’ van de stichting van 1 januari 2012;
  • de ‘Suppletieregeling Filminvesteringen Nederland’ van de stichting;
  • bepalingen uit de Co-financieringsovereenkomst met het productiefonds.

Hiermee is voldoende gespecificeerd welk normenkader van toepassing is op het onderzoek.

Ad b: Persoonlijk contact

De directrice van het fonds heeft bij de onderzoeksleider een cursus gevolgd en uit handen van hem persoonlijk het diploma ontvangen. Volgens de onderzoeksleider besloeg de opleiding in totaal vierentwintig dagdelen, waarbij hij vier dagdelen college gaf. Hij heeft als hoogleraar meer dan duizend studenten college gegeven en als opleidingsdirecteur het diploma uitgereikt. Van een persoonlijk contact met de directrice is geen sprake geweest. Ook de andere accountant kende de directrice niet. Verder las een kantoorgenoot van de accountants volgens het vier-ogenprincipe mee bij het opstellen van het rapport.

Volgens de Accountantskamer slaat dit verwijt niet zozeer op het fundamentele beginsel van professionaliteit als wel op dat van objectiviteit. Volgens laatstgenoemd beginsel mag een accountant zich bij zijn professionele oordeelsvorming niet ongepast laten beïnvloeden. Daarvan is in dit geval geen sprake. Dat de directrice vier dagdelen college heeft gekregen van de onderzoeksleider, die haar vervolgens een diploma uitreikte, is onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat zijn objectiviteit werd bedreigd.

Ad c Bedoeling

Bij klachtonderdeel a is al geoordeeld dat de stichting het adviesbureau de opdracht heeft gegeven enkele relevante vragen te onderzoeken. Dat de producent zelf vindt dat er geen aanleiding was voor zo’n onderzoek doet er niet toe. En dat de stichting en het productiefonds de bedoeling hadden de reputatie van de producent te beschadigen, heeft de producent niet aannemelijk gemaakt.

Ad e Niet vooringenomen

De onderzoekers zeggen dat zij juist voorzichtige en neutrale bewoordingen hebben gekozen, die gebruikelijk zijn in dit soort persoonsgerichte onderzoeken. De Accountantskamer constateert dat de producent zich nergens verzet tegen de inhoud van het definitieve rapport. Volgens de Accountantskamer kun je uit de gebruikte bewoordingen niet afleiden dat de onderzoekers vooringenomen zijn geweest.

Ad e: Negeren stukken

De accountants hebben drie concept-rapporten opgesteld. Het eerste concept is omgezet in een definitief rapport en vanwege aanvullende vragen teruggebracht naar ‘concept’. De onderzoeksleider heeft hierover uitvoerig gecorrespondeerd met de directeur van de producent. Hij heeft zijn excuses aangeboden voor de gang van zaken en de directeur gegarandeerd dat niet zou worden getornd aan de rechtspositie van het productiebedrijf. Hierna zijn nog twee concept-rapporten gemaakt, die uiteindelijk hebben geleid tot het eindrapport van 7 september 2020. Het verwijt dat er drie definitieve rapporten zijn uitgebracht, is dus feitelijke onjuist.

Dat er verschillen bestaan tussen de concept-rapporten vloeit voort uit de mogelijkheid te reageren op de concepten. De reacties van de stichting hebben ertoe geleid dat het rapport anders is ingedeeld en omvangrijker is geworden.

Zo is aan vraagstelling 2 van de doelstelling de onderstreepte zinsnede toegevoegd, die erop neerkomt dat er meer duidelijkheid moet komen over “de verschillen tussen de onderbouwingen van de eindafrekening” die naar de stichting respectievelijk het fonds zijn gestuurd. Bij een persoonsgericht onderzoek kan degene wiens functioneren, handelen en nalaten wordt onderzocht het onderzoek niet beïnvloeden via de opdrachtformulering. Mede daarom moet hoor en wederhoor worden toegepast. Dat hebben de onderzoekers ook gedaan door de producent de concept-rapporten voor te leggen.

De kring van verspreiding is meermalen gewijzigd. Omdat die wijzigingen in de concepten stonden, heeft de producent hiervan kennis kunnen nemen. Het moge zo zijn dat er passages zijn geschrapt, waarin stond dat de producent een positieve houding had en meewerkte. De producent heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat de accountants willens en wetens hebben geprobeerd het bedrijf in een kwaad daglicht te stellen.

De onderzoekers hoefden het accountantskantoor van de producent niet te horen en wederhoren, omdat de uitgevoerde werkzaamheden van het kantoor geen object van onderzoek waren.

In augustus 2020 heeft de producent een brief met zesendertig bijlagen en een speciaal dossier gestuurd naar de onderzoekers. Volgens de accountants hebben zij al die stukken bekeken, maar de zesendertig bijlagen vonden zij niet relevant voor hun bevindingen. Daarom heeft de onderzoeksleider het verzoek afgewezen om alle bijlagen aan het eindrapport te hechten. Wel heeft hij daaraan een bijlage gehecht waarin per opmerking staat waarom deze niet in het eindrapport is verwerkt.

Het genoemde dossier hebben de onderzoekers verwerkt en dat heeft geleid tot het opnemen van enkele bevindingen in het eindrapport. Dat de onderzoekers de opmerkingen van de producent niet een-op-een hebben overgenomen impliceert niet dat zij daaraan ten onrechte voorbij zijn gegaan.

Ad f: Definitief zonder wederhoor

De onderzoekers hebben stukken opgevraagd bij het productiebedrijf en zijn daar meerdere keren langs geweest. Ook hebben zij gesproken met de directeur. Verder hebben zij alle concept-rapporten voor commentaar voorgelegd aan het bedrijf, dat ook op alle concepten heeft gereageerd. Alleen het eindrapport van 7 september 2020 is niet meer voor commentaar voorgelegd, maar daar is het dan ook een eindrapport voor.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

Een filmproducent krijgt subsidie van een stichting en een financiering van een productiefonds. Aan beide legt de producent rekening en verantwoording af, waarbij een accountantskantoor een goedkeurende verklaring afgeeft. Omdat er verschillen zitten tussen de onderbouwing van de verantwoording aan de stichting respectievelijk het fonds, rijzen er vraagtekens. De subsidiegever en de financier laten de verschillen onderzoeken door twee registeraccountants, die ook kijken naar het verband tussen de opgevoerde kosten en de film.

Hoewel de filmproducent de subsidie terugbetaalt, blazen de stichting en het fonds het onderzoek niet af. De producent werkt mee aan het onderzoek en stelt zich positief op. Maar na drie concept-rapporten dient het productiebedrijf een tuchtklacht in tegen de onderzoekers. De producent weet geen van zijn verwijten voldoende te onderbouwen. De onderzoekers hebben de producent goed geïnformeerd en gehoord en steeds laten reageren op de concept-versies van de drie rapporten. Op het definitieve rapport was – uiteraard – geen commentaar meer mogelijk. Verder hebben de onderzoekers duidelijk aangegeven wat het doel van het onderzoek was, welk normenkader zij hanteerden en in hoeverre zij de opmerkingen van de producent hebben verwerkt.

Afgaande op de tuchtrechtspraak gaat er vaak iets fout bij persoonsgerichte onderzoeken. In dit geval hebben de onderzoekers het keurig gedaan. En dat is ook wel eens aardig om vast te stellen.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.