Forensisch accountant beperkt kosten onderzoek
Een forensisch accountant moet in opdracht van de rechtbank de eindafrekening maken van een verbroken samenwerking. De rechtbank gaat akkoord met zijn voorstel om het onderzoek te beperken.
Accountantskamer
- Zaaknummers:
- 25/710 Wtra AK en 25/1817 Wtra AK
- Datum uitspraak:
- 27 maart 2026
- Oordeel:
- ongegrond
- Maatregel:
- geen
- Status:
- nog niet definitief
- Vindplaats:
- ECLI:NL:TACAKN:2026:17
Lex van Almelo
Belangrijkste feiten
Duyfjes Trading* en Tunica Trading gaan samenwerken om locaties te exploiteren waar mensen zich kunnen laten testen op een mogelijke besmetting met het Covid-19-virus. Dit is het eerste samenwerkingsverband van Tunica, dat in een tweede samenwerkingsverband werkt met twee andere vennootschappen. Duyfjes is niet rechtstreeks als contractspartij betrokken bij het tweede samenwerkingsverband.
Duyfjes en Tunica komen in juni 2021 overeen dat het aandeel van Tunica in het resultaat van het tweede samenwerkingsverband tussen hen zal worden verdeeld. Een uitzendbureau leent personeel voor de testlocaties uit aan Tunica. Deze personeelskosten komen via het eerste samenwerkingsverband mede ten laste van Duyfjes.
In de loop van 2022 raakt de verhouding tussen de dga's van Duyfjes en Tunica verstoord en eindigt de samenwerking tussen de twee. Zij krijgen daarna ruzie over de eindafrekening van hun samenwerkingsverband. Duyfjes Trading begint een procedure tegen Tunica Trading. De Rechtbank Amsterdam stelt in een tussenvonnis van maart 2023 feitelijk onder meer vast dat:
- Tunica ook een samenwerkingsverband had met twee andere bv's;
- de eerste afspraak over de verdeling van de winst erop neerkwam dat één van die bv's 50 procent kreeg en Tunica en de andere bv ieder 25 procent;
- volgens de afspraak van de 25 procent voor Tunica 40 procent toekwam aan de Tunica-dga en 60 procent aan Duyfjes Trading;
- na wijziging van de afspraak de ene bv 45 procent van de opbrengsten krijgt en Tunica en de andere bv ieder 27,5 procent;
- van de 27,5 procent die Tunica kreeg, 36,36 procent toekwam aan de Tunica-dga en 63,64 procent aan Duyfjes Trading.
De rechtbank overweegt verder dat er een deskundige benoemd moet worden voor het opstellen van een eindafrekening. In een volgend tussenvonnis staat dat:
- partijen het eens zijn over de benoeming van de gekozen registeraccountant als deskundige;
- zij bij de conceptvraagstelling van de rechtbank één of enkele aan- en/of opmerkingen hebben gemaakt;
- de rechtbank contact met de accountant heeft gehad over de conceptvraagstelling en vier onderzoeksvragen heeft geformuleerd:
- Kunt u op grond van onderzoek de eindafrekening per 31 december 2022 opmaken, rekening houdend met de eerste en tweede samenwerkingsovereenkomst, de nieuwe afspraak over de winstverdeling en de reeds opgemaakte concepteindafrekening en andere relevante processtukken?
- Kunt u in dit verband de facturen van een uitzendbureau en andere facturen voor ingehuurde uitzendkrachten op authenticiteit en/of juistheid beoordelen?
- Kunt u de observaties van de financieel adviseur van Duyfjes (en de reactie van Tunica daarop) meenemen bij uw onderzoek voor het opmaken van de eindafrekening?
- Welke andere feiten of omstandigheden, voortvloeiend uit het onderzoek, kunnen van belang zijn voor een goed begrip van de zaak?
De accountant begint in augustus en vraagt in november 2023 of hij het onderzoek kan beperken in verband met de fors oplopende kosten. De rechtbank geeft aan dat:
- de deskundige naar eigen inzicht zijn onderzoek moet kunnen verrichten;
- dat partijen bij de eindversie van het (concept)deskundigenrapport moeten kunnen controleren op welke informatie het deskundigenrapport is gebaseerd;
- de accountant als deskundige moet bepalen welke gegevens hij nodig heeft om het onderzoek goed te kunnen uitvoeren;
- het extra onderzoek naar aanleiding van de observaties van de financieel adviseur van Duyfjes zal worden geschrapt;
- op basis van de beperking een aanvullend voorschot van 49.500 euro (inclusief btw) wordt toegewezen;
- de accountant het onderzoek zo snel mogelijk zal afronden;
- de notitie van Duyfjes over de valse Medjob-facturen niet tot het procesdossier behoort en daarom niet alsnog via een omweg bij de accountant terecht moet komen.
De accountant legt in maart 2024 zijn conceptrapport voor wederhoor voor aan Duyfjes en Tunica. Duyfjes maakt 228 opmerkingen en Tunica tien. De accountant brengt eind mei 2024 zijn definitieve rapport uit. Daarin staat dat hij zijn onderzoek in overleg met de rechtbank heeft beperkt en hij is uitgegaan van de juistheid van de administratie van het eerste en tweede samenwerkingsverband, met uitzondering van de posten die hij heeft onderzocht.
De accountant laat weten dat hij niet in staat is de eindafrekening per 31 december 2022 op te maken, omdat hij op grond van zijn onderzoek niet kan vaststellen of het totaalbedrag van 1.382.000 euro aan gefactureerde stand-by-uren juist is of juist onjuist is. Hij heeft aan de hand van vier scenario's een schatting van de gefactureerde stand-by-uren gemaakt en drie berekeningen gemaakt van de eindafrekening inzake het project Testen Voor Toekomst. In het vierde scenario heeft hij de facturen voor de stand-by-uren geheel in mindering gebracht op de personeelskosten.
De Rechtbank Amsterdam volgt in het tussenvonnis van 8 januari 2025 scenario 4 en bepaalt dat Duyfjes een derde van de onderzoekskosten (dus 50.000 inclusief btw) moet betalen omdat hij door zijn manier van procederen "ook voor de (hoge) kosten van het deskundigenbericht heeft gezorgd". In het eindvonnis veroordeelt de rechtbank Tunica om 36.618 euro plus rente en kosten te betalen. Tunica heeft hiertegen hoger beroep ingesteld, dat nog loopt als de Accountantskamer een oordeel velt over de tuchtklacht van Duyfjes tegen de forensisch accountant.
Klacht
De accountant heeft:
- bij de rechtbank niet aangegeven dat hij niet alle stukken kreeg van Tunica, de opdracht niet teruggegeven aan de rechtbank en de ontbrekende stukken niet bij derden opgevraagd;
- de schuld voor het oplopen van de kosten ten onrechte bij Duyfjes gelegd door zich te beklagen over de omvang van diens commentaren en heeft de rechtbank misleid met de bedoeling extra uren te kunnen declareren en zijn budget te overschrijden;
- opzettelijk de bewijsmiddelen, die Duyfjes hem verstrekte, genegeerd, waardoor het rapport een deugdelijke grondslag mist;
- een "graai in de kas" laten meetellen als "huur" en "kosten" in zijn scenario's voor de eindafrekening en een rapport uitgebracht zonder deugdelijke grondslag;
- geen personen geïnterviewd terwijl dat bij zijn kantoor gebruikelijk is;
- de rechtbank er niet op gewezen dat de rechtbank de winstafspraken onjuist heeft weergegeven in het tussenvonnis van 1 maart 2023 en geen onderzoek gedaan naar de winstafspraken;
- de rechtbank er niet expliciet op gewezen dat de concepteindafrekening van Tunica (gebaseerd op overzichten van Munt Masters en de accountant van Tunica) ondeugdelijk is (want onvolledig is en valse facturen vermeldt), op basis daarvan onlogische scenario's opgesteld (terwijl de rechtbank in een brief had bepaald dat hij geen scenario's en eindafrekeningen mocht opstellen) en niet helder gecommuniceerd welke grote financiële geschilpunten nog openstaan;
- de observaties van Duyfjes' financieel adviseur niet gecontroleerd, terwijl hij heeft toegezegd dat wel te doen;
- geen geschikte controle-informatie verzameld over transacties met verbonden partijen (zoals bedoeld in Standaard 550), geen frauderisico-onderzoek gedaan in de zin van Standaard 240 en de takenlijst in 'bijlage A' niet gecontroleerd.
Oordeel
De klacht is ongegrond.
Geen misbruik, verdedigingsbelang niet geschaad
Duyfjes maakt geen misbruik van tuchtrecht en zijn tuchtklacht is niet bedoeld om op te komen tegen een civielrechtelijke uitspraak, zoals de accountant beweert. De klager richt zijn pijlen op het handelen en nalaten van de accountant als gerechtelijk deskundige in de procedure tussen Duyfjes Trading en Tunica Trading. Dat hij in zijn klaagschriften soms ook kritiek uit op de vonnissen van de Rechtbank Amsterdam leidt er niet toe dat de klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Accountantskamer doet geen uitspraak over de vonnissen van de rechtbank.
De Accountantskamer vindt ook niet dat de forensisch accountant in zijn verdedigingsbelang is geschaad, omdat Duyfjes heel veel stukken ("producties") in het geding heeft gebracht: 11 ordners met meer dan 1100 producties (waarvan veel subproducties), terwijl er slechts 278 zijn toegestaan. De Accountantskamer vindt dat ook veel en vraagt zich af of het overleggen van zoveel producties niet contraproductief is; in strijd met de beginselen van een goede procesorde vindt de tuchtrechter het niet. De accountant heeft zelf ook gezegd dat de producties vaak niet of onvoldoende zijn toegelicht. De Accountantskamer laat die producties buiten beoordeling, omdat zij niet zelfstandig in de overgelegde producties op zoek hoeft te gaan naar wat al dan niet dienstig zou kunnen zijn voor de onderbouwing van een klacht (zie onder meer hier). Daarvan uitgaande kon de accountant zijn verweer beperken tot die producties, waarnaar op zo'n manier is verwezen dat het hem duidelijk is welke feiten en stellingen daaraan worden ontleend om de klacht te onderbouwen.
De Accountantskamer heeft een beperkte ruimte om de klacht te beoordelen, omdat de accountant de Leidraad deskundigen in civiele zaken van de Rechtspraak moest volgen en de instructies van de rechtbank. De rechtbank bepaalde de onderzoeksvragen, zag toe op het verloop van het onderzoek, gaf instructies aan de accountant, betrok het onderzoeksrapport bij de beslissing en stelde de vergoeding vast. De Accountantskamer gaat niet op de stoel van de rechtbank zitten en toetst alleen of de accountant, binnen de grenzen van de klacht, een of meer fundamentele beginselen heeft geschonden.
Klachtonderdeel 1 Ontbrekende stukken
Volgens Duyfjes heeft de accountant niet de beschikking over alle:
- specificaties van de facturen van uitzendbureaus;
- bankafschriften inzake de betalingen aan werknemers/uitzendkrachten; en
- loonstroken.
De accountant heeft inderdaad niet alle stukken gekregen, maar heeft volgens de Accountantskamer in zijn rapport voldoende inzicht gegeven in de belemmeringen, zodat de partijen en de rechtbank zich daarover een oordeel konden vormen. Duyfjes heeft niet aannemelijk gemaakt dat de accountant de opdracht had moeten teruggeven.
Klachtonderdeel 2 Budgetoverschrijding
De accountant heeft in zijn rapport onder meer gewezen op de (tijdverslindende) belemmeringen die hij heeft ondervonden om de informatie te krijgen die hij nodig had voor zijn analyses. Zo kreeg hij van Duyfjes Trading een memo met bijlagen van 122 bladzijden en een USB-stick met meer dan 26 Gigabyte aan data. Op het conceptrapport reageerde Duyfjes met 228 opmerkingen die de accountant allemaal heeft verwerkt. De klager heeft erkend dat de stukken die hij de accountant heeft gestuurd "complex en lang" zijn.
De rechtbank heeft bepaald dat een derde van de onderzoekskosten voor rekening van Duyfjes Trading komt, omdat Duyfjes door zijn manier van procederen ook voor de (hoge) kosten van het deskundigenbericht heeft gezorgd. Verder heeft de rechtbank geconstateerd dat de opmerkingen van Duyfjes bij het conceptrapport inderdaad zeer omvangrijk zijn. De tijd die de deskundige heeft besteed aan het bestuderen en adresseren van deze opmerkingen vindt de rechtbank niet buitensporig. De klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat de accountant bewust en te kwader trouw hoge kosten heeft veroorzaakt of tegen beter weten in de omvang van die kosten mede heeft toegeschreven aan de opstelling van Duyfjes Trading.
Klachtonderdeel 3 Negeren 'Red flags'
De Accountantskamer hoeft niet zelfstandig in de overgelegde producties op zoek te gaan naar wat al dan niet dienstig zou kunnen zijn voor de onderbouwing van een klacht en hoefde zonder toelichting van de klager de aangereikte geluidsopnames niet (integraal) te beluisteren. De accountant hoefde ook niet de hele administratie te onderzoeken op juistheid en volledigheid. Volgens de opdracht van de rechtbank moest de accountant de eindafrekening per 31 december 2022 opmaken en daarbij onder meer rekening houden met de al opgemaakte concepteindafrekening en andere relevante processtukken.
Hij moest de authenticiteit en juistheid beoordelen van de facturen van het uitzendbureau en andere facturen voor ingehuurde (uitzend)krachten, maar niet alle posten in de administratie waarbij Duyfjes vragen had.
In zijn brief aan de rechtbank heeft de accountant voorstellen gedaan om zijn onderzoek te beperken. De advocaat van Duyfjes heeft ingestemd met de beperktere scope van het onderzoek en de rechtbank heeft de opdracht aan de accountant dienovereenkomstig bijgesteld.
Klachtonderdeel 4 Huurprijs testlocatie
In zijn rapport heeft de accountant opgenomen dat één van de testlocaties een locatie van 12 m² met parkeerruimte was die het eerste samenwerkingsverband in gebruik had genomen en eigendom was van een bv die gelieerd was aan Tunica. De accountant heeft de redelijkheid van de huurprijs getoetst en zijn bevindingen vermeld in zijn rapport en in bijlage 22 van zijn rapport. De klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat de accountant geen deugdelijke grondslag had voor zijn bevinding. Of de huur al dan niet terecht ten laste van het eerste samenwerkingsverband is gebracht, moet de rechtbank beoordelen.
Klachtonderdeel 5 Geen interviews
Op de website van het accountantskantoor, waaraan de forensisch accountant is verbonden, staat volgens Duyfjes dat de accountant interviews had moeten afnemen. Volgens de Accountantskamer volgt uit die tekst niet dat altijd interviews worden afgenomen. Het is één van de mogelijke onderzoeksmiddelen. In het algemeen kan een interview nodig zijn om een deugdelijke grondslag voor een rapport te verkrijgen, maar dat is niet altijd zo. Verder heeft de rechtbank geschreven dat de deskundige naar eigen inzicht zijn onderzoek moet kunnen verrichten. Duyfjes heeft niet aannemelijk gemaakt dat het rapport bij gebrek aan interviews een deugdelijke grondslag mist.
Klachtonderdeel 6 Winstafspraken
In het tussenvonnis van 1 maart 2023 geeft de rechtbank de winstverdelingsafspraak weer als vaststaand feit en niet als geschilpunt. In november 2023 heeft de rechtbank aan de accountant geschreven dat de accountant hiervan moet uitgaan.
Klachtonderdeel 7 Scenario's
De klager kijkt vanuit een ander gezichtspunt naar het onderzoek en het rapport van de accountant dan de rechtbank. De klacht richt zich in wezen tegen de overwegingen en beslissingen van de rechtbank. Daarvoor kan de klager terecht bij het Gerechtshof Amsterdam als appelrechter en niet bij de Accountantskamer.
In tegenstelling tot wat Duyfjes zegt heeft de accountant de facturen van het uitzendbureau voor de bemensing van de teststraten, die volgens Duyfjes 3,29 miljoen euro belopen, wel onderzocht en vermeld in zijn rapport. De accountant is tot de conclusie gekomen dat de eindafrekening van het tweede samenwerkingsverband op dit punt geen aanpassing behoeft.
De accountant schrijft ook dat hij niet in staat is geweest de juistheid van de facturen voor stand-by-uren vast te stellen. Daaruit volgt niet dat die facturen vals zijn, maar alleen dat de juistheid ervan niet vaststaat. De klager heeft niet aannemelijk weten te maken dat de accountant geen deugdelijke grondslag had voor zijn bevinding.
De accountant heeft in zijn rapport de scope van zijn onderzoek geformuleerd en daarbij de beperkingen weergegeven. Volgens het tussenvonnis van de rechtbank van 8 januari 2025 is tijdens een zitting met Duyfjes en Tunica aan de orde geweest dat:
- de deskundige de omvang van het onderzoek heeft beperkt in overleg met de rechtbank en beide partijen;
- daardoor (nog) niet de gehele administratie van Tunica is onderzocht;
- Duyfjes heeft voorgesteld om, ook uit oogpunt van kostenbesparing, zelf de administratie te onderzoeken en dan op basis van de door Tunica opgestelde eindafrekening aan te geven welke posten er niet kloppen;
- Tunica met dit voorstel heeft ingestemd.
Duyfjes heeft vervolgens de gelegenheid gekregen het veel bredere onderzoek uit te voeren. Dit heeft echter niet tot een resultaat geleid dat positief is voor Duyfjes. In het eindvonnis zegt de rechtbank hierover dat wat Duyfjes heeft aangevoerd geen aanleiding geeft om van andere cijfers uit te gaan dan de deskundige heeft gedaan. Volgens de rechtbank heeft de accountant dus een rapport uitgebracht waarop de rechtbank haar beslissing kon baseren.
Het verwijt dat de accountant ten onrechte scenario's en eindafrekeningen heeft opgesteld kan de Accountantskamer niet plaatsen. Vraag 1 van de rechtbank was immers een eindafrekening op te maken. Het antwoord van de accountant daarop is dat hij geen eindafrekening kon opstellen, omdat hij niet in staat was de juistheid van de facturen voor de stand-by-uren (1,382 miljoen euro) vast te stellen. De accountant heeft in zijn rapport om begrijpelijke redenen geschreven dat "de rechter noch partijen gebaat zijn bij een deskundigenbericht waarin geen eindafrekening is opgenomen". Hij heeft vervolgens vier scenario's en drie eindafrekeningen opgenomen in zijn rapport. In het vierde scenario laat hij de personeelskosten wegens stand-by-uren volledig buiten beschouwing. De rechtbank volgt het vierde scenario in haar eindvonnis.
Klachtonderdeel 8 Observaties financieel adviseur
De advocaat heeft ermee ingestemd dat de rechtbank vraag drie buiten het onderzoek zal laten. Die vraag gaat over de vermeende onregelmatigheden in de administratie van Tunica, die de financieel adviseur van Duyfjes heeft gezien en die de accountant aanvankelijk zou onderzoeken.
Klachtonderdeel 9 Frauderisico-onderzoek
De NV COS zijn niet van toepassing op de opdracht, die geen assurance-opdracht was. De accountant heeft dat met zoveel woorden ook geschreven in zijn rapport. Het gaat hier om een zogenoemde overige opdracht. Daarvoor bestaat geen Standaard, maar wel NBA-handreiking 1111 Overige opdrachten. De verwijten dat de accountant geen assurance heeft gegeven en (onvoldoende) controlewerkzaamheden heeft verricht, missen feitelijke grondslag.
Maatregel
Geen.
Annotatie Lex van Almelo
Reinier Duyfjes, de klager in deze zaak, benaderde mij al om advies, voordat de accountant-onderzoeker in deze zaak zijn eindrapport had uitgebracht. De vraag was of ik hem kon bijstaan bij het opstellen of controleren/nalezen van een tuchtklacht tegen een forensisch accountant die als gerechtelijk deskundige was aangesteld. Als ik dat had gedaan, was de forensisch accountant een hoop onnodig leed bespaard gebleven. Maar als annotator moet ik onafhankelijk naar elke uitspraak kunnen kijken. Daarom adviseerde ik Duyfjes om in de tuchtrechtrubriek te zoeken op het woord 'forensisch'. Duyfjes reageerde hierop met een lange mail, waarvan ik eerlijk weinig chocola kon maken. Het verbaast mij dan ook niet om in de uitspraak te lezen dat hij de Accountantskamer een aanvullend klaagschrift met bijlagen heeft gestuurd van 240 pagina's in een klein lettertype en zonder paginanummering. En dat het voor de Accountantskamer "niet duidelijk was welke nieuwe klachtonderdelen naar voren werden gebracht en op welke gronden deze rusten". De tuchtrechter heeft Duyfjes' klaagschrift "ter verbetering teruggestuurd", waarna hij in september 2025 een nieuw (aanvullend) klaagschrift heeft ingediend. Daaruit destilleert de Accountantskamer negen klachtonderdelen, die geen van alle gegrond worden verklaard. Zo komt de forensisch accountant, die de rechtbank als deskundige benoemde in de civiele procedure van Duyfjes tegen zijn business partner, met de schrik vrij.
Duyfjes klaagde eerder zijn voormalig accountant aan, omdat die valse facturen over het hoofd had gezien. De man werd berispt, omdat er aanleiding was om te onderzoeken of de facturen vals waren. Bij deze klacht gaat het om het opstellen van een eindafrekening.
Duyfjes heeft de accountant bij het wederhoor overladen met stukken. Als reactie op het conceptrapport kwam Duyfjes met een memo en 122 bladzijden aan bijlagen, met een USB-stick waarop ruim 26 Gigabyte aan data staat en 228 opmerkingen. De accountant heeft alle opmerkingen verwerkt.
Omdat de kosten fors opliepen, had de accountant al na drie maanden aan de rechtbank gevraagd of de scope van het onderzoek kon worden beperkt. De advocaat van Duyfjes ging daarmee akkoord. Maar één van de verwijten van Duyfjes is nu dat de accountant niet alles heeft onderzocht en de kosten van het onderzoek bewust heeft laten oplopen.
Om de kosten te beperken gaf de rechtbank aan dat de accountant de observaties van Duyfjes' financieel adviseur buiten beschouwing moest laten, net als Duyfjes' notitie over vermeende valse facturen. De accountant heeft een aanvullend voorschot gekregen van 49.500 euro (inclusief btw).
De accountant kan helaas de eindafrekening niet opmaken, omdat hij niet kan vaststellen of de 1.382.000 euro, die zijn gefactureerd voor stand-by-uren van testpersoneel juist is. Hij komt daarom met vier scenario's; in het vierde scenario brengt hij de facturen voor de stand-by-uren geheel in mindering op de personeelskosten. De rechtbank volgt scenario 4 en bepaalt dat Duyfjes een derde van de onderzoekskosten (1/3 x 150.000) moet betalen, omdat die kosten mede zijn opgelopen door zijn manier van procederen. Volgens het eindvonnis heeft Duyfjes 36.618 euro plus rente en kosten tegoed van Tunica. Duyfjes gaat in hoger beroep tegen dit rechtbankvonnis en klaagt de forensisch accountant aan bij de Accountantskamer.
In de tuchtprocedure brengt Duyfjes heel veel stukken ("producties") in het geding: een usb-stick met geluidsopnamen, 11 ordners met meer dan 1100 producties (waarvan veel subproducties), terwijl er slechts zijn 278 toegestaan. Duyfjes erkent dat zijn stukken "complex en lang" zijn. Bij de stukken voor de tuchtprocedure vindt de Accountantskamer dat de accountant de onzin er zelf wel uit kan filteren. De tuchtrechter laat immers stukken buiten beschouwing als onduidelijk is waarop de klager precies doelt. De Accountantskamer negeert "producties" als die niet worden toegelicht en het verband tussen de aangedragen gegevens en de gemaakte verwijten niet duidelijk is. De tuchtrechter verwacht op dit punt dus van de aangeklaagde accountant dat deze op haar stoel gaat zitten. Ik moest eerlijk gezegd even wennen aan dit idee. Aan de andere kant kun je het zien als een vorm van professionele oordeelsvorming. De accountant kan daarbij steunen op het (vernieuwde) Procesreglement van de kamer, waarin de eisen voor een klaagschrift staan.
Omdat de accountant als gerechtelijke deskundige is aangesteld door de rechtbank moet diens optreden primair worden getoetst aan de Leidraad Gerechtelijke Deskundigen en aan de instructies van de opdrachtgevende rechter. De tuchtrechter kijkt alleen of de accountant zich heeft gehouden aan de fundamentele beginselen uit de VGBA. Dat heeft de accountant hier netjes gedaan. De lessen voor onderzoekende accountants uit de uitspraak zijn:
- Maak in je rapport voldoende duidelijk op welke belemmeringen je bent gestuit, zodat de rechtbank en de bakkeleiende partijen zich daarover een oordeel kunnen vormen.
- Maak geen onnodige kosten en waarschuw de opdrachtgever als die oplopen door de proceshouding van één van de partijen.
- Doe zo nodig voorstellen om de scope van het onderzoek te beperken.
- Interviews kunnen nodig zijn om een deugdelijke grondslag voor een rapport te verkrijgen, maar zijn dat niet per definitie.
- Een factuur, waarvan de juistheid niet kan worden aangetoond, is nog niet vals.
- Een forensisch onderzoek is een zogenoemde overige opdracht, waarvoor geen Standaard bestaat, maar wel NBA-handreiking 1111 Overige opdrachten.
Over de Standaard tenslotte nog dit. Het plan om van deze overige opdracht een aan assurance verwante opdracht te maken met een aparte Standaard gaat niet door, omdat dit soort opdrachten dan onder het kwaliteitsstelsel van kantoren komt te vallen en het toezicht van de NBA. Het College Beroepsreglementering heeft wel een geactualiseerde Handreiking voor Persoonsgerichte onderzoeken op de agenda staan. De nieuwe handreiking zou vóór eind 2027 klaar moeten zijn.
*) De klager heeft zich bekendgemaakt door de samenvatter/annotator te benaderen.
